Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0591

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
25-01-2011
Datum publicatie
08-04-2011
Zaaknummer
HLAR 017/10
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betreft afwijzing van verzoek om tijdelijke verblijfsvergunning voor een minderjarige. Betoog van de vreemdeling dat het Gerecht de beroepsgrond dat zij aan het IVRK aanspraak ontleent op verblijf bij de referent onvoldoende heeft onderzocht faalt. Vreemdeling heeft geen feiten of omstandigheden gesteld en het Gerecht mocht het betoog daarom passeren als onvoldoende toegelicht. Hof bevestigt de uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 017/10

Datum uitspraak: 25 januari 2011

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante] in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [het kind], beiden wonend in Curaçao,

appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 4 mei 2010 in zaak nr. 2009/64 in het geding tussen:

appellante

en

de minister van Justitie.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 11 juli 2008 heeft de gezaghebber van het Eilandgebied Curaçao (hierna: de gezaghebber) namens de minister van Justitie (hierna: de minister) een verzoek van [appellante] (hierna: de referent) om [het kind] (hierna: de vreemdeling) een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen afgewezen.

Bij beschikking van 18 februari 2009 heeft de gezaghebber namens de minister het door de vreemdeling daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 4 mei 2010 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (hierna: het Gerecht) het door de vreemdeling daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij het Hof ingekomen op 14 juni 2010, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 november 2010, waar de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. drs. B.W. Scheperboer, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. I.E.A. Doorstam, werkzaam bij het Ministerie van Justitie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De vreemdeling betoogt dat het Gerecht de beroepsgrond dat zij aan het Verdrag inzake de rechten van het kind (hierna: het IVRK) aanspraak ontleent op verblijf bij de referent, adequaat onderwijs en genoegzame sociale zekerheid en geneeskundige verzorging, onvoldoende heeft onderzocht. In dat verband verwijst zij naar de artikelen 5, 7, 9, 10, 24, 26 en 27 van dat verdrag.

2.1.1. Nu de vreemdeling in beroep heeft volstaan met het enkele inroepen van het IVRK en zij ten betoge daarvan geen feiten of omstandigheden heeft gesteld, mocht het Gerecht dat betoog passeren als onvoldoende toegelicht. Het was niet gehouden om, zoals de vreemdeling betoogt, de raadsman van de vreemdeling er ter terechtzitting toe te brengen zodanige feiten of omstandigheden alsnog te stellen.

Het betoog faalt.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.

w.g. Drop

voorzitter

w.g. Isenia

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2011

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,