Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2012:BW0553

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
22-03-2012
Datum publicatie
02-04-2012
Zaaknummer
H-181/11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van drugshandel, waarbij hij een organiserende rol had. Het niet-ontvankelijkheidverweer en de bewijsuitsluitingsverweren worden verworpen. Bij de strafmaat speelt mee dat hij geen blijk geeft van spijt of besef heeft van de ernst van de zaak. Hij krijgt 48 maanden, maar gezien te lange periode (2 weken) in politiecel wordt hem 2 maanden korting gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Datum uitspraak: 22 maart 2012

Zaaknummer: H-181/11

Parketnummer: 100.00243/11

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

S T R A F V O N N I S

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 9 november 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1957 op Sint Maarten,

wonende in Sint Maarten,

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring in Sint Maarten.

<u>Procesgang en onderzoek van de zaak </u>

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 27 oktober 2011, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die zitting, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 1 maart 2012 in Sint Maarten.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de (fungerend) procureur-generaal, mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman, mr. C.J.H. Merx, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep (onder aanvulling van de bewijsmiddelen) zal bevestigen.

In eerste aanleg is de verdachte bij vonnis van 9 november 2011 ter zake van de hem onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 46 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het GEA bij dat vonnis de in beslag genomen geweren en patronen aan het verkeer onttrokken en de in beslag genomen mobiele telefoons en het in beslag genomen geld verbeurd verklaard.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.

<u>De tenlastelegging</u>

Aan de verdachte is tenlastegelegd:…

<u>Het vonnis waarvan beroep</u>

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof tot andere beslissingen komt.

<u>De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie</u>

De raadsman van de verdachte heeft op verschillende gronden betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Zakelijk weergegeven houden deze gronden in:

i) het openbaar ministerie heeft bewust toestemming gegeven tot het stelselmatig observeren van de verdachte, zonder dat daarvoor een wettelijke bevoegdheid bestaat, met als gevolg dat is gehandeld in strijd met artikel 8 EVRM en artikel 9 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Ondanks het feit dat niet meer dan twee dagen is geobserveerd in de openbare ruimte, waren de observaties stelselmatig aangezien het huis van de verdachte in de gaten is gehouden, de verdachte en zijn medeverdachten zijn gevolgd en twee observatieteams actief waren;

ii) de huiszoeking bij de verdachte was onrechtmatig omdat niet is gebleken dat is binnengetreden met toestemming van de (vrouw van de) verdachte en evenmin dat overeenkomstig artikel 137 Sv de huiszoeking door de rechter-commissaris is geschied, terwijl gelet op het tijdsverloop ook geen sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 122 lid 1 Sv;

iii) in verband met de telefoontaps is gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 169 lid 5 Sv doordat (het Hof begrijpt:) de vordering tot intrekking van de machtiging ontbreekt, met het bepaalde in artikel 172 lid 1 Sv doordat niet de officier van justitie maar de rechter-commissaris bevoegd was de vordering te doen, en met het bepaalde in artikel 172 (het Hof begrijpt: 171) lid 2 Sv doordat niet aan de verdachte is medegedeeld dat en hoe lang is afgetapt. Voorts is het gesprek van (het Hof begrijpt:) 24 juni 2011, 15:01 uur, zonder machtiging opgenomen.

Het Hof verwerpt dit niet-ontvankelijkheidsverweer reeds op grond van het volgende. Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging komt als in artikel 413 lid 5 sub c Sv voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats ingeval de normschending daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan (o.a. HR 30 maart 2004, LJN AM2533, NJ 2004, 376, en HR 10 januari 2012, LJN BT2679, RvdW 2012, 118). Veronderstellenderwijs aangenomen dat de door de verdediging genoemde gronden juist zijn, is dat onvoldoende voor het oordeel dat hiervan sprake is. Dat het openbaar ministerie bewust toestemming heeft gegeven tot het stelselmatig observeren van de verdachte, zoals door de raadsman wordt gesteld, maakt dit niet anders omdat zulks niet meebrengt dat een inbreuk is gemaakt op het recht van de verdachte op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM, waarvan het recht op privacy als bedoeld in artikel 8 EVRM moet worden onderscheiden. Overigens is het Hof van oordeel dat niet is gebleken dat in het onderhavige geval de observaties zijn verricht met een zodanige duur, intensiteit en continuïteit of frequentie dat kan worden gesproken van stelselmatige observatie in die zin dat een min of meer volledig beeld werd verkregen of kon worden verkregen van het privéleven van de verdachte.

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is van enige grond voor niet-ontvankelijkheid ook overigens niet gebleken. Het openbaar ministerie is daarom ontvankelijk.

<u>De bewezenverklaring</u>

Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, met dien verstande:

1.

dat hij, op 25 juni 2011, te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervoerd en uitgevoerd ongeveer 10,3 kilogram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in artikel 1 van de Opiumlandsverordening 1960

2.

dat hij, op 25 juni 2011, te Sint Maarten, voorhanden heeft gehad een geweer (kaliber .22), <i>zijnde</i> een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 en (scherpe) patronen, <i>zijnde</i> munitie <i>in de zin van de Vuurwapenverordening 1930</i>.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd (<i>cursief</i>). Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

<u>Verweer tot bewijsuitsluiting</u>

De raadsman van de verdachte heeft het verweer gevoerd dat de tijdens de huiszoeking in beslag genomen voorwerpen en (klaarblijkelijk:) de tapverslagen van het bewijs moeten worden uitgesloten. Hij heeft daartoe de hierboven onder ii) en iii) genoemde gronden aangevoerd.

