Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2012:BX7989

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
18-09-2012
Datum publicatie
21-09-2012
Zaaknummer
H 216/2011
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met medeverdachte schuldig gemaakt aan acht zeer gewelddadige misdrijven. Slachtoffers werden in auto gelokt om beroofd en ernstig mishandeld te worden. Een vrouwelijk slachtoffer werd daarbij verkracht. Drie slachtoffers hebben het niet overleefd. Uit rapportage blijkt de recidivekans hoog en de prognose voor behandeling ongunstig. Het Gerecht veroordeelde tot levenslang. Hof veroordeelt hem tot 30 jaar, gezien het feit dat verdachte voor het eerst veroordeeld wordt, spijt heeft betuigd en volgens art. 3 EVRM een verdachte recht heeft op enig perspectief. Levenslang biedt dat perspectief niet voldoende en derhalve moet de langst mogelijke gevangenisstraf worden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2012/233
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 18 september 2012

Zaaknummer: H 216/2011

Parketnummer: 100.00149/11

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

S T R A F V O N N I S

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 14 december 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1991 in Dominica,

wonende in Sint Maarten,

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Sint Maarten.

Procesgang en onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 23 november 2011 en 24 november 2011, zoals daarvan blijkt uit de processen-verbaal van die terechtzittingen, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 30 augustus 2012 in Sint Maarten.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. T.H.W. Stein, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw,

mr. S.R. Bommel, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met dien verstande dat de bewijsmiddelen in het vonnis opgenomen dienen te worden.

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4, 5, 6, 7, en 8 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, met inachtneming van de in eerste aanleg gevorderde en toegewezen wijziging, ten laste gelegd:…

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof tot andere beslissingen komt.

Vrijspraak

Het Hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en 3 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het Hof acht bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 subsidiair, 4, 5, 6, 7 en 8 primair is ten laste gelegd, met dien verstande:

1.

dat hij, in de nacht van 25 op 26 februari 2011, te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (Iphone), een horloge en geld, toebehorende aan [LG], in ieder geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld tegen voornoemde [LG] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

welk geweld heeft bestaan uit het:

- meermalen slaan en schoppen van die [LG] en

- die [LG] meermalen met een mes steken en

- meermalen op de borstkas van die [LG] springen en

- meermalen met een grote steen op het hoofd en lichaam slaan van die [LG] en

- in brand steken van het shirt van die [LG], althans trachten hem in brand te steken,

terwijl dit feit de dood ten gevolge heeft gehad van voornoemde [LG];

2.

dat hij, in de nacht van 3 op 4 maart 2011, te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een persoon, genaamd [EV], van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en zijn mededader opzettelijk

- die [NV] meermalen met een mes gestoken en

- meermalen met een grote steen op het hoofd en lichaam van die [NV] geslagen,

tengevolge waarvan voornoemde [NV] is overleden, en

welke vorenomschreven doodslag werd vergezeld van enig strafbaar feit, te weten diefstal met geweld in vereniging, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feitemakkelijk te maken;

3.

dat hij, in nacht van 4 op 5 maart 2011, te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of goederen, geheel of gedeeltelijk toebehorende aan [FL], en daarbij die voorgenomen diefstal, te doen voorafgaan en te doen vergezellen en te doen volgen van geweld en die voorgenomen diefstal te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan hunzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

opzettelijk,

- die[FL] meermalen heeft geslagen en

- die[FL] meermalen met een mes heeft gestoken en geprikt en

- meermalen met een grote steen op het hoofd en lichaam heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, en

terwijl dit feit de dood ten gevolge heeft gehad van voornoemde[FL].

4.

dat hij, op meerdere momenten in de nacht van 12 op 13 februari 2011,

te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, door geweld [XS] telkens heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die telkens bestaan of mede bestaan hebben uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [XS] welk geweld heeft bestaan uit

• het aan de haren trekken van die [XS] en

• het in hun auto trekken van die [XS] het wurgen van die [XS] met een sjaal en

• het meermalen slaan en stompen van die [XS] en

• het uit de auto sleuren van die [XS] en hebbende dat seksueel binnendringen bestaan uit

• het meermalen binnendringen met de penis in de vagina van die [XS] en

• het meermalen binnendringen met de penis in de mond van die [XS] en

• het binnendringen met de vinger in de vagina van die [XS];

5.

dat hij, op 12 februari 2011, te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft wegge¬nomen een mobiele telefoon (merk Samsung) en een tas (bevattende enkele broodjes, een combinatietang en zes bijbels) en een portemonnee (bevattende een aantal kaarten t.n.v. [MP] en geld (40 USD), toebeho¬rende aan [MP]

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen voornoemde [MP] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld heeft bestaan uit het:

• trachten te wurgen van die [MP] en

• meermalen slaan en stompen van die [MP] in zijn gezicht en lichaam

• uit de auto sleuren van die [MP] en

• vervolgens bewusteloos slaan van die [MP];

6.

dat hij, op 23 februari 2011, te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas bevattende (onder meer) een laptop met lader, een memory stick en een paspoort, een mobiele telefoon, een portemonnee met geld

($ 470,=) en een tas met kleding, althans enig goed toebehorende aan [JS], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [JS] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld hebben bestaan uit het:

- vastpakken van het hoofd van die [JS] en

- tonen en voorhouden en richten van een vuurwapen (flare gun), aan/op die [JS] en

- onder bedreiging meenemen van die [JS] in een auto en

- slaan van die [JS] met de vuisten en het vuurwapen en

- het doorzoeken van de zakken van die [JS];

7.

dat hij in de nacht van 19 op 20 februari 2011, te Saint Martin, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft wegge¬nomen een mobiele telefoon (Iphone 3) en een portemonnee met geld, toebeho¬rende aan [SH], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld tegen voornoemde [SH] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzeke¬ren;

welk geweld heeft bestaan uit het:

• trachten te wurgen van die [SH] en

• meermalen slaan met een stuk hout van die [SH] op zijn lichaam en

• meermalen bijten van die [SH] en

• bekogelen met stenen van die [SH];

8.

dat hij in de nacht van 17 op 18 februari 2011, te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om [AW] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [AW]

- meermalen in het gezicht en de buik en de borst heeft geslagen en/of gestompt en

- in de middelvinger heeft gebeten en

- de keel heeft dichtgeknepen (waardoor zij geen lucht meer kreeg) en

- terwijl zij op de grond lag meermalen tegen het hoofd en het lichaam heeft geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

In de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.

Feit 1:

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevinding, gesloten en getekend op 27 februari 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op zaterdag 26 februari 2011, omstreeks 6.35 uur werden verbalisanten door de wachtcommandant gedirigeerd naar Mullet Bay Golf Course ter hoogte van het tennisveld gelegen aan de Rhine Road, alwaar men een man op de grond had aangetroffen en die vermoedelijk door iemand werd mishandeld en dat de ambulancedienst reeds derwaarts werd gedirigeerd. Bij de ingang van de weg leidende naar de voormalige Conferentie zaal te Mullet Bay troffen wij, verbalisanten, de ambulance aan waarvan de zwaailichten in werking waren en die deze weg nagenoeg uitreed en die vermoedelijk in de richting van de Sint Maarten Medical Center reed. Wij, verbalisanten, hadden de ambulance gestopt en hadden de bestuurder aangesproken die verklaarde dat hij het slachtoffer al in de ambulance had opgenomen en dat het noodzakelijk was om het slachtoffer in allerijl naar de Sint Maarten Medical Center over te brengen. Wij, verbalisanten, begaven ons hierna naar de Sint Maarten Medical Center om meer informatie te vergaren van het slachtoffer. Aldaar aangekomen werden wij, verbalisanten, door een man benaderd die opgaf te zijn [getuige G]. Verder verklaarde [getuige G] dat hij de persoon was die het slachtoffer op het strand had aangetroffen. Tevens legde [getuige G] aan ons, verbalisanten, vrijwillig een verklaring af en die als volgt luidde:

“Omstreeks 6.15 uur, ging ik naar het strand om te gaan zwemmen en trof ik onder een boom een man aan met ontblote bovenlijf die voor mij onbekend was in een geknielde houding die door onbekenden zwaar mishandeld werd. Hierna belde ik meteen de ambulance op. Het slachtoffer gaf mij op te zijn genaamdLG]. Tevens zag ik dat het slachtoffer aan zijn rechter bovenarm een brandwond had.[x] verklaarde aan mij dat hij aan boord van een Yacht genaamd “Chitahmoon” gemeerd in de Simpson Bay Lagoon verblijft. LG] verklaarde verder dat hij zich bij de Jimbo Bar en Restaurant vertoefde en vervolgens bij het verlaten hiervan liep hij weg in een onbekende richting. [LG] verklaarde verder dat hij door onbekende personen werd ontvoerd, beroofd en zwaar mishandeld. Daarna werd hij op het strand gedumpt en in een hulpeloze toestand achtergelaten.”

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevinding, gesloten en getekend op 26 februari 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik, verbalisant[ ], ging terug naar het Sint Maarten Medical Center om het slachtoffer te kunnen verhoren. Het verhoor ging zeer moeilijk tengevolge de situatie waarin het slachtoffer zich verkeerde. Hij gaf op te zijn genaamd: [LG], geboren in Frankrijk op [datum]1973, verblijvende aanboord van de jacht “Cheetha Moon” geankerd te Simpson Bay Marina.

Het schriftelijke stuk, het autopsieverslag betreffende [LG], geb. [datum] 1973, gestorven 26 februari 2011, opgesteld door dr. Cyrille de Reynal, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Betreffende de oorzaken van de dood:

Deze sectie toont letsels die door groot geweld zijn veroorzaakt.

Voornamelijk: Breuk van de basis van de schedel, compatibel met het gebruik van een stomp voorwerp, voornamelijk verantwoordelijk voor de dood. Zeven lineaire wonden met nette zijkanten compatibel met het gebruik van een scherp en snijdend voorwerp. Zes van de zeven drongen diep binnen (wond A en 1 tot 5) en twee waren mogelijk dodelijk (A en 1). Derde graad verbranding bij de borst en de arm, ongeveer 5% van het lichaam, compatibel met het gebruik van zuur. We constateren ook de aanwezigheid van maagsap binnen de luchtwegen (luchtpijp en longpijp). Dit heeft eventueel kunnen bijdragen aan het overlijden.

Conclusie: De sectie op het lichaam van [LG], geboren op [datum] 1973 en gestorven op 26 februari 2011, toegestaan de volgende conclusie:

Oorzaak van de dood: Breuk van de basis van de schedel (extra duraal hematoom). Hypovolemische shock door interne bloeding, inademing.

