Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2013:56

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
28-06-2013
Datum publicatie
22-01-2014
Zaaknummer
HLAR 59798/12
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In geschil is afwijzing van verzoek tot wijziging van geslachtsnaam. Uit de richtlijn valt op temaken dat indien verzoeker aantoont dat de naam in de akten van de Burgerlijke Stand sinds de invoering daarvan onjuist is gespeld en sindsdien in de volgens de verzoeker juiste spelling is gevoerd, dit mogelijk is. Appellant heeft dit volgens de minister niet aannemelijk gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 59798/12

Datum uitspraak: 28 juni 2013

gemeenschappelijk hof van jusTitie

van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Aruba,

appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van
22 augustus 2012 in zaak nr. LAR 656 van 2012 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Justitie en Onderwijs.

Procesverloop

Bij landsbesluit van 8 september 2011 heeft de Gouverneur op voordracht van de minister een verzoek van [appellant] tot wijziging van zijn geslachtsnaam in [geslachtsnaam] afgewezen.

Bij beschikking van 2 februari 2012 heeft de minister het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 augustus 2012 heeft het Gerecht het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard.


Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.


Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 april 2013, waar [appellant] in persoon en de minister, vertegenwoordigd door mr. P.D. Langerak, werkzaam in dienst van het land, zijn verschenen.

Overwegingen

1.

Ingevolge artikel 1:7, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, voor zover thans van belang, kan de geslachtsnaam van een persoon op zijn verzoek bij landsbesluit worden gewijzigd.

Volgens artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Richtlijnen Geslachtsnaamwijziging Aruba(hierna: de Richtlijn) wordt de geslachtsnaam van een persoon op zijn verzoek gewijzigd, indien de verzoeker aantoont dat de naam in de akten van de Burgerlijke Stand sinds de invoering daarvan onjuist is gespeld en sindsdien in de volgens de verzoeker juiste spelling is gevoerd.

2.

[appellant] betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat hij heeft aangetoond dat zijn geslachtsnaam in de akten van de Burgerlijke Stand sinds de invoering daarvan onjuist als [appellant] is gespeld en sindsdien in de juiste spelling [geslachtsnaam] is gevoerd, zodat de minister volgens het gevoerde beleid aan zijn verzoek tegemoet zou komen.

3.

Dat betoog faalt. Het Gerecht heeft met juistheid overwogen dat de minister terecht door [appellant] niet aannemelijk gemaakt heeft geacht dat zijn voorouders de geslachtsnaam [geslachtsnaam] hebben gevoerd, zodat niet is voldaan aan de in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Richtlijn voor wijziging gestelde eisen. Daartoe heeft het terecht in aanmerking genomen dat in de door [appellant] overgelegde geboorteaktes ten aanzien van zijn overgrootvader, grootvader en diens broer, de naam [geslachtsnaam], dan wel [geslachtsnaam] is opgenomen. Voor zover [appellant] betoogt dat voornoemde familieleden niet de juiste naam hebben gevoerd, omdat zij niet konden lezen en schrijven, kan dat betoog, nu daarin evenmin aanleiding is gelegen voor het oordeel dat zijn voorouders de geslachtsnaam [geslachtsnaam] hebben gevoerd, niet tot een ander oordeel leiden. De naam [geslachtsnaam] komt voor in de geboorteakte van [naam persoon] als geslachtsnaam van diens vader [naam persoon], de broer van de grootvader van [appellant], maar deze naam is bij vonnis van het kantongerecht van de Benedenwindsche eilanden, zittingsplaats Aruba, van 5 april 1928, verbeterd in [geslachtsnaam]. Voor zover [appellant] betoogt dat dit vonnis op een fout berust, heeft het Gerecht met juistheid overwogen dat dat er niet aan afdoet dat het gezag van gewijsde heeft.

4.

Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.A. Martines, griffier.

w.g. Drop

voorzitter

w.g. Martines

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2013

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,