Het Hof overweegt hieromtrent als volgt.

Ervan uitgaande dat de woning van de verdachte is binnengetreden zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner – het proces-verbaal van bevindingen mbt Huiszoeking op het adres [adres]nummer 12-c, methodieken-dossier, p. 562, geeft hierover geen uitsluitsel –, was ingevolge artikel 155 lid 1 Sv daarom in beginsel een bijzondere schriftelijke machtiging vereist. Op grond van lid 4 van artikel 155 Sv is een dergelijke machtiging met het oog op een huiszoeking ter inbeslagneming evenwel niet vereist ingeval met het binnentreden niet kan worden gewacht totdat de (hulp)officier van justitie over een machtiging beschikt.

Blijkens het proces-verbaal van 28 juni 2011 van de rechter-commissaris – dat zich los in het dossier bevindt – nam de officier van justitie op zaterdag 26 (het Hof begrijpt: 25) juni 2011, om 17:27 uur, telefonisch contact met hem op en vorderde een huiszoeking in drie woningen. De rechter-commissaris heeft de officier van justitie medegedeeld dat hij in verband met privé-omstandigheden niet op korte termijn in de gelegenheid was om leiding te geven aan de huiszoekingen, waarop hij de officier van justitie (mondeling) heeft gemachtigd om de huiszoekingen te leiden. Ter bevestiging van zijn mondelinge beschikking van 25 juni 2011, omstreeks 17:27 uur gegeven, heeft de rechter-commissaris bij beschikking huiszoeking van 30 juni 2011 overwogen dat is gebleken van dringende noodzakelijkheid tot het verrichten van huiszoeking en bepaald dat zal worden overgegaan tot huiszoeking ter inbeslagneming in de woning gelegen aan de [adres] 12-C, Pt. Blanche te Sint Maarten (methodieken-dossier, p. 431). De huiszoeking in de woning van de verdachte aan de [adres] 12-C, Point Blanche, Sint Maarten, heeft plaats gevonden op 25 juni 2011, om 19:55 uur (hierboven aangehaald proces-verbaal van bevindingen, p. 562). De verdachte was op 25 juni 2011, om 18:00 uur, aangehouden.

In deze omstandigheden deed naar het oordeel van het Hof zich de situatie voor waarin de bijzondere schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris niet was vereist nu met het binnentreden niet kon worden gewacht totdat de officier van justitie over een machtiging beschikte. Van een onrechtmatige huiszoeking in de woning van de verdachte was daarom geen sprake.

Overigens heeft de verdachte bekend een vuurwapen en munitie in zijn bezit te hebben gehad, zodat niet kan worden gezegd dat redelijkerwijs aannemelijk is dat de verdachte door het gebruik van de door de huiszoeking verkregen onderzoeksresultaten ernstig in zijn verdediging is geschaad als bedoeld in artikel 413 lid 5 aanhef en sub b Sv. Evenmin kan worden gezegd dat een belangrijk strafvorderlijk voorschrift in de gegeven omstandigheden in aanzienlijke mate is geschonden (HR 30 maart 2004, LJN AM2533, NJ 2004, 376).

De stelling dat het telefoongesprek van 24 juni 2011, 15:01 uur, zonder machtiging is getapt, mist feitelijke grondslag nu de machtiging tot het tappen van de bij de verdachte in gebruik zijnde telefoonaansluiting [telefoonaansluiting] is gegeven voor de periode van 22 juni 2011 tot en met 6 juli 2011 (machtiging tot het aftappen van gegevensverkeer, methodieken-dossier, p. 517). Ook de stelling dat de verdachte niet is medegedeeld dat en over welke periode zijn telefoon is afgetapt ontbeert feitelijke grondslag, reeds omdat uit processen-verbaal van zijn verhoor blijkt dat de verdachte daarvan op de hoogte is gesteld en dat hij met een groot aantal telefoontaps is geconfronteerd. Wat betreft de overige in verband met de telefoontaps aangevoerde gronden is gesteld noch gebleken dat de verdachte daardoor in zijn verdediging is geschaad.

Het Hof verwerpt daarom de bewijsuitsluitingsverweren.

<u>De bewijsmiddelen</u>

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat, waarbij ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, is gebruikt met betrekking tot het feit of de feiten zoals daarbij telkens is aangegeven.

Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.

Voor zover de hieronder opgenomen bewijsmiddelen worden aangeduid als ‘bijlage’, betreft het bijlagen bij de processen-verbaal Zaaksdossier ‘Transporter’ (hierna: zaaksdossier) en Methodieken dossier ‘onderzoek Transporter’ (hierna: methodieken-dossier), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 16 september 2011 respectievelijk op 14 september 2011 gesloten en ondertekend door [ ], wachtmeester der eerste klasse der Koninklijke Marechaussee en buitengewoon agent van politie bij het Korps Politie Nederlandse Antillen, standplaats Sint Maarten.

