Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2015:51

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
23-06-2015
Datum publicatie
21-12-2015
Zaaknummer
AR 77/13 - ghis 72454 - HAR 5/15
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Griffierecht. Tussentijdse appel. Voeging van een partij.

het Hof verwijst de zaak naar de rol voor akte uitlating griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2015 Beschikking no.:

Registratienummer: AR 77/13 - ghis 72454 - HAR 5/15

Uitspraak: 23 juni 2015 (bij vervroeging)

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

B E S C H I K K I N G

op een verzoek als bedoeld in art. 263a Rv in de zaak van:

[verzoeker],

wonende op Bonaire,

in eerste aanleg eisende partij in het voegingsincident,

thans verzoeker om een vergunning als bedoeld in art. 263a Rv,

gemachtigde: mr. R.T.J.M. Oomen,

tegen

1. de naamloze vennootschap

BONAIRE BOATING COMPANY N.V.,

gevestigd op Bonaire,

in eerste aanleg eiseres in de hoofdzaak ,

gemachtigde: mr. R.T.J.M. Oomen,

2. de naamloze vennootschap

PLAZA RESORT BONAIRE N.V.,

gevestigd op Bonaire,

in eerste aanleg gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het voegingsincident,

thans verweerster tegen het verzoek om een vergunning als bedoeld

in art. 263a Rv,

gemachtigde: mr. C. de Bres,

3. de openbare rechtspersoon

HET OPENBAAR LICHAAM BONAIRE,

zetelend op Bonaire,

in eerste aanleg gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het voegingsincident,

thans verweerder tegen het verzoek om een vergunning als bedoeld

in art. 263a Rv,

gemachtigde: mr. S.C. van Lint.

De partijen worden hierna [verzoeker], Bonaire Boating, Plaza Resort en OLB genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij verzoekschrift van 8 december 2014, met producties, heeft [verzoeker] verzocht om een vergunning om afzonderlijk hoger beroep in te stellen tegen het in een voegingsincident tussen partijen gewezen en op 26 november 2014 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire,

Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire (verder: GEA).

1.2

Op 20 april 2015 heeft Plaza Resort een verweerschrift ingediend. Haar conclusie strekt ertoe dat [verzoeker] niet-ontvankelijk wordt verklaard in het verzoek, althans dat het verzoek wordt afgewezen.

1.3

Op 8 mei 2015 heeft OLB een verweerschrift ingediend. Zijn conclusie strekt ertoe dat [verzoeker] niet-ontvankelijk wordt verklaard in het verzoek, althans dat het verzoek wordt afgewezen, met veroordeling van [verzoeker] in de kosten, inclusief nakosten.

1.4

Op 12 mei 2015 heeft [verzoeker] pleitnotities ingediend en is de zaak naar de rol verwezen voor akte uitlating griffierecht aan de zijde van [verzoeker].

1.5

Op 9 juni 2015 heeft [verzoeker] een akte uitlating griffierecht ingediend, met producties. Uitspraak is bij vervroeging bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

Ingevolge art. 20 lid 7 van het Landsbesluit tarieven in burgerlijke zaken (Ltbz) bedraagt het griffierecht voor indiening van een verzoekschrift als bedoeld in art. 263a Rv NAf 900,-. Zo staat het ook in de Handleiding griffierecht 2013 die op de website van het Hof is gepubliceerd (onder punt 7). Van een bij dit Hof ingeschreven advocaat mag zonder meer worden verlangd dat hij hiermee bekend is. Voorts mag van hem worden verlangd dat hij op eigen initiatief de griffie hierop wijst, indien dit bij de griffie over het hoofd wordt gezien. Het tarief geldt voor een ieder die meent er recht op en belang bij te hebben een verzoekschrift als bedoeld in art. 263a Rv in te dienen.

De omstandigheid dat het GEA Van Erp niet heeft toegelaten als procespartij in de hoofdzaak, is geen reden om van hem geen griffierecht te heffen bij de indiening van dit verzoekschrift.

2.2

Bij het vonnis waartegen [verzoeker] afzonderlijk beroep wenst in te stellen, is een vordering van [verzoeker] afgewezen om zich aan de zijde van

Bonaire Boating in de hoofdzaak te mogen voegen. Dit vonnis is voor [verzoeker] een eindvonnis. Hij behoeft dus geen vergunning van het Hof om hiertegen hoger beroep in te stellen.

2.3

Het verzoek zal worden opgevat als een akte van appel, tevens houdende memorie van grieven. Aan [verzoeker] zal dus geen gelegenheid worden geboden een afzonderlijke memorie van grieven te nemen. Dat betekent dat thans griffierecht zal worden geheven dat behoort bij een gewoon appel.

2.4

Het inleidend verzoekschrift van Bonaire Boating betreft schadevergoeding, op te maken bij staat. Voor de begroting van griffierecht in dergelijke gevallen bevat de Handleiding griffierecht 2013 een regeling

onder 6. Betaald moet worden aan de hand van het geschatte ‘direct geldelijke belang’ als bedoeld in art. 20 lid 3 Ltbz. Het Hof heeft hierover geen andere informatie in het inleidend verzoekschrift aangetroffen dan de stelling (onder 2.20) dat de realisatie van de "green marina" een vertraging van enkele jaren heeft opgelopen waardoor Bonaire Boating in haar groei is gestopt en er sprake is van een aanzienlijke omzetschade. Gelet hierop moet het griffierecht voor [verzoeker] in dit hoger beroep ingevolge art. 20 lid 2 sub f jo. art. 20 lid 7 Ltbz worden begroot op NAf 15.000,00.

2.5. [

verzoeker] dient thans binnen zes weken NAf 15.000,00 aan griffierecht te betalen. Indien dit niet tijdig gebeurt, dan leidt dat in beginsel tot verval van het hoger beroep.

2.6

Indien wel tijdig het genoemde bedrag aan griffierecht wordt betaald, zullen de verweerschriften van Plaza Resort en OLB, die ook inhoudelijk verweer bevatten, worden opgevat als memories van antwoord, en zal worden aangenomen dat Bonaire Boating zich er niet tegen verzet (of zelfs: ook wenst) dat [verzoeker] zich aan haar zijde voegt in de hoofdzaak in eerste aanleg. In dat geval zal nog wel gelegenheid worden gegeven voor pleidooi in hoger beroep (desgewenst ook aan Bonaire Boating).

2.7

De zaak zal thans worden verwezen naar de Hofrol van dinsdag

11 augustus 2015 om 8.30 uur op Curaçao voor akte uitlating griffierecht aan de zijde van [verzoeker] (ambtshalve P3).

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verwijst de zaak naar de Hofrol van dinsdag 11 augustus 2015 om 8.30 uur op Curaçao voor akte uitlating griffierecht aan de zijde van [verzoeker]

(ambtshalve P3);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en

V.P. Maria, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 23 juni 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.