Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0635

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
22-02-2011
Datum publicatie
08-04-2011
Zaaknummer
EJ 23/08-HAR-31/10
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In geschil is opgeheven ondercuratelestelling voor zoon, deze is nodig voor plaatsing in Brasami. Voor deze ondercuratelestelling, op grond van art. 1:378 lid 1 sub c BW, is vereist dat angst voor deze persoon gebaseerd is op concrete feiten en omstandigheden die de veiligheid van anderen in gevaar brengt. Hof kan deze genoemde eisen niet vaststellen. Het Hof oordeelt dat het GEA de curatele terecht heeft opgeheven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

UITSPRAAK: 22 februari 2011

ZAAKNR.: EJ 23/08-HAR-31/10

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van

Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Beschikking in de zaak van:

[ouder] (hierna [ouder] ),

wonend op Bonaire,

voorheen verzoeker, thans rekwestrant,

gemachtigde: mr. C.A. Francis,

tegen

[zoon] (hierna [zoon].),

wonend op Bonaire,

voorheen verweerder, thans gerekwestreerde,

procederend in persoon.

1. Het verloop van de procedure

[zoon] is bij beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire, (verder: GEA) van 6 augustus 2009 onder curatele gesteld. Het betreft een zogenaamde “Brasami-ondercuratelestelling” van art. 1:378 lid 1 sub c BW. Deze ondercuratelestelling is opgeheven bij beschikking van GEA van 20 januari 2010.

[ouder] heeft bij op 3 maart 2010 ter griffie van het GEA ingekomen beroepschrift bezwaar gemaakt tegen de laatst genoemde beschikking en heeft in dat stuk geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking van 20 januari 2010 en, opnieuw rechtdoend, tot ondercuratelestelling van [zoon] met bevel tot voortzetting van de begonnen behandeling.

De zaak is behandeld ter zitting van 4 augustus 2010, 27 oktober 2010 en 27 januari 2011. De van die zittingen opgemaakte processen-verbaal bevinden zich bij de stukken. Na de behandeling is bepaald dat 21 februari 2011 zal worden beslist, welke beslissing nader is bepaald op heden.

2. De ontvankelijkheid

[ouder] is tijdig en op de juiste wijze in beroep gekomen van de door hem bestreden beschikking, zodat hij daarin kan worden ontvangen.

3. De beoordeling

3.1 De vraag die ter beoordeling voorligt is of [zoon] wegens gewoonte van drankmisbruik dan wel van misbruik van verdovende of stimulerende middelen zijn belangen niet behoorlijk waarneemt en/of in het openbaar herhaaldelijk aanstoot geeft en/of zijn eigen veiligheid of die van anderen in gevaar brengt en, bij bevestigende beantwoording, of plaatsing in Brasami (waarvoor de ondercuratelestelling een “vehikel” is) op haar plaats is. Voor een bevestigend antwoord op die vraag is het niet voldoende dat, wat deze zaak betreft, zijn naaste omgeving bang voor hem is en/of van hem overlast ondervindt. Dit kan anders zijn indien die angst is gebaseerd op concrete feiten en/of omstandigheden die de veiligheid van anderen in gevaar brengt.

3.2 Wat dat betreft is [zoon] vrij vanaf de beschikking van 20 januari 2010, en is alleen gebleken van een aangifte ter zake bedreiging, een vuistslag die geen doel trof (zie het proces-verbaal van politie van 2 augustus 2010) en enige overlast voor zijn ouders, bij wie hij inwoont. Andere concrete feiten of gedragingen die kunnen leiden tot de conclusie dat er sprake is van een of meer van de in art. 1:378 lid 1 sub c BW genoemde vereisten kan het Hof niet vaststellen. Het is wel duidelijk, mede gelet op het rapport van de Stichting Verslavingszorg Bonaire omtrent de begeleiding van [zoon] in de periode november 2010 tot en met januari 2011, dat [zoon] niet in het huis van zijn ouders is te handhaven. Dat is echter geen reden voor de gevraagde ondercuratelestelling, gelet op de hiervoor weergegeven vereisten voor een dergelijke ondercuratelestelling. Het Hof komt dan ook tot het oordeel dat GEA de curatele terecht heeft opgeheven, zodat het beroep wordt verworpen.

BESLISSING:

Het Hof:

bevestigt de beschikking waarvan beroep.

Deze beschikking is gewezen door mrs. J. de Boer, J.R. Sijmonsma en E.J.C. Adang, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 22 februari 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.