Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2015:41

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
16-06-2015
Datum publicatie
21-12-2015
Zaaknummer
AR 3529/2009 ghis 55339 H 132/12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Griffierecht. Incidenteel appel.

Het Hof verwijst de zaak naar de rol voor akte uitlating griffierecht en akte handhaving incidenteel appel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken 2015 Vonnis no.:

Registratienummer: AR 3529/2009 ghis 55339 H 132/12

Uitspraak: 16 juni 2015

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Vonnis in de zaak van:

[appellant],

wonende te Aruba,

voorheen eiseres,

thans appellante in principaal appel en geïntimeerde in incidenteel appel,

gemachtigde: mr. E. Duijneveld,

tegen

1 [geïntimeerde],

wonende te Aruba,

voorheen gedaagde,

thans geïntimeerde in principaal appel,

gemachtigde: mr. drs. P.G. Dowers-Alders,

en

2 de naamloze vennootschap

NOTARISPRAKTIJK MR. F.E.E. TJON AJONG N.V.,

gevestigd te Aruba,

voorheen gedaagde,

thans geïntimeerde in principaal appel en appellante in incidenteel appel,

gemachtigde: mr. A.M.C.C. Verblackt.

Partijen zullen hierna [appellant], [geïntimeerde] en de notaris worden genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Voor wat in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (verder: GEA), wordt verwezen naar de tussen partijen in deze zaak gewezen vonnissen van 24 november 2010 en 20 april 2011.

1.2 [

appellant] is in hoger beroep gekomen van deze vonnissen door indiening van een akte van hoger beroep ter griffie van het GEA bij fax van 1 juni 2011. Bij afzonderlijke memorie van grieven, ingekomen per fax van 13 juli 2011, heeft [appellant] één grief tegen de bestreden vonnissen aangevoerd en toegelicht. De conclusie van [appellant] strekt ertoe, dat het Hof de vonnissen waarvan beroep, voor zover deze betrekking hebben op de notaris, zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, haar vordering jegens de notaris zal toewijzen, kosten rechtens.

1.3 [

geïntimeerde] heeft een memorie van antwoord en een afzonderlijk verzoek tot gratis admissie in hoger beroep ingediend. Bij beschikking van 3 november 2011 is aan [geïntimeerde] vergunning verleend om in hoger beroep kosteloos te procederen.

1.4

De notaris heeft een memorie van antwoord tevens inhoudende incidenteel beroep ingediend. Hierin heeft zij de grief van [appellant] bestreden en geconcludeerd tot bevestiging van, zoals het Hof begrijpt, de bestreden vonnissen met uitzondering van het punt waarvoor incidenteel beroep is ingesteld. Zij heeft in haar incidenteel beroep één grief tegen het tussenvonnis van 24 november 2010 aangevoerd en toegelicht.

1.5 [

appellant] heeft geen memorie van antwoord in het incidenteel beroep ingediend.

1.6

De zaak is na in 2012 te zijn geroyeerd op 16 september 2014 opnieuw op de rol geplaatst. [appellant] en de notaris hebben op die rol pleitnotities overgelegd.

1.7

Vervolgens is vonnis gevraagd. De uitspraak daarvan is nader bepaald op heden.

2. De beoordeling

2.1

Artikel 270 lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering luidt als volgt:

“5. Vindt binnen de voor indiening van de memorie gestelde termijn geen vooruitbetaling plaats van het door de griffier getaxeerde bedrag van de kosten van de aanzegging dat hoger beroep is ingesteld, van de betekening van de memorie en de daarbij overgelegde bescheiden, van de zegels die voor het bij artikel 283 bedoelde afschrift-vonnis van de hogere rechter moeten worden gebezigd en van het verschuldigde vast recht, dan vervalt het beroep en wordt de aantekening in het algemeen register doorgehaald. Desverlangd geschiedt de taxatie van het te betalen bedrag door de rechter.”

2.2

De laatste dag voor de indiening van de memorie van grieven en dus ook voor de betaling van het griffierecht was woensdag 13 juli 2011. Nu de memorie van grieven op 13 juli 2011 per fax is ingediend, geldt naar vaste rechtspraak van het Hof dat het griffierecht de eerstvolgende werkdag, in dit geval op donderdag 14 juli 2011, betaald mocht worden. Volgens de aantekening van de griffier op de eerste pagina van de memorie van grieven heeft [appellant] op 15 juli 2011 het griffierecht betaald.

2.3

Naar het voorlopig oordeel van het Hof heeft [appellant] het door de griffier getaxeerde vast recht niet tijdig betaald, zodat haar hoger beroep is vervallen en de aantekening in het algemeen register moet worden doorgehaald.[appellant] zal in de gelegenheid worden gesteld om hierop bij akte, met rolvermelding P3, te reageren.

2.4

De notaris zal thans in de gelegenheid worden gesteld om zich bij akte, met rolvermelding P3, uit te laten of zij het incidenteel appel, indien het voorlopig oordeel van het Hof juist blijkt, wenst te handhaven, en zo ja, welk belang zij daarbij heeft.

2.5

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

BESLISSING

Het Hof:

- laat [appellant] toe de in rov. 2.3 bedoelde akte (P3) te nemen;

- laat de notaris toe de in rov. 2.4 bedoelde akte (P3) te nemen;

- verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van het Hof in Aruba van 16 juni 2015 (P3);

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, S.Verheijen en V.P. Maria, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 16 juni 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.