Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2015:48

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
16-06-2015
Datum publicatie
21-12-2015
Zaaknummer
KG 2255/14 - ghis 72901 - H 116/15
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige publicaties.

Het Hof acht publicaties in een dagblad over gestelde corruptie van een politicus i.c. onrechtmatig en beveelt rectificatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2015 Vonnis no.:

Registratienummer: KG 2255/14 - ghis 72901 - H 116/15

Uitspraak: 16 juni 2015

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in kort geding in de zaak van:

[appellant],

wonende in Aruba,

oorspronkelijk eiser,

thans appellant in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

gemachtigde: mr. Chris F.K.J. Lejuez,

tegen

1. [geïntimeerde],

wonende in Aruba,

oorspronkelijk gedaagde,

thans geïntimeerde in het principaal appel,

2. Edmond C. CROES, h.o.d.n. Solo di Pueblo,

wonende in Aruba,

oorspronkelijk gedaagde,

thans geïntimeerde in het principaal appel,

appellant in het incidenteel appel,

gemachtigde: mr. A.A. Ruiz.

De partijen worden hierna [appellant], [geïntimeerde] en Solo genoemd. De [geïntimeerde] en Solo worden gezamenlijk [geïntimeerde] c.s. genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij akte van appel van 24 november 2014 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het in kort geding tussen partijen gewezen en op

5 november 2014 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (verder: GEA).

1.2

Bij op 15 december 2014 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft [appellant] twee grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en zijn vorderingen alsnog zal toewijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] c.s. in de proceskosten in beide instanties.

1.3

Bij memorie, met producties, hebben [geïntimeerde] c.s. de grieven van [appellant] bestreden. Solo heeft bij die memorie incidenteel appel ingesteld en een grief tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. De conclusie van [geïntimeerde] c.s. strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, behoudens voor zover [appellant] ontvankelijk is geacht in zijn vorderingen tegen Solo, en [appellant] alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vorderingen tegen Solo, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten in principaal appel en in incidenteel appel, uitvoerbaar bij voorraad.

1.4

Een memorie van antwoord in het incidenteel appel heeft het Hof niet aangetroffen.

1.5

Op de daarvoor bepaalde dag hebben partijen pleitnotities overgelegd. Aan de pleitnotities van [appellant] zijn producties gehecht. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

In dit kort geding dient het volgende tot uitgangspunt.

2.1.1 [

geïntimeerde] schrijft wekelijks een artikel voor de rubriek 'Ons toerisme' in het Arubaanse dagblad Solo di Pueblo (hierna: het dagblad). Solo is eindredacteur en eigenaar van het dagblad.

2.1.2

In 2011 heeft [appellant] in zijn hoedanigheid van Minister van Toerisme, Transport en Arbeid een 'Request for Proposal' (RFP) doen uitgaan, waarop partijen konden inschrijven die geïnteresseerd waren in de ontwikkeling van een project op het terrein in Aruba waarop het voormalige Bushiri Hotel is gelegen (hierna: het project). Vijf gegadigden hebben zich hiervoor ingeschreven, onder wie Southwest Horeca Development N.V. (handelende onder de naam Hard Rock Hotel & Casino, hierna: Southwest). [appellant] heeft een evaluatiecommissie aangesteld. Deze heeft [appellant] geadviseerd het project te gunnen aan Southwest.

2.1.3

Op 19 januari 2013 heeft [geïntimeerde] een verzoek ingediend om openbaarmaking van documenten met betrekking tot de gunning van het project. Op 22 februari 2013 heeft [geïntimeerde] bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beschikking op het verzoek. Op 19 juni 2013 heeft hij beroep op het GEA ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar. Bij uitspraak van 20 januari 2014 heeft het GEA het beroep gegrond verklaard, de fictieve beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat de minister van Toerisme, Transport en Arbeid een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar.

2.1.4

In juni en juli 2013 is in de rubriek 'Ons toerisme' van het dagblad een reeks artikelen van de hand van [geïntimeerde] verschenen. Onder meer waren dat artikelen met de volgende titels:

a. 1 juni 2013: '10 miljoen dollar dubbele fraude bij het Hard Rock Hotel bewezen!!' (deel 4);

b. 8 juni 2013: 'Southwest Horeca Development sommeert mij te rectificeren inzake 'Hard Rock';

c. 15 juni 2013: 'Waarom ik niet inga op de sommatie van Southwest Horeca Development inzake de 10 miljoen dollar fraude bij het Hard Rock Hotelproject (2)';

d. 22 juni 2013: 'Waarom er geen Hard Rock hotel moet komen op Aruba en hoe Southwest Horeca Development en de minister van Toerisme gefraudeerd hebben (deel 3)';

e. 1 juli 2013: 'De 2 miljoen dollar fraude bij het Hard Rock-Hotelproject. Laat de cheque zien van 2 miljoen dollar!! (deel 4)'

f. 13 juli 2013: '[appellant] bewijst zelf de fraude bij het Hard Rock-Hotelproject!'.