Oorzaak: Misdaad.

Bijletsel: Derde graadverbranding bij de borst en de arm, ongeveer 5% van het lichaam.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 12 april 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [medeverdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

Samen met [ ] heb ik een blanke Franse man beroofd. Wij hebben hem opgepikt bij een bar voor de ophaalbrug, dicht bij “bumper cars” en hem meegenomen naar het strand van Mullet Bay. Hier hebben we allebei zwaar gevochten met deze man. We probeerden de man te beroven, maar de man was heel sterk en vocht heel hard terug. Ik heb die man ook heel vaak geslagen en[ ] ook. We waren die dag ook met de Tucson. [ ] heeft geprobeerd die man in brand te steken. Dit is niet gelukt. De man leefde nog toen wij weggingen daar. Wij hebben van deze man een I-phone gestolen, een horloge en wat geld. [ ] probeerde met zijn aansteker de kleding van de man in brand te steken. In ieder geval het T-shirt of de blouse die de man droeg.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ]in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 12 april 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [medeverdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

De man was erg sterk en het was een heel gevecht. Ik heb de man ook meerdere klappen met mijn vuisten gegeven. Het lukte ons de man tegen de grond te werken. Wij bleven de man slaan en onder controle te houden. Uiteindelijk hadden wij de man weer op de grond gebracht.[ ] bleef met zijn mes op de man insteken. Ik was nog steeds met de man aan het worstelen om de man op de grond te houden. Ik zag dat [ ] nu hard met beide benen op de borst van de man aan het springen was. De man hoestte en snakte naar lucht. Ik zag dat[ ] met een aansteker de kraag van het shirt van de man in brand probeerde te steken.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 26 april 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [ ] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

Rond middernacht reden we richting Simpsonbay. Ik zat naast [medeverdachte] voorin op de passagiersplaats. In Simpsonbay zagen we een blanke man liften. [medeverdachte] stopte voor de man en vroeg waar hij naar toe moest. De man zei naar Maho. [medeverdachte] zei dat ik voor zijn gast achterin moest gaan zitten, zodat de man voorin kon plaatsnemen. Vervolgens reden we verder. Toen we in Maho aankwamen zei [medeverdachte] in het Creools tegen mij dat de man eruit zag alsof hij geld had. Ik zei ok. Vervolgens reden we door naar Mulletbay waar we de man beroofd hebben.

De man was goed aangeschoten. De man gaf aan dat hij bij het casino in Maho uit wilde stappen, omdat daar een liveband speelde. [medeverdachte] bleef echter doorrijden. De man vroeg wat [medeverdachte] aan het doen was. Vervolgens verhoogde [medeverdachte] de snelheid en reed naar het strand Mulletbay. [medeverdachte] had zijn mes met het zwarte handvat bij hem. [medeverdachte] stapte uit de auto en trok de man eruit. [medeverdachte] doorzocht de zakken van de man en ze begonnen te vechten. [medeverdachte] zei dat ik hem moest helpen en ik begon met het mes op de man in te steken. Ik stak de man waar ik maar kon. Ik raakte hem overal op zijn bovenlichaam en misschien ook wel in zijn gezicht. De man was wat ouder, maar was nog best wel sterk. Ik heb de man met kracht twee trappen tegen zijn borst aangegeven.

Nadat [medeverdachte] de zakken van de man doorzocht, begon de man zich te verzetten. Daardoor ben ik de man gaan steken. [medeverdachte] bracht de man op de grond en ik schopte twee keer met kracht tegen de rug van de man aan. [medeverdachte] ging op de man zitten, die op de grond lag. [medeverdachte] zei dat ik de zakken van de man moest doorzoeken. Ik doorzocht de zaken van de man. Terwijl ik de zakken doorzocht begon de man te schoppen. Hij raakte met zijn knie [medeverdachte] op zijn borst. [medeverdachte] sloeg met zijn vuist de man tegen zijn gezicht, waardoor de man buiten bewustzijn raakte. Ik vond $ 400,-. [medeverdachte] nam de telefoon en horloge van de man. Daarna pakte [medeverdachte] mijn mes. Ik zag dat hij de man nog een paar keer met het mes stak. Daarna zag ik dat [medeverdachte] een steen zocht en ik zag dat [medeverdachte] de steen van ongeveer 40 centimeter op de man gooide. [medeverdachte] zei dat ik de steen ook op de man moest gooien. Ik pakte de steen en gooide die met kracht twee keer op de borst van de man. Daarna pakte [medeverdachte] de steen en gooide die tegen het hoofd van de man aan.

Ik weet zeker dat ik het shirt onderaan heb aangestoken. Ik merkte dat het niet lukte. [medeverdachte] nam mijn aansteker over en stak het shirt van de man aan. Ik zag dat het shirt van de man vlam vatte. De vlammen waren zo groot als een pakje sigaretten. Vervolgens zijn wij weggegaan. Op het moment dat we het shirt van de man in brand staken was de man buiten bewustzijn.

Feit 2:

Het door de verbalisanten [ ], [ ], [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevinding, gesloten en getekend op 31 maart 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 04 maart 2011, omstreeks 10:30 uur, gingen wij op verzoek van [ ], chef Zware Criminaliteit Bestrijding, naar de [adres] road in Sint Maarten. Ter plaatse vertelde [K] ons, verbalisanten, dat omstreeks 08:00 uur het dode lichaam van een man door twee voetgangers op een onverharde zijweg was aangetroffen. [K] verzocht ons, verbalisanten ter plaatse een forensisch onderzoek in te stellen.

De Alexis Arndell road is gelegen tussen de wijken Cayhill en Colebay. De Alexis Arndell road is geasfalteerd en er geldt een éénrichtingsverbod. Net over de top van de heuvel in de richting van Colebay maakt de weg een haarspeldbocht, rechts in die bocht bevindt zich een onverharde zijweg. Bij het begin van de zijweg stonden enkele struiken en lagen er op een afstand van 11.60 meter, gemeten vanaf het asfalt, drie rotsblokken die een verdere toegang van de onverharde weg blokkeerden. Op een afstand van 19.20 meter, gemeten vanaf de rotsblokken, lag het dode lichaam van een man.

Identiteit slachtoffer

Het slachtoffer bleek later in het onderzoek genaamd te zijn: [NV], geboren [datum] 1959 in Dominicaanse Republiek.

Omschrijving ligging slachtoffer

Het slachtoffer lag op de rug met de armen haaks gebogen waarbij de onderarmen naast het hoofd lagen. Beide onderbenen lagen gebogen onder de bovenbenen.Op de borst van het slachtoffer lagen twee tanden. Op de grond nabij, de kruin van het hoofd, lag een tand, compleet met wortel. De voorkant van het polo-shirt was met bloed besmeurd. Tevens troffen wij, verbalisanten, een groot aantal steekgaten in zowel de voorzijde als de achterzijde van het polo-shirt.

Lijkschouwing

Omstreeks 11.15 werd door de Politiearts Dr. M. Mercuur bij het slachtoffer de dood geconstateerd. Ter plaatse heeft dr. Mercuur een lijkschouwing verricht.

Vervolg sporen rondom het slachtoffer

Nadat het slachtoffer was weggehaald zagen wij, verbalisanten, dat op de plek waar het slachtoffer met zijn hoofd had gelegen een kuiltje was gevormd. Zowel in het kuiltje als verder op de plek waar het slachtoffer met zijn hoofd had gelegen, was de aarde doordrenkt met bloed.

Het schriftelijke stuk, het op 20 juni 2011 digitaal geautoriseerde verslag van obductie onderzoek betreffende [NV], geboren op [datum] 1959, opgesteld door de patholoog dr. G.D. Zielinski, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Samenvatting

Bij de sectie op [NV], geboren [datum] 1959 is het navolgende gebleken:

A: (Uitwendige schouwing):

1. het was het lichaam van een man.

2. Er was destructie van het aangezicht met breuken in de schedel. Er waren tenminste 67 scherprandige huidperforaties verspreid over bijna het gehele lichaam.

B. (Inwendige schouwing):

1. Er waren bloedingen in het borstvlies om de perforaties.

2. Er waren bloedingen in de rechter long in het gebied van de perforaties.

3. Er was uitgebreide destructie van de schedel, inclusief uitgebreide destructie van de boven en onderkaak. Er was een breuk van het neustussenschot.

4. Er waren bloedingen aan het hersenoppervlak.

5. Er was bloed in de rechter borstholte.

C. (Microscopie):

1. In het longweefsel was er in meerdere longblaasjes veel eiwitrijk vocht met plaatselijk bloed. Er was stuwing van de kleine vaatjes in het longweefsel. Het longweefsel was wat gedegenereerd en deels samengevallen. Er was geringe bacteriele overgroei.

2. In de lever was er acute stuwing.

3. Aan het buitenoppervlak van de hersenweefsel is er plaatselijk een geringe hoeveelheid bloed.

4. In de overige organen waren er voor zover ten gevolge van degeneratie te beoordelen geen ziekelijke orgaan afwijkingen van betekenis voor het overlijden (hart, milt, nieren, alvleesklier, schildklier, bijnieren).

Epicrise:

Volgens ontvangen inlichtingen werd het lichaam van deze 51 jaar geworden man aangetroffen bij de Cake House. Bij sectie bleek de overledene uitgebreide letsels te hebben aan het hoofd waaronder destructie van de kaak, breuk van de neus, meerdere schedelbreuken aan de schedelbasis. Daarnaast waren er tenminste 67 steekwonden in het lichaam gepaard gaande met meerdere schedelbreuken in combinatie met meervoudige steekletsels. De bevindingen bij microscopisch onderzoek kunnen hierbij passen. Er waren voor zover ten gevolge van degeneratie te beoordelen geen ziekelijke orgaan afwijkingen van betekenis voor het overlijden.

