Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2015:54

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
01-12-2015
Datum publicatie
11-01-2016
Zaaknummer
AR 53498/12 - H 165/14
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

overeenkomst i.v.m. verbouwing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2015 Vonnis no.:

Registratienummer: AR 53498/12 - H 165/14

Uitspraak: 1 december 2015

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

de besloten vennootschap

AC REAL ESTATE B.V.,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

thans appellante,

gemachtigden: mrs. J. Starreveld, I. de Roos en D.M. Douwes,

tegen

1. de besloten vennootschap

INTERNATIONAL FINE LIVING B.V.,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

2. [geïntimeerde],

wonende in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagde in conventie,

beide thans geïntimeerden,

gemachtigde: mr. A.K.E. Henriquez.

De partijen worden hierna AC Real Estate, IFL en [geïntimeerde] genoemd. IFL en [geïntimeerde] worden gezamenlijk ook IFL c.s. genoemd.

1 Het verdere verloop van de procedure

Bij vonnis van 27 januari 2015 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor memorie na tussenvonnis. Op 31 maart 2015 heeft AC Real Estate een zodanige memorie ingediend, met producties. Op 25 augustus 2015 hebben IFL c.s. een antwoordmemorie ingediend, met producties.

Op 20 oktober 2015 heeft AC Real Estate een akte uitlating producties ingediend. Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1

Het Hof bespreekt thans eerst grief 6. Deze grief betreft de vordering tegen [geïntimeerde]. De grief faalt. Noch de omstandigheid dat [geïntimeerde] de enige bestuurster en de enige werkneemster van IFL is, noch de omstandigheid dat een deel van de betalingen van AC Real Estate aan IFL naar de privébankrekening van [geïntimeerde] is overgemaakt om OB uit te sparen, maakt dat IFL en [geïntimeerde] kunnen worden vereenzelvigd. Ook is niet juist dat, indien IFL geen verhaal mocht blijken te bieden, dat zonder meer betekent dat [geïntimeerde] onrechtmatig jegens AC Real Estate heeft gehandeld. De vorderingen tegen [geïntimeerde] zijn dus terecht afgewezen.

2.2

Bij vonnis van 27 januari 2015 heeft het Hof overwogen dat indien het totaal van aanbetalingen het totaal van de fee en de uitgaven overtreft, IFL gehouden is het meerdere aan AC Real Estate terug te betalen.

AC Real Estate heeft haar vordering hieraan aangepast. Een verdere bespreking van de grieven is thans niet meer nodig. Het Hof zal de toewijsbaarheid van de aangepaste vordering beoordelen.

2.3

In de hierna volgende overwegingen wordt gerekend in hele guldens. Nu er geen specifieke bewijsaanbiedingen zijn gedaan, zal het Hof partijen niet toelaten tot bewijslevering, maar in geval van betwisting van posten tot een begroting komen op basis van aannemelijkheidsoordelen in het licht van hetgeen over en weer is aangevoerd en met bewijsstukken onderbouwd.

2.4

Onbetwist staat vast dat IFL betalingen van in totaal NAf 429.780 heeft ontvangen in verband met de verbouwingsovereenkomst en betalingen van in totaal NAf 145.000 in verband met de inrichtingsovereenkomst.

Daarnaast blijkt uit prod. 1 bij de memorie na tussenvonnis (van

AC Real Estate) dat IFL op 7 februari 2011 een betaling van NAf 16.905 heeft ontvangen, kennelijk als aparte betaling voor de bij de inrichtingsovereenkomst overeengekomen fee. IFL c.s. hebben dat ook erkend in hun antwoordmemorie (onder 9), maar anders dan zij stellen, is dat bedrag niet opgenomen in hun daarbij overgelegde productie 0. Het Hof zal die betaling in de berekening betrekken.

2.5

Onbetwist staat vast dat IFL voor AC Real Estate een bedrag aan huurbetalingen heeft ontvangen dat zij niet heeft afgedragen. Volgens

AC Real Estate betreft dit NAf 9.054 (akte uitlating onder 32), volgens IFL betreft het NAf 4.980 + NAf 3.926 = NAf 8.906. Het verschil ad NAf 148 heeft betrekking op (beweerdelijk) door IFL voor AR Real E state betaalde facturen voor de reparatie van airco's. Het Hof acht voldoende aannemelijk dat deze betalingen daadwerkelijk zijn verricht en zal dus het bedrag van

NAf 8.906 hanteren.

2.6

AC Real Estate gaat kennelijk ervan uit dat met de in rov. 2.4 bedoelde betaling van NAf 16.905 de bij de inrichtingsovereenkomst bedongen fee geheel is voldaan. Gelet echter op de (in het tussenvonnis van 27 januari 2015 onder 2.2.7 weergegeven) inhoud van de inrichtingsovereenkomst hanteren

IFL c.s. in hun overzicht (prod. 0 bij antwoordmemorie) terecht een bedrag van NAf 32.200 als bedongen fee. Hiermee moet in de berekening rekening worden gehouden, want IFL mag dat gehele bedrag inhouden van het terug te betalen totaalbedrag.

