Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ8948

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
20-05-2011
Datum publicatie
22-06-2011
Zaaknummer
AR-138/05-H-276/09
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellante heeft geen op naam gesteld bewijs van onvermogen overlegd en evenmin een bewijs van betaling van griffierecht. Het hoger beroep is vervallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ZAAKNR: AR-138/05-H-276/09

UITSPRAAK: 20 mei 2011

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Vonnis in de zaak van:

[appellante],

wonend in Sint Maarten,

voorheen eiseres, thans appellante,

gemachtigde: mr. B.P. Hart,

- tegen -

1. [geïntimeerde sub 1],

wonend in Sint Maarten,

voorheen gedaagde sub 1, thans geïntimeerde sub 1,

gemachtigde: mr. L.L. James,

2. [geïntimeerde sub 2],

wonend in Sint Maarten,

voorheen gedaagde sub 2, thans geïntimeerde sub 2,

gemachtigde: mr. M.M. Hofman-Ruigrok,

3. [geïntimeerde sub 3],

wonend in Sint Maarten,

voorheen gedaagde sub 3, thans geïntimeerde sub 3,

gemachtigde: mr. M.M. Hofman-Ruigrok.

Partijen worden hierna [appellante], [geintimeerde sub 1], [geintimeerde sub 2] en [geintimeerde sub 3] genoemd. De twee laatstgenoemden worden gezamenlijk ook aangeduid als [geintimeerde sub 2 en sub 3]

1. Verdere verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot 28 januari 2011 wordt verwezen naar het tussenvonnis van het Hof van die datum. Op de rolzitting van 15 april 2011 heeft [appellante] een akte genomen. Vonnis is bepaald op heden.

2. Verdere beoordeling

2.1 Bij het tussenvonnis van het Hof van 28 januari 2011 is de zaak naar de rol verwezen teneinde [appellante] in de gelegenheid te stellen om alsnog een op haar naam gesteld bewijs van onvermogen dan wel een bewijs van betaling van griffierecht over te leggen. Bij haar akte van 15 april 2011 heeft zij slechts overgelegd een afschrift van het reeds aan de memorie van grieven gehechte bewijs van onvermogen ten name van [echtgenoot], kennelijk haar echtgenoot.

2.2 Aldus heeft [appellante] geen op haar naam gesteld bewijs van onvermogen overgelegd, zodat haar geen toelating om kosteloos te mogen procederen kan worden verleend. Nu zij ook geen bewijs van betaling van griffierecht heeft overgelegd, luidt de conclusie dat [appellante] het verschuldigde vast recht niet heeft betaald, zodat haar hoger beroep op grond van artikel 270 lid 5 Rv is vervallen en de aantekening in het algemeen register moet worden doorgehaald. [appellante] dient de kosten van de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geintimeerde sub 1], [geintimeerde sub 2] en [geintimeerde sub 3] te dragen.

BESLISSING:

Het Hof:

verstaat dat het hoger beroep is vervallen;

draagt de griffier op de aantekening in het algemeen register door te halen;

veroordeelt [appellante] in de proceskosten in hoger beroep,

aan de zijde van [geintimeerde sub 1] tot op heden begroot op NAF. 5.100,- aan gemachtigdensalaris,

aan de zijde van [geintimeerde sub 2 en sub 3] tot op heden begroot op NAF. 6.800,- aan gemachtigdensalaris en NAF. 212,50 aan verschotten.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, F.J.P. Lock en E.M. van der Bunt, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 20 mei 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.