Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2014:54

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
12-08-2014
Datum publicatie
15-12-2014
Zaaknummer
AR 721/09 - ghis 39112 - H 51/14
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tot 3 maart 2000 bestond de Capriles-kliniek, deze werd beheerd door het Land de Nederlandse Antillen, vervolgens is de Klinika Capriles bij notariële akte opgericht. Tot 1 januari 2001 waren er ambtenaren in dienst, m.i.v. die datum zijn personen op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht als werknemer in dienst. In geschil zijn de ziektekosten die werknemers vergoed zouden krijgen door tussenkomst van BZV. De meerkosten zijn van af begin af aan bestreden. De aangevoerde argumenten van BZK kunnen niet het oordeel dragen dat Klinika Capriles die dragen. Hof bevestigt vonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Registratienummer: AR 721/09 - ghis 39112 - H 51/14

Uitspraak: 12 augustus 2014

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

de stichting

STICHTING BUREAU ZIEKTEKOSTENVOORZIENINGEN,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk eiseres in coventie, verweerster in reconventie,

thans appellante,

gemachtigde: mr. H.W. Braam,

tegen

de stichting

STICHTING ALGEMEEN PSYCHIATRISCH ZIEKENHUIS

DR. DAVID RICARDO CAPRILES,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. L.N. Asjes.

De partijen worden hierna BZV en Klinika Capriles genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij akte van appel van 17 oktober 2013 is BZV in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 9 september 2013 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: GEA).

1.2

Bij op 27 november 2013 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft BZV drie grieven tegen het vonnis en het daaraan voorafgaande tussen partijen gewezen tussenvonnis van 28 mei 2012 aangevoerd en toegelicht.

Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis van 9 september 2013 zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, Klinika Capriles zal veroordelen tot betaling van NAf 2.400.185,00, met wettelijke rente en met veroordeling van Klinika Capriles in de proceskosten in beide instanties.

1.3

Bij memorie van antwoord, met producties, heeft Klinika Capriles de grieven bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van BZV in de proceskosten in hoger beroep.

1.4

Op de voor pleidooi nader bepaalde dag, 27 mei 2014, hebben partijen pleitnotities overgelegd. Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

Tussen partijen staat het volgende vast.

2.1.1

BZV is opgericht bij notariële akte van 11 februari 1993. De in die akte opgenomen statuten vermelden onder meer:

"DOEL EN MIDDELEN

Artikel 2

1. Tot het moment dat zij door de bevoegde overheid, op basis van daartoe ingevoerde wettelijke regelingen, wordt aangewezen als uitvoeringsorgaan van een Algemene Ziektekosten Verzekering heeft de Stichting ten doel:

A. het verrichten van al hetgeen vereist is voor het doelmatig verstrekken of doen verstrekken van voorzieningen in geval van ziekte en de betaling van kosten, verbonden aan het verstrekken van die voorzieningen, waarop, op grond van de wettelijke regelingen terzake, aanspraak gemaakt kan worden door:

a. (…)

b. (…)

c. (…)

d. andere categorieën van personen dan hiervoor sub a, b en c genoemd, op aanwijzing van het Eilandgebied Curaçao."

2.1.2

Klinika Capriles is opgericht bij notariële akte van 3 maart 2000. Zij beheert de Capriles-kliniek, een kliniek voor geestelijke gezondheidszorg in Curaçao. Vóór de oprichting van Klinika Capriles werd de Capriles-kliniek beheerd door (een dienst van) het toenmalige Land de Nederlandse Antillen.

2.1.3

Bij brief van 17 juli 2000 heeft de toenmalige Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne van de Nederlandse Antillen aan de directeur van BZV onder meer bericht:

"De huidige statuten bepalen dat alleen het Bestuurscollege van het eilandgebied Curaçao andere categorieën van personen kunnen aanwijzen, die dan aanspraak kunnen maken op de voorzieningen in geval van ziekte bij de BZV. Het ligt in uw bedoeling de statuten en met name deze bepaling te wijzigen.

Vooruitlopende op de statutenwijziging deel ik mede dat ik hierbij toestemming verleen aan de in uw brief genoemde instellingen, te weten de Capriles Kliniek, (…) om bij de BZV verzekerd te blijven tegen ziektekosten."

2.1.4

Tot 1 januari 2001 waren ambtenaren in dienst van de Nederlandse Antillen werkzaam in de Capriles-kliniek. Met ingang van die datum zijn personen op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht als werknemer in dienst van Klinika Capriles werkzaam in de Capriles-kliniek.