Conclusie:

[NV], 51 jaar oud geworden is overleden als gevolg van uitgebreid uitwendig mechanisch geweld op het aangezicht, gepaard gaande met uitgebreide schedelbreuken in combinatie met meervoudige steekletsels.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 12 april 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [medeverdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

Ik was die dag weer samen met [ ] en we reden in de zwarte Tucson van [v]. We waren op zoek om iemand te gaan beroven. Ik bestuurde de auto en [verdachte] zat weer achterin op de achterbank van de auto. We reden daar dus rond en we zagen een man bij de rotonde staan. Ik deed alsof ik een gypsie [opmerking Hof: een illegale taxi] was en vroeg de man waar hij heen wilde. De man zei mij dat hij naar Dutch Quarter. Ik zei hem dat dat goed was. Op een bepaald moment ontstond er een ruzie tussen de man en mij. Vervolgens ben ik rechtsaf de Cakehouse Road tegen de richting in opgereden. Vervolgens kwamen we aan bij de scherpe bocht op de Cakehouse Road en ik parkeerde de auto. Ik ben gelijk naar [verdachte] gegaan en hielp [verdachte] te vechten tegen de man. Ik sloeg de man meerdere keren met mijn gebalde vuist. Ondertussen namen wij de man mee naar achteren daar. Er staan daar een paar rotsen in de bocht en we namen de man mee naar achteren van deze rotsblokken. Hier lukte het mij de man naar de grond te werken. De man viel op zijn rug op de grond.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 26 april 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [ ] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

Bij de rotonde KFC zagen we een man bij de bushalte staan. [medeverdachte] stopte ter van deze man. [medeverdachte] zei dat hij een “gypsie” was en vroeg waar de man naar toe moest. De man zei: “DQ”. [medeverdachte] zei dat de man kon instappen. De man nam voorin plaats. Ik zag achterin en maakte geen geluid. Hierdoor kon de man niet weten dat ik achterin de auto zat. Onderweg zei [medeverdachte] dat het $ 10,- kostte om hem naar Dutch Quarter te brengen. De man zei dat hij maar $ 5,- bij zich had en ook nog eens wisselgeld nodig had om de volgende dag de bus te nemen. Hierop werd [medeverdachte] boos op de man. De man zei dat de $ 5,- al het geld was dat hij bij hem had. Hij zei dat [medeverdachte] hem dan maar terug moest brengen naar de plek waar wij hem hadden opgepikt. [medeverdachte] was aan het schelden en keerde de auto. Terwijl hij weer terugreed naar de locatie waar hij de man had opgepikt bleef hij op de man schelden. Hij zei dat de man kennis zou maken met “the bad man”. In plaats van de man uit te laten stappen sloot [medeverdachte] middels de automatische deurvergrendeling de portieren en reed door richting de Franse kant. Vervolgens sloeg hij rechtsaf en reed tegen de richting de Cakehouse omhoog.

Daar parkeerde [medeverdachte] de auto. De man begon met [medeverdachte] te worstelen terwijl [medeverdachte] de man vast bleef houden. Ik zag dat [medeverdachte] het zwarte mes pakte en de man een paar keer in zijn buik en borst stak. Ik pakte het bruine mes en zette die op de keel van de man. Ondertussen stapte [medeverdachte] uit de auto, rende om de auto heen en sleepte de man uit de auto. In de tussentijd stak ik de man met snelle steekbewegingen in de linkerzijde van zijn flank. Ik deed dit om het verzet van de man te breken. Terwijl wij op de man instaken hoorde ik dat de man schreeuwde “stop stop stop”. [medeverdachte] begon buiten de auto op de man in te slaan. Ondertussen bleef ik met het mes op de man insteken. Ik stak de man waar ik maar kon. Ik raakte hem op zijn hele lichaam. De man lag inmiddels op zijn rug en was duidelijk verzwakt. [medeverdachte] pakte de man van achteren beet en sleepte hem achter de rotsen langs. Ik zag en hoorde dat de man moeite had met ademen. Nadat [medeverdachte] daar aankwam liet hij de man op de grond vallen. [medeverdachte] vroeg aan mij om een steen te pakken. Ik pakte een stuk rots, ter grootte van het scherm van uw laptop en gaf die aan [medeverdachte]. Ik zag dat [medeverdachte] de rots met kracht op de borst en hoofd van de man gooide. Ik weet niet hoe vaak [medeverdachte] dat deed, maar hij deed dat een paar keer. Hij gooide de rots op de man, pakte hem weer op en gooide de rots met kracht nog een keer. Elke keer wanneer de rots de man raakte hoorde ik een apart geluid. Terwijl [medeverdachte] de rots gooide heeft hij niets gezegd. Ik zag dat hij in een soort razernij was. Ondertussen doorzocht ik de zakken van de man. Ik vond een biljet van $ 5,- en een oude Nokia telefoon. Vervolgens zijn we in de Tucson gestapt en weggereden.

Feit 3:

Het door de verbalisanten [ ], [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevinding, gesloten en getekend op 10 maart 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op zaterdag 5 maart 2011, omstreeks 7.10 uur kwam er een telefonisch bericht binnen dat men op de onverharde weg leidende achter de Learning Unlimited School in Sint Maarten een lijk heeft aangetroffen. Wij, verbalisanten, begaven ons onmiddellijk derwaarts en werden terplaatse bij de Chopin Road te woord gestaan door de man genaamd:[getuige S]. [getuige S] verklaarde dat hij elke dag in de vroege ochtend uren met zijn drie honden achter de Learning Unlimited School gaat wandelen. Vanmorgen was dit ook het geval toen een van de honden van hem wegrende en verder op een afstand stilstond en opmerkelijk bleef snuffelen. Toen [getuige S] dichterbij kwam bemerkte hij dat zijn hond bij een lijk van een mannelijk geslacht gekleed in een uniform dat bevlekt was met bloed stond.

Bij de ingang van de Chopin Road wees [getuige S] ons de ligging van het lijk aan. Vanaf een afstand van ongeveer twee meter van het lijk verwijderd zag ik, eerste verbalisant, dat het een man betrof die op zijn rug lag waarbij het hoofd gericht was in de richting van de Sint Maarten Medical Center en gekleed in een bewakersuniform. Verder constateerde de verbalisant dat op de grond naast het lijk een portemonnee lag en op het lijk zelf een houten stok lag. Bij het teruglopen naar de hoofdweg treft de verbalisant in het struikgewas een jack en een pet aan die vermoedelijk het slachtoffer toebehoorde. Het lijk werd door middel van de identiteitskaart die in de portemonnee aangetroffen werd herkend als in leven te zijn genaamd: [FL], geboren in Haïti op 21 juli 1964.

Het schriftelijke stuk, het op 22 juni 2011 digitaal geautoriseerde verslag van obductie onderzoek betreffende[FL], geboren op [datum] 1964, opgesteld door de patholoog dr. G.D. Zielinski, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Samenvatting:

Bij de sectie op [FL], geboren 21 juli 1964 is het navolgende gebleken:

A. (Uitwendige schouwing):

1. het was het lichaam van een man;

2. op het lichaam waren er meerdere snijwonden waaronder enkele op het hoofd, rechter hand en linker arm. Tevens waren er meerdere bloeduitstortingen, waaronder in de hals.

B. (Inwendige schouw):

1. Er waren veel schedelbreuken, breuken van de neus, tongbeen en linker bovenarm.

2. Er waren bloeduitstortingen in de weke delen in het gebied van de snijwonden en breuken, inclusief bloeding onder de harde hersenvlies en in het oppervlakkige hersenweefsel.

C. (Microscopie):

1. Longen: er was er beiderzijds eiwitrijk vocht en een wisselende hoeveelheid bloed in de

longblaasjes, mogelijk plaatselijk ook een gering hoeveelheid maaginhoud.

2. Hersenen: plaatselijk bloed aan het buitenoppervlak met kleine bloedingen in het oppervlakkig hersenweefsel.

3. In de overige organen (hart, nieren, alvleesklier, milt, bijnieren, lever en schildklier) waren er geen aanwijzingen voor ziekelijke afwijkingen voor zover ten gevolge van degeneratie te bepalen.

Epicrisie:

Volgens ontvangen inlichtingen werd het lichaam van deze 46 jaar oud geworden man buiten aangetroffen. Bij sectie bleek de overledenen meerdere snijwonden en breuken te hebben o.a. in het hoofd, rechterhand en linkerarm. Er was tevens een breuk van het tongbeen. Er was ernstige destructie van het tussengelegen weefsel, waaronder bloeding onder de harde hersenvlies en aan het oppervlak van het hersenweefsel. De bevindingen bij microscopisch onderzoek kunnen hierbij passen. Het overlijden wordt hier zonder meer door verklaard op basis van weefselschade en bloedverlies door snijwond en heftig botsend uitwendig mechanisch geweld op het lichaam (m.n. het hoofd).

Conclusie:

[FL], 46 jaar oud geworden, is overleden als gevolg van weefselschade en bloedverlies door snijdend en heftig botsend uitwendig mechanisch geweld op het lichaam (m.n. het hoofd).

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 12 april 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [medeverdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

[verdachte] en ik reden samen in de zwarte Hyundai Tucson van [v]. Ongeveer ter hoogte van de KFC te Cole Bay zagen wij een man staan in een beveiligingsuniform. De man gebaarde dat hij een lift wilde hebben. [verdachte] zat toen al op de achterbank bij mij in de auto. Ik bestuurde de auto. Ik draaide een rondje op de rotonde en stopte naast de beveiligingsman. De man vroeg mij of wij hem een lift wilde geven. Ik zei tegen de man dat dat goed was en hij stapte in op de bijrijderstoel naast mij.

[verdachte] zat op de achterbank zodat mensen niet konden zien dat wij samen in de auto zaten. Ik deed mij voor alsof ik een Gypsie was en dat het dus leek alsof ik alleen in de auto zat. De beveiligingsman zei tegen mij dat hij naar Cay Hill gebracht wilde worden. Ik vertelde de man dat dat goed was. De man stapte bij mij in de auto en ging naast mij op de bijrijderstoel zitten. Ik reed ongeveer 30 meter de zandweg in. Vervolgens stopte ik de auto. [verdachte] stapte uit en sleurde de man uit de auto. Ik zag dat de man op zijn rug op de grond lag. Ik hield de man vast en [verdachte] doorzocht zijn zakken, maar vond geen geld. Ik zag dat [verdachte] de schoenen van de man uitdeed en deze doorzocht naar geld. Ik zag dat [verdachte] de schoenen van de man vervolgens in het struikgewas gooide. Vervolgens zag ik dat [verdachte] een grote steen pakte en deze hard op het hoofd van de man gooide. Voor zover ik mij kan herinneren gooide [verdachte] maar 1 keer met die steen.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 27 april 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [verdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

We namen de man mee. [medeverdachte] wilde de man beroven. Ik zat achterin de auto. De man vertelde dat hij in de omgeving van Kooiman moest zijn om naar zijn volgende dienst te gaan of zo. [medeverdachte] nam bovenaan de Hill, op de rotonde, de verkeerde afslag. De man zei dat [medeverdachte] de verkeerde afslag nam, dat [medeverdachte] de afslag Kooiman moest nemen. [medeverdachte] reed namelijk naar beneden, richting Learning Unlimited en zei tegen de man dat hij daar zou keren om richting Kooiman te rijden. Beneden bij de rotonde sloeg [medeverdachte] direct rechtsaf het zandpad op. Daar raakte de man in paniek. [medeverdachte] parkeerde de auto. Ik pakte een mes en stak de man in zijn lichaam. Ik zag dat [medeverdachte] de man ook stak met een mes. Verder zag ik dat [medeverdachte] de man trachtte te verwurgen door zijn handen om de nek van de man te houden. Ik weet zeker dat ik de man met een mes in zijn lichaam stak, want ik zag dat de man bloedde. Ik zag dat [medeverdachte] de man ook met een mes in zijn lichaam stak. Ik zag dat er bloed op het dashboard en raam van de auto terecht kwam. Ik zag dat het meeste bloed op de passagiersstoel van waar de man zat kwam. Ik weet niet hoe vaak we de man staken, maar het was vaak. Ik schat dat ik de man zo’n vier of vijf keer met een mes in zijn lichaam stak. Ik weet niet hoe vaak [medeverdachte] de man stak. Ik zag dat de man de aanval met zijn armen probeerde af te weren.

