Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0576

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
25-01-2011
Datum publicatie
08-04-2011
Zaaknummer
HLAR 001/10
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betreft verwijdering van vreemdeling en in bewaringstelling daartoe. In het hoger-beroepschrift zijn geen gronden vermeld waarop het beroepschrift berust. Aldus is niet voldaan aan het vereiste van art. 15, 5e lid c Lar. Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 001/10

Datum uitspraak: 25 januari 2011

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[Appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingplaats Sint Maarten, van 23 november 2009 in zaak nr. 070/2009 in het geding tussen:

appellant

en

de Gezaghebber van het Eilandgebied Sint Maarten, thans: de minister van Justitie.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 18 mei 2009 heeft de gezaghebber van het Eilandgebied Sint Maarten (hierna: de gezaghebber) de verwijdering van appellant (hierna: de vreemdeling) gelast en deze daartoe in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 23 november 2009 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, (hierna: het Gerecht) het door de vreemdeling daartegen ingestelde beroep, voor zover gericht tegen de inbewaringstelling, gegrond verklaard en die beschikking in zoverre vernietigd en voor het overige ongegrond.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij het Gerecht ingekomen op 4 januari 2010, hoger beroep ingesteld bij het Hof.

De gezaghebber heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 november 2010.

2. Overwegingen

2.1. Ambtshalve overweegt het Hof als volgt.

2.2. Ingevolge artikel 77, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar), voor zover thans van belang, is op de behandeling van het hoger beroep en de uitspraak van het Hof hoofdstuk 3 van overeenkomstige toepassing.

Ingevolge artikel 15, vijfde lid, aanhef en onder c, houdt het beroepschrift de gronden in waarop het beroep berust, waaronder het belang dat de indiener bij het beroep heeft.

Ingevolge artikel 22, eerste lid, wordt een beroepschrift dat niet aan de bij artikel 15 gestelde eisen voldoet door de griffier aan de indiener in persoon of, indien een gemachtigde is aangewezen, aan die gemachtigde met mondelinge of schriftelijke opgave van redenen ter verbetering of aanvulling, dan wel ter bijvoeging van de machtiging of andere bescheiden teruggegeven of teruggezonden. Daarbij wordt de termijn gesteld, waarbinnen de verbetering of aanvulling van het beroepschrift, dan wel de bijvoeging van de machtiging of andere bescheiden, dient te geschieden.

Ingevolge het tweede lid kan het Gerecht, indien het beroepschrift binnen de gestelde termijn niet is verbeterd of aangevuld, dan wel de machtiging of andere bescheiden niet zijn bijgevoegd, de indiener van het beroepschrift niet-ontvankelijk verklaren.

2.3. De vreemdeling heeft in het hoger-beroepschrift niet vermeld waarop het beroep berust. Aldus heeft hij niet aan het bij artikel 15, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Lar gestelde vereiste voldaan.

Bij brief van 18 augustus 2010 is de toenmalige gemachtigde van de vreemdeling in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen een daarvoor gestelde termijn te herstellen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Lettend op artikel 22, tweede lid van de Lar, ziet het Hof hierin aanleiding het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.

w.g. Drop

Voorzitter

w.g. Isenia

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2011

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

voor deze,