Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BU8421

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
25-10-2011
Datum publicatie
16-12-2011
Zaaknummer
E-48897-HAR 67/11
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betreft schorsingsverzoek van beschikking. Het verzoek van de man is niet afzonderlijk onderbouwd en wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: E-48897-HAR 67/11

Uitspraak: 25 oktober 2011

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

B E S C H I K K I N G

in het incident ex artikel 429p lid 2, tweede volzin Rv in de zaak van:

[man],

hierna: de man,

wonend in Curaçao,

oorspronkelijk verzoeker,

thans appellant en verzoeker in het incident,

gemachtigde: mr. J.P. Jackson,

tegen

[vrouw],

hierna: de vrouw,

wonend in Curaçao,

oorspronkelijk verweerster,

thans geïntimeerde en verweerster in het incident,

procederend in persoon.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Op 23 augustus 2011 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: GEA) tussen de man en de vrouw beschikking gegeven. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA wordt verwezen naar deze beschikking.

1.2 De man is van voornoemde beschikking in hoger beroep gekomen en heeft klaarblijkelijk in verband met het bepaalde in artikel 429p lid 2, tweede volzin Rv een verzoek geformuleerd door op 29 september 2011 een als ‘beroepschrift tevens schorsingsverzoek’ aangeduid stuk in te dienen, met producties. Het verzoek strekt ertoe dat het Hof de tenuitvoerlegging van de beschikking schorst, met bepaling dat de vrouw wordt bevolen aan de beschikking geen uitvoering te geven.

1.3 Niet is gebleken dat (de gemachtigde van) de man aan de vrouw een afschrift van het verzoek heeft doen toekomen of dat de vrouw anderszins bekend is met het verzoek. Gelet op de aard van de onderhavige procedure, de omstandigheid dat de vrouw in persoon procedeert en hetgeen hieronder zal worden overwogen, ziet het Hof hierin geen aanleiding de vrouw in de gelegenheid te stellen een verweerschrift in te dienen.

1.4 Beschikking is bepaald op heden.

2. De beoordeling in het incident

2.1 Bij de beoordeling van het verzoek moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Daarbij moet worden nagegaan of op grond van die omstandigheden, bijvoorbeeld in verband met de spoed-eisendheid van het voldoen aan de veroordeling – in het voorliggende geval de bepa-ling van de hoogte van de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen –, het belang van degene die de veroordeling verkreeg, zwaarder weegt dan dat van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist. De kans van slagen van het aangewende rechtsmiddel dient daarbij in de regel buiten beschouwing te blijven (vgl. bijvoorbeeld Gemeenschappelijk Hof van Justitie 4 oktober 2011, E-241/10-H-216/11 en HAR 50/11).

2.2 Het schorsingsverzoek van de man is niet afzonderlijk onderbouwd. Voor zover een of meer van de in het beroepschrift geformuleerde grieven is of zijn bedoeld om het verzoek te onderbouwen, is het Hof van oordeel dat daarmee onvoldoende concreet omstandigheden zijn aangevoerd op grond waarvan kan worden beoordeeld of het belang van de minderjarige kinderen bij de bepaling van de door de man verschuldigde bijdrage in de kosten van hun verzorging en opvoeding al dan niet zwaarder weegt dan dat van de man bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist. Daarbij stelt het Hof voorop dat de minderjarige kinderen als degenen die bedoelde bepaling verkregen, worden vermoed het vereiste belang bij uitvoerbaarverklaring bij voorraad te hebben. Dit vermoeden wordt niet weerlegd door de inhoud van de grieven.

2.3 Voor zover met de grieven is beoogd te betogen dat de beschikking waarvan beroep kennelijke juridische of feitelijke misslagen inhoudt die grond opleveren de werking van de beschikking te schorsen, faalt dat betoog naar het oordeel van het Hof omdat ook in zoverre onvoldoende is gesteld dat sprake is van een misslag die aan uitvoerbaarverklaring bij voorraad in de weg staat. Ambtshalve is het Hof van een dergelijke misslag evenmin gebleken. Voor het overige zal in hoger beroep moeten blijken of de grieven slagen.

2.4 Op grond van het voorgaande moet het verzoek worden afgewezen. De man zal worden veroordeeld in de kosten van dit incident.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

wijst het verzoek af;

veroordeelt de man in de kosten van het incident aan de zijde van de vrouw gevallen en tot op heden begroot op nihil aan verschotten en gemachtigdensalaris.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.R. Sijmonsma, E.M. van der Bunt en H.J. van Kooten, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 25 oktober 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.