Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2016:209

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
07-11-2016
Datum publicatie
02-04-2020
Zaaknummer
H-96/15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Dood door schuld verkeer AUA

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Strafzaken over 2016 Vonnis no.

Datum uitspraak: 7 november 2016 BIS

Zaaknummer: H-96/15

Parketnummer: P-2014/15592

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

STRAFVONNIS

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 2 juli 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], te [adres].

Procesgang en onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 11 juni 2015, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 17 oktober 2016 in Aruba.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. F.A.P.M. van Deutekom, en van hetgeen door de verdachte en haar raadsvrouw, mr. D.M. Canwood, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, aan de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde feit een gevangenisstraf zal opleggen van zes maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, alsmede een taakstraf in de vorm van dienstverlening voor de duur van tweehonderdveertig uur, bij niet of niet volledige uitvoering te vervangen door honderdtwintig dagen hechtenis, alsmede drie jaar ontzegging van de bevoegdheid om motorvoertuigen te besturen.

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde vrijgesproken en voor het subsidiair ten laste gelegde ontslagen van alle rechtsvervolging.

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, met inachtneming van de gevorderde en toegewezen wijzigingen, tenlastegelegd:

dat zij op of omstreeks 21 maart 2014 te Aruba, als weggebruiker, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een (personen)auto (van het merk Hyundai, model Atos, gekentekend [KENTEKENNUMMER 1]), daarmede rijdende over op een voor het verkeer openstaande weg, de [naam weg 1] en/of de Hoofdverkeersweg en/of over de [naam rotonde] rotonde, zich zodanig heeft gedragen, dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend te rijden, welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat zij, verdachte, toen daar,

- is gaan rijden op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weghelft en/of

- ( vervolgens) tegen het verkeer is blijven inrijden, terwijl op dat moment een motorrijtuig (witte personenauto van het merk Mitsubishi) uit tegengestelde richting haar tegemoet kwam rijden en/of waardoor voornoemd motorrijtuig moest uitwijken en/of verdachte hierna haar rijrichting niet heeft gecorrigeerd en/of

- ( vervolgens) tegen het verkeer is blijven inrijden, terwijl op dat moment een motorrijtuig (zwarte personenauto van het merk Mitsubishi) uit tegengestelde richting haar tegemoet kwam rijden en/of waardoor voornoemd motorrijtuig moest uitwijken en/of verdachte hierna haar rijrichting niet heeft gecorrigeerd en/of

- ( vervolgens) tegen het verkeer is blijven inrijden en/of op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weghelft voornoemde rotonde is opgereden, terwijl op dat moment een motorrijtuig (personenauto van het merk Isuzu) over die rotonde en/of op voornoemde weghelft haar tegemoet kwam rijden en/of haar reeds dicht was genaderd en/of (waardoor) zij, is gebotst/aangereden tegen voornoemd tegemoetkomend motorrijtuig en/of

- ( vervolgens) tegen de muur van de rotonde is gebotst,

waardoor een ander, te weten , 02[slachtoffer] is gedood;

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

dat zij op of omstreeks 21 maart 2014 in Aruba, op een voor het openbaar verkeer openstaande weg, (de [naam weg 1] en/of de Hoofdverkeersweg en/of over de [naam rotonde] rotonde), als bestuurder van een motorrijtuig , te weten een (personen)auto (van het merk Hyundai, model Atos, gekentekend [KENTEKENNUMMER 1]), zich zodanig heeft gedragen dat daardoor de vrijheid van het verkeer werd belemmerd en/of de veiligheid op die weg in gevaar werd gebracht en/of redelijkerwijs was aan te nemen dat de veiligheid op de weg in gevaar werd gebracht, welk gedrag hierin heeft bestaan dat zij

- is gaan rijden op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weghelft en/of

- ( vervolgens) tegen het verkeer is blijven inrijden, terwijl op dat moment een motorrijtuig (witte personenauto van het merk Mitsubishi) uit tegengestelde richting haar tegemoet kwam rijden en/of waardoor voornoemd motorrijtuig moest uitwijken en/of verdachte hierna haar rijrichting niet heeft gecorrigeerd en/of

- ( vervolgens) tegen het verkeer is blijven inrijden, terwijl op dat moment een motorrijtuig (zwarte personenauto van het merk Mitsubishi) uit tegengestelde richting haar tegemoet kwam rijden en/of waardoor voornoemd motorrijtuig moest uitwijken en/of verdachte hierna haar rijrichting niet heeft gecorrigeerd en/of

