Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2014:16

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
31-01-2014
Datum publicatie
10-06-2014
Zaaknummer
AR 199/10 - ghis 63430 - H 233/13
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Griffierecht. Bij niet tijdige vooruitbetaling van het door de griffier getaxeerde bedrag verval hoger beroep. Betref verval van rechtswege ex art. 270 lid 5 Rv, dze zou buiten toepassing moeten worden gelaten indien toepassing daarvan zou leiden tot strijd met art. 6 EVRM. In casu is recht op toegang tot appelrechter niet in de kern aangetast, derhalve is hoger beroep vervallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2014/181
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: AR 199/10 - ghis 63430 - H 233/13

Uitspraak: 31 januari 2014

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

[P],

met gekozen domicilie in Sint Maarten,

oorspronkelijk gedaagde, daarna opposant,

thans appellant,

gemachtigden: mrs. M.M.N.C. Schellekens en J. Veen,

tegen

de vennootschap naar vreemd recht

MERCHANTS EXPORT INC.,

met gekozen domicilie in Sint Maarten,

oorspronkelijk eiseres, daarna geopposeerde,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. J.G. Snow.

De partijen worden hierna weer [p] en Merchants Export genoemd.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1

Bij vonnis van 8 november 2013 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor akte uitlating griffierecht zijdens [p].

1.2

Op 13 december 2013 heeft [p] een akte uitlating griffierecht ingediend, met producties.

1.3

Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1

Art. 270 lid 5 Rv bepaalt, kort gezegd, dat indien niet tijdig vooruitbetaling plaatsvindt van het door de griffier getaxeerde bedrag, het hoger beroep vervalt. Het betreft hier een verval van rechtswege. Anders dan in Europees Nederland (art. 127a lid 3 jo. 353 RvNL en art. 282a lid 4 jo. 362 RvNL), bestaat in Sint Maarten geen wettelijke hardheidsclausule die het mogelijk maakt dat de rechter art. 270 lid 5 Rv buiten toepassing laat, indien hij van oordeel is dat toepassing van die bepaling, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Niettemin moet worden aangenomen dat art. 270 lid 5 Rv buiten toepassing moet worden gelaten in het uitzonderlijke geval dat toepassing daarvan zou leiden tot strijd met art. 6 EVRM. Daarvan is sprake indien door toepassing van de wetsbepaling het recht van een rechtzoekende op toegang tot de appelrechter in de kern zou worden aangetast (vergelijk: HR 27 januari 2010, ECLI:NL:HR:2012:BV2020, NJ 2012/20).

2.2

In het onderhavige geval heeft de griffier, blijkens een stempel en aantekening op de akte van appel, op 23 maart 2012 het in hoger beroep door [p] te betalen bedrag getaxeerd op NAF. 1.500,-. Die taxatie is ook juist. [p] heeft niets aangevoerd op grond waarvan hij mocht menen dat hij kon volstaan met de betaling van een lager bedrag. Uit de omstandigheid dat de griffie een kwitantie heeft verstrekt voor het op 4 mei 2012 betaalde bedrag van NAF. 900,- mocht (de advocaat van) [p] niets afleiden over de hoogte van het verschuldigde bedrag. Het lag op de weg van (de advocaat van) [p] zelf om te controleren of het betaalde bedrag overeenkwam met het verschuldigde bedrag. De kwitantie diende er slechts toe bewijs te verschaffen dat het betaalde bedrag was ontvangen. De verwachting dat het ontvangen bedrag voldoende was, mocht er redelijkerwijs niet aan worden ontleend.

2.3

Gelet op het voorgaande wordt het recht van [p] op toegang tot de appelrechter niet in de kern aangetast door toepassing van art. 270 lid 5 Rv. Dit brengt mee dat het hoger beroep is vervallen en dat [p] moet worden veroordeeld in de kosten ervan.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verstaat dat het hoger beroep is vervallen;

veroordeelt [p] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van Merchants Export gevallen en tot op heden begroot op nihil aan verschotten en NAF. 2.400,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, J.P. de Haan en F.J. Lourens, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 31 januari 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.