Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2015:52

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
19-05-2015
Datum publicatie
11-01-2016
Zaaknummer
AR 3197/08 - ghis 47705 - H 25/11
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

na cassatie en terugwijzing 2.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/112
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2014 Vonnis no.:

Registratienummer: AR 3197/08 - ghis 47705 - H 25/11

Uitspraak: 19 mei 2015

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

AVENTURA REAL ESTATE N.V.,

gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk gedaagde,

thans appellante,

gemachtigde: mr. A. de Bie,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te Oss, Nederland,

oorspronkelijk eiser,

thans geïntimeerde,

gemachtigden: mrs. M.W.J.H. Welten en H. Ruiter.

De partijen worden hierna Aventura en [geïntimeerde] genoemd.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1

Bij vonnis van 11 februari heeft het Hof een bewijsopdracht verstrekt aan Aventura.

1.2

Aventura heeft in enquête als getuigen doen horen: J.G.M. van Mierlo (hierna: mr. Van Mierlo) en W.G.T.M. Kloes (hierna: mr. Kloes).

[geïntimeerde] heeft in contra-enquête zichzelf als getuige doen horen. Van de getuigenverhoren is proces-verbaal opgemaakt. Aan het proces-verbaal van verhoor van mr. Kloes zijn stukken gehecht.

1.3

Aventura heeft een conclusie na enquête ingediend, met producties. [geïntimeerde] heeft een memorie na enquête ingediend, met producties. Aventura heeft een gedingstuk getiteld akte uitlating producties ingediend.

1.4

Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1

In het vonnis van 11 februari heeft het Hof Aventura opgedragen te bewijzen:

A dat mr. Kloes de twee ongedateerde akten - een schikkingsovereenkomst en een op die schikking gebaseerde akte van overdracht - heeft ondertekend; en:

B (i) hetzij dat [geïntimeerde] een toereikende volmacht aan mr. Kloes had verleend om beide akten te ondertekenen,

(ii) hetzij dat Aventura gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening aan mr. Kloes op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van [geïntimeerde] komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid.

2.2

Mr. Van Mierlo heeft onder meer verklaard:

"Er was een arbeidsconflict tussen de heer [geintimeerde] en Aventura en ik was als advocaat betrokken bij de oplossing van dit geschil. Aventura had ook een advocaat hier op Aruba, mr. Van der Kuyp. De heer [geïntimeerde] werd vertegenwoordigd door

mr. Kloes. Nu u dit zo aan mij voorleest kan ik mij herinneren dat hij daarvoor werd bijgestaan door mr. Baptist.

(...) U toont mij (...) de dading (prod. 7a, akte van hoger beroep). (...) Ik heb het stuk per fax gekregen van mr. Van der Kuyp in het voorjaar van 1993. (...)

Mr. Kloes heeft mij twee keer rechtstreeks gebeld voor de dading tot stand kwam. (...)

De dading had volgens mij de strekking om een einde te maken aan het arbeidsgeschil en het beslag op te heffen en de aandelen die de heer [geïntimeerde] bezat in Aventura terug te leveren. (...) Ik weet dat er overeenstemming was bereikt. Ik heb dit van de heer Kloes, van de heer Van der Kuyp en van de heer [geïntimeerde] gehoord. (...) Er zijn nog andere stukken getekend en die heb ik ook gezien (prod. 7a en b, akte van hoger beroep). U toont mij deze stukken. (...) Dit is naar mijn mening de handtekening van mr. Kloes. Ik heb meerdere stukken gezien met de handtekening van mr. Kloes. Daarom weet ik dat. Ik was niet aanwezig toen de stukken werden ondertekend.

(...)

U vraagt mij of ik ervan uitging dat mr. Kloes de handtekeningen zou zetten onder de stukken van de dading (de dading en de akte van overdracht). Daar ging ik van uit. Mr. Kloes had mij verteld dat de heer [geïntimeerde] het eiland had verlaten (uitlandig was) in december 1992, na zijn ontslag, en dat hij, mr. Kloes, gerechtigd was de zaak af te wikkelen. (...) U vraagt mij of het gebruikelijk was om als advocaat, namens een cliënt op deze wijze stukken te ondertekenen. Dat was in die tijd zeker niet ongebruikelijk. Het kwam in die tijd regelmatig voor dat je als advocaat, met mandaat van je cliënt, dergelijke stukken tekende. (...)