2.1.5

Een concept uitvoeringsovereenkomst tussen partijen van

10 februari 2003 vermeldt als artikel 1 lid 5 het volgende:

" "Klinika Capriles" verplicht zich conform PB 1986 no. 165 artikel 13 de premie ziektekosten en de eigen bijdrage op de begrote bezoldiging van de actieve werknemers in te houden. De totaal verschuldigde premie, zijnde 9% van de begrote bezoldiging en de inhouding eigen bijdrage worden gereserveerd ter dekking van de werkelijke ziektekosten van de werknemers van "Klinika Capriles" en hun gezinsleden.

Indien de werkelijke uitgaven ziektekosten de reservering van de premie van 9% van de bezoldiging en de eigen bijdrage overtreffen dan treedt voor dit gedeelte de Regering van de Nederlandse Antillen conform het besluit van de Regering van de Nederlandse Antillen no. …… op als risicodrager.

Indien de werkelijke uitgaven ziektekosten de reservering van de premie van 9% van de bezoldiging en de eigen bijdrage niet overtreffen dan wordt dit overschot gereserveerd voor "tegenvallers" in de komende jaren (egalisatiereserve)."

2.1.6

Een concept uitvoeringsovereenkomst tussen partijen van februari 2007 vermeldt als artikel 1 lid 5 het volgende:

" "Klinika Capriles" verplicht zich conform PB 1986 no. 165 artikelen 12 en 13 de premies ziektekosten en de eigen bijdrage op de begrote bezoldiging van de actieve werknemers in te houden. De totaal verschuldigde premie, zijnde 9% van de begrote bezoldiging en de inhouding eigen bijdrage worden gereserveerd ter dekking van de werkelijke ziektekosten van de werknemers van "Klinika Capriles" en hun gezinsleden.

Indien de werkelijke uitgaven ziektekosten de reservering van de premie van 9% van de bezoldiging en de eigen bijdrage niet overtreffen dan wordt dit overschot gereserveerd voor "tegenvallers" in de komende jaren (egalisatiereserve).

Indien de werkelijke uitgaven ziektekosten de reservering van de premie van 9% van de bezoldiging en de eigen bijdrage overtreffen dan wordt een beroep gedaan op de egalisatiereserve. Indien de egalisatiereserve niet toereikend is dan dient "Klinika Capriles" het resterende gedeelte aan te vullen."

2.1.7

Bij brief van 2 maart 2007 aan BZV heeft de medisch directeur van Klinika Capriles medegedeeld dat Klinika Capriles niet kan overgaan tot ondertekening van het concept van februari 2007, onder meer omdat Klinika Capriles de mening is toegedaan dat zij niet gehouden is het zogenaamde "resterende gedeelte" aan te vullen.

2.2

In dit geding heeft BZK in eerste aanleg betaling gevorderd van NAf 2.063.929,00, met rente en kosten. Klinika Capriles heeft een reconventionele vordering ingediend die in hoger beroep niet meer van belang is. Het GEA heeft, na twee tussenvonnissen te hebben gewezen, de vordering van BZK toegewezen tot een bedrag van NAf 152.698,00, met rente, en deze voor het overige afgewezen. In hoger beroep heeft BZK vernietiging van dit vonnis gevorderd en veroordeling van Klinika Capriles tot betaling van

NAf 2.400.185,00, met rente en kosten.

2.3

Klinika Capriles heeft bij memorie van antwoord het verweer gevoerd dat BZK terstond niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep op de grond dat zij volgens haar eigen in rechte geponeerde stellingen geen schuldeiser van Klinika Capriles is. Dit verweer faalt. Noch voor het instellen van hoger beroep, noch voor het indienen van een rechtsvordering bij de burgerlijke rechter in eerste aanleg, geldt als ontvankelijkheidseis dat de aanlegger de hoedanigheid van schuldeiser van de wederpartij bezit.

Voor zover het verweer ten betoge strekt dat de rechtsvordering aan BZK moet worden ontzegd op de grond dat zij niet de schuldeiser van Klinika Capriles ter zake van het betreffende vorderingsrecht is, faalt het ook. Indien BZK slechts optreedt als uitvoeringsorgaan of als administratiekantoor namens verschillende overheden en risicodragers, staat die enkele omstandigheid er niet aan in de weg dat BZK de vorderingen op Klinika Capriles ter zake van onbetaald gebleven schulden in verband met de uitvoering van de ziektekostenregeling door BZK, op eigen naam kan innen, ook al betreft het geheel of gedeeltelijk vorderingsrechten waarbij die overheden en risicodragers de schuldeisers van Klinika Capriles zijn. Onder omstandigheden kan een procespartij immers op eigen naam de vordering van een ander in rechte innen. Onvoldoende is gesteld om aan te nemen dat het in dit geval niet kan.

