Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BR5389

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
20-05-2011
Datum publicatie
19-08-2011
Zaaknummer
HLAR 44945/10
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hof oordeelt dat het Gerecht terecht heeft geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Uitspraak wordt bevestigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 44945/10

Datum uitspraak: 20 mei 2011

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Curaçao,

appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 17 december 2010 in zaak nr. 2010/44945 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Justitie.

1. Procesverloop

Bij brief van 24 september 2009 heeft appellant (hierna: [appellant]) de gezaghebber van het eilandgebied Curaçao (hierna: de gezaghebber) verzocht om aan [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen.

Bij uitspraak van 22 oktober 2010 in zaak nr. 2010/249 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) het door [appellant] tegen het uitblijven van een beschikking op dat verzoek ingestelde beroep na vereenvoudigde behandeling niet ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief van 3 november 2010, ingekomen op die dag, verzet gedaan.

Bij uitspraak van 17 december 2010 in zaak nr. 2010/44945 heeft het Gerecht het aldus gedane verzet ongegrond verklaard.

Tegen die uitspraak heeft [appellant] bij brief van 17 januari 2011, ingekomen op die dag, hoger beroep ingesteld bij het Hof.

De minister van Justitie (hierna: de minister) heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 april 2011, waar [appellant], bijgestaan door A. Moenir Alam, en de minister, vertegenwoordigd door mr. I.E.A. Doorstam, werkzaam bij het Ministerie van Justitie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [Appellant] betoogt dat het Gerecht, door te overwegen dat het het door hem ingestelde beroep terecht kennelijk wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk heeft verklaard, heeft miskend dat de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar is, omdat ambtenaren, werkzaam bij de Vreemdelingendienst, door te verklaren: "Het komt wel in orde" en "Het is nog niet klaar. Heb een beetje geduld; het komt wel in orde", bij hem de gerechtvaardigde verwachting hebben gewekt dat de verzochte vergunning zou worden verleend.

2.1.1. [Appellant] heeft in beroep niet aannemelijk gemaakt dat ambtenaren, werkzaam in dienst van het eilandgebied Curaçao, hem namens de gezaghebber hebben toegezegd dat de gevraagde vergunning aan de vreemdeling verleend zou worden. Het zonder nadere toelichting gestelde is daarvoor onvoldoende in het licht van de ontkenning daarvan door de minister. Het Gerecht heeft daarin reeds om die reden terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is en het beroep om die reden ten onrechte zonder behandeling ervan ter zitting niet-ontvankelijk is verklaard. Het betoog faalt.

2.2. Het Gerecht kon in verzet slechts onderzoeken, of het tegen het uitblijven van een beschikking op het verzoek ingestelde beroep terecht zonder behandeling ervan ter zitting niet-ontvankelijk is verklaard. Voor zover [appellant] heeft beoogd te betogen dat het ten onrechte voorbij is gegaan aan hetgeen hij voor het overige in verzet heeft aangevoerd, faalt daarom ook dat betoog.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.

w.g. Drop

voorzitter

w.g. Isenia

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2011

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,