Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2016:129

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
10-10-2016
Datum publicatie
08-12-2016
Zaaknummer
HAR 82/16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Inbeslagneming boot. Rechtmatig dwangmiddel. Schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Strafzaken over 2016 Beschikking no.

Datum uitspraak: 10 oktober 2016

Zaaknummer: HAR 82/16

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten

en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

B E S C H I K K I N G

gegeven op het verzoek ex artikel 178 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van:

[verdachte],

wonend in Aruba,

gemachtigde: mr. D.G. Illes.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij op 13 juni 2016 ter griffie ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker verzocht om vergoeding van Afl. 22.167,52, met rente en advocaatkosten, aan schade, die hij stelt te hebben geleden ten gevolge van de toepassing van een strafvorderlijk dwangmiddel.

1.2

Bij memorie van 19 september 2016 heeft mr. F. van Deutekom, wnd. procureur-generaal, geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.

1.3

Het verzoek is behandeld in Aruba in raadkamer van het Hof op 19 september 2016.

De gemachtigde van verzoeker en de procureur-generaal zijn verschenen en gehoord.

1.4

Beschikking is bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

Het Hof gaat uit van de volgende gang van zaken.

2.1.1

Verzoeker heeft als raadsman werkzaamheden verricht voor [belanghebbende] (hierna: [belanghebbende]). Bij vonnis van 7 mei 2014 heeft de civiele rechter [belanghebbende] veroordeeld tot betaling van Afl. 13.797,25, met rente en kosten, aan verzoeker. Bij exploot van 26 februari 2015 is het vonnis van 7 mei 2014 aan [belanghebbende] betekend.

2.1.2

Op 17 juni 2015 zijn in de haven van Barcadera in Aruba verdovende middelen aangetroffen in de motorboot "La Patrona" (hierna: de boot). Op die dag heeft het Openbaar Minsterie de boot in beslag genomen.

2.1.3

Bij exploot van 7 juli 2015 heeft verzoeker ter executie van het vonnis van

7 mei 2014 beslag doen leggen op de boot. Daarbij is de openbare verkoop van de boot vastgesteld op 14 augustus 2015. Deze openbare verkoop is niet doorgegaan.

2.1.4

Op 21 september 2015 heeft het Openbaar Ministerie een verklaring van inbeslagneming van de boot betekend aan [belanghebbende 2] (hierna: [belanghebbende 2]), de vriendin van [belanghebbende].

2.1.5

Bij strafvonnis van 14 maart 2016 heeft het Hof [belanghebbende 3] (hierna: [belanghebbende 3]) veroordeeld tot gevangenisstraf wegens invoer van verdovende middelen. Blijkens de in het strafvonnis gebruikte bewijsmiddelen heeft [belanghebbende 3] verklaard dat hij de boot heeft geleend van [belanghebbende 2], en dat [belanghebbende 2] en [belanghebbende] de eigenaren van de boot zijn.

Bij dit strafvonnis heeft het Hof de boot en andere goederen verbeurd verklaard, met als motivering dat [belanghebbende 3] deze goederen geheel of ten dele ten eigen bate kon aanwenden, dan wel dat het feit is begaan of voorbereid met behulp van de goederen.

2.2

Het verzoek is gedaan op de voet van art. 178 Sv. Verzoeker heeft gesteld dat hij schade heeft geleden door de toepassing van het strafvorderlijk dwangmiddel inbeslagneming.

2.3

Niet is aannemelijk geworden dat de inbeslagneming onrechtmatig was. Dat heeft verzoeker ook niet aangevoerd.

2.4

Heden heeft het Hof in zaak HAR 16-081 naar aanleiding van een klaagschrift van verzoeker de verbeurdverklaring herroepen en bepaald dat de boot dient te worden afgegeven aan de door verzoeker ingeschakelde deurwaarder of de door deze aan te wijzen bewaarder ter executie van het civiele vonnis, met de bepaling dat na de openbare verkoop van de boot, het verhaal van de vordering van verzoeker en de voldoening van de kosten van executie, de eventueel overgebleven verkoopopbrengst ten bate komt van het Land. Mede gelet hierop zijn er geen gronden van redelijkheid en billijkheid aanwezig dat eventuele verdere schade van verzoeker geheel of gedeeltelijk door het Land wordt gedragen.

2.5

Het verzoek dient dus te worden afgewezen.

B E S L I S S I N G

Het Hof wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en S.A. Carmelia, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en uitgesproken op 10 oktober 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.

Mrs. De Boer en Carmelia zijn buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.