Terwijl de man op de grond lag zei [medeverdachte] dat ik zijn zakken moest doorzoeken. [medeverdachte] zei dat ik de schoenen van de man moest uittrekken en doorzoeken, omdat het soms gebeurd dat de mannen geld in de schoenen verstoppen. Nadat ik de schoenen had doorzocht heb ik ze in de bosjes gegooid.

Nadat wij de man vaak hadden neergestoken, gooide [medeverdachte] de man op de grond. Ik denk dat de man met zijn hoofd de grond raakte. Hierdoor raakte de man buiten bewustzijn. Ik vond een grote houten tak en heb daarmee op de borst en volgens mij ook op het hoofd van de man geslagen. Ik heb de man, met kracht, vier of vijf keer geslagen. Ik moest van [medeverdachte] de zakken van de man doorzoeken. Ik deed dat en zag dat de man helemaal niets in zijn zakken had. Vervolgens heb ik de zwarte schoudertas van de man doorzocht. Ik zag dat in de tas brood en medicijnen zaten. Er zat in ieder geval niets waardevols in de tas. Daarna moest ik van [medeverdachte] de schoenen van de man doorzoeken. Ook hier vond ik helemaal niets. Op dit moment zag ik dat [medeverdachte] een grote steen had gepakt en die een paar keer hard op de borstkast van de man gooide. Daarna zei [medeverdachte] dat ik de steen ook op de borst van de man moest gooien. Ik heb dit gedaan. Daarna zag ik dat [medeverdachte] de steen drie of vier keer tegen het hoofd van de man aan gooide. Hierdoor barstte de achterzijde van het hoofd van de man open. [medeverdachte] stond boven de man toen hij de steen boven zijn hoofd hield en hard tegen de borst en het hoofd van de man aan gooide.

Feit 4:

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevinding bij het aantreffen van het slachtoffer, gesloten en getekend op 6 maart 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 13 februari 2011, omstreeks 4.50 uur, bevond ik mij, verbalisant, buiten dienst zijnde op de Welgelegen road, rijdende in de richting van Belair in Sint Maarten. Eenmaal aangekomen bij de rotonde zag ik, verbalisant, een blanke vrouw op de linker rijbaan lopen. De vrouw bevond zich ter hoogte van het gebouw van “Antec” en liep haastig in de richting van de rotonde. Ik, verbalisant, verminderde de snelheid van de door mij bestuurde voertuig en stopte zodanig op de rotonde met het gezicht van het voertuig in de richting van Belair. Ik, verbalisant, zag dat de vrouw met haar ontblote voeten razend in de richting van mijn auto rende en terwijl zij naar mij toeliep keek zij in de richting van de school Learning Unlimited. Terwijl bedoelde vrouw mijn auto benaderde hoorde ik haar herhaaldelijk schreeuwen: “please help me”. Ik zag dat deze vrouw huilde en er vol paniek uitzag. De vrouw verzocht mij om haar te helpen daar twee mannen haar zojuist hadden verkracht en dat de bedoelde mannen haar wilden dood maken. Ik, verbalisant, vroeg aan de bedoelde vrouw waar het een en ander plaats had gevonden en zij wees mij toen de school “Learning Unlimited” aan en zei ook dat zij vanaf die omgeving was weggerend. Vervolgens reed ik naar de politiewacht. Ik, verbalisant, zag dat de bedoelde vrouw striemen vertoonde aan haar hals, zij vertoonde ook verschillende rode plekken aan haar armen.

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 5 maart 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisant door [XS] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

Ik ben bereid om met u mee te werken met dit onderzoek om mijn aanvallers te pakken. Op 13 februari 2011 tussen 03.00 en 05.00 uur werd ik van mijn vrijheid beroofd en door twee mannen verkracht. Ik verliet de bar ESPN om naar huis te gaan. Ik nam de route naast de hoofdweg waarbij ik hierna links zou moeten afslaan om terug naar het appartement te gaan. Plotseling reed een 4x4 jeep naast mij langs. De achterruiten van deze jeep waren helemaal zwart getint en ik kon niet zien of iemand achter in de auto zat. De bestuurder riep naar mij toe de volgende woorden: “Gypsy”! Ik keek hem aan en liet hem weten dat ik dicht bij woonde en dat ik geen lift nodig had. Hij nam toen een kaartje te voorschijn en zei tegen mij dat ik die moest nemen in het geval dat iemand die ik kende de service van hem nodig had. Ik liep naar de jeep en pakte het kaartje uit zijn handen. Ik werd onmiddellijk hierna van achteren bij mijn haren vast gepakt door iemand die in de achterzit bank van deze jeep zat. Ik werd onder dwang naar binnen geduwd. Deze man begon mij te slaan en begon mij te vragen waar het geld was. Ik moest in de jeep mijn hoofd tussen mijn benen plaatsen om niet te zien waar wij reden. Onderweg werd ik regelmatig door de tweede dader geslagen. Waar wij stopten was dicht bij het strand.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 9 maart 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door [XS] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

De bestuurder stopte de jeep. De bestuurder opende het portier aan de linkerkant. De bestuurder pakte mijn benen en trok aan mijn benen. Op dat moment stond ik met mijn benen op de vloer en stond ik met mijn rug naar hem toe. Ik stond voorover geleund met mijn bovenlichaam nog in de auto. De tweede man zat nog achterin de auto en hield mijn hoofd vast. Hij hield mijn mond dicht zodat ik niet kon schreeuwen. Ook hield hij mijn neus dicht. Ik heb geprobeerd te schreeuwen maar de tweede man achterin sloeg me en zorgde ervoor dat ik geen lawaai kon maken. De bestuurder had ondertussen mijn rokje omhoog geschoven en mijn string kapot getrokken. De bestuurder wilde met zijn vinger in mijn vagina maar ik vertelde hem dat ik ongesteld was. De bestuurder geloofde mij niet toen ik dat zei en zei tegen mij dat ik hierover loog. Ik zei tegen hem dat ik een tampon in had maar hij geloofde mij niet en stak zijn vinger in mijn vagina daarna trok hij zijn vinger uit mijn vagina en rook aan vinger. De bestuurder geloofde nog steeds niet dat ik ongesteld was en hij zei nogmaals tegen mij dat ik loog. Ik heb toen zelf de tampon eruit getrokken omdat ik niet wilde dat hij in me kwam met de tampon nog in mijn lichaam. Daarna deed de bestuurder zijn broek omlaag en stak zijn penis in mijn vagina. Toen hij hem in mijn vagina duwde en er weer uit haalde zag ik bloed aan zijn penis. Hij ging verder en stopte zijn penis weer in mijn vagina. Ik voelde hevige pijn toen hij in mijn lichaam kwam. Ik was erg aan het huilen. Dit duurde tussen de 5 en 10 minuten. De bestuurder kwam toen klaar in mijn lichaam.

Toen de bestuurder met mij klaar was pakte de tweede man achterin de auto mijn hoofd was en hij duwde mijn hoofd op zijn penis. Ondertussen zag ik dat de bestuurder uit het handschoenkastje voorin een sjaal pakte die hij vervolgens om mijn nek deed. Tegelijkertijd had de tweede man zijn penis in mijn gestopt en duwde telkens mijn hoofd naar beneden. Dit heeft zeker 5 minuten geduurd en de man kwam toen klaar in mijn mond. Ik heb de sperma gelijk uitgespuugd. Op dat moment had de bestuurder mij nog steeds vast en stond ik voorover gebogen. De tweede man ging aan de andere kant uit de auto, liep om de auto heen en kwam ook naar mij gelopen. Ik ben toen gaan zitten op de achterbank en had nog steeds mijn schoenen aan. De tweede man zei tegen mij dat ik moest komen maar ik vertelde hem dat ik niet kon lopen zo op mijn schoenen op die onbegaanbare weg. Ik boog voorover om mijn schoenen uit te doen en ik zat te bedenken wanneer ik weg kon rennen. Ik heb mijn schoenen uitgedaan heb die in de auto achter gelaten. Ze pakten mij allebei vast en liepen de weg verder op in de richting van het water.

De hele tijd werd ik door de twee mannen met de vuist boven op mijn hoofd geslagen en met ook sloegen ze met vlakke hand in mijn gezicht. Terwijl richting de zee liepen moest ik naar beneden richting de grond en trok de bestuurder aan de sjaal. Ik kreeg heel erg de indruk dat de sjaal om mijn nek de bestuurder erg opwond.

De tweede man duwde me op de rots en ik stond met mijn rug naar de tweede man. De andere man (dader 1) ging aan de andere kant staan dus voor mij. Op hetzelfde moment dader 1 voor mij stopte zijn penis in mijn mond en ook had ik nog de sjaal om mijn nek. Tegelijkertijd stak dader 2 zijn penis in mijn vagina en deed dit met zeer veel geweld. Ik kan me goed herinneren dat dader 2 een zeer grote penis had. Ik voelde op dat moment heel veel pijn.

In de tussentijd trok dader 1 met aan de sjaal en voelde het alsof mijn ogen uit mijn hoofd werden getrokken omdat de sjaal rond mijn nek zat. Het heeft zeker 10 minuten geduurd. Dader 1 kwam klaar in mijn mond. Dader 2 haalde zijn penis uit mijn vagina en probeerde zijn penis in mijn anus te stoppen maar het lukte niet. Dader 2 stopte zijn penis weer in mijn vagina en bewoog heel hard heen en weer in mijn vagina. Dader 2 kwam klaar in mijn vagina. De bestuurder liep terug naar de auto en pakte een zakmes uit de auto.