- ( vervolgens) tegen het verkeer is blijven inrijden en/of op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weghelft voornoemde rotonde is opgereden, terwijl op dat moment een motorrijtuig (personenauto van het merk Isuzu) over die rotonde en/of op voornoemde weghelft haar tegemoet kwam rijden en/of haar reeds dicht was genaderd, waardoor zij, verdachte, is gebotst/aangereden tegen voornoemd tegemoetkomend motorrijtuig en/of

- ( vervolgens) voornoemde rotonde is opgereden en (daarbij) geen voorrang heeft verleend aan een motorrijtuig (personenauto van het merk Isuzu) die zich op dat moment op die rotonde bevond en/of (waardoor) zij, is gebotst/aangereden tegen voornoemd motorrijtuig;

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof tot andere beslissingen komt.

Bewezenverklaring

Het Hof is met eenparigheid van stemmen van oordeel dat bewezen is verklaard datgene waarvan de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken en acht bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 primair is ten laste gelegd, met dien verstande

dat zij op of omstreeks 21 maart 2014 te Aruba, als weggebruiker, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een (personen)auto (van het merk Hyundai, model Atos, gekentekend [KENTEKENNUMMER 1]), daarmede rijdende over op een voor het verkeer openstaande weg, de [naam weg 1] en/of de Hoofdverkeersweg en/of over de [naam rotonde] rotonde, zich zodanig heeft gedragen, dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend te rijden, welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat zij, verdachte, toen daar,

- is gaan rijden op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weghelft en/of

- (vervolgens) tegen het verkeer is blijven inrijden, terwijl op dat moment een motorrijtuig (witte personenauto van het merk Mitsubishi) uit tegengestelde richting haar tegemoet kwam rijden en/of waardoor voornoemd motorrijtuig moest uitwijken en/of verdachte hierna haar rijrichting niet heeft gecorrigeerd en/of

- (vervolgens) tegen het verkeer is blijven inrijden, terwijl op dat moment een motorrijtuig (zwarte personenauto van het merk Mitsubishi) uit tegengestelde richting haar tegemoet kwam rijden en/of waardoor voornoemd motorrijtuig moest uitwijken en/of verdachte hierna haar rijrichting niet heeft gecorrigeerd en/of

- (vervolgens) tegen het verkeer is blijven inrijden en/of op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weghelft voornoemde rotonde is opgereden, terwijl op dat moment een motorrijtuig (personenauto van het merk Isuzu) over die rotonde en/of op voornoemde weghelft haar tegemoet kwam rijden en/of haar reeds dicht was genaderd en/of (waardoor) zij, is gebotst/aangereden tegen voornoemd tegemoetkomend motorrijtuig en/of

- (vervolgens) tegen de muur van de rotonde is gebotst,

waardoor een ander, te weten [slachtoffer] is gedood; .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd acht het Hof niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de hiernavolgende bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.

De verklaring van de verdachte, op 17 oktober 2016 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb op 21 maart 2014 mijn vriend [slachtoffer] naar het vliegveld gebracht. Ik bestuurde de auto. Ik kan mij niet herinneren dat ik een ongeluk heb veroorzaakt, ik moet zijn “weggeraakt”. Toen ik weer bijkwam was het ongeluk gebeurd. Ik zag dat [slachtoffer] niet meer reageerde. Ik denk dat ik een epileptische aanval moet hebben gehad. Soms voel ik dat van tevoren aankomen, maar nu voelde ik niets. Het klopt dat ik bij de politie hier niets over heb verklaard, want toen dacht ik daar nog niet aan. Als ik een aanval heb gehad, kan ik me dat vaak niet goed herinneren. Mijn eerste aanval was in 2002. Sinds 2007/2008 heb ik maandelijks aanvallen, ook in de periode voor het ongeval. Als ik een aanval krijg val ik meestal flauw. Soms gaat het zo snel dat je niet kan reageren en maatregelen kan treffen. De neuroloog heeft mij verschillende medicijnen voorgeschreven. Ik nam die niet altijd in, want ik vind het gebruik van medicijnen onprettig en ik kreeg er hoofdpijn van. Ik heb niet specifiek aan een arts gevraagd of ik een auto mocht besturen. Ik verwachtte niet dat ik tijdens het autorijden een aanval zou krijgen en hield er dus geen rekening mee dat ik een ongeluk kon veroorzaken.

