Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2014:111

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
11-02-2014
Datum publicatie
11-01-2016
Zaaknummer
AR 3197/08 - ghis 47705 - H 25/11
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

na cassatie en terugwijzing 1.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2014 Vonnis no.:

Registratienummer: AR 3197/08 - ghis 47705 - H 25/11

Uitspraak: 11 februari 2014

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

AVENTURA REAL ESTATE N.V.,

gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk gedaagde,

thans appellante,

gemachtigde: mr. A. de Bie,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te Oss, Nederland,

oorspronkelijk eiser,

thans geïntimeerde,

gemachtigden: mrs. M.W.J.H. Welten en H. Ruiter.

De partijen worden hierna Aventura en [geïntimeerde] genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij akte van appel van 23 december 2009 is Aventura in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 18 november 2009 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (verder: GEA).

1.2

Bij op 2 februari 2010 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft Aventura twee grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt primair ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en de vordering van [geïntimeerde] alsnog zal afwijzen, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [geïntimeerde] in de werkelijk gemaakte proceskosten in beide instanties. De memorie van grieven bevat een "subsidiaire c.q. voorwaardelijk incidentele vordering".

1.3

Bij memorie van antwoord, met producties, heeft [geïntimeerde]de grieven bestreden. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal bevestigen, met veroordeling van Aventura in de proceskosten in hoger beroep.

1.4

Op de voor pleidooi nader bepaalde dag hebben partijen pleitnotities overgelegd. Aan beide pleitnotities zijn producties gehecht.

1.5

Bij vonnis van 17 mei 2011 heeft het Hof Aventura niet-ontvankelijk verklaard in haar "subsidiaire c.q. voorwaardelijk incidentele vordering", het bestreden vonnis vernietigd, de vordering van [geïntimeerde] afgewezen, [geintimeerde], uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld in de proceskosten, begroot zoals in het vonnis weergegeven, en het meer of anders gevorderde afgewezen.

1.6

Bij arrest van 21 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5369, heeft de Hoge Raad het vonnis van het Hof van 17 mei 2011 vernietigd en het geding naar het Hof verwezen ter verdere behandeling en beslissing.

1.7

Op 14 januari 2014 hebben beide partijen een memorie na cassatie ingediend. Aan de memorie van Aventura zijn producties gehecht. Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

In dit geding na cassatie en verwijzing dient te worden uitgegaan van de feiten als weergegeven onder 3.1 van het arrest van de Hoge Raad. Dat zijn de volgende feiten:

(i) Aventura is opgericht op 13 maart 1992. Bij de oprichting verkreeg

Jie A Swie 51 en [geïntimeerde] 49 aandelen in Aventura.

(ii) Als gevolg van onenigheid tussen hem en de andere bij Aventura betrokken personen heeft [geïntimeerde] op 14 mei 1993 Aruba verlaten. Hij heeft tot zijn terugkeer op Aruba in september 2008 geen aanspraak gemaakt op de aandelen.

2.2

In dit geding heeft [geïntimeerde], kort gezegd, een verklaring voor recht gevorderd dat hij nog steeds eigenaar is van 49% van de aandelen in Aventura. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij de in 1992 verkregen aandelen nooit heeft overgedragen.

2.3

Aventura heeft daartegen - voor het eerst bij memorie van grieven - aangevoerd dat [geïntimeerde] zijn aandelen in de periode 1992-1993 aan haar heeft overgedragen. Zij heeft zich hiertoe beroepen op twee ongedateerde akten - een schikkingsovereenkomst en een op die schikking gebaseerde akte van overdracht. Volgens Aventura zijn beide akten namens [geïntimeerde] ondertekend door de advocaat mr. Kloes.

2.4

Gelet op de herstelfunctie van het hoger beroep stond het Aventura vrij om voor het eerst bij memorie van grieven dit betoog te voeren. Dat stadium van het geding bracht niet mee dat het recht om dit betoog te voeren was verwerkt en het voeren van het betoog was ook niet in strijd met de eisen van een goede procesorde. Weliswaar heeft Aventura in eerste aanleg bij conclusie van dupliek een ander standpunt ingenomen (namelijk dat [geïntimeerde] de aandelen heeft "laten vervallen"), maar dat andere standpunt houdt geen gerechtelijke erkenning in van enige stelling van [geïntimeerde] en leidt er ook niet toe dat enig verweer van Aventura als gedekt moet worden beschouwd.

2.5

Op Aventura rust de bewijslast van haar bevrijdende verweer dat [geïntimeerde] zijn aandelen in 1992-1993 aan haar heeft overgedragen. Meer in het bijzonder dient zij haar stellingen te bewijzen dat mr. Kloes de beide akten heeft ondertekend (welke stelling [geïntimeerde] heeft betwist bij pleitnota in hoger beroep onder 18) en dat hetzij [geïntimeerde] een toereikende volmacht aan mr. Kloes had verleend om beide akten te ondertekenen, hetzij Aventura gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening aan mr. Kloes op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van [geintimeerde] komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid.

Voor dat laatste is van belang onder welke omstandigheden mr. Kloes, wiens hoedanigheid van advocaat niet in geschil is, de beide akten heeft ondertekend, en wat Aventura daarvan wist of mocht begrijpen.

2.6

Het Hof houdt iedere verdere beslissing aan. In beginsel is het Hof gebonden aan de in het vonnis van 17 mei 2011 gegeven beslissingen, voor zover die in cassatie niet of tevergeefs zijn bestreden. Zowel de in cassatie onbehandeld gebleven middelonderdelen in het principale cassatieberoep als de in het voorwaardelijk ingestelde incidentele cassatieberoep genoemde stellingen zijn in dit geding na cassatie en verwijzing nog wel aan de orde. Daarnaast staat het partijen vrij zich te beroepen op na 17 mei 2011 gewijzigde feitelijke omstandigheden of feiten die zich nadien hebben voorgedaan, mits zij daardoor de grenzen van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing niet overschrijden.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

draagt Aventura op bewijzen:

dat mr. Kloes de twee ongedateerde akten - een schikkingsovereenkomst en een op die schikking gebaseerde akte van overdracht - heeft ondertekend;

en:

hetzij dat [geïntimeerde] een toereikende volmacht aan mr. Kroes had verleend om beide akten te ondertekenen,

hetzij dat Aventura gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening aan mr. Kloes op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van [geïntimeerde] komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid;

bepaalt dat Aventura, indien zij daartoe getuigen wil doen horen, deze kan voorbrengen op dinsdag 11 maart 2014 te 14.00 uur voor een nader aan te wijzen lid van het Hof, in het Gerechtsgebouw in Aruba;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en M.C.B. Hubben, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 11 februari 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.