2.1.5

Op 18 september 2014 is linksboven op de voorpagina van het dagblad de kop afgedrukt:

'Ons toerisme: [appellant] ontmaskerd!! [appellant] is corrupt en faciliteert fraude en bedrog, hier zijn de twee bewijsstukken!!'

Op pagina 8 en 9 van dezelfde editie van het dagblad is een artikel van de hand van [geïntimeerde] verschenen met dezelfde kop als titel.

Dit artikel is ook verschenen op de website www.boletinextra.com, met als titel:

'Ons toerisme: Caught with his pants down. [appellant] ontmaskert!! [appellant] is corrupt en faciliteert fraude en bedrog, hier zijn de twee bewijsstukken!!'

2.1.6 [

appellant] heeft [geïntimeerde] c.s. gesommeerd de publicaties van 18 september 2014 te rectificeren. Aan deze sommatie is geen gehoor gegeven.

2.2

In dit kort geding heeft [appellant] gevorderd dat [geïntimeerde] c.s. worden veroordeeld tot rectificatie, zoals nader in de vordering gespecificeerd, op straffe van verbeurte van dwangsommen, en tot betaling van Afl. 5.000,00 als vergoeding voor immateriële schade. Het GEA heeft een door Solo gevoerd ontvankelijkheidsverweer verworpen. Daartegen is het incidenteel appel van Solo gericht. Het GEA heeft de vorderingen tegen zowel [geïntimeerde] als Solo afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang, en ten overvloede overwogen dat het niet mogelijk is voorshands te concluderen dat de publicaties onrechtmatig zijn. Daartegen is het principaal appel gericht.

2.3

Dit kort geding betreft de vraag of de hiervoor in rov. 2.1.5 bedoelde publicaties onrechtmatig jegens [appellant] zijn. [appellant] heeft er een voldoende spoedeisend belang bij dat de rechter een voorshands antwoord geeft op deze vraag, en, indien dat antwoord bevestigend luidt, dat het Arubaanse publiek hiervan op de hoogte wordt gesteld door middel van een rectificatie. [appellant] is immers politicus in een democratie en heeft uit hoofde van die hoedanigheid in beginsel steeds spoedeisend belang bij een positieve opinie over hem bij het publiek en vooral bij het kiesgerechtigde publiek. Voldoende aannemelijk is dat zowel de hiervoor in rov. 2.1.5 bedoelde publicaties als een eventueel door de rechter bevolen rectificatie daarvan invloed (kunnen) hebben op die publieke opinie.

2.4

Het gaat in deze zaak om een botsing van twee fundamentele rechten, namelijk aan de zijde van [geïntimeerde] en Solo het recht op respectievelijk vrijheid van meningsuiting en vrijheid van drukpers en aan de zijde van [appellant] het recht op eerbiediging van zijn eer en goede naam. Het antwoord op de vraag welk van deze rechten in het onderhavige geval zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle terzake dienende omstandigheden van het geval, in onderlinge samenhang te beschouwen.

2.5

Bij het aanleggen van de hiervoor in rov. 2.4 weergegeven toets slaat het Hof in het bijzonder acht op de volgende feiten en omstandigheden.

Ten voordele van het standpunt van [appellant]:

2.5.1

De in rov. 2.1.5 weergegeven publicaties kunnen niet anders worden opgevat dan in de kern inhoudende een ernstige, concrete, feitelijke beschuldiging, namelijk dat [appellant] opzettelijk een winst van tien miljoen dollar voor Tico Croes en zijn familie heeft gecreëerd door te bewerkstelligen dat het project aan Southwest is vergund tegen gunstige condities. [belanghebbende] en zijn familie hebben deze winst gerealiseerd of willen die gaan realiseren door verkoop van de aandelen in Southwest. Een gunstige conditie is dat aan Southwest is toegestaan dat een bankgarantie werd gesteld die niet "unconditional and irrevocable" is, terwijl van andere gegadigden wel een "unconditional and irrevocable" bankgarantie werd geëist, aldus de kennelijke strekking van de beschuldiging.