[geïntimeerde] heeft mij verteld dat alles geregeld was en hij eindelijk de zaak had afgesloten. (...) Hij was blij dat het hoofdstuk was afgesloten. Dit gesprek vond plaats na de eeuwwisseling."

Mr. Kloes heeft onder meer verklaard:

"Eind november 1992 heeft [geïntimeerde] mij gebeld voor een afspraak, ik heb sindsdien meerdere afspraken met hem gehad. Ik bedoel hiermee een bespreking tussen een cliënt en zijn advocaat. Ik toon u mijn agenda van 1992 en 1993 (...). Ik heb van [geïntimeerde] de opdracht gekregen om mij namens hem te stellen in een bodemprocedure. Daarop hebben de brieven van productie 5 bij de memorie van grieven van

9 december 1992, 2 april 1993 en 17 mei 1993 betrekking. (...) Ik heb in het kader van die procedure schikkingsonderhandelingen gevoerd namens [geïntimeerde]. [geïntimeerde] heeft mij daartoe gemachtigd. De schikkingsonderhandelingen waren tussen mij en mr. Van der Kuyp. Zowel ik als [geïntimeerde] zouden op enig moment uitlandig zijn. Het was niet duidelijk wanneer hij precies zou vertrekken. Volgens mij zou hij niet meer terugkeren. Dat was de reden waarom ik de zaak heb afgehandeld. Tijdens de bespreking van 13 april 1993 heb ik met [geïntimeerde] besproken wat de bottom line zou zijn voor een regeling met Aventura en toen heb ik op een briefhoofd van mijn kantoor iets geschreven in de zin van: "ondergetekende [geïntimeerde] gaat ermee akkoord dat Kloes namens [geïntimeerde] een regeling overeenkomt onder de volgende voorwaarden: kwijting, behoud van de roerende goederen en overdracht van het aandelenpakket in Aventura Real Estate dat door [geïntimeerde] werd gehouden". Die aandelen zouden worden overgedragen aan Aventura. Ik mocht hiertoe het nodige doen. (...) In mijn herinnering is er in de tweede helft/eind mei 1993 overeenstemming bereikt. Het kan ook begin juni geweest zijn. (...) U toont mij de productie 7a bij de memorie van grieven. De handtekening onder de naam van [geïntimeerde] is van mij en ik heb die handtekening gezet. (...) [geïntimeerde] was toen al niet meer op Aruba. Naar mijn herinnering heb ik het stuk van mr. Van der Kuyp ontvangen, ondertekend en geretourneerd aan mr. Van der Kuyp. (...) U vraagt mij waarom ik bij de ondertekening niet i.o. of krachtens volmacht heb genoteerd. Ik denk dat ik dat zo heb genoteerd omdat ik de volmacht al in april had gekregen en er dus geen reden was om dat zo te doen. Ik weet niet meer waarom er geen datum bij staat. Ik kan dat slechts verklaren als een oversight. (...) Ik ben ervan overtuigd dat ik het stuk aan [geintimeerde] heb gestuurd. (...) Naar mijn herinnering heb ik de overdracht van aandelen (productie 7b) gelijktijdig ondertekend."

Aan het proces-verbaal van verhoor van mr. Kloes zijn onder meer kopieën van enige pagina's uit een agenda gehecht. De naam ["geïntimeerde"] of ["geïntimeerde"] staat daarop genoteerd op 5 januari, 29 januari, 13 april en 19 mei.