Een geschrift, te weten een schrijven van drs. B.A. Every, huisarts, gedateerd 30 april 2016, inhoudende:

Mw. [verdachte], geboren [geboortedatum] 1978, staat sinds 1995 ingeschreven bij medische Praktijk B.A. Every N.V. In Nederland werd mw. [verdachte] gediagnosticeerd met Epilepsie door een neuroloog in 2002. Op Aruba werd de diagnose Primaire/Idiopatische Epilepsie bevestigd en is Mw. [verdachte] sinds 2005 onder behandeling van Neurologen Praktijk Dr. M. Meelis. (…)

Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 maart 2014 gesloten en getekend door [brigadier 1], [brigadier 2] en [onderinspecteur], respectievelijk brigadier eerste klasse, brigadier en onder inspecteur bij het Korps Aruba, pv. nummer: 268872-20140331-102412, bijlage 1, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 21 maart 2014, te Aruba, zagen wij op de “[naam rotonde] Rotonde” een aanrijding met twee voertuigen, een blauwe pick-up van het merk Isuzu, voorzien van kenteken [KENTEKENNUMMER 2] en een rode Hyundai Atos voorzien van kenteken [KENTEKENNUMMER 1]. Beide auto’s waren beschadigd. In de Hyundai Atos zagen wij een man en een vrouw. De man reageerde niet en was vermoedelijk overleden. Het bleek ons dat de bestuurster van de [KENTEKENNUMMER 1] in verboden richting rechtdoor was gereden, tegen de auto met kenteken [KENTEKENNUMMER 2] botste en vervolgens tegen de muur van de rotonde tot stilstand kwam.

Een proces-verbaal van lijkschouwing, in de wettelijke vorm opgemaakt en getekend door [brigadier eerste klasse], brigadier eerste klasse bij het Korps Aruba, pv. mutatie: 595-2014, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:

Het slachtoffer [slachtoffer] zat op 21 maart 2014 als inzittende in het motorvoertuig voorzien van kenteken [KENTEKENNUMMER 1], betrokken bij een verkeersongeval op de [naam rotonde] rotonde op de Hoofdverkeerswet ter hoogte van de Luchthaven en raakte gewond. Ten gevolge van de opgelopen verwondingen overleed het slachtoffer [slachtoffer].

Een proces-verbaal van verhoor van [naam 1], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 24 maart 2014 gesloten en getekend door [brigadier 2], brigadier bij het Korps Aruba, pv. nummer 268872-20140331-102412, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 21 maart 2014 reed ik (als bestuurder van het voertuig met kenteken [KENTEKENNUMMER 2]; Hof) in zuidelijke richting over de Avenida [naam weg 2]. Gekomen bij de rotonde, reed ik deze op in de binnenste rijstrook. Ik was op de rotonde en zag plotseling de rode auto op mij afkomen. De rode auto kwam uit de richting van Oranjestad.

Een proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 24 maart 2014 gesloten en getekend door [onderinspecteur], onderinspecteur bij het Korps Aruba, pv. nummer 268872-20140331-102412, bijlage 2, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 21 maart 2014 trad ik op als bestuurder van de auto met kenteken [KENTEKENNUMMER 3] en reed daarmee over de Hoofdverkeersweg. Ter hoogte van de [naam rotonde] Rotonde zag ik een kleine rode auto met hoge snelheid op de verkeerde rijstrook rijden. Ik zag dat een lichtgrijze auto naar rechts moest uitwijken voor die rode auto. Ik zag daarna dat de rode auto de rotonde op vloog. Deze auto botste tegen de blauwe pick-up die op de binnenste ring richting de airport reed.

Een proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 2], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 27 maart 2014 gesloten en getekend door [onderinspecteur], onderinspecteur bij het Korps Aruba, pv. nummer 268872-20140331-102412, bijlage 4, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 21 maart 2014 trad ik op als bestuurder van de auto met kenteken [KENTEKENNUMMER 4], een Mitsubishi ASX, en reed daarmee over de Hoofdverkeersweg. Ik reed in de rechterrijstrook. Ik bevond mij niet ver van de [naam rotonde] Rotonde toen op een korte afstand plotseling een rode auto met hoge snelheid schuin in oostelijke richting de middenberm opreed. Ik keek via mijn linkerbuitenspiegel en zag dat deze auto aan de linkerzijde van de weg bleef rijden en een auto die ook in westelijke richting voorbij reed. Ik zag via de linkerbuitenspiegel dat deze rode auto tegen een blauwe pick-up botste die op de rotonde in zuidelijke richting aan het rijden was.

