Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2013:24

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
03-09-2013
Datum publicatie
23-09-2013
Zaaknummer
H 111/2013
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld wegens doodslag en vuurwapenbezit. Psychische overmacht acht het Hof niet aannemelijk geworden. Bij strafmaat wordt rekening gehouden met zijn jonge leeftijd en feit dat hij een first offender is. Hij krijgt 18 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 3 september 2013

Zaaknummer: H 111/2013

Parketnummers: 500.01134/12 en 500.00251/13

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

S T R A F V O N N I S

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 26 april 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1993 te Curaçao,

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te Curaçao.

Procesgang en onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 9 januari 2013 en 5 april 2013, zoals daarvan blijkt uit de processen-verbaal van die terechtzittingen, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 15 augustus 2013 in Curaçao.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. M.C. Vaders naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, behoudens ten aanzien van de straf en, in zoverre opnieuw recht doende, de verdachte zal veroordelen tot gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig jaren, met aftrek van voorarrest.

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van de onder parketnummer 500.01134/12 tenlastegelegde feiten 1 primair, 2 primair en 3 en de onder parketnummer 500.00251/13 subsidiair tenlastegelegde opzetheling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is teruggave gelast van de onder de verdachte in beslag genomen schoenen aan [K].

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, met inachtneming van de in eerste aanleg gevorderde en toegewezen wijziging, ten laste gelegd:….

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof tot andere beslissingen komt.

Vrijspraak

Het Hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 500.00251/13 primair ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het Hof acht bewezen hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 500.01134/12 ter zake van de feiten 1 primair, 2 primair en 3 en onder parketnummer 500.00251/13 subsidiair ten laste is gelegd, met dien verstande:

Parketnummer 500.01134/12

Feit 1 primair

dat hij, op 17 september 2012, te Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft zijn, verdachte’s, mededaders opzettelijk,

 met een vuurwapen in de richting van die [SLACHTOFFER 1] geschoten, waardoor die [SLACHTOFFER 1] in het lichaam werd geraakt, tengevolge waarvan voornoemde [SLACHTOFFER 1] is overleden,

welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd van enig strafbaar feit, te weten, -diefstal, het met oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening wegnemen van:

 een doos sigaren toebehorende aan die [SLACHTOFFER 1], in elk geval anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn, verdachte’s mededader(s),

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit/die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken

Feit 2 primair

dat hij, op 17 september 2012, te Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft hij verdachte opzettelijk,

 met een vuurwapen op die [SLACHTOFFER 2] geschoten, waardoor die [SLACHTOFFER 2] in het hoofd en werd geraakt, tengevolge waarvan voornoemde [SLACHTOFFER 2] is overleden,

welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd van enig strafbaar feit, te weten, -diefstal, het met oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening wegnemen van:

 een doos sigaren toebehorende aan die [SLACHTOFFER 2], in elk geval anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn, verdachte’s mededaders,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken;

Feit 3

dat hij, op 17 september 2012, te Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen meerdere vuurwapens in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 en meerdere patronen, zijnde munitie in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad.

Parketnummer 500.00251/13

subsidiair

dat hij in of omstreeks de periode van 19 september 2012 tot en met 2 oktober 2012 te Curaçao, opzettelijk kledingstukken en schoenen van het merk Hugo Boss voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die eerdergenoemde goederen wist of begreep dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zijn op grond van artikel 402 lid 7 (nieuw) van het Wetboek van Strafvordering niet in dit vonnis opgenomen.

Bewijsoverwegingen

Het Hof verwijst naar de bewijsoverwegingen in het vonnis waarvan beroep en neemt deze over, behoudens voor zover de rechter in eerste aanleg heeft overwogen dat ‘het opzet van [m] ten minste in voorwaardelijke zin op de dood van [slachtoffer 1] was gericht. Het handelen van [m], te weten het afvuren van meerdere kogels in de richting van die [slachtoffer 1], is naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op de dood van die [slachtoffer 1] dat het niet anders kan zijn geweest dan dat [m] op zijn minst genomen de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard.’ Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [m], na zijn vuurwapen doorgeladen te hebben, van korte afstand ten minste vier keer gericht heeft geschoten op het bovenlichaam van het slachtoffer. Gelet daarop acht het Hof bewezen dat [m] (vol) opzet had op de dood van het slachtoffer. Het Hof verenigt zich met het oordeel van de rechter in eerste aanleg dat de verdachte onder de gegeven omstandigheden willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij een schot zou lossen en het slachtoffer [slachtoffer 1] daardoor dodelijk getroffen zou worden, zodat er sprake is van opzet in voorwaardelijke zin.

