Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2012:BY7906

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
14-12-2012
Datum publicatie
07-01-2013
Zaaknummer
HLAR 50442/11
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betreft verzoek om vergoeding betaald griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

HLAR 50442/11

Datum uitspraak: 14 december 2012

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[Appellant], wonend in Curaçao,

appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 3 februari 2012 in zaak nr. LAR 2011/50442 op een verzoek van appellant om vergoeding van griffierecht na intrekking van het beroep.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 3 maart 2011 heeft de Gouverneur van Curaçao appellant op voordracht van de minister van verkeer, vervoer en ruimtelijke planning (hierna: de minister) met ingang van 1 maart 2011 ontslag verleend als lid van de commissie voor kleine autobussen en middelgrote autobussen (hierna: de commissie).

Bij brief van 15 augustus 2011 heeft appellant tegen het uitblijven van een beschikking op het door hem daartegen gemaakte bezwaar beroep ingesteld. Op 1 februari 2012 heeft hij het aldus ingestelde beroep ingetrokken.

Bij uitspraak van 3 februari 2012 heeft het Gerecht bepaald dat de minister het door appellant voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht aan hem vergoedt.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij het Hof ingekomen op 13 maart 2012, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 oktober 2012, waar appellant in persoon en de minister, vertegenwoordigd door mr. L.M. Virginia, advocaat, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellant betoogt dat hij bij de intrekking van het beroep ter zitting van het Gerecht verschoonbaar heeft gedwaald, omdat de brief van 24 maart 2011, anders dan het Gerecht hem ter zitting heeft voorgehouden, geen beschikking op zijn bezwaar inhoudt, waartegen hij beroep kon instellen.

2.1.1. Het Hof begrijpt het betoog aldus, dat appellant wenst terug te komen van de intrekking van zijn beroep ter zitting van het Gerecht. Intrekking van het beroep kan na afloop van de beroepstermijn niet ongedaan gemaakt worden, tenzij zich omstandigheden voordoen, waardoor betrokkene in aan hem niet toe te rekenen dwaling verkeerde of door dwang of bedrog ertoe is gebracht het beroep in te trekken.

2.1.2. Bij beschikking van 3 maart 2011, kenmerk 11/0427, is aan appellant ontslag van de commissie verleend. Bij beschikking van gelijke datum, kenmerk 11/ 0426, is ook aan […] ontslag verleend. Bij brief van 17 maart 2011, aangevuld bij brief van 13 april 2011, hebben appellant en […] gezamenlijk tegen die beschikkingen bezwaar gemaakt.

De eerst bij de behandeling van het beroep ter zitting door de minister overgelegde brief van 24 maart 2011 houdt geen beschikking op het door appellant tegen de beschikking van 3 maart 2011, kenmerk 11/0427, gemaakte bezwaar in, maar een beschikking op het door […] tegen de beschikking van 3 maart 2011, kenmerk 11/0426, gemaakte bezwaar. Het Gerecht heeft appellant daarom ten onrechte voorgehouden dat die brief een beschikking op het door hem gemaakte bezwaar inhoudt, waardoor deze ten tijde van de intrekking van zijn beroep door niet aan hem toe te rekenen omstandigheden in dwaling verkeerde.

Het betoog slaagt.

2.2. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Nu geen beschikking op het door appellant tegen de beschikking van 3 maart 2011, kenmerk 11/0427, gemaakte bezwaar is gegeven, zal het Hof, doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, het door appellant tegen het met een beschikking gelijk te stellen uitblijven van een beschikking ingestelde beroep gegrond verklaren en die beschikking vernietigen. De minister dient alsnog op het door appellant gemaakte bezwaar te beschikken. Daartoe zal het Hof na te melden termijn stellen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, van 3 februari 2012 in zaak nr. LAR 2011/50442;

III. verklaart het bij het Gerecht in die zaak ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het met een beschikking gelijk te stellen uitblijven van een beschikking op het door [appellant] tegen de beschikking van 3 maart 2011, kenmerk 11/0427, gemaakte bezwaar;

V. draagt de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning op om binnen zes weken na deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een beschikking op het gemaakte bezwaar te geven;

VI. gelast dat dat het land Curaçao aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Naf. 300,00 (zegge: driehonderd gulden) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr J.Th. Drop, voorzitter en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier

w.g. Drop

voorzitter w.g. Isenia

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 december 2012

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,