Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BV2084

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
02-12-2011
Datum publicatie
27-01-2012
Zaaknummer
HLAR 44944/10
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellante heeft haar beroepschrift te laat ingediend. In geschil is of deze termijnoverschrijding verschoonbaar is. Hof bevestigt vonnis waarin het Gerecht appellante niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 44944/10

Datum uitspraak: 2 december 2011

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[Appellant], wonend in Curaçao,

appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 17 december 2010 in zaak nr. Lar 2010/44944 op het door appellant tegen diens uitspraak van 22 oktober 2010 in zaak nr. Lar 2010/289 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Justitie

gedane verzet.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 22 oktober 2008 heeft de minister van Justitie (hierna: de minister) een verzoek van [(…)] (hierna: (…)) om haar een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen afgewezen.

Bij brief van 23 mei 2009 heeft appellant (hierna: [appellant]) de minister verzocht de beschikking van 22 oktober 2008 te heroverwegen en (…) alsnog een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen.

Bij uitspraak van 22 oktober 2010 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) het door [appellant] tegen het uitblijven van een beschikking op dat verzoek ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 17 december 2010 heeft het Gerecht het daartegen door [appellant] gedane verzet ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij het Hof ingekomen op

22 december 2010, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 oktober 2011, waar [appellant], bijgestaan door mr. A. Moeniralam, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. D.J. Victorina, werkzaam in dienst van het Land, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 16, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar) wordt het beroepschrift ingediend binnen zes weken na de dag, waarop de beschikking is gegeven, of geldt als geweigerd.

Ingevolge het derde lid blijft, wanneer het beroepschrift na afloop van de daarvoor gestelde termijn is ingediend, niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien de indiener aantoont dat de termijnoverschrijding het gevolg is van hem niet toe te rekenen bijzondere omstandigheden en dat hij het beroep heeft ingesteld zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden.

Ingevolge artikel 79, eerste lid, voor zover thans van belang, kan het Gerecht onmiddellijk uitspraak doen, indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.

Ingevolge artikel 80, eerste lid, kunnen tegen een uitspraak, als bedoeld in artikel 79, alle partijen binnen twee weken na de dag van verzending schriftelijk verzet doen bij het Gerecht.

Ingevolge artikel 75, eerste lid, voor zover thans van belang, staat tegen uitspraken van het Gerecht, als bedoeld in artikel 80, tenzij het verzet gegrond is verklaard, voor alle partijen hoger beroep open op het Hof.

2.2. In verzet is uitsluitend aan de orde of het Gerecht terecht onmiddellijk uitspraak heeft gedaan, in dit geval omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.

2.3. Niet in geschil is dat het beroepschrift te laat is ingediend. In hetgeen [appellant] in verzet heeft aangevoerd, heeft het Gerecht met juistheid geen grond gezien voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is en geoordeeld dat het beroep terecht kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.

w.g. Drop

voorzitter

w.g. Isenia

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 december 2011

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,