2.5.2

In de publicaties wordt de indruk gewekt dat [geïntimeerde] de gegrondheid van deze beschuldiging kan bewijzen met de volgende twee bewijsstukken:

a. een brief van de rechtspersoon Banctrust & Co., Panama, van

28 september 2012, voorzien van het stempel "Geheim", waarin staat vermeld dat een partij een overeenkomst heeft ondertekend in verband met de overname van de aandelen in Southwest;

b. een bankgarantie van 3 maart 2012 van AIB Bank.

De onder a bedoelde brief is een sterke aanwijzing dat de aandelen in Southwest worden of zijn verkocht, maar bewijst op zichzelf niet (a) dat [appellant] [belanghebbende] en zijn familie opzettelijk heeft willen bevoordelen, (b) dat [appellant] heeft bewerkstelligd dat het project is vergund aan Southwest en/of (c) dat aan Southwest (te) gunstige condities zijn toegestaan bij de gunning van het project.

De onder b bedoelde bankgarantie bewijst op zichzelf niet dat aan de bankgaranties van de andere gegadigden strengere eisen werden gesteld.

De in de publicatie gewekte indruk dat het bewijs van de beschuldiging is geleverd, is dus niet juist. Voor een kritische lezer is dat wellicht kenbaar, maar de gemiddelde lezer zal afgaan op de gewekte indruk dat het bewijs is geleverd.

2.5.3

De publicatie bevat niet alleen de hiervoor in rov. 2.5.1 omschreven beschuldiging, maar verbindt daaraan ook de conclusie dat [appellant] corrupt is. Zo staat het in de titel. Een beschuldiging dat iemand een handeling heeft gepleegd die als corrupt kan worden aangemerkt, levert een ernstigere aantasting van de eer en goede naam op, indien daarbij de conclusie wordt getrokken dat die persoon de eigenschap heeft corrupt te zijn (analoog aan het - onjuiste - gezegde: eens een dief, altijd een dief). De term "corrupt" heeft in Aruba een bijzonder zware lading.

2.5.4

De wekelijkse rubriek met de titel 'Ons toerisme' maakt voor de gemiddelde lezer niet de indruk een column te zijn die het karakter heeft van een kunstuiting. De rubriek komt niet over als satirisch, humoristisch, ludiek of karikaturaal bedoeld. De gemiddelde lezer zal uit de publicaties afleiden dat

[geïntimeerde] [appellant] daadwerkelijk ervan verdenkt dat deze gedaan heeft wat hiervoor in rov. 2.5.1 staat omschreven, sterker nog, dat [geïntimeerde] dat zeker weet en kan bewijzen.

Ten voordele van het standpunt van [geïntimeerde] c.s.:

2.5.5 [

appellant] is minister en heeft een voor de Arubaanse samenleving en welvaart zeer belangrijke portefeuille waarin veel geld omgaat. Hij moet als politicus meer kritiek accepteren dan andere personen, omdat zijn activiteiten als minister het algemeen belang betreffen, dat iedereen aangaat, en omdat openbaarheid van bestuur inherent is aan een democratische rechtsstaat.

2.5.6

De publicaties hebben betrekking op (gestelde malversaties met) publieke gelden. Een juiste besteding van die gelden is een belangrijk politiek onderwerp dat iedereen aangaat. Het betreft dus geen gestelde malversaties in de privésfeer.

2.5.7 [

appellant] kan zich tegen uitlatingen als de onderhavige verdedigen door in het openbaar (nog meer) uitleg en/of openheid van zaken te geven over de gang van zaken bij de gunning van het project aan Southwest.

2.6

Bij afweging van alle terzake dienende omstandigheden van het geval wegen de omstandigheden die ten voordele van het standpunt van [appellant] strekken zwaarder dan de omstandigheden die ten voordele van het standpunt van [geïntimeerde] c.s. strekken. Daarom komt het Hof tot het voorshands oordeel dat [geïntimeerde] onrechtmatig jegens [appellant] heeft gehandeld door de publicaties.

2.7

Er bestaat een voldoende spoedeisend belang bij rectificatie. Het Hof zal in het dictum formuleren hoe die rectificatie dient te luiden en aan welke eisen die verder dient te voldoen. Er zullen dwangsommen aan het gebod worden verbonden als na te melden. Bij een vergoeding van immateriële schade bestaat echter onvoldoende spoedeisend belang.

