Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2016:144

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
07-10-2016
Datum publicatie
24-03-2017
Zaaknummer
AR 166/11 - ghis 77659 - H 28/16 en 28A/16
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Appartementen in een resort - whole owners

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2016 Vonnis no.:

Registratienummer: AR 166/11 - ghis 77659 - H 28/16 en 28A/16

Uitspraak: 7 oktober 2016

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

de vrijgestelde Arubaanse vennootschap

AMAZING GRACE A.V.V.,

gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

thans appellante in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

gemachtigden: mrs. S.J. Fox en V.C. Choennie,

tegen

de naamloze vennootschappen

1. DIAMOND RESORTS PALM MANAGEMENT N.V.,

2. AKGI SINT MAARTEN N.V.,

beide gevestigd in Sint Maarten,

oorspronkelijk eiseressen in conventie, verweersters in reconventie,

thans geïntimeerden in het principaal appel,

appellanten in het incidenteel appel,

gemachtigden: mrs. M.O. Kortenoever en M.M.N.C. Schellekens.

De partijen worden hierna Amazing Grace en Diamond c.s. genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij akte van appel van 24 maart 2015 is Amazing Grace in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 10 februari 2015 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (verder: GEA).

1.2

Bij op 5 mei 2015 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft Amazing Grace drie grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht en een conclusie geformuleerd.

1.3

Bij op 4 augustus 2015 ingekomen memorie, met producties, hebben Diamond c.s. de grieven van Amazing Grace bestreden, incidenteel appel ingesteld, een grief tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht en een conclusie geformuleerd.

1.4

Op 10 juni 2016 hebben partijen pleitnotities overgelegd, met aan beide zijden een productie. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

De onderhavige zaak houdt verband met de zaak AR 152/11 - ghis 69310 - H 225/14 en H 225A/14 tussen Diamond c.s. en F.L. Simon, en met 22 andere zaken. Bij een van die zaken zijn de gemachtigden in de onderhavige zaak ook als gemachtigden betrokken. In die 23 zaken heeft op 10 juni 2016 een comparitie van partijen plaatsgehad.

2.2

Tijdens de hiervoor bedoelde comparitie van partijen is bepaald dat vooralsnog uitsluitend zal worden voortgeprocedeerd in twee van de daar aan de orde gestelde 23 zaken, waaronder de zaak waarin de gemachtigden in deze zaak ook optreden. De overige 21 zaken zijn verwezen naar de rol van

16 december 2016 voor het nemen van gelijktijdige akten aan beide zijden.

2.3

Hoewel de onderhavige zaak enige bijzonderheden kent die haar onderscheidt van de andere zaken (en die kunnen verklaren waarom deze zaak vertraging heeft opgelopen ten opzichte van de andere zaken), komt het het Hof doelmatig voor dat ook de onderhavige zaak wordt verwezen naar de rol van

16 december 2016 voor het nemen van gelijktijdige akten aan beide zijden, en dat de onderhavige zaak daarna op dezelfde voet wordt behandeld als de

21 zaken die op de comparitie van partijen niet zijn geselecteerd als zaken waarin vooralsnog wordt voortgeprocedeerd. Indien partijen wensen dat de onderhavige zaak anders wordt behandeld dan die 21 zaken, kunnen zij op de rol van 16 december 2016 bij akte een gemotiveerd verzoek daartoe doen.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 16 december 2016 voor gelijktijdige akten aan beide zijden;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, T.A.M. Tijhuis en H.J. Fehmers, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 7 oktober 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.