2.4

De grieven 1 en 2 zijn gericht tegen het oordeel van het GEA dat erop neerkomt dat Klinika Capriles niet gehouden is de werkelijke uitgaven aan ziektekosten ten behoeve van haar werknemers te dragen, voor zover die kosten de premies, de aanvullingen eerste klasse en de eigen bijdragen overtreffen (hierna: de meerkosten).

BZK meent dat Klinika Capriles wel daartoe is gehouden en voert daartoe, verkort weergegeven, de volgende argumenten aan:

( a) Door de verzelfstandiging van de overheidsdienst is Klinika Capriles rechtsopvolgster onder algemene titel van de Nederlandse Antillen voor wat betreft de ziektekostenverzekering ten behoeve van haar werknemers;

( b) de hiervoor bedoelde brief van 17 juli 2001 moet worden opgevat als een aanwijzing als bedoeld in art. 2 lid 1, aanhef en sub A, aanhef en sub d van de statuten van BZV. Deze aanwijzing heeft tot gevolg dat Klinika Capriles alle verplichtingen van het Land heeft overgenomen voor wat betreft de ziektekostenverzekering ten behoeve van haar werknemers;

( c) Klinika Capriles heeft geen egalisatiereserve opgebouwd en wist dit ook;

( d) partijen hebben uitvoering gegeven aan de concept uitvoeringsovereenkomst van februari 2007. Klinika Capriles kan niet de lusten daarvan genieten zonder de lasten daarvan te dragen;

( e) BZV kende geen andere wijze van verzekeren tegen ziektekosten dan de wijze waarbij de betreffende rechtspersoon gehouden is de meerkosten te dragen (nadat de egalisatiereserve van de rechtspersoon is aangesproken);

( f) BZV heeft Klinika Capriles van begin af aan steeds door middel van overzichten op de hoogte gehouden van de meerkosten. Klinika Capriles moest hieruit begrijpen dat deze door haar gedragen moesten worden;

( g) de bij Klinika Capriles in rekening gebrachte premies zijn niet marktconform. Commerciële ziektekostenverzekeraars brengen hogere premies in rekening. De in rekening gebrachte premies zijn zelfs lager dan de premies genoemd in de Regeling vergoeding behandelings- en verplegingskosten overheidsdienaren, PB 1986 no. 165;

( h) de hiervoor bedoelde brief van 17 juli 2001 vermeldt dat de werknemers van Klinika Capriles "verzekerd blijven" tegen ziektekosten.

2.5

Met betrekking tot die argumenten oordeelt het Hof als volgt.

Ad (a) De term "verzelfstandiging" heeft geen welomschreven juridische betekenis. De verzelfstandiging van een overheidsdienst kan op verschillende wijze juridisch vormgegeven worden. BZK heeft niet gespecificeerd hoe dat in dit geval is gebeurd. Daarom heeft zij onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat de verplichtingen die de overheid vroeger had om de ziektekosten van het bij de Capriles-kliniek werkzame personeel uiteindelijk te dragen, door verzelfstandiging van de overheidsdienst die de Capriles-kliniek beheerde, zijn overgegaan op Klinika Capriles, hetzij onder algemene titel, hetzij onder bijzondere titel.