AC Real Estate hanteert in haar berekeningen NAf 15.000 als fee bij de verbouwingsovereenkomst, terwijl IFL c.s. NAf 15.750 hanteren, kennelijk inclusief 5% OB. Het Hof zal IFL c.s. hierin volgen, omdat is overeengekomen dat AC Real Estate OB over de fee dient te betalen.

In de berekeningen van AC Real Estate is geen fee voor de architect opgenomen, terwijl IFL c.s. ook daarvoor NAf 15.750 hanteren. Nu deze fee overeengekomen is, en aangenomen moet worden dat overeengekomen is dat AC Real Estate deze fee aan IFL betaalt en dat IFL de fee doorbetaalt aan de architect (of de fee voorschiet), zal het Hof IFL c.s. ook hierin volgen.

2.7

Een bedrag van NAf 184.053 aan uitgaven aan materialen voor de verbouwing is onbetwist. AC Real Estate hebben in bijlage 2 van hun

memorie na tussenvonnis gespecificeerd waarop dit bedrag betrekking heeft

(nl. NAf 159.395 aan constructiekosten en NAf 24.658 aan kleine bouwmaterialen). Dit bedrag zal in de berekening worden betrokken.

2.8

IFL c.s. hebben daarnaast een bedrag van NAf 28.661 aan uitgaven aan materialen voor de verbouwing opgevoerd en gespecificeerd (rekeningen 3, 6, 13, 17, 18, 21 en 39). Deze rekeningen zijn betwist. Het Hof acht van al deze rekeningen voldoende aannemelijk dat het daadwerkelijk verrichte uitgaven betreft in verband met de verbouwingsovereenkomst, behalve van rekening 13 van Innovacion betreffende de keuken. Die "rekening" is geen factuur, maar een offerte en vermeldt niets over een gedane aanbetaling van NAf 11.866. Ook overigens is onvoldoende aannemelijk dat deze gestelde aanbetaling is gedaan. Daarom dient in de berekening te worden betrokken: NAf 28.661 minus NAf 11.866 is NAf 16.795.

2.9

AC Real Estate heeft bij memorie na tussenvonnis gesteld dat een aantal facturen onleesbaar is. IFL c.s. hebben bij antwoordmemorie andere afschriften van die facturen in het geding gebracht. AC Real Estate heeft van die facturen een bedrag van NAf 3.216 erkend. Dat is meer dan voor deze post is opgenomen in het overzicht van IFL c.s. (nl. NAf 2.933 op productie 0 bij antwoordmemorie), zodat het Hof zal uitgaan van het bedrag van NAf 3.216.

2.10

Voor uitgaven voor de inrichting hebben IFL c.s. in totaal NAf 136.387 opgevoerd. Hiervan heeft AC Real Estate NAf 103.019 niet betwist. Over de wel betwiste bedragen (betrekking hebbend op posten 2, 3, 4, 9, 14, 20, 25, 30 en 33 op bijlage 7 bij memorie na tussenvonnis) oordeelt het Hof als volgt.

2.10.1

Bij posten 2, 3 en 4 hebben AC Real Estate aangevoerd dat een deel van de headborden, bedrokken en gordijnen niet is geleverd. IFL c.s. hebben aangevoerd dat alles is besteld. Kennelijk bedoelen zij daarmee te stellen dat zij voor alles reeds hebben betaald. AC Real Estate behoorde dat ook te begrijpen. Het Hof gaat daarom uit van de juistheid van de opgave van IFL c.s.

2.10.2

Bij de posten 9 en 33 (spiegels en verlichting) erkennen IFL c.s. dat een correctie van NAf 1.163 moet worden toegepast.

2.10.3

Bij post 14 (Techniek & Design inrichtingsitems) heeft AC Real Estate bij memorie na tussenvonnis (onder 17) aangevoerd dat slechts een deel van het opgevoerde bedrag is verantwoord met bonnen. Bij antwoordmemorie hebben IFL c.s. een "uitdraai van de winkel" overgelegd. Hiertegenover heeft AC Real Estate aangevoerd dat niet met zekerheid valt te zeggen dat de daarop genoemde items in de woning aanwezig zijn. Dit is een onvoldoende gemotiveerde betwisting, zodat het Hof hier IFL c.s. volgt.

2.10.4

Bij de posten 20 en 25 (tuinaanleg) heeft AC Real Estate aangevoerd dat deze uitgaven niet zijn gedaan. Uit de als prod. 8 bij antwoordmemorie overgelegde offerte van 21 april 2011 en het e-mailbericht van Acropolis N.V. van 5 maart 2012 blijkt dat post 20 ad NAf 5.918 wel is betaald, zodat het Hof daarvan zal uitgaan. Voor post 25 ad NAf 9.650 geldt dat IFL c.s. hebben aangevoerd dat de uitgave wel geaccordeerd was en dat de werkzaamheden nu op oneigenlijke gronden niet meer gewenst zijn. Dit betekent (gelet op de aard van de overeenkomst, zoals in het tussenvonnis uitgelegd) dat voor deze post gecorrigeerd moet worden overeenkomstig het standpunt van AC Real Estate.

