Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BU3395

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
29-09-2011
Datum publicatie
04-11-2011
Zaaknummer
HLAR 51130/11
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Betreft toewijzing van het verzoek tot schorsing van uitspraak van 1 september, zie <i>LJN</i> BR6709.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 51130/11

Datum uitspraak: 29 september 2011

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 85 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar)) met toepassing van artikel 87, derde lid, van die wet), hangende het hoger beroep van:

de rechtspersoon naar Venezolaans recht Refineria Isla Curazao SA (hierna: verzoekster)

verzoekster,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 1 september 2011 in zaak nr. Lar 2011/48338/49126 in het geding tussen:

de stichting Stichting Schoon Milieu op Curaçao (hierna: de stichting)

en

de minister van Gezondheid, Milieu en Natuur, als rechtsopvolger van het bestuurscollege van het Eilandgebied Curaçao (hierna: verweerder).

1. Procesverloop

Bij beschikking van 20 oktober 2005, voor zover thans van belang, heeft verweerder een verzoek van de stichting om door middel van bestuursdwang handhavend op te treden tegen de overtreding door verzoekster van de aan haar verleende hindervergunning afgewezen.

Bij uitspraak van 19 juli 2006, voor zover thans van belang, heeft het Gerecht het daartegen door de stichting ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikking vernietigd en bepaald dat verweerder binnen drie maanden opnieuw op het verzoek beschikt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.

Bij beschikking van 31 oktober 2006, voor zover thans van belang, heeft verweerder het verzoek opnieuw afgewezen.

Bij uitspraak van 18 juni 2009 heeft het Gerecht het daartegen door de stichting ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikking vernietigd en bepaald dat het bestuurscollege binnen vier maanden opnieuw op het verzoek beschikt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.

Bij ongedateerde beschikking heeft verweerder, voor zover thans van belang, het verzoek opnieuw afgewezen.

Bij uitspraak 1 september 2011 heeft het Gerecht het daartegen door de stichting ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikking vernietigd en bepaald dat verweerder binnen vier weken opnieuw op het verzoek beschikt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen, een en ander op straffe van een dwangsom van Naf. 500.000,- per week of gedeelte van een week dat deze overtreding voortduurt, met een maximum van Naf. 50.000000,-.

Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief, bij het Hof ingekomen op 15 september 2011, hoger beroep ingesteld. Voorts heeft zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2. Overwegingen

2.1. De voorzitter doet uitspraak zonder zitting.

2.2. Het verzoek strekt tot schorsing van de bij de uitspraak van het Gerecht van 1 september 2011 aan verweerder gegeven opdracht. Aan het verzoek heeft verzoekster om voorlopige voorziening ten grondslag gelegd dat deze uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven.

2.3. De voorzitter ziet aanleiding tot het treffen van de na te melden ordemaatregel. Daarbij is in aanmerking genomen dat ingevolge artikel 90 van de Lar tot opheffing of wijziging van de te treffen voorlopige voorziening kan worden beslist en partijen in verband daarmee worden uitgenodigd om op maandag 17 oktober 2011 om 08.30 uur ter zitting bij de voorzitter te verschijnen.

2.4. De voorzitter ziet aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

schorst bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 1 september 2011 in zaak nr. Lar 2011/48338/49126

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van B. Jussen, griffier.

w.g.

voorzitter

w.g.

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2011

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,