Toen ik dader 1 zag met dat mes smeekte ik hem om me te laten leven en zei please laat me leven want ik heb een kind thuis. We liepen daarna richting de zee en ik zei tegen dader 2 dat ik geld thuis had want de hele tijd vroegen ze waar mijn tas was en vroegen ze naar mijn creditcard.

Ik hoorde dader 1 zeggen tegen dader 2: “We must kill the girl”. Dader 2 zei tegen dader 1 dat hij dacht ik niet loog over geld thuis en wilde naar mijn huis gaan om het geld te halen. Ze kregen een discussie hierover en op dat moment ben ik weggerend dit was ter hoogte van het witte huisje wat ik jullie heb laten zien en ben daar naar beneden gerend. Toen ik een stuk naar beneden ben gerend heb ik me schuil gehouden om onder een boom die daar op de grond lag. Ik heb geen benul van tijd op dat moment maar op enig moment heb ik gehoord dat ze de auto starten. Ik ben de onverharde weg verder ingerend en zag een hokje en ik dacht dat daar iemand woonde die mijn kon helpen. Even later ben ik verder gerend en zag ik een auto aan komen. Ik heb me schuil gehouden achter een muurtje en toen ik zag dat het niet dezelfde mannen waren maar iemand met een klein autootje ben ik de rotonde opgerend en toen kwam ik dus u tegen (verbalisant [ ]).

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 12 april 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [medeverdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

Ik heb samen met [verdachte] ook een jong blank meisje beroofd en verkracht. We hebben haar opgepikt bij een casino in de buurt van de grote bioscoop. We wilden haar beroven. We hebben het meisje meegenomen naar de zandweg waar we later die beveiligingsman beroofd hebben. Het meisje had maar iets van 20 dollar bij zich. Ik zag dat [verdachte] het meisje aan het neuken was. Ik zag dat hij achter haar stond en hij zijn pik in en uit de kut van het meisje deed. Ik ben vervolgens voor het meisje gaan staan. Ik heb mijn pik uit mijn broek gehaald en gezegd tegen het meisje dat ze mij moest pijpen. Het meisje begon mij toen te pijpen.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 27 april 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [verdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

Ik pakte het meisje beet en trok haar achterin de auto. Ik dwong het meisje om haar hoofd naar beneden te houden, zodat niemand kon zien wat er gebeurde. Onderweg doorzocht ik de zakken van het meisje. Ik zag dat ze maar $ 20,- bij zich had. Ik sloeg het meisje een paar keer met de vlakke hand in haar gezicht. Vervolgens reden we naar de Chopin road zoals u het noemt. Daar hebben we haar uit de auto getrokken. We namen het meisje mee verderop de weg op. Soms stond het meisje stil en ik zag dat [medeverdachte] haar een duw gaf of aan haar haar trok. Daar hebben we het meisje bij een rots verkracht. [medeverdachte] had een zwarte sjaal. Toen we uit de auto waren gestapt heeft [medeverdachte] de sjaal om haar keel en nek gedaan. We namen het meisje mee naar de rots. Ik deed mijn stijve penis in de vagina van het meisje en begon het meisje te neuken. Tegelijkertijd pijpte zij de stijve penis van [medeverdachte]. Ik neukte het meisje achterlangs. Ik merkte dat zij weigerde om [medeverdachte] te pijpen. Ik zag dat [medeverdachte] de sjaal die om de nek van het meisje zat aantrok en ik hoorde dat zij bijna stikte. Hierop werd haar verzet gebroken en begon [medeverdachte] te pijpen door zijn stijve penis in haar mond te stoppen. Ik zag dat [medeverdachte] de vrouw met de sjaal onder controle hield.

Feit 5:

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 2 maart 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door [MP] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

Op zaterdagavond 12 februari 2011 was ik om 21.30 uur klaar met mijn werkzaamheden op de parkeerplaats van het strandrestaurant Karakter te Simpson Bay in Sint Maarten. Vanaf Karakter liep ik vervolgens in de richting van het hotel Mary’s Boon. Terwijl ik in de richting van Mary’s Boon liep, zag ik een zwarte jeep aankomen rijden. Deze jeep was voorzien zwart getinte ruiten. De jeep keerde ter hoogte van de vuilnishoop tegenover Mary’s Boon en ik zag een voor mij van aanzien bekend Haitiaanse man uit de zwarte jeep stappen. Tegelijkertijd toen het rechterachterportier van de bedoelde jeep openstond, vroeg ik de bestuurder voor een lift. De bestuurder zei tegen mij dat hij een “gypsie” was en gaf mij vervolgens toestemming om zijn jeep te betreden. Ik zag dat de Haitiaanse man die eerder uit de jeep stapte naar de bewaker [j] die dienst had bij Mary’s Boon toeliep. Eenmaal in de jeep zag ik de man, dader 2, op de achterbank van de jeep zitten. Ik zei tegen de bestuurder van de jeep, dader 1, om mij in de stad af te zetten. De bestuurder reed in de richting van de rotonde te Cole Bay. Eenmaal bij de rotonde, sloeg de bestuurder rechts af en nam de Cole Bay Hill. Toen wij de rotonde op de berg bereikten, nam de bestuurder de weg achter het ziekenhuis. Het bijzonder is dat hij toen met een verhoogde snelheid en roekeloos begon te rijden. Ik dacht in principe dat hij het ritje snel wilde afronden, maar op de bedoelde weg voordat wij de school tegenover het ziekenhuis bereikten, reed de bestuurder de zandweg in. Ik schrok en voordat ik kon reageren voelde ik dat de man die naast mij op de achterzitbank zat, mij met kracht aan mijn hals vasthield en hij begon mij te wurgen. Ik hield zijn handen vast en ik probeerde zijn hand van mijn hals los te trekken. De bedoelde man begon mij ondertussen verschillende vuistslagen aan mijn gezicht toe te dienen. Tengevolge hiervan ondervond ik veel pijn. Ik begon te schreeuwen maar dader 2 zette zijn hand op mijn mond om dit te vermijden. Ik begon met de bedoelde man te stribbelen en het lukte mij het linkerachterportier open te krijgen. Op dat moment stopte de bestuurder de door hem bestuurde voertuig en vervolgens zag ik dat hij uit de auto stapte. Daar waar wij stopten was slecht verlicht. Ik zag dat dader 1 zich bij het linkerachterportier voegde. Dader 2 hield mij toen aan mijn rechterbeen vast. Ik werd door dader 1 en 2 uit de bedoelde jeep gesleurd. Eenmaal buiten de jeep werd ik door dader 1 en 2 toegetakeld. Ik begon hiermee te huilen en heel hard te schreeuwen om hulp te krijgen. Ik werd overal op mijn gezicht en bovenlijf geslagen. Tijdens deze aanranding werd ik zodanig toegetakeld en mishandeld dat twee van mijn bovenvoortanden werden uitgeslagen. De pakslag die zij mij toedienden was zo behoorlijk dat ik buiten bewustzijn viel. Toen ik bewust werd, merkte ik dat ik op de grond lag. Ik weet niet hoe lang ik bewusteloos was. Toen merkte ik dat mijn zwarte schoudertas met inhoud en mijn grijs en zwart portemonnee met inhoud vermisten. Toen ik in de zwarte jeep te Simpson Bay stapte had ik deze goederen bij mij. Ik voelde mij zwak en misselijk. Het lukte mij op te staan en stapvoets liep ik vervolgens in de richting van de hoofdweg. Ik liep bijna kruipend naar het ziekenhuis.

Weggenomen is:

Één vouwbaar mobiele telefoontoestel van het merk Samsung, kleur rood en zwart;

Één zwarte schoudertas merk onbekend inhoudende drie of vier broodjes, één aluminium combinatietang, twee Engelse Nieuwe Testament bijbels, twee Spaanse Nieuwe Testament bijbels, twee Franse Nieuwe Testament bijbels

Één grijs en zwart portemonnee inhoudende één SVB ziektekostenkaart op naam van [MP], één Western Union kaart op naam van [MP], één identiteitsbewijs van het land Sint Maarten op naam van [MP], één kaart van de Sint Maarten Medical Center op naam van [MP], contant geld US$ 40,-.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 10 april 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [verdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

We reden wat rond. In het gebied achter de luchthaven stond een security man te wachten voor een lift. Toen [medeverdachte] stopte bij hem, stapte deze man in. [medeverdachte] sprak met mij in het Creools. Ik kan Creools verstaan. Ik hoorde dat [medeverdachte] tegen mij zei dat wij die man gingen beroven, omdat we geld nodig hadden. We reden vanaf de rotonde een zandweg in. We pakten zijn geld af en zijn telefoon. Ik kan me niet herinneren hoeveel geld die man bij zich had. De telefoon die wij afpakten was van het merk Samsung. [medeverdachte] heeft die man geslagen met zijn vuisten in zijn gezicht en op zijn borst. Toen de auto was gestopt, stapte [medeverdachte] uit en liep om de auto naar de man. Hij opende het portier en trok de man naar buiten.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 20 mei 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [medeverdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

Ik bestuurde de zwarte Hyundai Tucson en [verdachte] zat achterin. We reden in de omgeving van de airport bij Simpson Bay. We zagen een man in een bewakingsuniform lopen. [verdachte] en ik boden die man een lift aan. De man was volgens mij van Haïtiaanse afkomst. Met de man reden we naar de dirtroad in de omgeving van de school Learning Unlimited. Het was op dezelfde weg als waar we later die beveiligingsbeambte hebben doodgemaakt. [verdachte] en de man waren in de auto al aan het vechten. Ik stopte de auto en we trokken de man uit de auto. Ik hield de man vast en doorzocht zijn zakken. Ik heb mijn hand nog voor zijn mond gehouden, omdat de man teveel lawaai maakte door heel hard te schreeuwen. Uiteindelijk hebben we de tas van de man meegenomen waar de spullen van de man in lag. Die tas heeft [verdachte] doorzocht. Ik zag dat er onder andere een identiteitsbewijs, bijbels en een telefoon in lag.