Een proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 3], in de wettelijke vorm opgemaakt en op 31 maart 2014 gesloten en getekend door [onderinspecteur], onderinspecteur bij het Korps Aruba, pv. nummer 268872-20140331-102412, bijlage 5, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik trad op als de bestuurder van een witte pick-up, merk Mitsubishi, kenteken [KENTEKENNUMMER 5]. Ik reed in westelijke richting over de Hoofdverkeersweg. Gekomen bij de [naam rotonde] Rotonde reed ik op de rijbaan om richting Oranjestad te rijden. Nadat ik de rotonde voorbij was zag ik een rode auto met hoge snelheid uit tegenovergestelde richting komen. Ik week uit naar rechts om een aanrijding te voorkomen en stopte bijna helemaal op de rechterberm. Ik zag dat de bestuurster volgens mij onbewust was, omdat zij niet reageerde toen zij op mij afkwam. Zij reed heel dicht langs mij voorbij. Ik bleef in de achteruitkijkspiegel kijken en zag dat een zwarte Mitshubishi Lancer voor haar naar rechts moest uitwijken. Ik zag dat de bestuurster van de rode auto rechtdoor in oostelijke richting bleef rijden. Ik zag deze rode auto tegen de rechtervoorzijde botsen van de pick-up die in zuidelijke richting over de rotonde reed. Ik zag dat de rode auto hierna tegen de muur van de rotonde botste.

Een proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 3], op 12 oktober 2016 door de griffier en de rechter-commissaris opgesteld en ondertekend, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige:

Volgens mij was de chauffeur bewusteloos. Ik zag dat de overledene, de medepassagier, aan het stuur aan het trekken was. Hij probeerde de auto te besturen vanuit de passagiersstoel. Ik weet zeker dat ik dit heb gezien. Ik kon dit goed zien want de auto reed mij tegemoet. Ik heb niet gezien dat de rode auto remde. Volgens mij was de bestuurster bewusteloos of in slaap gevallen. De bestuurster reageerde namelijk niet. Ze had haar ogen gesloten en haar hoofd rustte op de hoofdsteun van de stoel.

Een proces-verbaal van verhoor van de getuige [brigadier eerste klasse], op 13 juni 2016 door de griffier en de rechter-commissaris opgesteld en ondertekend, voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige:

Ik was die dag ter plaatse. Ik heb naar de vrouw gekeken. Ik vroeg haar of zij in orde was. Zij gaf geen antwoord. Volgens mij was de vrouw niet bij. Haar ogen waren open en ze bleef naar de man staren. Ze gaf geen blijk dat ze mij opmerkte. Ze reageerde niet op mijn vragen en stem. Haar ogen waren wijd open. De chauffeur leek mij inderdaad wel in de war.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft betoogd dat de verdachte in eerste aanleg terecht van het primair ten laste gelegde is vrijgesproken en voor het subsidiair ten laste gelegde is ontslagen van alle rechtsvervolging. Het ongeval en de dood van het slachtoffer kunnen volgens de verdediging niet aan de verdachte worden verweten, daar zij voorafgaand aan het ongeval een epileptische aanval heeft gekregen.

Het Hof deelt dit standpunt niet. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte eerst met hoge snelheid op de verkeerde weghelft van de Hoofdverkeersweg heeft gereden, waarbij twee auto’s haar ternauwernood hebben kunnen ontwijken, en dat zij vervolgens nog steeds rijdend op de voor tegemoetkomend verkeer bedoelde weghelft een rotonde is opgereden. Op de rotonde is zij tegen een derde auto aangereden en daarna is zij tegen de muur van de rotonde tot stilstand gekomen, waardoor de zich in haar auto bevindende passagier is overleden. Aldus heeft de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig gereden.

Vervolgens ligt de vraag voor of dit rijgedrag aan de schuld van de verdachte is te wijten. Het Hof beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende. Anders dan de procureur-generaal acht het Hof aannemelijk geworden dat het rijgedrag van de verdachte werd veroorzaakt door een epileptische aanval. Steun hiervoor is te vinden in de verklaringen van de getuigen [getuige 3] en [brigadier eerste klasse] over hetgeen zij hebben waargenomen tijdens het rijden op de verkeerde weghelft en direct na het ongeval. Deze waarnemingen komen overeen met de verklaring van de verdachte zelf omtrent haar ziektebeeld. Het dossier bevat daarenboven geen aanknopingspunten voor een ander scenario.