[geïntimeerde] heeft onder meer verklaard:

"U vraagt mij of ik de heer Kloes ken. Ik ken hem alleen uit de stukken van deze procedure. Daarvoor kende ik hem zeker niet. U zegt mij dat de heer Kloes verklaart dat hij mij kent en dat ik hem heb gemachtigd om namens mij schikkingsonderhandelingen te voeren. (...) [D]at klopt niet. (...) U vraagt mij of ik op kantoor geweest ben bij de heer Kloes. Ik weet niet eens waar hij kantoor houdt. (...) Ik benadruk dat ik op die dagen [de dagen die waarop de naam van [geïntimeerde] is aangetekend in de door mr. Kloes overgelegde kopieën van pagina's uit een agenda] beslist geen afspraken met hem heb gehad. (...) Ik ken de heer Kloes niet en ik weet niets van een bodemprocedure."

2.3

Nu mr. Kloes heeft verklaard dat hij de akte van dading en de akte van aandelenoverdracht heeft ondertekend, de handtekeningen op de overgelegde afschriften van die stukken grote gelijkenis vertonen met andere handtekeningen van mr. Kloes in het dossier, en er geen bewijsmiddelen zijn die op het tegendeel wijzen, is Aventura geslaagd in bewijsopdracht A.

2.4

Voorts is Aventura in elk geval geslaagd in bewijsopdracht B(ii). Zowel mr. Van Mierlo als mr. Kloes hebben verklaard dat mr. Kloes zich jegens Aventura heeft gepresenteerd als de advocaat van [geïntimeerde], die gemachtigd was om namens [geïntimeerde] akkoord te gaan met de inhoud van beide akten en beide akten te ondertekenen. Er zijn geen bewijsmiddelen die erop wijzen dat mr. Kloes zich niet zo jegens Aventura heeft gepresenteerd. Er zijn geen bewijsmiddelen die erop wijzen dat Aventura niet is afgegaan en/of niet heeft mogen afgaan op die wijze van presentatie. De omstandigheid dat mr. Kloes de hoedanigheid van advocaat bezat, geeft steun aan het oordeel dat Aventura daar wel op mocht afgaan. Aventura behoefde naar (toen en nu) geldende verkeersopvattingen geen onderzoek te doen naar de vraag of [geïntimeerde ]mr. Kloes daadwerkelijk had gemachtigd en/of naar de vraag of de volmacht aan mr. Kloes toereikend was om namens [geïntimeerde] akkoord te gaan met de inhoud van beide akten en beide akten te ondertekenen.

De vraag of Aventura ook is geslaagd in bewijsopdracht B(i) kan in deze procedure onbeantwoord blijven. Ten overvloede overweegt het Hof dat de verklaring van mr. Kloes daarover, ondersteund met pagina's uit zijn agenda, overtuigend overkomt.

2.5

Op grond van het voorgaande moet worden aangenomen dat mr. Kloes beide akten heeft ondertekend, dat hij dat namens [geïntimeerde] heeft gedaan, en dat - zo [geïntimeerde] al niet een toereikende volmacht aan mr. Kloes had verleend om beide akten te ondertekenen - Aventura gerechtvaardigd heeft vertrouwd op toereikende volmachtverlening aan mr. Kloes op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van [geïntimeerde] komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van volmachtverlening kan worden afgeleid.

2.6

De statuten van Aventura kennen een blokkeringsregeling, inhoudende, kort weergegeven, dat bij vervreemding van aandelen, de vervreemder de aandelen eerst moet aanbieden aan de medeaandeelhouders (zie hierover de conclusie van advocaat-generaal Timmerman in deze zaak onder 3.15). Het Hof laat de blokkeringsregeling op grond van de redelijkheid en billijkheid buiten toepassing, gelet op de volgende bijzondere omstandigheden:

a. de blokkeringsregeling strekt niet ter bescherming van de aandeelhouder-vervreemder (in dit geval: [geïntimeerde]);

b. het beroep op de blokkeringsregeling wordt pas vijftien jaar na de overdracht gedaan;

c. de toepassing van de blokkeringsregeling dient in dit geval geen enkel redelijk doel.

