Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2012:BY7712

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
14-12-2012
Datum publicatie
03-01-2013
Zaaknummer
HLAR 50521/11
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In geschil is of brief van vreemdeling kan worden beschouwd als een bezwaarschrift. Het Hof oordeelt dat de brief als zodanig dient te worden aangemerkt. Het hoger beroep is gegrond en de minister dient alsnog te beschikken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

HLAR 50521/11

Datum uitspraak: 14 december 2012

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[Appellant], wonend in Curaçao,

appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 14 oktober 2011 in zaak nr. Lar 2011/50521 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Justitie

1. Procesverloop

Bij beschikking van 16 maart 2011 heeft de minister van Justitie (hierna: de minister) een verzoek van appellant (hierna: de vreemdeling) om hem een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen afgewezen.

Bij uitspraak van 14 oktober 2011 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) het door de vreemdeling tegen het uitblijven van een beschikking op het door hem daartegen gemaakte bezwaar ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij het Gerecht ingekomen op 28 oktober 2011, hoger beroep ingesteld.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 oktober 2012, waar de vreemdeling, bijgestaan door mr. B.W. Scheperboer, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. D.J. Victorina, werkzaam in dienst van het land, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De vreemdeling betoogt dat het Gerecht, door het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, heeft miskend dat hij bij brief van 28 maart 2011 tegen de beschikking van 16 maart 2011 bezwaar heeft gemaakt.

2.1.1. Dat betoog slaagt. In die brief heeft de vreemdeling onder meer te kennen gegeven dat hem bij die beschikking ten onrechte is geweigerd de verzochte vergunning tot tijdelijk verblijf in het kader van de Brooks Tower-regeling te verlenen, omdat hij het vergunningbewijs niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft afgehaald. Hij stelt daarin dat het in het verleden mogelijk was om, ook nog geruime tijd nadat betrokkene ervan in kennis was gesteld dat dat bewijs kan worden opgehaald, een vergunningbewijs op te halen. Voorts heeft hij de minister verzocht om de zaak te reviseren.

Deze brief moest worden aangemerkt als een bezwaarschrift. Dat de termen “bezwaar” en “bezwaarschrift” daarin niet worden gebezigd, maakt dat niet anders. De Lar schrijft niet voor dat een bezwaarschrift deze termen bevat.

2.2. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, zal het Hof het beroep gegrond verklaren en het met een beschikking gelijkgestelde weigeren te beschikken op het gemaakte bezwaar vernietigen. De minister dient alsnog op het gemaakte bezwaar te beschikken.

2.3. De minister dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden verwezen. Daarbij wordt een wegingsfactor van 0,25 toegepast.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 14 oktober 2011 in zaak nr. Lar 2011/50521;

III. verklaart het bij het Gerecht in die zaak tegen het met een beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het door

[de vreemdeling] tegen de beschikking van 16 maart 2011 gemaakte bezwaar gegrond;

IV. vernietigt het met een beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het gemaakte bezwaar;

V. draagt de minister van Justitie op binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een beschikking op het door [de vreemdeling] gemaakte bezwaar te geven;

VI. veroordeelt de minister van Justitie tot vergoeding aan [de vreemdeling] van bij deze in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van Naf. 700,00 (zegge: zevenhonderd gulden), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door het Land Curaçao aan [de vreemdeling] te worden betaald;

VII. gelast dat het Land Curaçao het door [de vreemdeling] voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Naf. 450,00 (zegge: vierhonderdvijftig gulden) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en

mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.

w.g. Drop

voorzitter w.g. Isenia

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 december 2012

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,