De hieronder genoemde paginanummers betreffen de doorgenummerde paginanummers van voornoemde processen-verbaal en van de Persoonsdossiers verdachte [D], verdachte [ ] en verdachte [G].

<i>feit 1 primair</i>

- zaaksdossier, bijlage 2, p. 32 e.v.

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal verdachtmaking van de mannen [verdachte], [D], [G], [V] en [R], gesloten en getekend op 4 juli 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 17 juni 2011 werd onder leiding van de Officier van Justitie, Mr. [ ] het onderzoek begonnen onder de naam “transporter”. Door de rechter-commissaris werd op vordering van de officier van justitie machtiging verleend tot het tappen van de telefoonnummers van [verdachte], zijnde 523-0767 en de 524-5494. [verdachte] is ook bekend als [verdachte]. [verdachte] heeft in de periode van 17 juni 2011 tot en met 25 juni 2011 veelvuldig contact met een NN-man die gebruik maakte van een telefoonnummer uit de Virgin Islands. Later in de gesprekken kwam naar voren dat deze man [G] genaamd was.

- zaaksdossier, bijlage 3, p. 36 e.v.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal tijdlijn transporter 25 jun 2011, gesloten en getekend op 4 juli 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Binnen het onderzoek Transporter wordt een onderzoek gedaan naar een transport van vermoedelijk verdovende middelen, uitgevoerd op 25 juni 2011.

Als verdachten worden aangemerkt (onder andere):

- [verdachte] [het Hof leest: [verdachte]] [VERDACHTE] ([verdachte], [D2], [BB])

- [LB] ([LB] of [LB])

- [D] ([D]/‘[D]’)

- [G] ([G])

- [R] ([R])

(…)

Uit het onderzoek Transporter is gebleken dat de verdachten gebruik maken van de volgende telefoonnummers:

- [verdachte]: +[nr] en +[nr]

- [LB]: +[nr] en +[nr]

- [D]: +[nr] en +[nr]

- [G]/ [R]: +[nr]

- [G]: +[nr] en +[nr]

De gesprekken die met deze telefoonnummers gevoerd zijn, zijn door het onderzoekstam Transporter opgenomen en afgeluisterd.

Tijdens het afluisteren van gesprekken was de identiteit van iedere verdachte nog niet bekend.

De in dit proces-verbaal aangehaalde telefoongesprekken zijn in het geheel in dit proces-verbaal gezet of in die delen relevant zijn voor het onderzoek. Elk in dit proces-verbaal aangehaald telefoongesprek start met een balk met de gegevens van het telefoongesprek.

NNM: you think these man can bring it by my house or what?

[VERDACHTE]: no

NNM: why not, i’m going to send a man to go with them

[VERDACHTE]: their going to ask more

NNM: i’ll give them a couple dollars more

[VERDACHTE]: i know they told me…so you going to send a man up here?

NNM: that’s what i’m on cause right now i’m ready

[VERDACHTE]: ok…let me go by them now because they are ready. let me do what i got to do and then i will call you tonight after i get through

[VERDACHTE]: i got partner here with me now right so i’m going to let you talk to him. You explain him what you want to explain him.

NNM: ok

[D]: i’m here watching the athmosphere, looks kind of jumpy but you know

NNM: the question was…can you bring it by me, even if it costs me a little more?

[D]: I never walked over there as yet you see. I lost a CAR over that side already also you see. I never went over there as yet because its such an open ball park to play in you know. There isn’t anywhere to hide the BALL at all you know.

[D]: (…) I never play ball in that area as yet and i like to walk where i’m accustomed and then do you have anybody there with you that does walk that way?

NNM: yeah i’m going to send somebody with you

achtergrond [VERDACHTE]: he doesn’t want anybody to meet you out there. he said he wants the man to come to go down with you

[VERDACHTE]: what you saying, i’m here with him and he’s saying that he’s going to want 15

NNM: 15?

[VERDACHTE]: yeah. you see because he has to pay a lot of things out of it. He has to pay other people

NNM: that’s a little steep but we can do it

[D]: I think Friday or Saturday the temperature should be good you know

NNM: ok

[D]: I just checked on the internet so just let the partner come up and do what we have to do

NNM: alright no problem

[VERDACHTE]: just say what you can do and let your partner roll when your ready

NNM: ok no problem

NNM: but who’s going to pick him up, are you going to have somebody to pick him up?

NNM: or you want me to roll with him?

[VERDACHTE]: Yeah you come man. You come.

achtergrond [D]: now i feel better

[VERDACHTE]: Just walk with documents in case, you know.

N: I can walk with that just like that.

[VERDACHTE]: I don’t know… Most probably you catch something, maybe not what you want.

[VERDACHTE]: You understand. But I tell you, it will be a little more expensive you know.

[VERDACHTE]: You got to walk with some documents

N: For what.

[VERDACHTE]: To give the man.

N: Before the job.

[VERDACHTE]: For the taxi?

N: alright. I walk with a couple of dollars.

[VERDACHTE]: You gonna bring the partner to alright.