Feit 6:

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 23 februari 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisant door [JS] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

On Februari 23rd 2011 I came out the airportbuilding in Sint Maarten around 10 past 10 and continue walking on the outer lane to reach by the roundabout to get a street to go by the travel inn hotel in Simpson Bay. When walking I felt somebody was grabbing me at the back of my head. I tried to turn around, but I felt this hand holding my head. I had seen the black gun that was pressed against the right side of my head. I tried to turn around, but I felt this hand holding my head. The man told me in English “get in … get in”. The same time the jeep stopped next to us and I saw the driver of the jeep pushed the front passenger door open from the inside. I was forced to get in the car and the man that had the gun closed the door and had went in the backseat of the car. He told me “ bend down you stupid scunt”. I bent down with my face down, but I could see the driver. I still had my laptop bag, containing my documents and my HP laptop. I had also my green luggage that had been in the jeep by the man sitting in the back. While sitting in the front seat, the man in the back seat was still pressing the gun against my head and kept on repeating saying “ bend down stupid scunt, bend down”. I could feel that the car was driving real fast and must had over taken other cars on the road, because I felt the jeep was swinging from one side to the other. My face was still facing the ground and I could not see where we were going, but the ride was about ten to fifteen minutes. During the ride, the man with the gun sitting at the back of me, hit me on the left side of my head with his gun. The driver had hit me with his fist on my nose, whereby my nose started to bleed. Suddenly the jeep came to a stop somewhere. It was a dark place somewhere when the driver stopped the car. The man with the gun took the lap top bag from me and he started to search through it, while the driver took over the gun and was pointing it towards me. The same at the back was also searching my pockets and also took my wallet. After a while both of them took me out the car, while I still had to face the ground. I was pushed by both of them to walk. I had reach by some place where there was a lot of sand. I was place on the edge and they both pushed me towards the water. After the pushed me, they started to run back to go by their car. I managed to climb out and walking it back to the main road. I was covered in blood and there were many cars that passed me. One man stopped for me and it was him that had brought me to the police station.

Weggenomen:

- white laptop bag with grey stripe on it containing HP 14 inch screen pavillon laptop, charger for the laptop, memory stick, Honduras passport;

- red Nokia cellular telephone

- brown leather wallet containing: 470$,

- green luggage containing: two blue jean pants, white tennis shoes, brown adidas tennis shoes, blue flip flop slippers, brown short pants.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 13 april 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [medeverdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

We hebben bij de Zoo nog iemand beroofd. We pikten een blanke jongen op. Het was dicht bij het vliegveld. Het was ’s nachts. Ik weet nog dat de jongen net op het eiland gearriveerd was. De blanke man had ook een paar reistassen bij zich. Toen [verdachte] de computertas van de blanke man zag, zei [verdachte] tegen mij dat hij de computer wilde hebben om aan zijn zus te geven. Ik reed naar de Zoo en daar hadden wij de blanke man beroofd. [verdachte] en ik hadden de broekzakken van de blanke man doorzocht. In de computertas vond [verdachte] een laptop met snoeren en mouse.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 14 april 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [verdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

[medeverdachte] en ik pikten een man bij de Airportroad op. Het zal begin 2011 geweest zijn. Het was al donker buiten, maar het was nog geen nacht. De man zag er uit als iemand die op reis zou gaan, want hij had een rolkoffer bij zich. Verder zag ik dat de man een zwarte laptoptas om zijn schouder droeg. [medeverdachte] stopte ter hoogte van de man. [medeverdachte] zei in het Creools dat we de man gingen overvallen en stopte mij stiekem een zwarte flare gun toe. Ik weet dat [medeverdachte] een flare gun heeft, omdat ik die zelf voor hem zwart gespoten heb. Toen hij in de auto was, hield ik de flare gun gericht op de man. Via Madame Estate zijn we naar de Zoo gereden. Bij de Zoo zijn we rechtsaf geslagen en reden door totdat we bij het water van de Pontville aankwamen. Daar heeft [medeverdachte] de zakken van de man doorzocht. Ik zag dat de man enige weerstand bood, omdat hij kennelijk niet wilde dat [medeverdachte] zijn zakken doorzocht. [medeverdachte] pakte de flare gun van mij af en sloeg de man, met de achterzijde van de flare gun, met kracht tegen de rug, de buik en het achterhoofd van de man aan. Ik zag dat de man op zijn achterhoofd gewond raakte en bloedde. De man was erg bang. Ik zag dat hij trilde en er bang uitzag. Vervolgens doorzocht hij de zakken van de man. Ik zag dat hij de gouden ketting van de man van zijn nek aftrok. En een ring van zijn vinger haalde. Verder pakte [medeverdachte] ook zijn geld af. Het was nog niet eens zoveel geld, ongeveer $25,-. Ondertussen doorzocht ik de koffer van de man. Ik zag dat er onder andere schoenen, kleding en parfum in de koffer zaten. In de laptop tas zat een laptop van het merk HP. [medeverdachte] pakte vanuit zijn broeksband een mes en hield het mes tegen de keel van de man. Hij zei dat de man de computer moest ontlocken. Ik zag dat de man erg nerveus was. Ik zag dat hij trilde en hoorde dat hij smeekte om zijn leven. Hij zei dat zijn wachtwoord “Mireina” was of zoiets. Ik zag dat de man zo nerveus was dat hij kennelijk het verkeerde wachtwoord intypte. [medeverdachte] werd boos en zei dat de man dit expres deed. Hij stompte de man met kracht een paar keer tegen zijn hoofd en buik aan. Het gebeurde drie of vier keer dat de man een verkeerd wachtwoord intypte en elke keer werd hij door [medeverdachte] mishandeld. Ik zag dat de man boven zijn oog bloedde. Nadat de computer ontgrendeld was zei [medeverdachte] dat de man alle foto’s moest wissen. Ik zag dat de man dat deed. Ik heb de koffer met kleding van de man gepakt en die in het water gegooid. Uiteindelijk heb ik de laptop, parfum wat in een klein flesje met zwarte dop zat, gehouden. [medeverdachte] nam de witte sport schoenen, ik dacht van het merk Adidas, de gouden ketting, ring en het geld.

Feit 7:

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 23 april 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisant door [SH] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

In de nacht van 19 op 20 februari 2011 werd ik door twee manspersonen met geweld beroofd van mijn portemonnee en mijn telefoon, een I-phone 3.

Op 20 februari 2011, omstreeks 00.00 uur, stond ik in de omgeving van de Hollywood Casino, bij de Simpson Bay road te Sint Maarten te wachten op een taxi. Nadat ik daar ongeveer 5 minuten gewacht had zag ik dat er een auto voor mij stopte. Ik zag dat de bestuurder mij wenkte. Ik vroeg aan de bestuurder of hij een taxi was. Ik hoorde dat hij bevestigend antwoordde. Nadat ik voorin de auto was gestapt vertelde ik de bestuurder dat ik naar de Carolinabar wilde gaan. De bestuurder vroeg waar dat was en ik vertelde hem dat ik dat niet wist. De bestuurder vertelde mij dat het $ 5,- zou kosten. Ik ging hiermee akkoord.

Op een gegeven moment zag ik een man, op de achterbank, achter de bestuurder achterover liggen. Op dat moment dacht ik dat deze man dronken was en sliep. Deze man was geluidloos geweest en ik had hem niet eerder opgemerkt.

Vervolgens reden we verder. Ik merkte dat de passagier die op de achterbank verscholen lag bewoog en achter mijn stoel plaatsnam. Op dit moment kreeg ik het gevoel dat ze misschien wel andere bedoelingen zouden kunnen hebben. De bestuurder stapte uit de auto, liep rondom en opende mijn portier.

Ik zag dat zijn gezicht totaal was veranderd. Zijn gezicht zag er erg kwaadaardig uit. Hij greep me met beide handen beet en rukte mij uit de auto. Direct begon ik met de bestuurder te vechten. Ik was kennelijk een betere vechter dan hij, want ik had hem binnen no time in een klem op de grond. Nadat ik bovenop hem zat merkte ik dat de passagier uit de auto was gestapt en ik voelde dat hij mij met een houten plank tegen mijn rug aan sloeg. Ik was voornamelijk met de bestuurder aan het worstelen, die mij voornamelijk trachtte te verwurgen. De passagier sloeg mij constant met de houten plank tegen mijn lijf aan. Ik zag en voelde dat hij mij ook meerdere malen, met de plank tegen mijn hoofd aan probeerde te slaan. Doordat ik in het verleden verschillende vechtsporten heb uitgeoefend lukte het mij om mijn hoofd te verdedigen. Ik riep dat ze moesten stoppen met vechten, dat ik ze mijn spullen zou afgeven als ze zouden stoppen met vechten. Tijdens het gevecht merkte ik dat de passagier mijn zakken doorzocht en mijn telefoon uit mijn zakken haalde. Mijn portemonnee was inmiddels al uit mijn broekzak gevallen. Op dit moment had ik het gevoel dat ze mij dood wilde maken, omdat ze mijn spullen al hadden en nog steeds onophoudelijk doorgingen met vechten, verwurgen, slaan en schoppen. Ik werd hier angstig van. Door de bestuurder werd ik zelfs tot drie keer toe hard gebeten, waardoor ik verwondingen opliep aan de linkerzijde van mijn borst.

Op een gegeven moment lukte het mij om allebei de personen op de grond te krijgen. Ik greep mijn kans en vluchtte in de ondiepe Lagoon. Ik zag dat ze stenen naar me gooide terwijl ik verder zwom. Ik heb het niet gezien, maar op een gegeven moment hoorde ik de auto starten en wegrijden. De bestuurder was duidelijk de meest gewelddadige van de twee. Hij probeerde mij te wurgen, bijten en hij trachtte mij te schoppen en te slaan. De passagier was minder gewelddadig dan de bestuurder en ook wat angstiger nadat bleek dat ik me niet zomaar gewonnen zou geven.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 20 mei 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [medeverdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

Ik wil u vertellen dat ik betrokken ben geweest bij de beroving van de man die we bij de Pont aan de Franse kant hebben beroofd. [verdachte] en ik reden in de omgeving van Simpson Bay. Ik bestuurde de auto en [verdachte] zat achterin. Wij zagen een man die kennelijk een lift nodig had. We stopte en ik vroeg waar hij naar toe moest. Hij wilde naar een club, ik weet niet meer welke. Hij bood aan om hem voor een geldbedrag weg te brengen. Onderweg praatten wij wat tegen elkaar. Op het moment dat wij op de heuvel reden, in de omgeving van Bel Air zag ik een man lopen die ik ken als [ ]. Die heb ik ook nog een lift gegeven en afgezet ergens in Middle Region.