2.8

Met betrekking tot Solo overweegt het Hof als volgt. De incidentele grief faalt. Het is op zichzelf mogelijk dat de eindredacteur en eigenaar van een dagblad onrechtmatig handelt door een artikel in het dagblad te publiceren, en dat degene jegens wie die handelwijze onrechtmatig is, spoedeisend belang heeft bij voorzieningen als tegen Solo gevorderd. Dat is voldoende om [appellant] ontvankelijk te doen zijn in zijn vorderingen tegen Solo. Vervolgens dient te worden beoordeeld of de vorderingen moeten worden toegewezen.

2.9

De hiervoor onder 2.1.5 bedoelde publicaties beginnen alle met de aanduiding 'Ons toerisme' en een dubbele punt. Zoals blijkt uit rov. 2.1.1 is dat de titel van een wekelijkse rubriek van de hand van [geïntimeerde]. Voor de gemiddelde lezer is voldoende kenbaar dat de artikelen van de hand van

[geïntimeerde] zijn en de stellingen en meningen van [geïntimeerde] weergeven. Bij de gemiddelde lezer zal niet de indruk ontstaan dat Solo zelf de in de artikelen geuite beschuldigingen doet en er de in de artikelen genoemde conclusies aan verbindt (ook al zal de gemiddelde lezer wel denken dat Solo sympathiek staat tegenover de ideeën van [geïntimeerde]). De enkele omstandigheid dat Solo de hiervoor onder 2.1.5 bedoelde publicaties in zijn dagblad heeft opgenomen en er geen afstand van heeft genomen, maakt niet dat voorshands moet worden geoordeeld dat ook Solo onrechtmatig jegens [appellant] heeft gehandeld. De vorderingen tegen Solo zijn dus terecht afgewezen.

2.10

Omwille van de duidelijkheid zal het bestreden vonnis worden vernietigd en zullen geheel nieuwe dicta worden geformuleerd. In de procedure tussen [appellant] en [geïntimeerde] zal laatstgenoemde als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in beide instanties. In de procedure tussen [appellant] en Solo zal eerstgenoemde als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in beide instanties. De proceskosten van Solo worden echter begroot op nihil, omdat hij samen met [geïntimeerde] heeft geprocedeerd. In het incidenteel appel zal een proceskostenveroordeling achterwege blijven (vgl. HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV9966).

B E S L I S S I N G

Het Hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

in de procedure tussen [appellant] en [geïntimeerde]

beveelt [geïntimeerde] binnen één week na betekening van dit vonnis op de voorpagina van het dagblad Solo die Pueblo en op de website www.boletinextra.com een rectificatie te doen plaatsen, met gebruikmaking van hetzelfde lettertype en dezelfde lettergrootte als de publicatie waarop de rectificatie betrekking heeft, inhoudende:

"RECTIFICATIE

Ter uitvoering van het in het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten envan Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 16 juni 2015 gegeven bevel, geef ik kennis van het volgende:

In de Solo di Pueblo van 18 september 2014, op pagina 8 en 9 is een door mij geschreven artikel verschenen onder de titel "'Ons toerisme: [appellant] ontmaskerd!! [appellant] is corrupt en faciliteert fraude en bedrog, hier zijn de twee bewijsstukken!!" Dit artikel is ook verschenen op de website www.boletinextra.com. Ik heb onrechtmatig gehandeld door in dit artikel de onjuiste indruk te wekken dat ik bewijs heb van de gegrondheid van de in het artikel geuite beschuldigingen aan het adres van de Minister van Toerisme, Transport, Primaire Sector en Cultuur [appellant], en door in dit artikel aan de geuite beschuldigingen de conclusie te verbinden dat de heer [appellant] corrupt is. Ik heb geen bewijs van de gegrondheid van die beschuldigingen en ik heb die conclusie niet mogen trekken.",

op straffe van verbeurte van een dwangsom van Afl. 1.000,00 per dag dat [geïntimeerde] mocht nalaten aan dit bevel te voldoen, met een maximum van Afl. 50.000,00;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van [appellant] gevallen en begroot op Afl. 450,00 aan verschotten en Afl. 1.500,00 aan salaris voor de gemachtigde;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in principaal appel, aan de zijde van [appellant] gevallen en tot op heden begroot op Afl. 249,08 aan verschotten en Afl. 5.100,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in de procedure tussen [appellant] en Solo

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in eerste aanleg en in principaal appel, aan de zijde van Solo gevallen en begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en F.J. Lourens, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,

Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 16 juni 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.