Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BR6125

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
24-06-2011
Datum publicatie
29-08-2011
Zaaknummer
AR-59/09-H-106/11
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geschil betreft betaling voor levering van kaas. Ondanks het feit dat er geen koopovereenkomst is brengt dit nog niet mee dat geïntimeerden niet gehouden zijn tot betaling. De getekende betalingsregeling waarin hoofdelijke aansprakelijkheid is aanvaard vormt de grondslag van de vordering. Beroep van geïntimeerden op onzekerheidsexceptie slaagt. Hof houdt iedere beslissing aan en geeft partijen gelegenheid om nadere stukken in geding te brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: AR-59/09-H-106/11

Uitspraak: 24 juni 2011

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap MICHAEL’S STEAKHOUSE N.V.,

gevestigd te Sint Maarten,

voorheen eiseres in conventie en gedaagde in reconventie, thans appellante,

gemachtigde: mr. C.H. Merx,

tegen

1. de naamloze vennootschap FOOD EXPRESS COLEBAY N.V.,

h.o.d.n. LIDO FOOD CENTER,

2. de naamloze vennootschap MAHO FOOD EXPRESS N.V.,

h.o.d.n. MAHO FOOD EXPRESS,

3. [geïntimeerde sub 3],

4. [geïntimeerde sub 4],

gevestigd respectievelijk wonend te Sint Maarten,

voorheen gedaagden in conventie en eisers in reconventie, thans geïntimeerden,

gemachtigden: mrs. R. Kock en J. Veen.

Partijen worden hierna ook aangeduid als “Michael’s Steakhouse”, “Lido”, “Maho”, “[geïntimeerde sub 3]” en “[geïntimeerde sub 4]”.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten (verder: GEA), wordt verwezen naar het tussen partijen gewezen vonnis van 1 juni 2010. De inhoud van dat vonnis geldt als hier ingevoegd.

1.2 Michael's Steakhouse is in hoger beroep gekomen van voormeld vonnis door indiening op 2 juni 2010 van een daartoe strekkende akte ter griffie van het GEA. Bij op 12 augustus 2010 ingekomen memorie van grieven heeft zij twee grieven aangevoerd, deze toegelicht en geconcludeerd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en de vorderingen van Michael's Steakhouse alsnog zal toewijzen, met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van de eerste aanleg en het hoger beroep.

1.3 Geïntimeerden hebben op 27 augustus 2010 een memorie van antwoord ingediend, waarin zij concluderen tot bevestiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van Michael's Steakhouse in de kosten van het hoger beroep.

1.4 Op de daarvoor bepaalde dag hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities overgelegd en vonnis gevraagd.

1.5 Vonnis is nader bepaald op heden.

2. Beoordeling

2.1 Niet gebleken is dat het hoger beroep zich ook tegen de beslissing in reconventie richt. Het hoger beroep moet dan ook beperkt worden geacht tot de beslissingen van het GEA in conventie. De grieven beogen het geschil (in conventie) in volle omvang aan het Hof voor te leggen en lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

2.2 Onder 2. van het bestreden vonnis heeft het GEA feiten weergegeven. Nu tegen die weergave niet is gegriefd en deze het Hof juist voorkomt, zal ook het Hof van die feiten uitgaan. In aanvulling daarop neemt het Hof op grond van de stukken en de niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen als vaststaand aan dat de van Westland Kaasexport B.V. betrokken, aan Lido en Maho afgeleverde goederen door geïntimeerden tot de in de betalingsregeling van 29 september 2008 genoemde bedragen van EUR 2.246,85 en EUR 11.596,92 onbetaald zijn gelaten, zulks behoudens twee betalingen naar aanleiding van bedoelde betalingsregeling van elk van USD 2.000,- begin 2009.

2.3 Uit de stellingen van beide partijen in hoger beroep volgt dat Lido en Maho in de hier relevante periode hun bestellingen van van Westland Kaasexport B.V. te betrekken kaas aan Michael's Steakhouse opgaven, die deze bestellingen vervolgens (tezamen met andere bestellingen) plaatste bij Westland Kaasexport B.V. Westland Kaasexport B.V. factureerde aan Lido en/of Maho, per adres Michael’s Steakhouse. Het Hof is met het GEA van oordeel dat van een koopovereenkomst tussen Michael's Steakhouse en geïntimeerden niet is gebleken, zodat daarin geen grondslag kan zijn gelegen voor betalingsverplichtingen van geïntimeerden jegens Michael’s Steakhouse. Dat Michael's Steakhouse niet als verkoper had te gelden sluit ook aan bij haar stelling dat betrokkenen de heffing van omzetbelasting wilden vermijden. Uit het bij pleidooi door Michael's Steakhouse ingenomen standpunt dat haar rol bij de transacties dient te worden beschouwd als bemiddeling in de zin van artikel 7:425 BW lijkt overigens te volgen dat zij haar aanvankelijke stellingname dat tussen haar en geïntimeerden een koopovereenkomst van kracht was heeft laten varen.