N: Yeah, it’s he thing. That he and me own.

[VERDACHTE]: Yeah. Just make sure… documents. He ready to proceed. We ready, we ready, we ready.

Samenvatting

Op vrijdag 24 juni 2011, omstreeks 15.01 uur, werd een telefoongesprek afgeluisterd en opgenomen tussen de gebruiker van het aansluitnummer [nr], aldus [verdachte] en de gebruiker van het aansluitnummer [nr]. Na de begroeting zegt [G]: I (niet te verstaan) back en vraagt aan [verdachte] waar hij hem kan ontmoeten. [verdachte] stelt hierbij aan NNman7107 voor om bij ‘Cindy’ (ng) te ontmoeten.

- zaaksdossier, bijlage 4, p. 63 e.v.

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen rectificatie pv tijdlijn transport 25 juni 2011, gesloten en getekend op 11 augustus 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

In onderzoek Transporter is een proces-verbaal tijdlijn (…) opgemaakt van belangrijke geïntercepteerde telefoongesprekken. In dit proces-verbaal zijn abusievelijk verkeerde tijdstippen of verkeerde taplijn cq telefoonnummer neergezet, er verandert niets aan de inhoud van de geïntercepteerde gesprekken en hebben betrekking op dezelfde verdachten.

De desbetreffende gesprekken zullen nader worden beschreven.

Bij het tijdstip staat 19:53:01 uur maar moet zijn 19:30:07

- zaaksdossier, bijlage 6, p. 81 e.v.

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van observatie 24 juni 2011, gesloten en getekend op 28 juni 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

13.15 Aanvang observatie bij de PJIA [Hof: Princess Juliana International Airport, Sint Maarten] luchthaven waar twee personen vanuit de Virgin Islands zouden arriveren.

14.15 Waargenomen dat twee mannen vanuit de aankomsthal naar buiten liepen. NNMAN 1 had “gevlochten haar” is gekleed in een wit T-shirt met grijs/rood checkers korte broek en witte slippers. NNMAN 2 heeft een “mohak haarstijl” is gekleed in een blauw T-shirt met zwarte broek. NNMAN 1 neemt contact op met een NNMAN 3 die gekleed is in een bruin T-shirt met spijkerbroek. NNMAN 1 en NNMAN 3 lopen samen in de richting van een blauwe Hyundai Elantra voorzien van het kenteken [kenteken 1] die geparkeerd is voor de luchthaven. NNMAN 1 en NNMAN 2 stappen in het voertuig. NNMAN 1 is als bestuurder en NNMAN 2 is als bijrijder. Het blauwe Hyundai Elantra voorzien van het kenteken [kenteken 1] vertrok van de luchthaven en reed richting Simpson Bay.

15.15 Waargenomen dat de blauwe Hyundai Elantra gekentekend [kenteken 1] vanaf het Sucker Garden Road rechtsaf sloeg en het parkeerterrein van Cindy’s Bar opreed. Verder waargenomen dat NNMAN 1 uit het voertuig stapte en op een zitbank ging zitten. Waargenomen dat NNMAN 1 ging aan tafel zitten praten met een NN vrouw gekleed in een roze hemd.

15.25 Waargenomen dat een blauwe Toyota Corolla voorzien van het kenteken [kenteken 2] vanaf de Sucker Garden Road linksaf sloeg en het parkeerterrein van de Cindy’s Bar opreed. Verder waargenomen dat [verdachte] [verdachte] gekleed in een witte T-shirt en spijkerbroek uit het voertuig stapte en op de zitbank bij NNMAN 1 ging zitten. Waargenomen dat [verdachte] [verdachte] contact naast NNMAN 1 een NNvrouw plaats nam aan tafel.

15.50 Waargenomen dat NNMAN 1 terug naar zijn voertuig liep en als bestuurder in deze stapte. Verder waargenomen dat NNMAN 1 en NNMAN 2 in het blauwe Hyundai Elantra wegreed in de richting van Patricia’s Bar.

16.20 Waargenomen dat de blauwe Hyundai Elantra voorzien van het kenteken [kenteken 1] op de [adres] bij het appartement van [verdachte] is geparkeerd.

16.35 Waargenomen dat [verdachte] en [D] het Appartement in Point Blanche op de [adres] naar binnen liepen.

16.55 Waargenomen dat [verdachte] en [D] het appartement verlieten.

- zaaksdossier, bijlage 7, p. 86 e.v.

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van observatie 25 juni 2011, gesloten en getekend op 28 juni 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

09.00 Aanvang observatie in de omgeving van Point Blanche, alwaar het subject [verdachte] woonachtig is.

14.05 Waargenomen dat het voertuig van [verdachte] bij het open terrein voor Pineapple Pete stopte. [D] stapte uit en liep naar de waterkant. Hij had twee plekken bij de waterkant bezocht. Bij een van de plekken staat een pier.

14.15 Waargenomen dat [D] in de auto van [verdachte] stapte. [verdachte] trad op als bestuurder van zijn personenauto.

14.47 Waargenomen dat [verdachte] thuis aankwam in Point Blanche.

15.45 Waargenomen dat NNm 1 en NNm2 in de blauwe auto stapten en wegreed. NNm1 trad op als bestuurder.

15.51 Waargenomen dat de blauwe auto van NNmannen stopte ter hoogte van Sun Kwong op de Cannegieter street. [D] stapte in bij de rechter achterportier. Zij reden weg richting Colebay.

