Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2015:32

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
09-10-2015
Datum publicatie
30-11-2015
Zaaknummer
HLAR 73560/15
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 73560/15

Datum uitspraak: 9 oktober 2015

gemeenschappelijk hof van jusTitie

van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

de naamloze vennootschappen Avia Course and Maintenance N.V. en Aviation Maintenance Technician School N.V., appellanten,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire, van 13 februari 2015 in zaak nr. War BES 39 van 2014, in het geding tussen:

appellanten,

en

de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: de DUO), namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Procesverloop

Bij beschikking van 9 mei 2014 heeft de DUO appellanten bericht dat via de Raad Onderwijs Arbeidsmarkt aan het opleidingsinstituut Aviation Maintenance Technician School kenbaar is gemaakt dat de erkenning voor de opleiding Vliegtuigonderhoud (niveau 4) met ingang van 1 augustus 2014 komt te vervallen en het brinummer (30PV) van Aviation Maintenance Technician School per

1 augustus 2014 zal worden beëindigd.

Bij beschikking van 12 september 2014 heeft de DUO het door appellanten daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 13 februari 2015 heeft het Gerecht het door appellanten daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten hoger beroep ingesteld.

De DUO heeft een verweerschrift ingediend.

Appellanten hebben nadere stukken ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 augustus 2015, waar appellanten, vertegenwoordigd door […], bestuurder van Avia Course and Maintenance N.V., en de DUO, vertegenwoordigd door mr. M.D. Cossee-Gosschalk, werkzaam in haar dienst, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 56, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES (hierna: War BES) moet een bezwaarschrift worden ingediend binnen zes weken na de dag, waarop de beschikking is gegeven.

Ingevolge het derde lid blijft, wanneer het bezwaarschrift na afloop van de daarvoor gestelde termijn is ingediend, niet-ontvankelijkheid op grond daarvan achterwege, indien de bezwaarde aantoont dat de termijnoverschrijding het gevolg is van hem niet toe te rekenen bijzondere omstandigheden en hij het bezwaarschrift heeft ingediend, zo spoedig als dit redelijkerwijs kon worden verlangd.
Ingevolge het vierde lid doet het bestuursorgaan bij zijn beschikking mededeling van de mogelijkheid van het indienen van bezwaar bij het bestuursorgaan en de beroepstermijn.

2. De termijn, waarbinnen tegen de beschikking van 9 mei 2014 bezwaar kon worden gemaakt, eindigde op 20 juni 2014. Appellanten hebben het bezwaarschrift op 18 juli 2014, dat wil zeggen niet binnen de termijn, ingediend.

3. Appellanten betogen dat het Gerecht heeft miskend dat de DUO de termijnoverschrijding ten onrechte niet verschoonbaar heeft geacht, omdat zij er niet van op de hoogte waren dat zij een bezwaarschrift binnen zes weken moesten indienen, nu onder de beschikking van 9 mei 2014 geen rechtsmiddelenclausule was opgenomen.

3.1

Dit betoog slaagt. Zoals het Hof eerder heeft overwogen (uitspraak van 15 december 2014 in zaak nr. HLAR 68062/13; ECLI:NL:OGHACMB:2014:94), kan het ontbreken van een rechtsmiddelenverwijzing bij een beschikking tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding leiden, indien de belanghebbende stelt dat de overschrijding daarvan het gevolg is. Zodanige stelling wordt niet aanvaard, indien moet worden aangenomen dat belanghebbende wist dat hij het bezwaar binnen een bepaalde termijn moest maken. Van bekendheid met de termijn moet in elk geval worden uitgegaan, indien de belanghebbende vóór afloop van de termijn werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener. Bij zodanige rechtsbijstandverlener mag kennis omtrent het aan te wenden rechtsmiddel en de daarvoor geldende termijn worden verondersteld en diens kennis moet de door deze vertegenwoordigde belanghebbende worden toegerekend.
Nu in de beschikking van 9 mei 2014 een rechtsmiddelenclausule ontbrak en appellanten hebben gesteld dat de termijnoverschrijding daarvan het gevolg is en zij niet door een professionele rechtsbijstandsverlenerwerden bijgestaan, heeft de DUO de overschrijding van de termijn voor het maken van bezwaar ten onrechte niet verschoonbaar geacht.

4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, zal het Hof het bij het Gerecht tegen de beschikking van 12 september 2014 ingestelde beroep gegrond verklaren en die beschikking vernietigen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius, en Saba, zittingsplaats Bonaire, van 13 februari 2015 in zaak nr. War BES 39/14;

III. verklaart het in die zaak tegen de beschikking van 12 september 2014 ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt die beschikking;

V. verstaat dat de griffier aan appellanten het door hen voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van 168 USD (zegge: eenhonderdachtenzestig dollar) terugbetaalt.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. van der Poel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.E.B. de Haseth, griffier.

w.g. Van der Poel

voorzitter

w.g. De Haseth

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2015

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,