Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2013:59

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
28-06-2013
Datum publicatie
28-01-2014
Zaaknummer
HLAR 60528/12
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In geschil is de rekening wegens gebruik van de inter-insulaire straalverbinding. De minister kan de houder van de concessie vergoeding hiervoor vragen. Het betoog van de minister dat er geen aanleiding bestaat deze regeling onverbindend te achten slaagt. Hoger beroep is gegrond. Betoog dat minister ten onrechte een vergoeding in rekening heeft gebracht voor straalverbinding tussen Bonaire en Curaçao, omdat thans dubbele facturering plaats vindt als gevolg van de staatskundige veranderingen faalt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 60528/12

Datum uitspraak: 28 juni 2013

gemeenschappelijk hof van jusTitie

van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

de minister van Economische Zaken,
appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire, van 24 oktober 2012 in zaak nr. WAR 2011/13 in het geding tussen:

de naamloze vennootschap Antilliano Por N.V.

en

de minister.

Procesverloop

Bij beschikking van 2 november 2011 heeft de minister, voor zover thans van belang, Antilliano Por over het jaar 2011 USD 10.191,00 in rekening gebracht wegens het gebruik van de inter insulaire straalverbinding van 34 Mb/s.

Bij uitspraak van 24 oktober 2012 heeft het Gerecht het daartegen door Antilliano Por ingestelde beroep gegrond verklaard en die beschikking vernietigd.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Antilliano Por heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 april 2013, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. S.E. Thomson, advocaat, en Antilliano Por, vertegenwoordigd door mr. N.R. Romero, advocaat, zijn verschenen.

Overwegingen

Ingevolge artikel 2, derde lid, van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES kent de minister aan de houder van de concessie de radiofrequenties toe die nodig zijn voor de uitvoering van de concessie, waarbij voorschriften en beperkingen kunnen worden gesteld.

Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Regeling vergoeding telecommunicatievoorzieningen Bes (hierna: de Regeling) behoren tot die voorschriften onder andere vergoedingen in verband met het gebruik van en het toezicht op het gebruik van het frequentiespectrum door houders van een concessie. Deze vergoedingen zijn opgenomen in de bij deze beschikking behorende bijlagen.

De minister betoogt dat het Gerecht, door te overwegen dat de Regeling, nu deze tot onaanvaardbare gevolgen leidt, in zoverre onverbindend is, heeft miskend dat de Regeling niet leidt tot dubbele facturering, zodat in zoverre geen aanleiding bestaat deze onverbindend te achten. Ook anderszins bestaat die aanleiding niet, aldus de minister.

2.1. Dat betoog slaagt. Zoals het Hof eerder heeft overwogen (uitspraak van 5 juni 2006 in zaak nr. 107 HLAR 27/05; LJN: BG1008), zijn wettelijke voorschriften alleen onverbindend als hogere voorschriften aan hun verbindendheid in de weg staan. Zelfs indien een wettelijk voorschrift volgens de rechter tot onaanvaardbare gevolgen leidt, betekent dat op zichzelf niet dat die rechter dat voorschrift deswege onverbindend mag verklaren.

3. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen het Gerecht zou behoren te doen, zal het Hof het door Antilliano Por tegen de beschikking van 2 november 2011 ingestelde beroep beoordelen in het licht van de daartegen bij het Gerecht aangevoerde beroepsgronden, voor zover daarop, na het voorgaande, nog moet worden beslist.

4. Antilliano Por heeft betoogd dat de minister haar bij de beschikking van 2 november 2011 ten onrechte een vergoeding in rekening heeft gebracht voor het gebruik van de straalverbinding tussen Bonaire en Curaçao, nu deze vergoeding vóór de staatskundige herziening van 10 oktober 2010 bij het in Curaçao gevestigde telecombedrijf Curaçao Telecom N.V. in rekening werd gebracht. Nu thans bij beide rechtspersonen een vergoeding in rekening wordt gebracht, vindt dubbele facturering plaats, louter als gevolg van de staatskundige veranderingen, terwijl nu juist te kennen was gegeven dat iets dergelijks niet zou gebeuren, aldus Antilliano Por.

4.1. Dat betoog faalt. Niet in geschil is dat Antilliano Por bij landsbesluit van 13 augustus 2009 concessie is verleend voor de aanleg, instandhouding en exploitatie van een telecommunicatie-infrastructuur ten behoeve van de lange afstand telecommunicatie te Bonaire en dat ingevolge artikel 2, derde lid, van de Wet telecommunicatievoorzieningen Bes, gelezen in verbinding met artikel 1, eerste lid, van de Regeling, aan de concessiehouder een vergoeding in verband met het gebruik van de aan die houder voor de uitvoering van de concessie toegekende radiofrequenties in rekening wordt gebracht. Evenmin is in geschil dat het bij het besluit van 2 november 2011 aan Antilliano Por in rekening gebrachte bedrag betrekking heeft op dit gebruik als houder van voormelde concessie in 2011.
Dat van Antilliano Por, als gesteld, niet eerder voor het gebruik van de aan haar als concessiehouder toegekende radiofrequenties een vergoeding is gevraagd, maakt niet dat de minister aan voormelde regeling geen uitvoering mocht en moest geven. Voorts leidt de gestelde omstandigheid dat aan Curaçao Telecom als concessiehouder in Curaçao krachtens de in dat land geldende gelijkluidende regelgeving door de uitvoerder daarvan een vergoeding in rekening is gebracht voor het bij de haar verleende concessie geregelde gebruik van de straalverbinding in 2011, evenmin tot het oordeel dat de minister voor hetzelfde gebruik ten onrechte tweemaal een vergoeding in rekening heeft gebracht.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire van 24 oktober 2012 in zaak nr. WAR 2011/13;

III. verklaart het bij het Gerecht in die zaken ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.A. Martines, griffier.

w.g. Drop

voorzitter

w.g. Martines

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2013

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,