Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2012:BX0142

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
25-04-2012
Datum publicatie
03-07-2012
Zaaknummer
HLAR 47737/11
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In geschil is de intrekking door de Bank van de vergunning aan CAK voor het werkzaam zijn als trustkantoor. Aan de intrekking is ten grondslag gelegd dat CAK de door de Bank aan haar opgelegde boetes niet heeft betaald. Hof oordeelt dat de bevoegdheid om de vergunning in te trekken beperkt is tot de in de Landsverordening toezicht trustwezen genoemde gevallen. De Bank kan de vergunning niet intrekken bij het niet nakomen van de door de Bank krachtens die Landsverordening opgelegde verplichtingen en ook anderszins bestaat er daarvoor geen wettelijke grondslag. Hof bevestigt uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

HLAR 47737/11

Datum uitspraak: 25 april 2012

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (hierna: de Bank), gevestigd te Curaçao,

appellante

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 20 december 2011 in zaak nr. Lar 2011/47737 in het geding tussen:

de naamloze vennootschap CAK Trustkantoor N.V. (hierna: CAK)

gevestigd te Curaçao

en

appellante.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 14 juli 2010 heeft de Bank de op 23 mei 2005 aan CAK voor het werkzaam zijn als trustkantoor verleende vergunning ingetrokken.

Bij beschikking van 31 januari 2011 heeft zij het door CAK daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 december 2011 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) het door CAK daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Tegen deze uitspraak heeft de Bank bij brief, bij het Gerecht ingekomen op 27 januari 2012, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 24 februari 2012 zijn de gronden aangevuld.

CAK heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 april 2012, waar de Bank, vertegenwoordigd door mr. L.M. Virginia, advocaat, en […] en […], beiden werkzaam in haar dienst, en CAK, vertegenwoordigd door mr. dr. D.A.A. Boersema, advocaat, en […], werkzaam bij CAK, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 5, eerste lid, aanhef en onder e, van de Landsverordening toezicht trustwezen (hierna: Ltt) trekt de Bank een vergunning in, wanneer de vergunninghouder niet voldoet, of niet in staat blijkt te zijn te voldoen, aan de verplichtingen ingevolge deze landsverordening.

Ingevolge artikel 22, eerste lid, kan de Bank een verlener van beheersdiensten die niet of niet tijdig aan zijn uit de landsverordening voortvloeiende verplichtingen voldoet een geldboete opleggen voor elke dag die hij nalatig is geweest.

2.2. De Bank betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat zij het niet betalen van de krachtens artikel 22, eerste lid, van de Ltt aan CAK opgelegde boetes terecht als het niet voldoen aan de verplichtingen, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef en onder e, van de Ltt heeft aangemerkt.

2.3. Bij beschikking van 19 mei 2008 heeft de Bank CAK een boete opgelegd voor het voor de jaren 2006 en 2007 niet voldoen aan de in artikel 16 van de Ltt gestelde verplichting.

Bij beschikking van dezelfde dag heeft zij haar voorts een boete opgelegd voor het voor het boekjaar 2006 niet voldoen aan de in artikel 17 van de Ltt gestelde verplichting.

Bij beschikking van 17 december 2009 heeft zij haar een boete opgelegd voor het voor het boekjaar 2007 niet voldoen aan die verplichting.

Bij de beschikking van 14 juli 2010 heeft zij de vergunning van CAK ingetrokken vanwege het niet nakomen van de voormelde verplichtingen en omdat CAK, na het vertrek van de vorige directeur, geen nieuwe heeft aangesteld.

Aan de in beroep bestreden beschikking is uitsluitend nog ten grondslag gelegd dat CAK de door de Bank aan haar opgelegde boetes niet heeft betaald.

2.4. De bevoegdheid om de vergunning in te trekken is bij artikel 5, eerste lid, aanhef en onder e, van de Ltt beperkt tot gevallen, waarin de bij de Ltt gestelde verplichtingen door een vergunninghouder niet worden nagekomen. De Bank kan de vergunning ingevolge die bepaling niet intrekken bij het niet nakomen van door de Bank krachtens de Ltt aan een vergunninghouder opgelegde verplichtingen. Ook anderszins bestaat daarvoor geen wettelijke grondslag. Zij kon daarom de aan CAK verleende vergunning niet intrekken wegens het niet betalen van de door haar aan CAK opgelegde boetes.

Het betoog faalt.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.

w.g. Drop

voorzitter

w.g. Isenia

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 april 2012

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,