Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2013:48

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
28-06-2013
Datum publicatie
22-01-2014
Zaaknummer
HLAR 55705/12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het betoog dat een aangiftebiljet geen beschikking is, baat CTDF niet. Door overlegging van een aangiftebiljet en betaling van verplichte logeergastenbelasting dient te worden uitgegaan van het bestaan van een beschikking waartegen bezwaar kon worden gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 55705/12

Datum uitspraak: 28 juni 2013

gemeenschappelijk hof van jusTitie

van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting Curaçao Tourism Development Foundation (hierna: CTDF),

appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 9 november 2012 in zaak nr. Lar 2012/55705, in het geding tussen

de naamloze vennootschap Lions Dive & Beach Resort Curaçao N.V. (hierna: Lions)

en

CTDF.

Procesverloop

Bij beschikking van 2 april 2012 heeft CTDF het door Lions tegen het op afgifte door haar afdragen van logeergastenbelasting gemaakte bezwaar niet‑ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 9 november 2012 heeft het Gerecht het door Lions daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikking vernietigd en CTDF opgedragen een nieuwe beschikking op het bezwaar te geven.

Daartegen heeft CTDF hoger beroep ingesteld.

Lions heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 april 2013, waar CTDF, vertegenwoordigd door mrs. M.F. Murray en G.C. Rellum, beiden advocaat, en Lions, vertegenwoordigd door mr. J.A. Starreveld, advocaat, en mr. T. Stienstra, zijn verschenen.

Overwegingen

1.

Ingevolge artikel 2 van de Eilandsverordening logeergastenbelasting Curaçao 2009 (hierna: Elgb) wordt onder de naam logeergastenbelasting een directe belasting geheven ter zake van het:
a. houden van verblijf op Curaçao in een verblijfsaccommodatie tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet in het bevolkingsregister van Curaçao staan ingeschreven;
b. beschikbaar houden van ruimten in een onroerend goed of in een gedeelte daarvan door middel van time sharing ten behoeve van het verblijf van personen.
Ingevolge artikel 3 is de belastingplichtige degene die gelegenheid biedt tot het verblijf in een verblijfsaccommodatie.
Ingevolge artikel 7, eerste lid, verstrekt de heffende instantie jaarlijks de voor het belastingjaar benodigde aangiftebiljetten aan de belastingplichtigen en aan hen, van wie zij vermoedt dat zij over het lopende belastingjaar belastingplichtig zijn.
Ingevolge het tweede lid is de belastingplichtige verplicht de logeergastenbelasting die hij over een tijdvak van een kalendermaand verschuldigd is binnen vijftien dagen na het einde van die maand middels het daartoe bestemde formulier op aangifte te voldoen. De aangifte wordt onder gelijktijdige voldoening van de verschuldigde belasting gedaan bij de innende instantie
Ingevolge artikel 9, eerste lid, voor zover thans van belang, kan de heffende instantie, indien de logeergastenbelasting geheel of gedeeltelijk niet binnen de voorgeschreven tijd is voldaan, de te weinig voldane logeergastenbelasting naheffen door middel van een naheffingsaanslag, op te leggen ten name van de belastingplichtige.
Ingevolge artikel 10, eerste lid, vormt het niet binnen de in artikel 7, tweede lid 2, gestelde termijn doen van de aangifte een verzuim, ter zake waarvan de heffende instantie de belastingplichtige een boete van NAF 2.500,00 kan opleggen.
Ingevolge het tweede lid vormt het niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de voorgeschreven termijn betalen een verzuim, ter zake waarvan de heffende instantie de belastingplichtige een boete van ten hoogste NAF 10.000,00 kan opleggen.
Ingevolge artikel 11 kan de belastingplichtige die bezwaar heeft tegen de hem opgelegde navorderingsaanslag, daartegen binnen twee maanden een bezwaarschrift bij de heffende instantie indienen.

2.

CTDF betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat aan de afdracht van de logeergastenbelasting door Lions geen beschikking ten grondslag ligt en deze daartegen daarom geen bezwaar kon maken. Het heeft het verstrekken van het aangiftebiljet ten onrechte als het geven van een beschikking aangemerkt, aldus CTDF.

2.1.

Het verstrekken van het aangiftebiljet is geen beschikking, reeds nu daarmee niet wordt vastgesteld, dat en hoeveel logeergastenbelasting de belastingplichtige verschuldigd is.
Het betoog kan CTDF echter niet baten. De belastingplichtige is ingevolge artikel 7 van de Elgb gehouden om binnen vijftien dagen na het einde van de desbetreffende maand de over de kalendermaand verschuldigde logeergastenbelasting middels het daartoe bestemde formulier op aangifte te voldoen. Doet hij dit niet, dan kan hem krachtens artikel 10, eerste en tweede lid, van de Elgb een boete worden opgelegd. Het Gerecht heeft onder die omstandigheden en nu de Elgb niet in het geven van een beschikking, waarbij aan de belastingplichtige naar aanleiding van zijn aangifte een aanslag wordt opgelegd, voorziet, met juistheid overwogen dat, nu Lions door het overleggen van het aangiftebiljet aan CTDF en betaling van de logeergastenbelasting aan haar uit artikel 7 van de Elgb voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan, dient te worden uitgegaan van het bestaan van een beschikking tot het - al dan niet voorlopig - vaststellen en heffen van logeergastenbelasting, waartegen bezwaar kon worden gemaakt.

3.

Het hoger beroep is ongegrond.

4.

CTDF dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. veroordeelt de stichting Curaçao Tourism Development Foundation tot vergoeding aan de naamloze vennootschap Lions Dive&Beach Resort Curaçao N.V. van bij deze in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van NAF 700,00 (zegge: zevenhonderd gulden), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.A. Martines, griffier.

w.g. Drop

voorzitter

w.g. Martines

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2013

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,