16.02 Waargenomen dat de blauwe auto gekentekend [kenteken 1] op het open terrein naast Pineapple Pete stopte. De auto reed helemaal naar de achterzijde bij waterkant. NNm 1 en [D] stapte uit de auto en liepen naar de plek waar een kleine pier staat.

16.05 Waargenomen dat NN1 en [D] weer in de auto stapten en de auto reed weg richting Colebay.

16.40 Waargenomen dat [D] uit de auto stapte bij Donchie Bakery. De auto reed weg.

16.45 Waargenomen dat de auto gekentekend [kenteken 1] terug reed naar het appartement te [adres].

16.51 Waargenomen dat [D] uit de woning van [adres] 163 liep en in een witte Ford explorer gekentekend [kenteken 3] stapte. [D] was gekleed in grijs hemd en spijkerbroek. Bedoelde auto reed weg richting Colebay.

17.07 Waargenomen dat [verdachte] loopt naar het appartement van de NNmannen met een zwart plastiek zakje in zijn hand.

17.10 Waargenomen dat de auto waarin het subject [D] rijdt bij Simpson Bay yacht Club stopte.

17.17 Waargenomen dat [D] op een blauwe boot stapte. In de boot bevonden zich jerry-cans.

17.20 Waargenomen dat [D] alleen als kapitein optrad. Hij reisde op de blauwe boot in de richting van Pineapple Pete.

17.27 Waargenomen dat de twee NNmannen en [verdachte] bij het appartement naar buiten liepen.

17.28 Waargenomen dat de twee NNmannen en [verdachte] weer het appartement naar binnen liepen.

17.33 Waargenomen dat de twee NNmannen en [verdachte] weer het appartement uitliepen. De NNman 2 kwam buiten het appartement met een bruine tas op zijn rug. NNman 2 opende het rechter achterportier van de blauwe auto gekentekend [kenteken 1] en zette het voorvermelde tasje op de zitbank.

17.35 Waargenomen dat NNman 2 aan de bijrijderskant plaatsnam. De NNman 1 trad op als bestuurder van de blauwe auto. [verdachte] zat met de NNman 1 te praten.

17.37 Waargenomen dat NNman 2 uit de auto is gestapt en het voorvermelde tasje uit de auto nam. Hij zette het voorvermelde tasje in de kofferbak.

17.38 Waargenomen dat NNman 1 weer in de auto stapte.

17.43 Waargenomen dat NNmannen in de blauwe auto wegreden.

17.55 Waargenomen dat het Arrestatie Team (AT) van de politie de blauwe auto gekentekend [kenteken 1] op de Welfare road stopte. Beide subjecten werden aangehouden. Het blauwe tasje in de kofferbak werd in beslag genomen.

- persoonsdossier verdachte [G], p. 381 e.v.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aanhouding, gesloten en getekend op 25 juni 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op zaterdag, 25 juni 2011, omstreeks 17.50 uur, werd een inzet door de leden van de Arrestatie-Team, op de Welfare road, Cole Bay verricht.

In de Hyundai Elantra met kentekennummer [kenteken 1] die op de Welfare road reed, zaten twee personen. Beide verdachten werden door ons uit de auto gehaald en in de boeien gezet. Bij een nadere onderzoek in de kofferbak van bedoelde auto werd een groenkleurig rugtas aangetroffen. In bedoelde rugtas lag een hoeveelheid pakketten gewikkeld met bruine plakband.

Beide verdachten zijn aangehouden. Naar de namen en verdere gegevens van de verdachten gevraagd, gaf de bestuurder op te zijn genaamd:

[G], geboren te Sint Croix,

en als mede-inzittende de verdachte genaamd:

[R], geboren in Puerto Rico.

- zaaksdossier, bijlage 8, p. 93 e.v.

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 1 juli 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Uit conclusie van de waarnemingen van het Observatie Team op 24 juni 2011 en 25 juni 2011 kan vastgesteld worden dat:

NNMAN 1 uit de observatierapporten en

[G] één en hetzelfde persoon is te zijn genaamd [G], geboren te Sint Croix.

Uit conclusie van de tapgesprekken en waarnemingen van het Observatie Team op 24 juni 2011 en 25 juni 2011 kan vastgesteld worden dat ‘Partner’ uit het telecommunicatiegesprek op 22 juni 2011, omstreeks 20:24 uur en NNMAN 2 uit de observatierapporten één en hetzelfde persoon is te zijn genaamd [R] geboren te Puerto Rico.

- zaaksdossier, bijlage 10, p. 114 e.v.

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van inbeslagneming, gesloten en getekend op 29 juni 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

In verband met het gaande onderzoek onder zaak naam “transporter” had de Arrestatie Team op 25 juli 2011, omstreeks 17.55 uur op de Welfare road ter hoogte van Marshall Motors, twee verdachte mannen in een lichtblauwe verhuurauto van het merk Hyundai Elantra met kenteken [kenteken 1] aangehouden.

