Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0585

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
25-01-2011
Datum publicatie
08-04-2011
Zaaknummer
HLAR 012/10
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Betreft afwijzing van verzoek tot intrekking van verleende vestigingsvergunning. Minister heeft in de afwijzende beschikking ten grondslag gelegd dat de verleende vergunning niet van rechtswege is vervallen. Hof oordeelt dat daarmee niet toereikend is gemotiveerd waarom de aangevoerde argumenten geen aanleiding geven om de vergunning in te trekken. Beroep wordt gegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 012/10

Datum uitspraak: 25 januari 2011

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

de naamloze vennootschap "E. de Veer Chain Theatres N.V.", h.o.d.n. The Cinemas, gevestigd in Aruba,

appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 20 januari 2010 in zaak nr. Lar 1904 van 2009 in het geding tussen:

appellante

en

de minister van Financiën en Economische Zaken.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 15 augustus 2005 heeft de minister van Financiën en Economische Zaken (hierna: de minister) aan "Aruba Megaplex N.V." (hierna: Aruba Megaplex) vergunning verleend voor het exploiteren van een recreatiecentrum, waaronder begrepen een cinema, cinemacafé en gameroom, in het project "Palm Beach Plaza" op het perceel Balashi 62-B.

Bij brief van 23 november 2006 heeft appellante (hierna: The Cinemas) de minister verzocht, als hierna onder 2.2.2 vermeld.

Bij uitspraak van 4 juni 2007 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) het door The Cinemas tegen het uitblijven van een beschikking op het bij de brief van 23 november 2006 gemaakte bezwaar ingestelde beroep gegrond verklaard, het met ongegrondverklaring ervan gelijkgestelde uitblijven van een beschikking erop vernietigd en bepaald dat de minister binnen twee maanden na de uitspraak op het gemaakte bezwaar beschikt.

Bij beschikking van 30 juli 2007 heeft de minister geweigerd de verleende vergunning in te trekken.

Bij beschikking van 3 juli 2008 heeft de minister het door The Cinemas daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 25 maart 2009 heeft het Gerecht het door de naamloze vennootschap "Aruba Megaplex N.V." (hierna: Aruba Megaplex) daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikking vernietigd en bepaald dat de minister binnen twee maanden opnieuw op de door

The Cinemas gemaakte bezwaren beschikt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.

Bij beschikking van 29 mei 2009 heeft de minister het door The Cinemas gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 januari 2010 heeft het Gerecht het daartegen door The Cinemas ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft The Cinemas bij brief, bij het Gerecht ingekomen op 3 maart 2010, hoger beroep bij het Hof ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 november 2010, waar The Cinemas, vertegenwoordigd door mr. C.B.A. Coffie, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. P.M. Langerak, werkzaam in dienst van het Land, zijn verschenen. Voorts is daar Aruba Megaplex, vertegenwoordigd door mr. L.M. Virginia en mr. M.G.M. Schwengle, beiden advocaat, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Vestigingsverordening Bedrijven (hierna: de Vestigingsverordening) wordt in deze landsverordening en de ter uitvoering daarvan uitgevaardigde landsbesluiten onder zaak verstaan: elke onderneming, niet zijnde een Aruba vrijgestelde vennootschap, waarin enig bedrijf, door wie ook, wordt uitgeoefend.

Ingevolge artikel 2 is het verboden:

a. een zaak te vestigen en te drijven of te doen drijven;

b. een zaak te doen vestigen en te drijven of te doen drijven;

c. een zaak over te nemen en te drijven of te doen drijven;

d. een zaak te doen overnemen en te drijven of te doen drijven;

e. een zaak voort te zetten of te doen voortzetten;

f. een zaak ten aanzien van het publiek te verplaatsen;

g. een zaak van aard te wijzigen,

zonder daartoe strekkende vergunning van de minister van Economische Zaken.

Ingevolge artikel 5 kan vergunning worden geweigerd in het algemeen belang, en, in overeenstemming met de minister van Algemene Zaken, in het belang van de openbare orde en de publieke rust.

Ingevolge artikel 7 kan de vergunning door hem die haar verleende worden ingetrokken:

a. in het belang van de openbare orde en de publieke rust;

b. indien de persoon of personen, aan wie de vergunning is verleend, niet kan of kunnen aantonen dat de voor de vergunning gestelde voorwaarden worden nageleefd.

c. indien zij verkregen werd door het opzettelijk verschaffen van een onjuiste of onvolledige opgaaf, als bedoeld in artikel 4;

d. indien de vergunninghouder zijn zaak gedurende drie achtereenvolgende maanden of langer voor het publiek heeft gesloten;

e. indien de persoon of personen aan wie deze is verleend zich in het buitenland vestigt of vestigen. (…)

Ingevolge het tweede lid kan de vergunning, onverminderd het bepaalde in het eerste lid, worden ingetrokken van een naamloze vennootschap die het bestuur voert over of fungeert als wettelijk vertegenwoordiger van een in Aruba vrijgestelde vennootschap, welker handelingen of bestaan naar het oordeel van de minister in strijd zijn met het algemeen belang van Aruba.

Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken en gaat die in op de dag na die, waarop de beschikking is gedagtekend.

Ingevolge artikel 12, eerste lid, voor zover thans van belang, wordt een bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard, indien het is ingediend, nadat de termijn is verstreken.

2.2. The Cinemas betoogt dat het Gerecht het verzoek van 23 november 2006 ten onrechte heeft aangemerkt als een verzoek om terug te komen van een in rechte onaantastbare beschikking.

2.2.1. Niet in geschil is dat de bij de beschikking van 15 augustus 2005 verleende vergunning in rechte onaantastbaar is.

2.2.2. In de brief van 23 november 2006 heeft The Cinemas de minister als volgt verzocht: "Primair Megaplex geen vestigingsvergunning te willen verlenen voor het vestigen van een zaak te Palm Beach (en omstreken), dan wel, - zo deze aparte vergunning inmiddels reeds bij een, aan The Cinemas onbekende, beschikking moge zijn verleend - subsidiair dit verzoek als een bezwaarschrift ex art. 12, derde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak te beschouwen, en de nieuwe vergunning van Megaplex te willen heroverwegen, en bij beschikking op bezwaar in te trekken o.g.v. art. 7 van de Vestigingsverordening."

Het Gerecht heeft dit verzoek, waarin de term bezwaarschrift is gebezigd, niet ten onrechte mede opgevat als een verzoek om van de vergunningverlening terug te komen.

Het betoog faalt.

2.3. The Cinemas betoogt voorts dat, zo het verzoek van 23 november 2006 aldus moet worden opgevat, dat het ertoe strekt dat van de beschikking van 15 augustus 2005 wordt teruggekomen, het Gerecht heeft miskend dat aan dat verzoek nieuwe feiten en omstandigheden ten grondslag zijn gelegd.

2.3.1. Aan het verzoek heeft The Cinemas ten grondslag gelegd dat Aruba Megaplex een dochteronderneming is van, althans een joint venture heeft met "Cinemas Management" en geen lokale onderneming in de zin van de Richtlijnen Vestigingsverordening bedrijven is of daarmee kan worden gelijkgesteld, nu de feitelijke exploitatie, dan wel de meerderheid van de aandelen, in handen is van de "Caribbean Cinemas-groep." Dit is haar gebleken uit gevoerde correspondentie, daterend van 7 november 2005. Uit deze brieven blijkt volgens The Cinemas dat Caribbean Cinemas een bedrijfspand heeft gehuurd.

Aldus heeft The Cinemas aan het verzoek ten grondslag gelegd dat Aruba Megaplex niet aan de in de Vestigingsverordening Bedrijven en in de Richtlijnen Vestigingsverordening Bedrijven voor vergunningverlening gestelde vereisten voldoet. The Cinemas heeft niet gesteld en aannemelijk gemaakt dat zij niet eerder over deze informatie beschikte en daarover niet eerder kon beschikken.

Ook dat betoog faalt.

2.4. The Cinemas betoogt voorts dat het Gerecht, door te overwegen dat gesteld noch gebleken is dat zich omstandigheden voordoen, op grond waarvan de vergunning van 15 augustus 2005 zou moeten worden ingetrokken, heeft miskend dat in de beschikking van 29 mei 2009 ten onrechte niet is gemotiveerd, waarom in de door The Cinemas gestelde feiten en omstandigheden geen grond wordt gevonden om de vergunning krachtens artikel 7 van de Vestigingsverordening in te trekken.

2.4.1. Dat betoog slaagt. In het tegen de beschikking van 30 juli 2007 gerichte bezwaarschrift heeft The Cinemas betoogd, dat en waarom de minister de verleende vergunning alsnog krachtens artikel 7 van de Vestigingsverordening in zou moeten trekken. Aan de beschikking van 29 mei 2009 heeft de minister ten grondslag gelegd dat de verleende vergunning niet van rechtswege is vervallen. Daarmee is in elk geval niet gemotiveerd, waarom de aangevoerde argumenten de minister ook in bezwaar geen aanleiding geven om de verleende vergunning in te trekken. Aldus is de beschikking ontoereikend voorbereid en gemotiveerd.

2.5. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, zal het Hof het door The Cinemas tegen de beschikking van 29 mei 2009 ingestelde beroep gegrond verklaren en die beschikking vernietigen. De minister moet opnieuw op het gemaakte bezwaar beschikken, thans met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling biedt de Lar geen grondslag.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 20 januari 2010 in zaak nr. Lar 1904 van 2009;

III. verklaart het bij het Gerecht in die zaak ingestelde beroep tegen de beschikking van de minister van Financiën en Economische Zaken van 29 mei 2009 gegrond;

IV. vernietigt die beschikking;

V. gelast dat het land Aruba aan de naamloze vennootschap "E. de Veer Chain Theatres N.V." het door haar voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Afl. 100,00 (zegge: honderd gulden) teruggeeft.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.

w.g. Drop

Voorzitter

w.g. Isenia

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2011

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,