Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2012:BW6259

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
14-05-2012
Datum publicatie
22-05-2012
Zaaknummer
HAR 19/12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Betreft een wrakingsverzoek. De raadslieden worden in hun verzoek niet-ontvankelijk verklaard. De redenen van wraking dienen aan de rechter te worden voorgedragen indien de rechter alleen rechtspreekt. Gemachtigden hebben dit niet gedaan ook niet na verzoek door de rechter. Onbekendheid met de wettelijke bepalingen of de onjuiste interpretatie ervan kan t.a.v. verzoekster niet als excuus gelden omdat verzoeker zich liet vertegenwoordigen door twee professionele gemachtigden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer: HAR 19/12

Uitspraak: 14 mei 2012

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

BESCHIKKING

op het verzoek van:

de vennootschap naar vreemd recht, IDEAL FX Ltd. gevestigd te Engeland,

hierna: “verzoekster”,

in deze vertegenwoordigd door haar raadslieden mrs. D.D. Zahavi en W. Tielkemeijer,

tot wraking van:

mr. H.A.C. Smid,

lid van dit Hof,

hierna: “de rechter”.

1. Het verloop van de procedure

1.1 In de onderliggende zaak, zijnde een beklag ex artikel 150 van het Wetboek van Strafvordering (hierna WvSv), zaaknummer 800.00006/12, is verzoekster opgekomen tegen het conservatoir gelegde beslag op tegoeden van verzoekster bij de First Curacao International Bank.

1.2 Tijdens de (voortgezette) behandeling van voornoemde zaak ter terechtzitting van 7 mei 2012 hebben de gemachtigden van verzoekster mondeling ex artikel 508 e.v. WvSv een verzoek tot wraking van de rechter gedaan. De rechter heeft vervolgens de behandeling ter terechtzitting geschorst. In de middag van 7 mei 2012 is ter griffie van het Hof een schriftelijk wrakingsverzoek binnengekomen.

1.3 Het verzoek is ter terechtzitting van de wrakingskamer van het Hof van 9 mei 2012 in Curaçao behandeld. Verzoekster is vertegenwoordigd door haar gemachtigden en de rechter is in persoon ter zitting verschenen. Verzoekster en de rechter hebben schriftelijke stukken overgelegd en alle betrokkenen hebben hun standpunten mondeling toegelicht.

2. De beoordeling

2.1 Gelet op het bepaalde in artikel 508 WvSv, is wraking mogelijk indien ten aanzien van een rechter feiten en omstandigheden bestaan, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid ernstig schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling hiervan dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens één partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Tevens dient voorop te worden gesteld dat het instrument van wraking niet bestemd is om juridische oordelen en inhoudelijke beslissingen aan de orde te stellen; dat een rechter een in de ogen van verzoeker onjuiste beslissing geeft of blijk geeft van een onjuiste gedachtengang behoeft immers niet op vooringenomenheid te wijzen.

2.2 Omtrent een wrakingsverzoek bepaalt artikel 509, lid 2 WvSv, dat alle redenen van wraking tegelijk worden voorgedragen. Voorts bepaalt artikel 510 WvSv dat de redenen van wraking, indien de rechter alleen rechtspreekt, aan hemzelf worden voorgedragen, waarna het Hof van Justitie daarover beslist.

2.3 Het Hof stelt omtrent het voordragen van de redenen in casu het volgende vast. Ter terechtzitting van 7 mei 2012 hebben de gemachtigden van verzoekster, nadat zij het wrakingsverzoek indienden, de redenen ervan niet – ook niet na daarnaar door de rechter te zijn gevraagd – aan de rechter voorgedragen. De gemachtigden hebben aan het Hof te kennen gegeven dat zij daartoe niet gehouden waren en dat zij pas bij gelegenheid van de behandeling van het wrakingsverzoek ten overstaan van het Hof de redenen van de wraking behoeven aan te voeren. Op grond van ditzelfde standpunt menen zij ook dat het op 7 mei 2012 ingediende schriftelijke wrakingsverzoek overbodig was en als niet verzonden kan worden beschouwd en dat ter gelegenheid van de behandeling van het wrakingsverzoek derhalve ook nog gronden naar voren kunnen worden gebracht die niet in dat schriftelijke wrakingsverzoek waren vermeld.

2.4. Het Hof overweegt dat het standpunt van de gemachtigden in strijd is met de duidelijke wettelijke bepalingen op dit punt. Het Hof overweegt voorts dat het belang van die bepalingen erin is gelegen dat de gewraakte rechter eerst aan de hand van de voorgedragen redenen kan beslissen of hij al dan niet in de wraking berust. De onbekendheid met de betreffende bepalingen of de onjuiste interpretatie ervan kan ten aanzien van verzoekster – die zich door twee professionele gemachtigden, beiden advocaat, liet vertegenwoordigen – niet een geldig excuus voor de onjuiste indiening van het wrakingsverzoek opleveren.

2.5 Gelet op het bovenstaande dient verzoekster niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Beslissing:

Het Hof verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.

Deze beschikking is gegeven door mrs. R.P.P. Hoekstra, P. van Schendel en S. Verheijen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 14 mei 2012.

Mr. Hoekstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.