Van de Arrestatie Team had ik verbalisant gekregen de contactsleutel voor de voornoemde lichtblauwe verhuurauto met kenteken [kenteken 1], een zwart, blauw, groen en witkleurige heuptas dat zij in de verhuurauto had aangetroffen, een groot geld bedrag dat werd in de broekzak van een van de verdachten aangetroffen en een grijs/lichtgroen kleurige rugtas. De rugtas werd in de kofferbak van de verhuurauto aangetroffen.

In de heuptas werd aangetroffen:

- Een grijs en zilverkleurige GPS map 76CX merk Garmin

- Een Amerikaans paspoort opname van [R] geboren te Puerto Rico

In de rugtas werd aangetroffen:

- 10 bruinkleurige pakketjes

- een rijbewijs opname van [G].

- zaaksdossier, bijlage 11, p. 118 e.v.

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van wegen en testen, gesloten en getekend op 25 juni 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik, [verbalisant], heb de tien pakketten in het bureau van het Team Fraude gewogen en getest. Gezamenlijk bedroeg het totaal gewicht van de tien pakketten, inclusief de verpakking 10.308 grammen.

Met gebruikmaking van de zogenaamde “fieldtest” voor cocaïne, het Merck testkistje 1.11850.0001, heb ik de tien pakketten afzonderlijk getest. Van elk van de pakketten werden een kleine hoeveelheid van de witte poeder in afzonderlijke trays geplaatst en met het vloeistof 1.11853 gemengd. Het bijbehorende cocaïne teststrippen werden hierna in de vloeistof gedaan. Ik zag dat de witte teststrippen na in aanraking te zijn gekomen met de vloeistof in een licht blauwe kleur veranderde, hetgeen de aanwezigheid van cocaïne en/of haar zouten aanduiden.

- zaaksdossier, bijlage 12, p. 123 e.v.

Een geschrift, te weten een aanvrage onderzoek Nederlands Forensisch Instituut, van 25 augustus 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

ZAAK: TRANSPORTER

Opdrachtgever: RC/OvJ: OFFICIER te : PHILIPSBURG Naam: [ ]

Naam verdachte(n): [D], [VERDACHTE], [G] en [R]

SIN Nr.         Omschrijving stukken van overtuiging

AADI2842NL   PLASTIC ZAK INHOUDENDE OP COCAINE GELIJKENDE WITTE POEDER

AADI2843NL   PLASTIC ZAK INHOUDENDE OP COCAINE GELIJKENDE WITTE POEDER

AADI2844NL   PLASTIC ZAK INHOUDENDE OP COCAINE GELIJKENDE WITTE POEDER

AADI2845NL   PLASTIC ZAK INHOUDENDE OP COCAINE GELIJKENDE WITTE POEDER

AADI2846NL   PLASTIC ZAK INHOUDENDE OP COCAINE GELIJKENDE WITTE POEDER

- los in het dossier

Een geschrift, te weten een rapport, opgemaakt en ondertekend op 30 september 2011 door A.G.A. Sprong, NFI-deskundige forensische drugsanalyse, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

- zaaksdossier, bijlage 15, p. 167 e.v.

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 5 juli 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Bij onderzoek constateerde ik in de ‘GPS’ dat er al eerder een route is afgelegd. De route heeft als beginpunt Groot baai te Sint Maarten en als eindpunt Noord Oost van Saint Croix. Na controle op het vaartuig genaamd ‘RAZOR BLADE’ heb ik een hoeveelheid van ongeveer 250 liter brandstof aangetroffen. Hier voor vermelde hoeveelheid brandstof is opgeslagen in 6 verschillende vaten waarvan twee ingebouwd in het vaartuig en 4 draagbare vaten. Ik kan concluderen dat het vaartuig de algelezen route uit de ‘GPS’ met de aanwezige hoeveelheid brandstof [het Hof leest: kan] afleggen.

- persoonsdossier verdachte [D], p. 253 e.v.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor, gesloten en getekend op 27 juni 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [D] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

[verdachte] told me that the guy was his friend. This guy has a light complexion and his hair is plat backwards. [verdachte] told me that he needed a boat. [verdachte] wanted to borrow a boat from Saturday afternoon till Sunday morning. [verdachte] told me to get a boat. I usually lend my friend named Eric’s boat. He has a Boston Whaler. The Boston Whaler that was confiscated belongs to Eric.

- persoonsdossier verdachte [D], p. 258 e.v.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor, gesloten en getekend op 29 juni 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [D] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

Smart man I mean [verdachte].

- persoonsdossier verdachte [D], p. 264 e.v.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor, gesloten en getekend op 14 juli 2011, voor zover inhoudende de opmerking van de verbalisanten:

Met Smart Man bedoelde de verdachte [Hof: [[D]] [verdachte]. The man with the plats bedoelt de verdachte [D], de verdachte [G].

- persoonsdossier verdachte [D], p. 270 e.v.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor, gesloten en getekend op 5 augustus 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte [D] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

[D] is the nick name that I go by here on Sint Maarten.

The boat was supposed to have gone to an island somewhere close to Tortola.

