Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2013:53

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
28-06-2013
Datum publicatie
22-01-2014
Zaaknummer
HLAR 58794/12
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In geschil is toekenning van vergunning voor casinoactiviteiten. Betoog dat het bedrijf wat de vergunning verkreeg niet zou beschikken over voldoende hotelkamers faalt. In beleidsnota wordt geen onderscheid gemaakt tussen hotelkamers, koopappartementen en time-share-units, Niet in geschil is dat dit aantal tezamen groter is dan het gestelde minimum.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 58794/12

Datum uitspraak: 28 juni 2013

gemeenschappelijk hof van jusTitie

van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

de naamloze vennootschap Resort of the World N.V., gevestigd in Sint Maarten,
appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 9 juli 2012 in zaak nr. Lar 069/2011 in het geding tussen:

appellante

en

de minister van Toerisme, Economische Zaken, Verkeer en Telecommunicatie.

Procesverloop

Bij onderscheiden beschikkingen van 12 januari 2011 heeft de minister aan de naamloze vennootschap G.N. Entertainment N.V. (hierna: GN) vergunning verleend voor:
1. het exploiteren van hazardspelen in daarvoor volgens bestaande of alsnog in het leven te roepen voorschriften in te richten lokaliteiten in het perceel, gelegen aan Beacon Hill Road 2, Beacon Hill, Sint Maarten;


2. het vestigen en drijven van een onderneming aan voormeld adres met als doel de exploitatie van een casino, bar en restaurant.

Bij uitspraak van 9 juli 2012 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten het door de naamloze vennootschap Resort of the World N.V. (hierna: ROTW) daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft ROTW hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 april 2013, waar ROTW, vertegenwoordigd door mr. M. Le Poole, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. M.N. Hoeve, advocaat, zijn verschenen. Tevens is daar GN, vertegenwoordigd door mrs. L.G.J. Berman en W. Nelissen, beiden advocaat, verschenen. Voorts is [getuige] als getuige gehoord.

Overwegingen

1. Ambtshalve overweegt het Hof het volgende.
De uitspraak van 9 juli 2012 is tot stand gekomen, nadat het Gerecht in de zaak op onderscheidenlijk 21 november 2011 en 5 maart 2012 tussenuitspraak had gedaan. In de uitspraak van 5 maart 2012 heeft het Gerecht overwogen dat het betoog van de minister dat ROTW door de beschikking van 12 januari 2011 niet rechtstreeks in haar belang wordt geraakt faalt. Voorts heeft het overwogen dat de door ROTW in haar uitlating na descente voorgedragen beroepsgrond dat GN feitelijk een stand alone casino wil exploiteren, nu die eerst na een mondelinge behandeling en descente is aangevoerd, faalt wegens strijd met een goede procesorde.
De Lar voorziet niet in de mogelijkheid van het doen van tussenuitspraken. Het stond het Gerecht dan ook niet vrij om bij wijze van tussenuitspraken onder aanhouding van verdere beslissingen gedeeltelijk op het beroep te beslissen. Het hoger beroep is weliswaar tegen de einduitspraak gericht, doch een deel van de overwegingen die aan de daarin vervatte beslissing ten grondslag liggen en door appellant in hoger beroep zijn bestreden, is niet in deze uitspraak, maar in die van 5 maart 2012 opgenomen. Dit verdraagt zich niet met artikel 49, eerste lid, tweede volzin, van de Lar, waarin is bepaald dat de uitspraak de gronden bevat waarop zij berust.
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het hoger beroep reeds om die reden gegrond is en de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Aan een beoordeling van de hoger beroepsgronden komt het Hof niet toe.

2. Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, zal het Hof het bij het Gerecht tegen de beschikkingen van 12 januari 2012 ingestelde beroep beoordelen aan de hand van de daartegen in eerste aanleg voorgedragen beroepsgronden.

3. Het betoog van de minister dat ROTW door de beschikkingen van 12 januari 2011 niet rechtstreeks in haar belang wordt getroffen en haar beroep daarom niet ontvankelijk dient te worden verklaard faalt. De bij beschikkingen van 12 januari 2011 verleende vergunningen maken exploitatie van de inrichting van Dunes casino op het terrein van het Caravanserai Beach Resort mogelijk. Resort of the World exploiteert de inrichting van Casino Royal te Maho Reef. Die staat op ongeveer een halve kilometer afstand van die van Caravanserai Beach Resort. Nu de casinoactiviteiten van Dunes casino en Casino Royal niet wezenlijk van elkaar verschillen en zij, gelet op de korte afstand van de inrichtingen ten opzichte van elkaar, binnen hetzelfde gebied opereren, is ROTW belanghebbende bij de beschikkingen van 12 januari 2011.

4. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Landsverordening hazardspelen (hierna: de landsverordening) kan de minister, onder door hem te stellen voorwaarden en waarborgen, vergunning verlenen voor het exploiteren van hazardspelen, in daartoe met name aan te wijzen en speciaal daarvoor ingerichte lokaliteiten.

5. ROTW betoogt dat Caravanserai Beach Resort, die het vergunde casino exploiteert, niet het volgens het door de minister bij de uitvoering van artikel 1, eerste lid, van de landsverordening gevoerde beleid om voor vergunningverlening in aanmerking te kunnen komen vereiste aantal kamers heeft en de gevraagde vergunning daarom had moeten worden geweigerd. Ter toelichting stelt zij dat slechts een deel van de verblijfsaccommodaties van het Caravanserai Beach Resort hotelkamers zijn en het voor het overige om time-share units en koopappartementen gaat. Dat zijn geen hotelkamers, als bedoeld in het door de minister gevoerde beleid, aldus ROTW.

5.1. Dat betoog faalt. Het bij de uitvoering van artikel 1, eerste lid, van de landsverordening door de minister gevoerde beleid is openbaar gemaakt in de beleidsnotitie Rules of the Game. Daarin staat dat casino’s een belangrijke voorziening van vermaak vormen voor toeristen, maar het, ter voorkoming van met veelvuldig casinobezoek samenhangende sociale problemen, nodig is casinobezoek door inwoners van het land zo veel mogelijk te beperken. Met het oog hierop strekt het beleid ertoe niet meer dan tien zogenoemde stand alone-casino’s op het eiland toe te staan en slechts vergunning voor een zogenoemd hotelcasino te verlenen, als het desbetreffende hotel over een minimum aantal kamers beschikt.
In de beleidsnotitie wordt in dit verband geen onderscheid tussen hotelkamers, koopappartementen of time-share units gemaakt.
De bij de beschikkingen van 12 januari 2011 verleende vergunning betreft Dunes casino, dat wordt geëxploiteerd op het terrein van Caravanserai Beach Resort en daarvan onderdeel uitmaakt. Niet in geschil is dat het aantal koopappartementen, time-share units en hotelkamers tezamen groter is dan het in het beleid gestelde minimum aantal kamers om voor een hotelcasino in aanmerking te kunnen komen.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

8. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 9 juli 2012 in zaak nr. Lar 069/2011;

III. verklaart het in die zaak ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.A. Martines, griffier.

w.g. Drop

voorzitter

w.g. Martines

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2013

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,