Naar het oordeel van het Hof doet dit echter niet af aan de conclusie dat het gebeurde aan de schuld van de verdachte is te wijten. De verdachte is immers reeds jaren bekend met het feit dat zij aan een vorm van epilepsie lijdt, waarbij zij maandelijks aanvallen krijgt waarvan zij het moment, de aard en de ernst niet op voorhand kan inschatten. Bij een aanval valt de verdachte meestal flauw, wat soms zo snel gaat dat ze daar niet meer op kan reageren en maatregelen kan treffen. Het is aannemelijk dat dit zich op de dag van het ongeluk een dergelijke aanval heeft voorgedaan. De verdachte heeft tevens verklaard dat zij er, ondanks de onvoorspelbaarheid en ernst van de aanvallen, voor heeft gekozen haar ziekte niet door middel van medicatie zoveel mogelijk onder controle te houden. Door met deze wetenschap en zonder het nemen van voorzorgsmaatregelen aan het verkeer deel te nemen, is er bij de verdachte naar het oordeel van het Hof geen sprake van verontschuldigbare onmacht, maar van aanmerkelijke schuld aan de bewezenverklaarde gedragingen ten gevolge waarvan het slachtoffer is overleden. Het feit dat de verdachte blijkbaar haar rijbewijs ondanks haar ziekte meermalen zonder problemen heeft kunnen verlengen, disculpeert haar niet. Het had gelet op de frequentie van de aanvallen en het feit dat die konden leidden tot plotseling flauwvallen, zonder meer op haar weg gelegen om actief medisch advies in te winnen over de invloed van haar ziekte op haar rijvaardigheid. Zij mocht niet zomaar afgaan op kennelijk door haar huisarts verleende toestemming voor afgifte dan wel verlenging van haar rijbewijs, zonder na te gaan of aan die toestemming daadwerkelijk een inhoudelijke medische beoordeling door de huisarts vooraf is gegaan.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

aan het verkeer deelnemen en zich daarbij zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsvindt waardoor een ander wordt gedood,

strafbaar gesteld bij artikel 4 jo 40 van de Landsverordening Wegverkeer (Aruba).

Het bewezenverklaarde is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de straf heeft het Hof rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, met de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en met de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Meer in het bijzonder heeft het Hof daarbij het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte is, tijdens een epileptische aanval, als bestuurder van een auto op de linker weghelft terechtgekomen, daar tegen de rijrichting blijven inrijden ondanks het feit dat meerdere auto’s voor haar moesten uitwijken en vervolgens een drukke rotonde opgereden zonder voorrang te verlenen aan het verkeer, waardoor zij tegen een andere auto en de muur van de rotonde is gebotst en vervolgens tot stilstand gekomen. Door dit ongeval is haar passagier, het slachtoffer [slachtoffer], om het leven gekomen. Er hadden eenvoudig meer slachtoffers kunnen zijn indien de medeweggebruikers niet zo adequaat hadden gereageerd als dat zij hebben gedaan. De verdachte heeft een onaanvaardbaar risico genomen door ondanks het onberekenbare karakter van haar ziektebeeld aan het verkeer deel te nemen. Als gevolg van haar aanmerkelijk onvoorzichtig rijden is het slachtoffer overleden, waardoor aan zijn nabestaanden onherstelbaar leed is toegebracht. Het betreft derhalve een ernstig feit, waarvoor een vrijheidsbenemende straf in beginsel passend is.

De verdachte is niet eerder strafrechtelijk veroordeeld. Bovendien weegt het Hof bij de oplegging van de straf mee dat het slachtoffer een familievriend van de verdachte was. De verdachte zal levenslang met de wetenschap moeten leven dat zij door haar schuld zijn dood heeft veroorzaakt. Tijdens de terechtzitting heeft de verdachte er blijk van gegeven hier diep onder gebukt te gaan. In het voorgaande ziet het Hof aanleiding de gevangenisstraf in voorwaardelijke zin op te leggen, in combinatie met een taakstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur.

Op grond van het voorgaande acht het Hof na te melden straf passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:45 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba en artikel 41, lid 1 van de Landsverordening Wegverkeer (Aruba).

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 2 juli 2015 en doet opnieuw recht, als volgt;

verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

beveelt dat van deze straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 2 (twee) jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

legt op een taakstraf in de vorm van dienstverlening, voor de duur van tweehonderdveertig uur, bij niet of niet volledige uitvoering te vervangen door honderdtwintig dagen hechtenis;

legt op drie jaar ontzegging van de bevoegdheid om motorvoertuigen te besturen.

Dit vonnis is gewezen door mrs. H.J. Fehmers, T.A.M. Tijhuis en F.V.L.M. Wannyn, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 7 november 2016.