Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2013:72

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
21-11-2013
Datum publicatie
15-12-2014
Zaaknummer
HLAR 62957/13
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hof oordeelt dat gezien het in rekening brengen van canon een rechtshandeling naar burgerlijk recht is, het GEA de beschikking terecht heeft vernietigd. Hof verklaart alsnog het bezwaar niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 62957/13

Datum uitspraak: 21 november 2013

gemeenschappelijk hof van jusTitie

van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak op de hoger beroepen van:

1. Appellant sub 1], wonend op Bonaire,

2. het bestuurscollege van het openbaar lichaam Bonaire,

appellanten,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 23 april 2013 in zaak nr. War BES 2012/20 in het geding tussen:

[Appellant sub 1]

en

het bestuurscollege.

Openbare zitting op 21 november 2013 om 16.00 uur.

Tegenwoordig:

mr. J.Th. Drop, voorzitter

mr. R.W.L. Loeb, lid

mr. A.W.M. Bijloos, lid

mr. N.A. Martines, griffier

Verschenen:

[Appellant sub 1] en het bestuurscollege, vertegenwoordigd door mr. P.J. de Graaf, werkzaam in dienst van het openbaar lichaam.

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

verklaart de hoger beroepen gegrond;

vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor zover het de rechtsgevolgen van het door hem vernietigde besluit van 7 november 2012 daarbij in stand heeft gelaten;

verklaart het door [appellant sub 1] tegen de brief van 30 november 2011 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk;

bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

gelast dat het openbaar lichaam Bonaire aan [appellant sub 1] het voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van USD 184,00 (zegge: honderdvierentachtig US Dollar) vergoedt.

Daartoe overweegt het als volgt:

  1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES (hierna: de WarBES) wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder beschikking verstaan: een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is.
    Ingevolge artikel 7, eerste lid, kunnen natuurlijke personen of rechtspersonen, die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, daartegen beroep instellen bij het Gerecht.
    Ingevolge artikel 55 zijn de personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, bevoegd een bezwaarschrift in te dienen bij het bestuursorgaan dat de beschikking heeft gegeven en het beroep, bedoeld in artikel 7, eerste lid, pas in te stellen, nadat het bestuursorgaan op het bezwaarschrift heeft beslist.
    Ingevolge artikel 68, eerste lid, grondt het bestuursorgaan de beschikking in heroverweging op het bezwaarschrift, in voorkomend geval op de stukken, bedoeld in artikel 61, derde lid, het commentaar, bedoeld in artikel 62, en hetgeen blijkens het verslag tijdens de hoorzitting naar voren is gebracht.
    Ingevolge het tweede lid bevat de beschikking de gronden, waarop zij berust en neemt zij de plaats in van de bestreden beschikking.

  2. De brief van 5 december 2011 moet, gelet op strekking en bewoordingen ervan, worden aangemerkt als een tegen de brief van 30 november 2011 gericht bezwaarschrift. Met de daarop op 7 november 2012 genomen beslissing, die het opschrift “uitspraak op bezwaar” draagt, heeft het bestuurscollege de in artikel 68 van de WarBES geregelde bevoegdheid tot het geven van een beschikking op een verzoek om heroverweging uitgeoefend. Het Gerecht heeft het daartegen ingestelde beroep terecht ontvangen.

  3. Het in rekening brengen van canon is een rechtshandeling naar burgerlijk recht. Het Gerecht heeft daarom met juistheid geoordeeld dat de brief van 30 november 2011 geen beschikking in de zin van artikel 3, eerste lid, van de WarBES inhoudt, zodat het bestuurscollege het daartegen door [appellant sub 1] gemaakte bezwaar ten onrechte niet niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het Gerecht heeft de beschikking van 7 november 2012 daarom terecht vernietigd.

  4. Nu het Gerecht terecht heeft geoordeeld dat de brief van 30 november 2011 geen beschikking behelst, waartegen bezwaar kon worden gemaakt, is het terecht niet aan een beoordeling van de door [appellant sub 1] aangevoerde beroepsgronden toegekomen.

  5. Het Gerecht heeft het door [appellant sub 1] tegen die brief gemaakte bezwaar echter ten onrechte niet, zelf in de zaak voorziend, deswege niet-ontvankelijk verklaard. Dat gebeurt alsnog.

  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Wel wordt aan [appellant sub 1] het griffierecht vergoed.

w.g. Drop

voorzitter

w.g. Martines

griffier

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,