2.7

De aandelen zijn niet zonder tegenprestatie overgedragen, maar in het kader van een schikking die ook voordelen voor [geïntimeerde] had, namelijk dat Aventura een ten laste van [geïntimeerde] gelegd beslag liet opheffen, dat [geïntimeerde] goederen en gelden mocht behouden waarop Aventura tot dan toe aanspraak had gemaakt en dat Aventura verklaarde niets meer van [geïntimeerde] te vorderen te hebben en kwijting verleende. Er is dus geen reden om de aandelenoverdracht nietig te achten wegens strijd met art. 1701 BW (oud).

2.8

Art. 55 van het Wetboek van Koophandel strekt ertoe zeker te stellen dat de betreffende vennootschap kennis draagt van de aandelenoverdracht (zie hierover de conclusie van advocaat-generaal Timmerman in deze zaak onder 3.20-3.22). Aan deze ratio van het wetsartikel komt een groot gewicht toe. Nu de vennootschap (Aventura) zelf partij is bij de overdracht van de aandelen, is aan de ratio van het wetsartikel voldaan. [geïntimeerde] heeft weliswaar gesteld dat de aandelen niet waren volgestort, maar Aventura heeft deze stelling bij pleidooi gemotiveerd bestreden en met producties weerlegd. Aventura heeft daarmee de stelling van [geïntimeerde] in voldoende mate weerlegd, zodat [geïntimeerde] ter zake niet aan zijn stelplicht heeft voldaan. Een eventuele nadere onderbouwing van de stelling na cassatie en terugwijzing valt buiten de grenzen van de rechtsstrijd in dit stadium van het geding, althans is in strijd met de eisen van een goede procesorde, en wordt daarom buiten beschouwing gelaten.

De stelling dat niet van de ex art. 4 lid 3 van de statuten van Aventura vereiste machtiging dan wel goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders voor de verkrijging van de eigen aandelen door Aventura is gebleken, heeft [geïntimeerde] pas bij schriftelijk pleidooi in hoger beroep aangevoerd, en wel terloops en niet onderbouwd. Op deze stelling behoefde het Hof ten tijde van zijn vonnis van 17 mei 2011 niet in te gaan. Een eventuele nadere onderbouwing van de stelling na cassatie en terugwijzing valt buiten de grenzen van de rechtsstrijd in dit stadium van het geding, althans is in strijd met de eisen van een goede procesorde, en wordt daarom buiten beschouwing gelaten.

2.9

Voor zover partijen na cassatie en terugwijzing nog andere argumenten hebben aangevoerd, vallen die buiten de grenzen van de rechtsstrijd in dit stadium van het geding en worden die dus buiten beschouwing gelaten.

Voor de goede orde wordt de niet-ontvankelijkverklaring in de "subsidiaire c.q. voorwaardelijk incidentele vordering" die bij Hofvonnis van 17 mei 2011 is uitgesproken, thans opnieuw uitgesproken. Het oordeel van het Hof in dat vonnis dat dit niet gevorderd kon worden, omdat Aventura in eerste aanleg geen reconventionele vordering had ingesteld, is in cassatie onbestreden gebleven.

2.10

Op grond van het voorgaande dient de vordering van [geïntimeerde] te worden afgewezen. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd. [geïntimeerde] zal worden veroordeeld in de proceskosten van beide feitelijke instanties, begroot volgens het liquidatietarief, behalve de taxe van de getuige mr. van Mierlo, die wordt begroot op de geschatte daadwerkelijk in redelijkheid gemaakte kosten.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verklaart Aventura niet-ontvankelijk in haar "subsidaire c.q. voorwaardelijk incidentele vordering";

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

wijst de vordering van [geïntimeerde] af;

veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van de eerste aanleg, aan de zijde van Aventura gevallen en begroot op Afl. 2.250,00 aan salaris voor de gemachtigde;

veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het hoger beroep en van het geding na cassatie en terugwijzing, aan de zijde van Aventura gevallen en tot op heden begroot op Afl. 1.148,00 aan griffierecht en betekeningskosten,

€ 5.000,00, te vermeerderen met btw, aan taxe voor de getuige Van Mierlo, en

Afl. 10.200,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en F.J. Lourens, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 19 mei 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.