Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2016:31

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
03-06-2016
Datum publicatie
20-06-2016
Zaaknummer
HLAR 71232/15
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om verlening van een vergunning voor het vestigen van een apotheek.

Heroverweging ex nunc. Advies van adviescommissie, ingesteld krachtens artikel 26a, zesde lid, van de Landsverordening op de geneesmiddelenvoorziening, bij beoordeling vergunningaanvragen volgens diverse criteria.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 71232/15

Datum uitspraak: 3 juni 2016

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

de naamloze vennootschap Botica Mia N.V., gevestigd in Curaçao, appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 10 juni 2015 in zaak nr. Lar 2014/71232 in het geding tussen:

appellante

en

de minister van Gezondheid, Milieu en Natuur.

Procesverloop

Bij beschikking van 18 november 2012 heeft de minister een verzoek van appellante om haar vergunning te verlenen voor het vestigen van een apotheek aan de Santa Rosaweg 354 afgewezen.

Bij beschikking van 12 november 2014 heeft de minister het door appellante daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 juni 2015 heeft het Gerecht het door appellante daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Appellante heeft nadere stukken ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 maart 2016, waar appellante, vertegenwoordigd door […], bijgestaan door mr. R. Koeijers, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door M. Fernando, V. Bitorina-Eliza en C. Constancia, allen werkzaam in dienst van het land, bijgestaan door mr. T.E. Matroos, ook advocaat, zijn verschenen.

Overwegingen

  1. Ingevolge artikel 26a, eerste lid, van de Landsverordening op de geneesmiddelenvoorziening is het verboden, middellijk of onmiddellijk, een apotheek te vestigen, te verplaatsen, over te nemen dan wel te drijven, zonder een daartoe door de minister verleende vergunning.
    Ingevolge het vijfde lid kan de minister aan de vergunning voorwaarden verbinden, de vergunning weigeren of intrekken, indien het belang van de volksgezondheid zulks vordert en voorts indien naar het oordeel van de minister het algemeen belang zulks vordert.
    Ingevolge het zesde lid beslist de minister niet tot toekenning, weigering of intrekking van een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, alvorens een bij landsbesluit in te stellen commissie te hebben gehoord. In deze commissie hebben, naast de Inspecteur, die als voorzitter optreedt, twee of meerdere door het bestuurscollege van het betrokken eilandgebied voorgedragen personen zitting. Bij de uitvoering van haar werkzaamheden neemt de commissie de door de minister vast te stellen regelen in acht, aldus die bepaling.
    Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Beschikking regels toelating apotheken (hierna: de Beschikking) brengt een adviescommissie, die is ingesteld krachtens artikel 26a, zesde lid, van de Landsverordening op de geneesmiddelenvoorziening ter zake van de beoordeling van aanvragen om een vergunning, als bedoeld in artikel 26a, eerste lid, van die landsverordening, advies uit met inachtneming van de volgende, in overeenstemming met de minister van Gezondheid, Natuur en Milieu nader in te vullen, criteria:
    het aantal apotheken per aantal inwoners;
    de geografische spreiding van de apotheken;
    de verschillende bevolkingsdichtheid per district of wijk; en
    de planning ten aanzien van de ruimtelijke ordening en economische ontwikkeling per district of wijk.

  2. Aan de beschikking van 12 november 2014 heeft de minister een advies van de commissie, als bedoeld in artikel 1 van de Beschikking, van 9 oktober 2014 ten grondslag gelegd.

  3. Appellante betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat met het verlenen van de vergunning niet zou worden voldaan aan het vereiste aantal apotheken per aantal inwoners. Daartoe voert zij aan dat ten tijde van de bestreden beschikking, uitgaande van de toegepaste norm van 1 apotheek per 5000 inwoners, weliswaar geen ruimte was voor vestiging van een nieuwe apotheek, maar inmiddels zes apotheken zijn gesloten, zodat thans wel aan die norm wordt voldaan.

3.1

Dit betoog faalt, reeds omdat op het bezwaarschrift terecht is beslist, uitgaande van de feiten en omstandigheden ten tijde van die beschikking (vergelijk onder meer de uitspraak van het Hof van 30 mei 2005; ECLI:NL:OGHNAA:2005:BF7453) en de minister het aantal op 12 november 2014 in Curaçao bestaande apotheken in aanmerking heeft genomen.

4. Appellante betoogt voorts dat het Gerecht heeft miskend dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat met het verlenen van de vergunning niet zou worden voldaan aan het vereiste van de geografische spreiding van apotheken. Daartoe voert zij aan dat zich in de directe omgeving van de voorgenomen vestigingslocatie buurten bevinden, waarin geen apotheken zijn gevestigd.

4.1

Volgens het advies van 9 oktober 2014 zijn in de afgelopen twee jaren geen veranderingen opgetreden in de geografische spreiding van apotheken in de omgeving, waarin de vestiging van de apotheek is voorzien. Vanaf het begin van de Santa Rosaweg tot en met de wijk Montaña zijn thans vijf apotheken gevestigd, aldus het advies. Nu appellante dat niet gemotiveerd heeft bestreden, heeft het Gerecht in het in beroep aangevoerde terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat niet aan het vereiste van geografische spreiding van apotheken wordt voldaan. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat dit vereiste volgens het door de minister gevoerde beleid betrekking heeft op het aantal in de omgeving van de voorgenomen vestigingslocatie gevestigde apotheken en niet op de wijken waarin geen apotheken zijn gevestigd. Het betoog faalt.

5. Appellante betoogt verder dat het Gerecht heeft miskend dat de minister ten onrechte het aantal inwoners van de wijk Santa Rosa, waarin de voorgenomen vestiging is voorzien, in aanmerking heeft genomen en niet het inwonertal van de omliggende wijken.

5.1

Volgens het advies van 9 oktober 2014 bedraagt het aantal inwoners van de wijk Santa Rosa volgens de census van 2011 5174, zodat, uitgaande van de toegepaste norm, voor die wijk slechts een apotheek vereist is. Nu appellante dat niet gemotiveerd heeft bestreden, heeft het Gerecht in het in beroep aangevoerde terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de minister ten onrechte de bevolkingsdichtheid van de wijk Santa Rosa mede in aanmerking heeft genomen. Daarbij wordt overwogen dat in de omgeving van de voorziene vestigingslocatie, naar de minister onweersproken heeft gesteld, andere apotheken zijn gevestigd. Bij de beoordeling wordt volgens het gevoerde beleid, naast de bevolkingsdichtheid in de desbetreffende wijk of buurt, mede betrokken de afstand van de aldaar gevestigde apotheken tot elkaar. In de directe omgeving van de voorgenomen vestigingslocatie zijn reeds diverse apotheken gevestigd. Voor zover appellante stelt dat aan andere wegen eveneens meerdere apotheken zijn gevestigd, geeft dat geen grond voor een ander oordeel. Appellante heeft met die stelling, zelfs als zij juist is, niet aannemelijk gemaakt dat in die gevallen niet aan de gestelde vereisten wordt voldaan, nu niet inzichtelijk is gemaakt, wat de inwonertallen in die wijken zijn en evenmin, wat de afstanden tussen de desbetreffende apotheken zijn. Het betoog faalt.

6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. van der Poel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. B. Jussen, griffier.

w.g. Van der Poel

voorzitter

w.g. Jussen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2016

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,