We reden op een gegeven moment aan de Franse kant. Ik wilde stoppen, maar op dat moment porde [verdachte] mij in mijn zij als teken om door te rijden. Ik wist dat [verdachte] die man wilde beroven. Bij de Pond aangekomen heb ik de auto geparkeerd en heeft [verdachte] de man aangevallen. De man bleek erg sterk te zijn. Ik heb [verdachte] geholpen met vechten. We worstelden met de man. Van de man hebben wij zijn Iphone 3 gestolen. Op een gegeven moment vluchtte de man weg en sprong hij in het water. Ik ben toen teruggelopen naar mijn auto. Ik heb de man gebeten. Ik weet niet meer hoe vaak of waar. Ik beet de man, omdat hij mij tijdens het worstelen verwurgde.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 27 april 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [verdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

[medeverdachte] bestuurde de auto en ik zat achterin. We reden in Simpson Bay, toen we in de omgeving van de Mac Donalds een man zagen staan. [medeverdachte] en ik waren van plan om iemand te gaan beroven. [medeverdachte] parkeerde de auto en vroeg aan de man waar hij naar toe wilde. De man noemde een of andere club waar ik de naam niet meer van weet. [medeverdachte] noemde een prijs en de man nam voorin de auto op de passagiersstoel plaats.We reden door naar de Franse kant. Ik zag dat [medeverdachte] zocht naar een goede locatie waar we de man konden beroven. Uiteindelijk vond [medeverdachte] een plek bij de Pont daar. Ik zag dat [medeverdachte] de auto parkeerde. Ik hoorde dat [medeverdachte] zei dat hij uit de auto moest om te “piepie”. Ik zag dat [medeverdachte] uit de auto stapte, om de auto liep en plotseling het portier van de man opende en de man bij zijn nek vasthield. Hierbij trachtte hij de man te verwurgen. Ik zag dat [medeverdachte] met beide handen de nek van de man beethad en kneep. Ik pakte vanaf de achterbank de man bij zijn flank beet. We hadden geen wapens bij ons. Ik merkte dat de man erg sterk was. Tijdens het gevecht kwam de man uit de auto. Ik zag dat er een gevecht ontstond tussen de man en [medeverdachte]. Ik zag dat de man bovenop [medeverdachte] kwam te zitten. Ik trok de man van [medeverdachte] af. Ik pakte de Iphone en stopte die in mijn zak. Op een gegeven moment zat de man weer bovenop [medeverdachte]. De man was echt heel sterk. Ik pakte een stuk hout en sloeg de man twee a drie keer met kracht op zijn rug. Ik zag dat [medeverdachte] de man, met kracht, in zijn borst beet om te zorgen dat de man hem losliet. Tijdens het gevecht hoorde ik dat de man schreeuwde. [medeverdachte] vond de portemonnee en stopte die in zijn zak. Tijdens het worstelen lukte het de man om zich los te rukken en weg te rennen. [medeverdachte] en ik renden achter de man aan. Ik zag dat de man de Pond in vluchtte. Ik zag dat [medeverdachte] stenen pakte en naar de man gooide. Ik pakte ook een paar stenen en gooide die ook naar de man toe. Wij hebben de man niet geraakt. [medeverdachte] en ik zijn terug in de auto gestapt en weggereden. [medeverdachte] gaf mij de portemonnee en vroeg om het geld te tellen. Ik zag dat er $ 500,- in biljetten van onder andere $ 50,- en $ 20,- in zaten. Het geld hebben [medeverdachte] en ik eerlijk verdeeld.

Feit 8:

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 11 mei 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door [AW] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

Ongeveer een jaar geleden heb ik [medeverdachte] in Middle Region ontmoet. Dat was bij de Esperansa bar. [medeverdachte] was een aardige jongen, behalve als hij veel alcohol gedronken heeft, dan wordt hij agressief. In de laatste week van december 2010 heb ik via [medeverdachte] DA leren kennen die sindsdien ook regelmatig met ons omging.

Op donderdagavond 17 februari 2011 was ik net na middernacht, dus eigenlijk op vrijdag de 18e februari 2011 samen met mijn vrienden [K] en “[B]” bij de Esperansa bar in Middle Region te Sint Maarten. Op dat moment zag ik de zwarte Hyundai Tucson van [medeverdachte] aan komen rijden. [medeverdachte] stapte uit de auto en kwam naar mij toelopen. Ik zag dat hij opstond en terug liep naar de auto. Daar hoorde ik dat hij DA riep die uit de auto stapte.

Ik zag dat [medeverdachte] en DA met [R] en [C] spraken. Ik liep die kant op en gaf DA een knuffel. Ik hoorde dat [medeverdachte] zei: “Don’t talk to that fuckin cunt” of zoiets. DA was verbaasd en ik keek [medeverdachte] aan en ik hoorde dat hij zei:“So you want your fucking share too” of zoiets. Vervolgens zag en voelde ik dat hij mij met de vlakke hand een klap in mijn gezicht gaf. Ik gaf [medeverdachte] met mijn vlakke hand een klap in zijn gezicht terug. Daarna voelde ik dat [medeverdachte] mij met kracht vaak tegen mijn borst en buik aan stompte. Ik voelde dat hij hard in mijn middelvinger beet. Ik heb zes weken geen gevoel meer gehad in deze vinger. Ik probeerde [medeverdachte] terug te slaan. Vervolgens zag en voelde ik dat hij beide handen rond mijn keel hield en hard kneep, waardoor ik geen lucht kreeg. Ik beet [medeverdachte] in zijn vinger om ervoor te zorgen dat hij stopte mij te verwurgen.

Ik pakte een paar stenen en gooide die naar [medeverdachte]. Ik zag dat hij de stenen die ik naar hem gooide ontweek. Ook gooide ik lege bierflesjes naar [medeverdachte]. Ik zag dat een van de bierflesjes de zwarte Tucson van [medeverdachte] raakte. Ik zag dat [medeverdachte] het mes, wat hij in zijn broeksband had gedaan, pakte en op mij af kwam lopen. Ik zag dat [R] het mes uit [medeverdachte] zijn hand pakte. Ik had een bierflesje kapot geslagen en hield die in mijn hand. Op dat moment zag en voelde ik dat DA mij met kracht tegen mijn gezicht aan stompte, waardoor ik duizelig werd. Ik voelde dat hij mijn benen onderuit schopte waardoor ik op de grond viel. Vervolgens voelde ik dat DA heel erg hard, terwijl ik op de grond lag, tegen mijn lichaam aan schopte. Dit deed mij heel erg veel pijn. Hij schopte mij tegen mijn buik, borst, benen, hoofd en nek. Door het geweld voelde ik mij erg duizelig worden. Door het vele geweld heb ik mijzelf onder geplast. Terwijl DA mij schopte hoorde ik dat [medeverdachte] bleef roepen: “kill her, kill her” of zoiets. [medeverdachte] stond maar een paar meter verder.

Uiteindelijk heeft een man, genaamd [P] DA van mij afgeduwd. Ondertussen ben ik weggerend richting mijn woning. Ik zag dat DA achter mij aanrende. Het lukte mij om in huis te vluchten en de deur achter mij dicht te doen.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 9 mei 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [medeverdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

Op de avond dat de zwarte Tucson werd vernield was ik op stap samen met [verdachte] en [J]. Wij gingen naar Esperanza bar. Aldaar stapten [verdachte] en ik uit de auto. Ik begon met [T] te praten. [T] begon mij uit te schelden, waarbij er een woordenwisseling ontstond tussen [T] en mij. Ik sloeg [T]een paar keer met mijn linker gebalde vuist in haar gezicht. [verdachte] kwam mij helpen. [verdachte] begon[ T] te slaan met gebalde vuisten in haar gezicht. Tijdens het gevecht kwam een groep mensen [T] bijstaan. [verdachte] bleef [T] mishandelen. De groep mensen begon [verdachte] en mij te bekogelen met stenen en glazen flessen.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 5 mei 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [verdachte] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

Bij de bar zag ik een meisje dat ik van vroeger ken. Dit meisje zag ik vroeger altijd samen met [medeverdachte]. Ze groette me en gaf me een knuffel. Op dat moment zag ik dat [medeverdachte] uit de bar kwam en ik hoorde dat hij zei: “don’t fucking hug that woman and talk to her that fucking bitch”. Ik zag dat [medeverdachte] erg boos en agressief was. Ik hoorde dat de vrouw zei: “you never fuck me again” . Op dat moment zag ik dat [medeverdachte] de vrouw met zijn vlakke hand in zijn gezicht sloeg. Ik zag dat de vrouw terug vocht, door met haar vuisten op [medeverdachte] in te slaan. Vervolgens zag ik dat [medeverdachte] met beide vuisten en met kracht op de vrouw insloeg. Hij sloeg de vrouw waar hij maar kon. Vervolgens zag ik dat de vrouw op de grond lag. Ik zag dat [medeverdachte] het hoofd van de vrouw pakte en een paar keer, met kracht haar hoofd tegen de stenen aansloeg die daar lagen. Ik zag dat [medeverdachte] de vrouw ook met kracht schopte. Ik probeerde om [medeverdachte] en de vrouw uit elkaar te houden. Ik hoorde dat de omstanders, die ook van Jamaicaanse afkomst waren naar [medeverdachte] riepen dat hij moest stoppen.