Smartman would have paid me for carrying drugs. The agreement was that I would have gotten the money when I returned to the island. [verdachte] was pressuring me for more than a month to carry drugs down to the island.

[Hof: met betrekking tot tapgesprek van 22 juni 2011, om 19:53:01 uur, waarover de verbalisanten opmerken: Somewhere approaching the end of this conversation, [verdachte] seemingly from a second phone called a person that he identified as [D]:] The person [verdachte] called was me. [verdachte] told me that he needed to see me and [I] told him that I was at home. I recognize both the voices of [verdachte] and [G] in the conversation.

[Hof: met betrekking tot tapgesprek van 22 juni 2011, om 19:55:44 uur:] The person I was speaking to was [G]. He is the light skin guy with the long plats. He was either in the US or British Virgin Islands. He was willing to pay me extra for bringing the drugs directly where he was. I asked [G] if he has someone who knows the road. [G] said he had someone. That person would have captained the boat. The person would have used a GPS. I don’t know how to use a GPS.

- persoonsdossier verdachte [verdachte], p. 283

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevinding bij voorgeleiding, gesloten en getekend op 25 juni 2011, voor zover inhoudende als relaas van die verbalisant, zakelijk weergegeven:

Na de voorgeleide verdachte [Hof: [verdachte]] te hebben medegedeeld dat hij niet tot antwoorden verplicht is, heeft de verdachte mij het volgende verklaard: “Ik weet dat ik in verband met cocaïne werd aangehouden. [D] is de kapitein van de boot, welke de cocaïne moest transporteren. De man van St. Croix is de eigenaar van de cocaïne. De cocaïne komt van een man van Guyana. Wanneer ik weet dat iemand cocaïne moet hebben, kan ik zorgen dat hij die krijgt”.

- zaaksdossier, bijlage 9, p. 111 e.v.

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, gesloten en getekend op 23 augustus 2011, voor zover inhoudende als relaas van die verbalisant, zakelijk weergegeven:

Nadat de voorgeleiding had plaatsgevonden liepen zowel de hulp-officier van justitie [ ] als de verdachte [VERDACHTE] het kantoor van [hulp-officier] uit. Toen de verdachte [VERDACHTE] mij zag vroeg hij mij of hij mij even te woord kon staan. [VERDACHTE] zei toen tegen mij: “I am not a big fish. It’s the Colombians and the Guyanese does bring drugs on the island. If somebody wants something I could get it for them and I does get a little cut from it”.

- persoonsdossier verdachte [verdachte], p. 286 e.v.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 25 juni 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

I had two cellular telephones. The numbers of the phones are 523-0767 and 524-5494.

I know [D]. His name is [D].

[G] [G] is a person from St. Croix. I know him from years already. I think [G] came over yesterday.

<i>feit 2</i>

- methodieken-dossier, bijlage 4, p. 562 e.v.

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen mbt Huiszoeking op het adres [adres] nummer 12-c, gesloten en getekend op 28 juni 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op zaterdag 25 juni 2011, omstreeks 19.55 uur, werd op het adres [adres] nummer 12-c te Point Blanche op Sint Maarten, de woning van verdachte [verdachte] een doorzoeking verricht.

In de slaapkamer werden de hierna volgende goederen aangetroffen:

- één (1) doosje inhoudende 42 patronen;

- één (1) geweer .22 kaliber;

- één (1) groen blikje met verschillende kaliber patronen;

Deze goederen werden in beslag genomen.

- zaaksdossier, bijlage 26, p. 237 e.v.

Het door de verbalisant [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van technisch onderzoek i.v.m. vuurwapen en munitie, gesloten en getekend op 31 augustus 2011, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Identificatie: no. 1.

Het voor onderzoek aangeboden voorwerp betrof een enkelschot geweer van het merk “Remington” “Speedmaster” model “552”, kaliber .22 (short en long rifle) en voorzien van het wapennummer A1742935.

Tevens werden er dertien (13) scherpe patronen voorzien van rand vuurontsteking voor onderzoek aangeboden. De dertien (13) scherpe patronen van het kaliber .22 waren voorzien van de navolgende bodemstempels “REM” (3) en “Super X” (10).

Het voor onderzoek aangeboden geweer is een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930. De aangeboden dertien (13) scherpe patronen zijn munitie in de zin van deze verordening. Deze type munitie zijn geschikt voor het gebruik in het onderzochte wapen.

Identificatie: ad. 4:

Het betrof (20) twintig scherpe patronen van het kaliber 9 millimeter en één (1)scherpe patroon van het kaliber .38SPL, voorzien van centraal vuurontsteking. De patronen waren voorzien van de navolgende bodemstempels “Wolf Luger 9mm” (4), “FC 9mm Luger” (5), “PMC 9mm Luger” (6), “R.P. 380 Auto” (5) en “R.P. 38SPL” (1).

De voor onderzoek aangeboden 21 scherpe patronen zijn munitie in de zin van de Vuurwapenverordening 1930.

- persoonsdossier verdachte [verdachte], p. 286 e.v.

Het door de verbalisanten [ ] en [ ] in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en getekend op 25 juni 2011, voor zover inhoudende de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door de verdachte afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:

I am the owner of the rifle .22 and the bullets that were confiscated at my home at [adres] 12.