2.10.5

Bij post 30 (tuinset) erkennen IFL c.s. dat een correctie van NAf 5.188 moet worden toegepast.

2.10.6

In totaal moet dus voor uitgaven voor de inrichting in de berekening worden betrokken: NAf 136.387 minus het totaal van de bedragen NAf 1.163, NAf 9.650 en NAf 5.188, hetgeen uitkomt op NAf 120.386.

2.11

De grootste betwiste post betreft gestelde uitgaven aan arbeidskosten ten behoeve van door IFL voor AC Real Estate in verband met de verbouwing en de inrichting ingeschakelde derden. Hiervoor hebben IFL c.s. NAf 226.794 opgevoerd, waarvan niets is erkend.

2.12

IFL c.s. hebben het bedrag van NAf 226.794 kennelijk berekend door bepaalde bedragen die in januari-juni 2011 van een MCB-rekening van

IFL zijn afgeschreven, het merendeel onder de omschrijving "cheque", bij elkaar op te tellen (prod. 1 bij antwoordmemorie). Een deel van dit bedrag, NAf 107.281, hebben IFL c.s. gespecificeerd door te verwijzen naar acht nader omschreven bonnen uit april en mei 2011 van Colombiaanse werklieden

(prod. 3 bij antwoordmemorie). Een ander deel van dit bedrag, NAf 54.185, zou volgens IFL c.s. moeten kunnen worden afgeleid uit prod. 13 bij het beslagrekest, maar zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is dat bedrag niet terug te vinden in die productie, in elk geval niet als een bedrag dat volledig zou moeten worden opgeteld bij het eerder genoemde bedrag van NAf 107.281.

Overigens komt het totaal van de met bonnen onderbouwde betalingen

(te weten NAf 107.281 en NAf 54.185), ook indien die bedragen geen dubbeltellingen zouden bevatten, op een lager bedrag uit dan het opgevoerde bedrag van NAf 226.794.

2.13

Zoals in het tussenvonnis is overwogen, is in de verbouwingsovereenkomst een schatting opgenomen van uitgaven die AC Real Estate te verwachten had. Voor arbeidskosten, exclusief de fees voor IFL en de architect en exclusief OB, wordt daar een bedrag van NAf. 69.641 genoemd. De inrichtingsovereenkomst noemt in dit verband geen bedrag, maar vermeldt wel dat het inhuren van vakmensen voor bepaalde werkzaamheden voor rekening van de opdrachtgever komt. Zonder meer moet worden aangenomen dat IFL voor AC Real Estate uitgaven heeft gedaan wegens kosten van arbeid van derden. Een precies beeld van de hoogte van die uitgaven valt uit de overgelegde producties niet af te leiden. Daarom zal het Hof hiervoor een bedrag schatten, als het meest aannemelijke bedrag: NAf 150.000.

2.14

Het voorgaande leidt tot de volgende berekening:

Door IFL te verantwoorden NAf Zie rov.

a. Ontvangen bedragen verbouwing 429.780 2.4

b. Ontvangen bedragen inrichting excl. fee 145.000 2.4

c. Ontvangen bedrag voor fee inrichting 16.905 2.4

d. Ontvangen huurpenningen 8.906 2.5

----------- +

Totaal te verantwoorden 600.591

Door IFL verantwoord

e. Verschuldigde fee verbouwing voor IFL 15.750 2.6

f. Verschuldigde fee verbouwing voor architect 15.750 2.6

g. Verschuldigde fee inrichting 32.200 2.6

h. Onbetwiste uitgaven verbouwing 184.053 2.7

i. Verder verantwoorde uitgaven verbouwing 16.795 2.8

j. Nog verder verantwoorde uitgaven verbouwing 3.216 2.9

k. Verantwoorde uitgaven inrichting 120.386 2.10.6

l. Arbeidskosten 150.000 2.13

---------- +

Totaal verantwoord 538.150

Terug te betalen: NAf 600.591 minus NAf 538.150 is NAf 62.441.

2.15

Het bestreden vonnis zal worden vernietigd. Het Hof zal IFL veroordelen tot betaling van laatstgenoemd bedrag. Dit is zo veel minder dan gevorderd dat het Hof de proceskosten in beide instanties zal compenseren. Dit geldt ook voor de proceskosten in het geding tussen AC Real Estate en Rutten, nu Rutten gezamenlijk met IFL heeft geprocedeerd.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt IFL tot betaling van NAf 62.441,00 aan AC Real Estate;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het over en weer meer of anders gevorderde;

compenseert de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, S. Verheijen en

T.A.M. Tijhuis, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 1 december 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.