Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2015:61

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
27-10-2015
Datum publicatie
15-01-2016
Zaaknummer
KG 75031 - HAR 49/15
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schorsing tenuitvoerlegging. Belang dat geen dwangsom worden verbeurd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2015 Vonnis no.:

Registratienummer: KG 75031 - HAR 49/15

Uitspraak: 27 oktober 2015

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

op de vordering tot schorsing

in de zaak in kort geding van:

de stichting particulier fonds JAIPUR ENTERPRISES PRIVATE FOUNDATION,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagde,

thans appellante,

eiseres tot schorsing,

gemachtigde: mr. A.C. van Hoof,

tegen

de besloten vennootschap R.K. TRADING B.V., h.o.d.n. HOME PLUS,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk eiseres,

thans geïntimeerde,

verweerster tegen de vordering tot schorsing,

gemachtigden: mrs. T.L.H. Peeters en R.E. Profijt,

De partijen worden hierna Jaipur en Homeplus genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Bij ‘akte van hoger beroep tevens houdende memorie van grieven tevens houdende (spoedeisend) verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging ex. Art. 272 Rv.’ van 28 september 2015, met producties, is Jaipur in hoger beroep gekomen van het tussen partijen in kort geding gewezen en op 18 september 2015 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: GEA).

1.2.

Hierbij heeft Jaipur tevens gevorderd, samengevat weergegeven, de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis te schorsen.

1.3.

Bij op 6 oktober 2015 per e-mail (door het Hof toegestaan) ingekomen verweerschrift, met producties, heeft Homeplus geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaren van Jaipur in haar vordering tot schorsing, dan wel deze vordering af te wijzen, met veroordeling van Jaipur in de kosten van deze procedure.

1.4.

Op 13 oktober 2015 heeft partijen per e-mail (door het Hof toegestaan) pleitaantekeningen ingezonden. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1.

Bij de beoordeling van een vordering op de voet van art. 272 Rv moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Daarbij moet worden nagegaan of op grond van die omstandigheden het belang van degene die de veroordeling verkreeg, zwaarder weegt dan dat van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist. Hierbij is een belangrijk gezichtspunt dat het GEA de vordering toewijsbaar heeft geoordeeld, en dat moet worden voorkomen dat het aanwenden van rechtsmiddelen wordt gebezigd als middel om uitstel van executie te verkrijgen.

2.2.

Bij de afweging moet worden uitgegaan van de bestreden beslissing en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende rechtsmiddel in beginsel buiten beschouwing.

2.3.

Indien het GEA zijn beslissing tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad heeft gemotiveerd, zal de veroordeelde die schorsing van de tenuitvoerlegging wenst, aan zijn vordering feiten en omstandigheden ten grondslag moeten leggen die bij de door het GEA gegeven beslissing niet in aanmerking konden worden genomen doordat zij zich eerst na de uitspraak van het GEA hebben voorgedaan, en die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken. Indien een dergelijke motivering ontbreekt, zoals in dit geval, geldt die eis niet.

2.4.

In voorgaand toetsingskader ligt besloten dat de vordering toegewezen wordt, indien degene die de veroordeling verkreeg, mede gelet op de belangen aan de zijde van de veroordeelde die door de tenuitvoerlegging zullen worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid om in afwachting van de uitslag van het hoger beroep tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het ten uitvoer te leggen vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de veroordeelde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

2.5.

In dit geding heeft het GEA, uitvoerbaar bij voorraad, Jaipur bevolen om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis nog een aantal parkeerplaatsen aan te brengen die aan bepaalde eisen voldoen, op straffe van een dwangsom van NAf 10.000,= per dag, met een maximum van NAf 100.000,=.

2.6.

Hetgeen Jaipur tegen de overwegingen van het GEA heeft aangevoerd, is onvoldoende voor het oordeel dat het bestreden vonnis klaarblijkelijk op een of meer misslagen berust. Voor het overige blijft de kans van slagen van het hoger beroep thans buiten beschouwing.

2.7.

Jaipur stelt dat aan het dor het GEA gegeven tijdig bevel is voldaan, maar dat geen volstrekte zekerheid bestaat dat de gestelde eisen zijn vervuld. Volgens Jaipur is Homeplus niet bereid haar deze zekerheid te bieden. Jaipur wenst daarom zekerheid dat geen dwangsommen worden verbeurd.

2.8.

Homeplus stelt dat Jaipur op 8 oktober 2015 aan het vonnis heeft voldaan en dat Jaipur een executiegeschil ex artikel 611d Rv dient op te starten.

2.9.

Op grond van het voorgaande valt de belangenafweging in het voordeel van Jaipur uit. Kennelijk wenst Homeplus aan Jaipur geen zekerheid te bieden omtrent de correcte opvolging van het bevel, terwijl Jaipur in verband met de opgelegde dwangsommen aan die zekerheid grote behoefte heeft. Schorsing van de tenuitvoerlegging betekent dat geen dwangsommen kunnen worden verbeurd.

2.10.

De vordering zal dus worden toegewezen. Een beslissing omtrent de kosten wordt gereserveerd tot aan het vonnis in de hoofdzaak.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

wijst de vordering toe;

reserveert de beslissing omtrent de kosten tot aan het vonnis in de hoofdzaak;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en H.J. Fehmers, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,

Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 27 oktober 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.