Ad (b) De brief van 17 juli 2001 vermeldt dat het vooruitloopt op een nog niet tot stand gebrachte statutenwijziging. Daarom is aannemelijk dat de Minister ten tijde van het schrijven van de brief niet bevoegd was een aanwijzing als bedoeld in art. 2 lid 1, aanhef en sub A, aanhef en sub d van de statuten van BZV, te geven. In het voetspoor van het partijdebat zal het Hof echter in deze zaak als onbetwist aannemen dat beide partijen ervan zijn uitgegaan en redelijkerwijs ervan mochten uitgaan dat de Minister door de in de brief omschreven toestemming te verlenen, bevoegdelijk een aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in de hiervoor bedoelde statutaire bepaling. Hiermee doet het Hof geen uitspraak over de vraag hoe dat in andere procedures beoordeeld moet worden. Uit de brief van 17 juli 2001 mocht Klinika Capriles daarom begrijpen dat de ziektekosten van haar personeel vergoed zouden worden door tussenkomst van BZV. Uit de brief behoefde Klinika Capriles echter redelijkerwijs niet af te leiden dat de meerkosten voortaan door haarzelf zouden moeten worden gedragen (al dan niet via de weg van een door haar op te bouwen egalisatiereserve). Daarover vermeldt de brief niets. Het spreekt ook niet vanzelf dat, zolang hierover niets is geregeld, Klinika Capriles die kosten moet dragen. Hieromtrent zijn verschillende regelingen mogelijk. Mogelijk is dat het toenmalige Land of het toenmalige Eilandgebied Curaçao die kosten zou dragen, (ongeveer) op de wijze zoals dat voordien gebeurde of op andere wijze. Om dezelfde redenen mocht BZV redelijkerwijs niet uit de brief van de Minister afleiden dat de meerkosten voortaan door Klinika Capriles zouden moeten worden gedragen.

Ad (c) Niet valt in te zien waarom de omstandigheid dat Klinika Capriles geen egalisatiereserve heeft opgebouwd en dat wist, kan bijdragen aan het oordeel dat Klinika Capriles gehouden is de meerkosten te dragen.

Ad (d) Partijen hebben in veel opzichten uitvoering gegeven aan hetgeen in beide concepten van de uitvoeringsovereenkomst staat vermeld, maar daaruit mocht BZK redelijkerwijs niet afleiden dat Klinika Capriles ook aanvaardde dat zij de meerkosten zelf zou dienen te dragen. BZV moest immers rekening houden met de mogelijkheid dat Klinika Capriles weliswaar akkoord ging met (of zich anderszins gebonden achtte aan) regels over, kort gezegd, de inhouding en afdracht van werknemerspremies en betaling van werkgeversbijdragen e.d., maar dat zij niet ermee akkoord ging dat zij de meerkosten zou moeten dragen en dat zij zich ook niet op grond van de brief van de Minister of op andere grond daartoe gebonden achtte.

Dit alles klemt temeer, nu het GEA heeft overwogen dat BZV voor het eerst in 2004 heeft gesteld dat Klinika Capriles de meerkosten zou dienen te betalen en dat Klinika Capriles zich daar steeds gemotiveerd tegen heeft verzet. BZV heeft deze vaststelling van het GEA niet in hoger beroep aangevochten.

Ad (e) Het voorgaande brengt mee dat in de rechtsverhouding tussen partijen geldt dat BZV redelijkerwijs moest begrijpen en Klinika Capriles redelijkerwijs mocht verwachten dat laatstgenoemde een uitzonderingspositie innam doordat zij, anders dan andere rechtspersonen van wie de werknemers de ziektekosten vergoed krijgen door tussenkomst van BZV, niet jegens BZV gehouden was de meerkosten te dragen.

Ad (f) Tegenover de omstandigheid dat BZV Klinika Capriles van begin af aan op de hoogte heeft gehouden van het bedrag van de meerkosten, staat de omstandigheid dat Klinika Capriles zich van begin af aan tegen betaling van de meerkosten heeft verzet. Eerstgenoemde omstandigheid kan dus niet leiden tot een ander oordeel.

Ad (g) Klinika Capriles mocht redelijkerwijs rekening houden met de mogelijkheid dat (een deel van) de ziektekosten van haar werknemers niet door haarzelf zou worden gedragen. Dit brengt mee dat niet aan haar kan worden tegengeworpen dat (naar de stelling van BZV) de aan Klinika Capriles in rekening gebrachte premies niet marktconform zijn. Indien de premies die aan Klinika Capriles in rekening werden gebracht, lager waren dan de premies genoemd in de vroeger voor de overheidsdienst geldende regeling, doet dat niet af aan voornoemd oordeel.

Ad (h) Uit de uitdrukking in de brief van 17 juli 2000 van de Minister, luidende "bij de BZV verzekerd te blijven", mocht Klinika Capriles, naar het Hof in dit geding in het voetspoor van partijen aanneemt, redelijkerwijs afleiden dat de ziektekosten van haar werknemers vergoed zouden blijven worden door tussenkomst van BZK, maar die uitdrukking bevat geen aanwijzing waaruit

Klinika Capriles had moeten afleiden dat zij de meerkosten zelf zou moeten dragen, noch naar het algemeen spraakgebruik, noch overigens.