<u>Bewijsoverweging</u>

Blijkens de inhoud van de hierboven weergegeven tapgesprekken, bezien in het licht van de inhoud van de overige bewijsmiddelen, bedienen de gespreksdeelnemers zich van verhullend taalgebruik om te versluieren dat hun gesprekken betrekking hebben op (de uitvoer en de prijzen van) verdovende middelen. In dit verband overweegt het Hof voorts dat de verdachte onder andere ter terechtzitting in hoger beroep heeft gesteld dat hij in de getapte telefoongesprekken met [G] heeft gesproken over geiten, maar dat in geen van die gesprekken het woord geit valt. Ook anderszins heeft de verdachte geen plausibele verklaring gegeven over de inhoud van de gesprekken.

Op grond van de hierboven weergegeven tapgesprekken en de inhoud van de overige bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, acht het Hof bewezen dat de verdachte bewust en nauw heeft samengewerkt met de mede-verdachten [G], [R] en [D] bij het opzettelijk vervoeren en uitvoeren van ongeveer tien kilogram cocaïne naar de boot in Sint Maarten en naar een locatie in de buurt van Saint Croix (United States Virgin Islands) of Tortola (British Virgin Islands) op 25 juni 2011. Ook ten aanzien van het uitvoeren was sprake van een voltooid delict nu ingevolge artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960 onder uitvoer(ing) van middelen als bedoeld in artikel 3 van die landsverordening mede is begrepen het met bestemming naar het buitenland vervoeren, ten vervoer aannemen of ten vervoer aanbieden van die middelen.

<u>De kwalificatie en de strafbaarheid van het feit</u>

Het bewezenverklaarde levert op:

<i>feit 1 primair</i>

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, lid 1 aanhef en onder A en B, van de Opiumlandsverordening 1960,

strafbaar gesteld bij artikel 11 lid 1 van die verordening, juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht;

<i>feit 2</i>

overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening 1930,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening.

Feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde opheffen of uitsluiten zijn niet aannemelijk geworden. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

<u>De strafbaarheid van de verdachte</u>

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

<u>De op te leggen straf</u>

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, wordt de na te noemen straf passend geacht. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op 25 juni 2011 schuldig gemaakt aan het medeplegen van het vervoer en de uitvoer van ongeveer tien kilo cocaïne. De handel in cocaïne is een bron van veel vermogens- en geweldcriminaliteit. Bovendien is het gebruik van cocaïne schadelijk voor de gezondheid en heeft het een ontwrichtende werking op de samenleving. De verdachte heeft zich daaraan niets gelegen laten liggen en was kennelijk uitsluitend uit op zijn eigen financiële gewin. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan, kort gezegd, verboden wapen- en munitiebezit. Aldus heeft de verdachte ernstige strafbare feiten gepleegd.

Als strafverhogende omstandigheid wordt aangemerkt dat de verdachte bij de uitvoer van de cocaïne een organisatorische rol heeft vervuld door veelvuldig (telefonisch) contact te onderhouden met de mede-verdachte [G], door [G] en de mede-verdachte [R] op Sint Maarten onderdak te geven en door de mede-verdachte [D] als ‘kapitein’ van de boot te werven.

Het Hof neemt daarnaast in het nadeel van de verdachte in aanmerking dat hij niet blijk ervan heeft gegeven spijt te hebben of de ernst van het bewezenverklaarde in te zien.

Gelet op het voorgaande is het Hof van oordeel dat geen andere straf dan een gevangenisstraf van na te melden duur dient te worden opgelegd. Bij de op te leggen gevangenisstraf betrekt het Hof de omstandigheid dat de verdachte zijn voorarrest klaarblijkelijk ongeveer twee weken langer dan toegestaan heeft doorgebracht in een ‘oude’ politiecel, zodat op de overwogen op te leggen gevangenisstraf van achtenveertig maanden een strafkorting van twee maanden zal worden toegepast.

Het Hof acht daarom na te melden gevangenisstraf passend en geboden.

<u>Inbeslaggenomen voorwerpen</u>

De onder de verdachte in beslag genomen mobiele telefoons dienen te worden verbeurd verklaard, omdat het voorwerpen betreft met behulp waarvan het feit (1 primair) is begaan en voorbereid.

Het in beslag genomen vuurwapen en de munitie dienen te worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De teruggave zal worden gelast van het onder de verdachte in beslag genomen geld (US$ 2.215,75 en 50,--) aan de verdachte, nu niet is komen vast te staan dat dit geld vatbaar is voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

<u>De toepasselijke wettelijke voorschriften</u>

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 31, 35, 38b, 38c, 38d en 96 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 9 november 2011 en doet opnieuw recht, als volgt:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair en onder 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als bovenomschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zesenveertig (46) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uit¬spraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoer¬legging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd de in beslag genomen mobiele telefoons;

onttrekt aan het verkeer het in beslag genomen vuurwapen en de munitie;

gelast de teruggave van het in beslag genomen geld aan de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mrs. H.J. van Kooten, P.E. de Kort en E.M. van der Bunt, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 22 maart 2012.