2.4 De omstandigheid dat Michael's Steakhouse niet als de verkoper van de kaas kan worden aangemerkt brengt nog niet mee dat geïntimeerden niet gehouden zijn tot betaling aan Michael’s Steakhouse. Michael’s Steakhouse heeft met verwijzing naar een e-mailbericht van Westland Kaasexport B.V. en naar tussen partijen gevoerde correspondentie gesteld dat de constructie aldus was dat Michael's Steakhouse de facturen van Westland Kaasexport B.V. betaalde, onder aftrek van de haar toekomende commissie, en de factuurbedragen vervolgens incasseerde bij de afnemers. In het bijzonder uit de door geïntimeerden getekende betalingsregelingen van 7 maart 2008 en 29 september 2008 en de brieven van [geintimeerde sub 3] aan mr. Merx van 10 en 29 december 2008 volgt dat geïntimeerden deze constructie aanvaard hebben. Daarmee, met de stelling van Michael's Steakhouse dat zij de betreffende goederen aan Westland Kaasexport B.V. heeft betaald en met de door ieder van geïntimeerden getekende betalingsregeling van 29 december 2008, waarin zij hun hoofdelijke aansprakelijkheid hebben aanvaard, is de grondslag van de vordering van Michael's Steakhouse gegeven.

2.5 Het beroep van geïntimeerden op de vernietigbaarheid van de betalingsregeling van 29 september 2008 op de voet van artikel 7:904 BW, voor zover in hoger beroep gehandhaafd, wordt verworpen. Hetgeen geïntimeerden over de inhoud of wijze van totstandkoming daarvan hebben gesteld maakt niet dat het beroep dat Michael's Steakhouse doet op die betalingsregeling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarbij betrekt het Hof mede de omstandigheid dat onvoldoende gesteld of gebleken is dat geïntimeerden zich bij het aangaan van die regeling beoogden te verbinden jegens een andere partij dan Michael's Steakhouse of dat zij niet bekend waren met de opbouw van de in die regeling schuldig verklaarde bedragen.

2.6 In haar brieven aan mr. Merx van 10 en 29 december 2008 heeft [geintimeerde sub 3] gemotiveerd gesteld twijfels te hebben over de vraag of geïntimeerden met de voldoening aan de betalingsregeling van 29 september 2009 ook jegens Westland Kaasexport B.V. en jegens Michael's Steakhouse gekweten zouden zijn en heeft zij gesteld in afwachting van uitsluitsel hieromtrent de onder de betalingsregeling verschuldigde bedragen op de derdenrekening van haar advocaat te zullen storten. Wat betreft Michael’s Steakhouse hebben geïntimeerden de door hen gewenste duidelijkheid inmiddels verkregen, nu het deze vennootschap zelf is die in dit geding betaling vordert. Ten aanzien van Westland Kaastransport B.V. acht het Hof de kennelijk nog immer bij geïntimeerden bestaande twijfel gerechtvaardigd, nu eenduidige bewijzen van betaling aan of kwijting door Westland Kaasexport B.V. terzake de onderhavige leveranties ontbreken. Gelet op de door partijen voor hun transacties gekozen constructie als onder 2.4 omschreven, het belang van geïntimeerden om niet ook door Westland Kaasexport B.V. te worden aangesproken en de mede aan Michael's Steakhouse toe te rekenen verwarring die kennelijk achteraf bij geïntimeerden is ontstaan door het opnemen in die regelingen van “Foodbrokers N.V.” en “Cor Merx Legal Services” als partij bij die regelingen, brengt de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid mee dat door geïntimeerden alsnog duidelijkheid kan worden verlangd over de vraag of zij bevrijdend aan Michael's Steakhouse kunnen betalen. Het beroep van geïntimeerden op de onzekerheidsexceptie van artikel 6:37 BW slaagt derhalve.

2.7 Het Hof zal partijen in de gelegenheid stellen bij akte stukken in het geding te brengen waaruit ondubbelzinnig blijkt of geïntimeerden al dan niet niet door Westland Kaasexport B.V. zullen worden aangesproken terzake de door haar aan Lido en Maho gestuurde facturen voor de onderhavige kaasleveranties, waartoe de zaak naar de rol zal worden verwezen als navermeld.

2.8 Mede gelet op het feit dat de in de betalingsregeling van 29 september 2008 genoemde bedragen deels in Euro’s zijn uitgedrukt, is de door Michael's Steakhouse gevorderde hoofdsom van USD 26.676,87 zonder nadere uitleg niet goed te herleiden. Michael's Steakhouse zal bij haar akte de opbouw van de door haar gevorderde hoofdsom nader uiteen kunnen zetten.

2.9 Ten aanzien van de door Michael's Steakhouse gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten overweegt het Hof reeds thans dat, zoals hiervoor overwogen, geïntimeerden hun betaling sinds 10 december 2008 op goede grond kunnen opschorten. Zij zijn dan ook niet in verzuim. De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, voor zover uitgaand boven de daarvoor in de betalingsregeling van 29 september 2008 opgenomen bedragen, zijn dan ook niet toewijsbaar.

2.10 In afwachting van de aktes zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

Beslissing:

Het Hof:

verwijst de zaak naar de rolzitting van het Hof te Sint Maarten van 26 augustus 2011 voor akte overlegging stukken als bedoeld onder 2.7 zijdens beide partrijen, wat Michael's Steakhouse betreft tevens houdende uitlating als bedoeld onder 2.8;

bepaalt dat partijen vervolgens ieder een antwoordakte zullen kunnen nemen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, P.E. de Kort en J.P. de Haan, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 24 juni 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.