Voor zover de verdachte stelt dat zijn verklaring van 26 september 2012 bij de politie onjuist is en dat hij niet heeft verklaard: ‘Op dat moment schreeuwde ik tegen de man om het autoportier open te maken, anders zal ik de zou schieten’, geldt dat deze verklaring door de verdachte zelf is ondertekend en is opgenomen in een door[ en ], beiden brigadier bij het Korps Politie Curaçao, op ambtseed opgemaakt proces-verbaal (pagina 135 e.v. van het dossier "Moontjeweg”). Concrete redenen om te twijfelen aan de juistheid van de inhoud van het proces-verbaal zijn gesteld noch gebleken. Het Hof gaat daarom uit van de juistheid daarvan.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 500.01134/12

Feit 1 primair

medeplegen van doodslag, gevolgd van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijker te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 2:260 jo 1:123 van het Wetboek van Strafrecht;

Feit 2 primair

medeplegen van doodslag, gevolgd van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijker te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 2:260 jo 1:123 van het Wetboek van Strafrecht;

Feit 3

medeplegen van overtreding van het bij artikel 3 van de Vuurwapenverordening 1930 gestelde verbod, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die verordening juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht;

Parketnummer 500.00251/13

opzetheling,

strafbaar gesteld bij artikel 2:397 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Parketnummer 500.01134/12

De verdediging heeft een beroep op psychische overmacht gedaan. De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte bedreigd is door [D] en door [D] onder druk is gezet om de overval te plegen.

Voor een geslaagd beroep op psychische overmacht is vereist dat het handelen van de verdachte het gevolg is geweest van een van buiten komende drang waaraan hij redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. Aannemelijk is dat [D] druk op de verdachte heeft uitgeoefend om geld te brengen. Dat bedreigingen van [D] en de druk op de verdachte om de overval te plegen zodanig waren dat aan het genoemde vereiste is voldaan is niet aannemelijk geworden. Er was voor de verdachte voldoende gelegenheid om daarvoor naar de politie te gaan. Hij heeft er bewust voor gekozen dit niet te doen. Uit de over de verdachte uitgebrachte rapporten door de reclassering, de psycholoog en de psychiater blijkt niet dat er sprake was van een ongewone psychische toestand bij de verdachte ten tijde van het plegen van de delicten.

De verdachte is strafbaar nu ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de straf heeft het Hof rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, met de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en met de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Meer in het bijzonder heeft het Hof daarbij het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte en zijn mededaders hebben deelgenomen aan een overval, waarbij uit louter financieel gewin het echtpaar [slachtoffers 1 en 2] op gewelddadige wijze om het leven is gebracht. Daarmee hebben zij hen beroofd van het kostbaarste goed dat de mens bezit, het leven. Het schokkende aspect is mede daarin gelegen dat het destijds vierjarige dochtertje van het echtpaar getuige is geweest van de overval en het doodschieten van haar ouders. De verdachte en zijn mededaders hebben dit kind en de overige nabestaanden van de slachtoffers onherstelbaar leed toegebracht. Bovendien hebben de begane feiten niet alleen een grote impact gehad op de Chinese gemeenschap maar op de gehele samenleving in Curaçao. Aldus heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige strafbare feiten.

Hiernaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling. Door zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen en heeft hij andere misdrijven ondersteund en begunstigd.

Ten voordele van de verdachte houdt het Hof rekening met zijn jeugdige leeftijd alsmede de omstandigheid dat hij niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Ter terechtzitting is in hoger beroep is ook gebleken dat de verdachte er thans van doordrongen is dat hij een grote fout heeft begaan en vastbesloten is niet in herhaling te vallen. Op grond van de over de verdachte uitgebrachte rapporten door de reclassering, de psycholoog en de psychiater wordt een verhoogde kans op recidive niet aanwezig geacht.

Op grond van het voorgaande, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1:14 van het Wetboek van Strafrecht, acht het Hof na te melden straf passend en geboden.

Inbeslaggenomen voorwerpen

De teruggave zal worden gelast van de onder verdachte in beslag genomen schoenen aan de rechtmatige eigenaar, te weten H.F. Kok.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 26 april 2013 en doet opnieuw recht;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 500.00251/13 primair ten laste is gelegd is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart bewezen dat hetgeen aan de verdachte onder parketnummer 500.01134/12 ter zake van de feiten 1 primair, 2 primair en 3 en onder parketnummer 500.00251/13 subsidiair ten laste is gelegd, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de achttien (18) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave van de onder de verdachte in beslag genomen schoenen aan H.F. Kok.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J.P. de Haan, J. de Boer en H. de Doelder, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 3 september 2013.