2.6

Geen van voornoemde argumenten van BZK kan derhalve het oordeel dragen dat Klinika Capriles gehouden is de meerkosten te dragen. Ook in samenhang beschouwd kunnen de argumenten dat oordeel niet dragen.

De grieven 1 en 2 falen.

2.7

Grief 3 is gericht tegen de hoogte van het toegewezen bedrag. Volgens BZK moet een veel hoger bedrag worden toegewezen.

2.8

Daartoe heeft BZK onder meer aangevoerd dat Klinika Capriles bij antwoordakte van 19 november 2012 heeft erkend in ieder geval

NAf 386.633,45 verschuldigd te zijn. Die akte bevat de vermelding dat uit de administratie van Klinika Capriles blijkt dat zij slechts dat bedrag verschuldigd is en dat zij bereid is dat bedrag te betalen, althans te doen verrekenen. Deze uitlating kan niet worden aangemerkt als een uitdrukkelijke en ondubbelzinnige erkenning van de waarheid van een stelling van BZK en dus niet als een gerechtelijke erkentenis. Klinika Capriles heeft haar recht om alsnog te betwisten dat zij dat bedrag verschuldigd is, dus niet prijsgegeven. In het verdere verloop van het geding in eerste aanleg heeft Klinika Capriles na nader onderzoek alsnog betwist dat bedrag verschuldigd te zijn.

2.9

Voorts heeft BZK aangevoerd dat het GEA een deskundigenbericht had moeten gelasten. De rechter is echter niet daartoe gehouden. Het Hof ziet er geen aanleiding voor. Het Hof passeert daarom ook het door BZK (overigens niet bij memorie van grieven, maar wel bij pleitnota in hoger beroep gedane) aanbod van deskundigenbewijs.

2.10

BZK heeft een specificatie van haar vordering overgelegd bij haar akte van (kennelijk) 8 oktober 2012. Klinika Capriles heeft een specificatie overgelegd als productie 1 bij haar akte van 6 mei 2013.

Het Hof stelt voorop dat het falen van de grieven 1 en 2 meebrengt dat geen bedrag kan worden toegewezen voor in rekening gebrachte en onbetaald gebleven meerkosten ('tekorten').

Bij de berekening van de verschuldigde bedragen aan premies e.d. gaan de beide specificaties voor alle jaren uit van verschillende loonsommen. BZK heeft in hoger beroep niet aangevoerd waarom de door haar genoemde loonsommen als de juiste moeten worden beschouwd en niet de juistheid van de door haar genoemde loonsommen nader onderbouwd. Daarom kan, tegenover de gespecificeerde betwisting door Klinika Capriles, niet worden uitgegaan van de juistheid van de door BZK genoemde loonsommen en dus ook niet van de juistheid van de volgens haar per jaar verschuldigde bedragen aan premies e.d., die immers voor een groot deel de uitkomst zijn van een berekening op basis van de loonsommen.

De specificaties van beide partijen gaan ook voor alle jaren (behalve 2001 en 2002, waarin de betalingen volgens beide partijen nihil zijn geweest) uit van verschillende bedragen die in het betreffende jaar in totaal zouden zijn betaald. Klinika Capriles heeft de betalingen in zoverre nader gespecifeerd dat zij bij ieder jaar een aantal bedragen onder elkaar heeft gezet onder het kopje "Cheques", met vermelding van een totaalbedrag eronder. Door het enkel noemen van andere bedragen bij ieder jaar, heeft BZK de specificatie van Klinika Capriles wat de betalingen betreft, onvoldoende gemotiveerd betwist.

Het door het GEA toegewezen bedrag sluit aan op de specificatie van Klinika Capriles. BZK heeft haar stelling dat een hoger bedrag moet worden toegewezen, gelet op het voorgaande, onvoldoende onderbouwd. Het Hof komt niet toe aan bewijslevering.

Grief 3 mist dus doel.

2.11

De grieven falen. Het Hof heeft ambtshalve geen bedenkingen bij de bestreden vonnissen. Zij dienen te worden bevestigd. BZV zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

bevestigt de bestreden vonnissen;

veroordeelt BZV in de kosten van dit hoger beroep, aan de zijde van Klinika Capriles gevallen en tot op heden begroot op NAf 350,78 aan verschotten en NAf 26.100,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, F.J. Lourens en

M. Schoemaker, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 12 augustus 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.