Ondertussen was ik naar de Tucson gelopen waar [J] in zat en naar muziek luisterde. Ik schreeuwde dat ze [medeverdachte] moest tegenhouden. Ik zag dat [medeverdachte] ontspande en terug liep naar de Tucson. Op dat moment had het Jamaicaanse meisje verschillende stenen gepakt en gooide die hard naar mij. Ik zag dat de zwarte Tucson verschillende keren geraakt werd. Ik voelde dat een steen mijn hand raakte. Ik werd boos, draaide mij en waarschuwde haar geen stenen naar mij te gooien. Vervolgens draaide ik me weer om en liep verder naar de Tucson. Ik voelde dat ik nu door een steen tegen mijn rug geraakt werd. Ik werd boos, liep naar haar toe en sloeg haar met gebalde vuist tegen haar gezicht neer. Vervolgens heb ik haar met mijn rechtervoet en met kracht meerdere keren tegen haar buik aangetrapt. Ik heb gezien dat de neus van de vrouw kapot was.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1 subsidiar:

diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft,

strafbaar gesteld bij artikel 325 in verbinding met artikel 324 en 323 van het Wetboek van Strafrecht;

2 primair:

medeplegen van doodslag, vergezeld van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 301 in verbinding met artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht;

3 subsidiair:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft,

strafbaar gesteld bij artikel 325 in verbinding met artikel 324 en 323 in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

4:

medeplegen van verkrachting, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 248 in verbinding met artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht;

5:

diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 325 in verbinding met artikel 324 en 323 van het Wetboek van Strafrecht;

6:

diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 325 in verbinding met artikel 324 en 323 van het Wetboek van Strafrecht;

7:

diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

strafbaar gesteld bij artikel 325 in verbinding met artikel 324 en 323 van het Wetboek van Strafrecht;

8 primair:

medeplegen van poging tot zware mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 315 in verbinding met artikel 49 en in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de straf heeft het Hof rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, met de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en met de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Meer in het bijzonder heeft het Hof daarbij het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte in een periode van ongeveer drie weken schuldig gemaakt aan acht zeer gewelddadige misdrijven. Bij het plegen van zeven van de bewezenverklaarde misdrijven hadden de verdachte en zijn medeverdachte een vaste rolverdeling. De medeverdachte deed zich voor als “gypsie” en de verdachte zat doorgaans onopvallend op de achterbank van de door de medeverdachte bestuurde auto. Als een volgens de verdachte en zijn medeverdachte geschikt slachtoffer in de auto was gestapt of in de auto was gedwongen te stappen, werden de portieren vergrendeld. Vervolgens werd het slachtoffer naar een afgelegen plek gebracht en aldaar op een zeer gewelddadige wijze beroofd en in één geval op zeer gewelddadige wijze verkracht. Hierbij valt op dat het geweld steeds excessief was en in meerdere gevallen niet stopte nadat “de buit binnen was” maar in alle hevigheid werd voorgezet.

Zes mannen zijn het slachtoffer geworden van zo’n beroving door de verdachte en zijn medeverdachte. Ten gevolge van het op hen toegepaste geweld zijn drie van de slachtoffers op een gruwelijke wijze om het leven gekomen. Deze slachtoffers zijn geslagen, met een mes gestoken en met een grote steen ernstig verwond. Hiernaast is het shirt van een van de op dat moment nog levende slachtoffers in brand gestoken. Door hun handelen hebben de verdachte en zijn medeverdachte niet alleen een einde gemaakt aan het leven van de heer [LG], de heer [NV] en de heer[FL], maar ook hebben zij daarmee onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden en dierbaren van deze slachtoffers, welk leed deze nabestaanden en dierbaren de rest van hun leven moeten meedragen.

Naast deze berovingen hebben de verdachte en zijn medeverdachte een jonge vrouw op afschuwelijke wijze meermalen verkracht en een andere jonge vrouw ernstig mishandeld.

Deze misdrijven hebben de samenleving van Sint Maarten ernstig geschokt. Vooral de drie delicten met dodelijke afloop hebben, mede gezien de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden, voor veel angst in de samenleving gezorgd en behoren tot de ernstigste feiten die het Wetboek van Strafrecht kent. In de woorden van de procureur-generaal was er op Sint Maarten sprake van “three weeks of terror”.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte wordt overwogen dat hij gedurende zijn voorarrest een aantal weken is opgenomen ter observatie op de Forensische Observatie en Begeleidings Afdeling (hierna: FOBA) van Sentro di Detenshon i Korekshon Kòrsou in Curaçao. Naar aanleiding van deze observatie is door zowel de psychiater G.E. Matroos als de psycholoog M. van de Vorst een pro justitia rapportage opgemaakt.

In de rapportage van de psycholoog wordt overwogen dat er bij de verdachte sprake is van psychopathologie in de vorm van een ernstig bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling (antisociale ontwikkeling met psychopatische trekken) en een mogelijke denkstoornis, waardoor het delict onderzochte enigszins verminderd aangerekend kan worden. Er zijn geen reden om aan te nemen dat de verdachte tussen de feiten gestoord was in het denken. Verder is een behandeling door een psycholoog en mogelijk een psychiater geïndiceerd, maar is de prognose zeer ongunstig. De psycholoog acht de recidivekans hoog en adviseert ten slotte, indien de feiten bewezen worden, om de verdachte onderzochte uit maatschappelijke veiligheidsoverwegingen een lange straf op te leggen.

De psychiater overweegt dat uit het psychiatrisch onderzoek, het psychologisch onderzoek en de observatie op de FOBA de volgende persoonlijkheidsaspecten bij de verdachte blijken: neiging tot agressie, impulsiviteit, externaliseren van zijn eigen aandeel in de gebeurtenissen, afwezig empatisch vermogen, gebrekkige gewetensfuncties, gestoord realiteitsbesef/gestoorde realiteitsgrenzen (simuleren van hallucinaties dan wel niet scheiden van fantasie en realiteit), structuurbehoefte, alcohol en druggebruik. De psychiater concludeert dat er bij verdachte sprake is van een ernstig gestoorde persoonlijkheidsontwikkeling, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en dat het plegen van het delict de verdachte op grond hiervan enigszins verminderd dient te worden toegerekend. De kans op recidive wordt verhoogd aanwezig geacht, indien de verdachte zonder meer in de samenleving wordt teruggeplaatst. De terugkeer in de maatschappij op korte termijn wordt een niet controleerbaar risico geacht.

Deze rapporten acht het Hof, te meer nog na de beantwoording door de psychiater en de psycholoog van de door de verdediging aan hen gestelde nadere vragen, duidelijk en inzichtelijk. Het Hof neemt de conclusie van de psychiater en de psycholoog dat bij de verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, waardoor de verdachte de gepleegde delicten enigszins verminderd kunnen worden toegerekend, over en maakt die tot de zijne.

Het voorgaande rechtvaardigt uit het oogpunt van vergelding en beveiliging van de samenleving een gevangenisstraf van zeer lange duur.

De vraag rijst of de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de gevolgen daarvan zo ernstig zijn dat met oplegging van een tijdelijke gevangenisstraf niet kan worden volstaan en daarom levenslange gevangenisstraf moet worden opgelegd, overeenkomstig de eis van de procureur-generaal.

Uit de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens volgt dat de oplegging van levenslange gevangenisstraf als ‘irreducible’ en dus onverenigbaar met artikel 3 EVRM moet worden beschouwd indien de veroordeelde enig perspectief op vrijlating wordt onthouden (zie o.a. EHRM 12 februari 2008, appl.nr. 21906/04, EHRC 2008, 52, en zie HR 16 juni 2009, LJN: BF3741, NJ 2009, 602). Levenslange gevangenisstraf betekent feitelijk dat de veroordeelde in beginsel tot aan zijn overlijden gedetineerd blijft en niet in de samenleving terugkeert. Gratieverlening is niet uitgesloten, maar de kans daarop acht het Hof uiterst klein, gegeven de omstandigheid dat gratie aan niet-levenslanggestraften slechts sporadisch wordt verleend en het Hof geen geval bekend is waarin het gratieverzoek van een tot levenslange gevangenisstraf veroordeelde is ingewilligd. Niet kan worden gezegd dat in Sint Maarten thans de maatschappelijke of politieke wil bestaat om ook ingeval van zeer ernstige delicten het recht op gratie tot uitgangspunt te nemen. Evenmin is het Hof bekend met een geval waarin een levenslanggestrafte de rechtmatigheid van de (verdere) tenuitvoerlegging van zijn straf ter toetsing aan de burgerlijke rechter heeft voorgelegd of in verband daarmee een verzoek uit hoofde van artikel 43 Sv heeft ingediend. De procureur-generaal heeft erop gewezen dat in het ontwerp van een nieuw Wetboek van Strafrecht is voorzien in periodieke toetsing van levenslange gevangenisstraf na ommekomst van twintig jaar – zoals in artikel 1:30 van het op 15 november 2011 in Curaçao in werking getreden Wetboek van Strafrecht –, maar in deze zaak moet worden uitgegaan van de thans geldende regelgeving, waarin een dergelijke toetsing niet bestaat (nog daargelaten of bedoelde toetsing de status van positief recht zal bereiken).

Het voorgaande noopt het Hof bij de oplegging van levenslange gevangenisstraf tot grote terughoudendheid. Dit geldt in deze zaak eens te meer gelet op de lange duur die de thans eenentwintigjarige verdachte naar redelijkerwijs valt te verwachten tot aan zijn dood in de gevangenis zal moeten doorbrengen, indien levenslange gevangenisstraf wordt opgelegd. Hieruit volgt tevens dat oplegging van levenslange gevangenisstraf in beginsel eerst op zijn plaats is indien er concrete aanwijzingen voorhanden zijn dat ook na ommekomst van een (langdurige) tijdelijke gevangenisstraf een reële vrees voor herhaling van soortgelijke delicten bestaat.

Het Hof ziet in de rapporten van de psycholoog en de psychiater, bezien in samenhang met het verhandelde ter terechtzitting, onvoldoende concrete aanleiding om na ommekomst van een termijn van dertig jaar – of ook ingeval van voorwaardelijke invrijheidstelling: twintig jaar – een reële vrees aanwezig te achten dat de verdachte wederom misdrijven als de bewezenverklaarde zal plegen. Daartoe overweegt het Hof dat de verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Weliswaar gaan zowel de psycholoog als de psychiater uit van een hoge of verhoogde kans op recidive, maar de psychiater plaatst daarbij de kanttekening “indien [de verdachte] zonder meer in de samenleving wordt teruggeplaatst”. Beide deskundigen achten behandeling van de verdachte geïndiceerd. Ofschoon de prognose van behandeling als ongunstig wordt ingeschat, signaleert de psychiater dat de verdachte positief reageert op structuur. Structuur is inherent aan verblijf in een gevangenis. Het Hof voegt hieraan toe dat niet valt uit te sluiten dat het klimmen der jaren en de op te leggen langdurige gevangenisstraf ook anderszins een gunstige invloed op het gedrag van de verdachte zullen hebben. Bovendien heeft de verdachte ter terechtzitting ervan blijk gegeven enig besef te hebben van hetgeen hij heeft aangericht en heeft hij daarvoor spijt betuigd.

In het licht van al het voorgaande is het Hof van oordeel dat aan de verdachte de langstmogelijke tijdelijke gevangenisstraf, namelijk voor de duur van dertig jaar, moet worden opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 11, 31 en 59 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 14 december 2011 en doet opnieuw recht als volgt;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en 3 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 subsidiar, 2 primair, 3 subsidiair, 4, 5, 6, 7 en 8 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen verklaard, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (DERTIG) JAREN;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, H.J. van Kooten en S. Verheijen, leden van het Hof, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 18 september 2012.

Mr. Verheijen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.