Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2013:70

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
20-11-2013
Datum publicatie
15-12-2014
Zaaknummer
HLAR 64046/13
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zaak wordt wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 64046/13

Datum uitspraak: 20 november 2013

gemeenschappelijk hof van jusTitie

van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van:

[Appellante], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige], beiden wonend in Aruba,

appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 27 maart 2013 in zaak Lar nr. 3693 van 2012 in het geding tussen:

appellante

en

het Uitvoeringsorgaan, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Landsverordening algemene ziektekostenverzekering (hierna: het Uitvoeringsorgaan).

Openbare zitting op 20 november 2013 om 14.30 uur.

Tegenwoordig:

mr. J.Th. Drop, voorzitter

mr. R.W.L. Loeb, lid

mr. A.W.M. Bijloos, lid

mr. N.A. Martines, griffier

Verschenen:

De Sociale Verzekeringsbank, vertegenwoordigd door mr. C. Rademaker, werkzaam in haar dienst.

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Daartoe overweegt het als volgt:

  1. Bij beschikking van 24 januari 2013 heeft het Uitvoeringsorgaan het door appellante tegen de beschikking van 6 juli 2012 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Nu het Gerecht het door appellante daartegen ingestelde beroep bij uitspraak van 16 oktober 2013 in zaak nr. LAR nr. 266 van 2013 gegrond heeft verklaard, die beschikking heeft vernietigd en heeft bepaald dat het Uitvoeringsorgaan opnieuw op het gemaakte bezwaar beschikt, heeft het Gerecht het door appellante tegen het uitblijven van een beschikking op het door haar tegen de beschikking van 6 juli 2012 gemaakte bezwaar ingestelde beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang daarbij.

  2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

w.g. Drop

voorzitter

w.g. Martines

griffier

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,