Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0578

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
25-01-2011
Datum publicatie
08-04-2011
Zaaknummer
HLAR 004/10
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arubaanse zaak. Werkgever heeft toestemming van directeur om arbeidsovereenkomst te beëindigen. Na ontslag is belanghebbende in beroep gegaan. Directeur betoogt dat het Gerecht ten onrechte het beroepschrift inhoudelijk heeft beoordeeld. Hof oordeelt dat Gerecht ten onrechte heeft overwogen dat de directeur geen beschikking op bezwaar heeft gegeven en dat belanghebbende het beroep te laat heeft ingesteld. Hof oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk had dienen te worden verklaard wegens gebrek aan belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 004/10

Datum uitspraak: 25 januari 2011

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

de directeur van de directie Arbeid en Onderzoek,

appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 25 november 2009 in zaak nr. Lar 2613 van 2009 in het geding tussen:

[Belanghebbende], wonend in Aruba,

en

appellant.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 21 mei 2008 heeft appellant (hierna: de directeur) aan de naamloze vennootschap SafeCom Security Services N.V. (hierna: de werkgeefster) toestemming verleend om de arbeidsovereenkomst met

[belanghebbende] (hierna: [belanghebbende]) te beëindigen.

Bij beschikking van 8 juli 2009 heeft de directeur het daartegen door [belanghebbende] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 25 november 2009 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) het daartegen door [belanghebbende] ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikking vernietigd en bepaald dat de directeur opnieuw op de door [belanghebbende] gemaakte bezwaren beschikt.

Tegen deze uitspraak heeft de directeur bij brief, bij het Gerecht ingekomen op 5 januari 2010, hoger beroep ingesteld bij het Hof.

[Belanghebbende] heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 november 2010 waar de directeur, vertegenwoordigd door mr. P.D. Langerak, werkzaam in dienst van het land, en [belanghebbende] en diens vader […], zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De directeur betoogt dat het Gerecht ten onrechte, na te hebben overwogen dat het beroep tegen het uitblijven van een beschikking op het gemaakte bezwaar te laat is ingesteld, het beroepschrift inhoudelijk heeft beoordeeld.

2.1.1. Bij beschikking van 8 juli 2009 heeft de directeur het door [belanghebbende] tegen de beschikking van 21 mei 2008 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Daartegen heeft [belanghebbende] bij brief van 10 augustus 2009, bij het Gerecht ingekomen op 13 augustus 2009, derhalve binnen de in artikel 27, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak daarvoor gestelde termijn, beroep ingesteld. Het Gerecht heeft derhalve ten onrechte overwogen dat de directeur geen beschikking op het door [belanghebbende] gemaakte bezwaar heeft gegeven en dat [belanghebbende] het beroep te laat heeft ingesteld. In zoverre slaagt het betoog.

2.2. Het hoger beroep is reeds hierom gegrond. Hetgeen de directeur voor het overige heeft aangevoerd, behoeft geen bespreking. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, overweegt het Hof als volgt.

2.3. Een belanghebbende kan in rechte slechts opkomen tegen een beschikking, indien hij daarbij belang heeft, in die zin dat hij door gegrondbevinding van het door hem ingestelde beroep in een gunstiger positie kan geraken.

2.4. Met ingang van 22 mei 2008 heeft de werkgeefster met gebruikmaking van de haar door de directeur bij de beschikking van 21 mei 2008 verleende toestemming de arbeidsovereenkomst met [belanghebbende] door opzegging beëindigd. Nu niet is gebleken dat [belanghebbende] hiertegen is opgekomen en ook anderszins niets is gesteld dat tot dat oordeel zou kunnen leiden, valt niet in te zien dat [belanghebbende] door gegrondbevinding van het hoger beroep in een gunstiger positie in evenbedoelde zin zou kunnen geraken.

Onder deze omstandigheden is het door [belanghebbende] bij het Gerecht ingestelde beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang daarbij.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 25 november 2009, in zaak nr. Lar 2613 van 2009;

III. verklaart het bij het Gerecht in die zaak ingestelde beroep tegen de beschikking van de directeur van de directie Arbeid van 8 juli 2009, kenmerk LAR/J-702/08, niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.

w.g. Drop

Voorzitter

w.g. Isenia

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2011

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,