Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2012:BW4857

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
09-03-2012
Datum publicatie
04-05-2012
Zaaknummer
AR 53077 - HAR 8/12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betreft vordering schorsing vonnis. Hof stelt vast het vonnis inmiddels ten uitvoer is gelegd, zodat de tenuitvoerlegging daarvan niet meer kan worden geschorst. Appellant heeft derhalve geen belang meer bij beoordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: AR 53077 - HAR 8/12

Uitspraak: 9 maart 2012

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Vonnis op vordering ex artikel 272 Rv in het incident in de zaak van:

[appellant],

wonend in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, thans appellant en eiser in het incident,

gemachtigde: W.J. Maria,

- tegen -

de naamloze vennootschap

TAJ-MAHAL COURIER SERVICES N.V.,

h.o.d.n. Shoarma al Basha,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, thans geïntimeerde en gedaagde in het incident,

gemachtigden: mrs. M.F. Murray en J.G.J. Schelling.

Partijen worden hierna “[appellant]” en “Al Basha” genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: GEA) wordt verwezen naar het tussen partijen in deze zaak in kort geding gewezen vonnis van 31 januari 2012.

1.2 [appellant] heeft bij verzoekschrift, ingekomen op 8 februari 2012 ter griffie van het GEA, een vordering ex artikel 272 Rv ingediend. Deze vordering strekt ertoe dat het Hof de tenuitvoerlegging van het vonnis van 31 januari 2012, waarvan [appellant] bij akte van appel van 8 februari 2012 in hoger beroep is gekomen, schorst tot in hoger beroep onherroepelijk zal zijn beslist.

1.3 Op de daarvoor bepaalde dag, 21 februari 2012, heeft Al Basha een verweerschrift ingediend, waarin zij concludeert dat het Hof de vordering zal afwijzen, kosten rechtens.

1.4 De vordering is behandeld ten overstaan van het daartoe door het Hof uit zijn midden aangewezen lid, mr. J.P. de Haan, ter zitting van 24 februari 2012. Verschenen zijn [appellant], bijgestaan door zijn gemachtigde, en Al Basha vertegenwoordigd door de heer J.T. Fayad, bijgestaan door mr. M.F. Murray. Partijen hebben vragen van het lid van het Hof beantwoord en hun standpunten terzake toegelicht, de gemachtigde van [appellant] onder overlegging van een pleitnota.

1.5 Vonnis is bepaald op heden.

2. De beoordeling in het incident

2.1 Op grond van de gedingstukken en het ter zitting verhandelde staan de volgende feiten tussen partijen vast:

- bij het vonnis van 31 januari 2012 heeft het GEA, voor zover thans van belang, [appellant] uitvoerbaar bij voorraad bevolen om binnen 48 uur na betekening aan hem van dit vonnis, het restaurant te ontruimen, met medeneming van al het zijne en de zijnen en dit in goede staat en met afgifte van de toegangssleutels alsmede de tot Al Basha behorende inventaris tot haar vrije beschikking te stellen, bij gebreke waarvan de ontruiming kan plaatsvinden op de wijze als voorzien in de artikelen 555 en verder van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;

- op 10 februari 2012 heeft Al Basha het vonnis van 31 januari 2012 aan [appellant] betekend;

- op 13 februari 2012 is [appellant] gedwongen ontruimd (zie het proces-verbaal ontruiming, productie 2 bij het verweerschrift).

2.2 Bij verweerschrift heeft Al Basha naar voren gebracht dat inmiddels de executie van het vonnis van 31 januari 2012 is afgerond en de bevolen ontruiming volledig heeft plaatsgevonden, zodat reeds om die reden de gevorderde voorziening dient te worden afgewezen.

2.3 Blijkens het verhandelde ter zitting gaat [appellant] ervan uit dat indien de onderhavige vordering zou worden toegewezen, hij weer toegang tot de ruimte waarin het restaurant werd geëxploiteerd zou hebben om de exploitatie van het restaurant te hervatten.

2.4 Het Hof overweegt dat nu Al Basha het vonnis van 31 januari 2012 aan [appellant] heeft betekend en [appellant] gedwongen is ontruimd, dit vonnis ten uitvoer is gelegd, zodat de tenuitvoerlegging daarvan niet meer kan worden geschorst. Dit betekent dat [appellant] geen belang meer heeft bij beoordeling van de onderhavige vordering. Toewijzing van de onderhavige vordering zou niet de door [appellant] kennelijk veronderstelde werking hebben.

2.5 In het feit dat Al Basha het vonnis van 31 januari 2012 ten uitvoer heeft gelegd nadat [appellant] de onderhavige vordering had ingediend, en aldus heeft bewerkstelligd dat [appellant] geen belang meer heeft bij beoordeling daarvan, ziet het Hof aanleiding om de proceskosten in dit incident te compenseren. Vast is komen te staan dat Al Basha in elk geval ten tijde van de gedwongen ontruiming wist dat [appellant] deze vordering had ingediend.

2.6 Beslist wordt derhalve als volgt.

BESLISSING

Het Hof:

wijst de vordering af;

compenseert de proceskosten in dit incident aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J.R. Sijmonsma, J.P. de Haan en H.J. van Kooten, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 9 maart 2012.