Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BP9821

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
28-01-2011
Datum publicatie
31-03-2011
Zaaknummer
EJ 230/09 - HAR 57/10
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

[Man] heeft verzocht om [vrouw] te bevelen tot geven van informatie over het gevoerde bestuur van de gemeenschap. Hof oordeelt dat art. 1:98 BW geen grondslag biedt voor het geven van verzocht bevel, het is onvoldoende duidelijk welke concrete inlichtingen de man aan vrouw vraagt. Hof merkt op dat echtgenoten geen algemene verplichting tot rekening en verantwoording hebben. Het verzoek wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: EJ 230/09 - HAR 57/10

Uitspraak: 28 januari 2011

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Beschikking in de zaak van:

[vrouw],

wonend in Duitsland,

oorspronkelijk verweerster,

thans appellante,

gemachtigde: mr. J. Veen,

- tegen -

[man],

domicilie kiezende ten kantore van zijn gemachtigde,

oorspronkelijk verzoeker,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. C. Merx.

Partijen worden hierna “[vrouw]” en “[man]” genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, (hierna: GEA) wordt verwezen de tussen partijen in deze zaak gegeven beschikking van 25 januari 2010.

1.2 [vrouw] is in hoger beroep gekomen van deze beschikking door op 11 maart 2010 een beroepschrift (met producties) in te dienen. Het hoger beroep strekt ertoe dat de bestreden beschikking wordt vernietigd en het GEA onbevoegd wordt verklaard althans het verzoek alsnog wordt afgewezen.

1.3 Bij voormeld beroepschrift heeft [vrouw] tevens een verzoek ex artikel 429p lid 2 Rv gedaan. Bij beschikking van 12 maart 2010 (EJ 230/09 - HAR 9/10) heeft dit Hof de schorsing van de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van voormelde beschikking van 25 januari 2010 bevolen en de kosten van dit incident gereserveerd tot de einduitspraak in de hoofdzaak.

1.4 [man]heeft een verweerschrift met een productie ingediend.

1.5 Het hoger beroep is behandeld door het hiertoe aangewezen lid van het Hof mr. J.P. de Haan ter zitting van 17 december 2010, waar partijen zijn verschenen bij hun gemachtigden.

1.6 Beschikking is aangezegd en bepaald op heden.

2. Ontvankelijkheid

[vrouw] is, gelet op het bepaalde in artikel 429n lid 2 Rv nu zij in eerste aanleg niet is verschenen en de bestreden beschikking eerst op 10 maart 2010 aan haar is betekend, tijdig en ook op de juiste wijze in hoger beroep gekomen, zodat zij daarin kan worden ontvangen.

3. De gronden

Voor de gronden van het beroep wordt verwezen naar het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1 [vrouw] heeft in haar beroepschrift aangevoerd dat de rechter op Sint Maarten zich onbevoegd had moeten verklaren, reeds gelet op de woonplaats van partijen: [vrouw] woont in Duitsland en [man]woont althans verblijft aan de Franse kant van Sint Maarten. [man]heeft gemotiveerd en gedocumenteerd gesteld in zijn verweerschrift dat het werkelijke verblijf van [vrouw] is: ‘de Simpson Bay Yacht Club [adres] te Sint Maarten’. Mede in aanmerking genomen dat [vrouw] deze stelling niet heeft weersproken, acht het Hof zich bevoegd om van deze zaak kennis te nemen.

4.2 Blijkens de aanhef van het inleidend verzoekschrift is het Hof geroepen te oordelen over een ‘Vordering tot het verstrekken van inlichtingen ex artikel 1:98 BW’. Het petitum strekt ertoe dat de rechter [vrouw] beveelt om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad over te gaan tot het schriftelijk verstrekken van inlichtingen over het gevoerde bestuur van de gemeenschap en het doen van schriftelijke rekening en verantwoording aan de rechter over de stand der goederen en schulden van de gemeenschap, waarbij voorts het bedrag van ontvangsten en uitgaven over de jaren van de gemeenschap tot aan de datum van de in dezen te geven beschikking zal worden vastgesteld en het saldo zal worden bepaald, onder verbeurte van een dwangsom.

4.3 Tussen partijen is niet in geschil dat zij op 17 september 1981 in Tonder, Denemarken, in gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Voorts staat tussen partijen vast dat, hoewel zij niet meer samenleven, zij nog steeds zijn gehuwd en dat de huwelijksgemeenschap nog immer bestaat.

4.4 Dit betekent dat de in artikel 1:98 BW opgenomen informatieplicht geldt voor partijen. Het petitum is echter zodanig algemeen geformuleerd dat artikel 1:98 BW geen grondslag biedt voor het geven van het verzochte bevel. Ook in samenhang bezien met hetgeen [man]in deze procedure ter onderbouwing van zijn verzoek naar voren heeft gebracht is onvoldoende duidelijk welke concrete inlichtingen hij aan [vrouw] vraagt om te verstrekken. Een andere grondslag voor het geven van het verzochte bevel is gesteld noch gebleken. Daarbij merkt het Hof op dat de echtgenoten geen algemene verplichting tot rekening en verantwoording hebben (HR 3 december 1971, NJ 1972, 338).

4.5 Voor het overige behoeven de gronden van het hoger beroep geen bespreking meer.

4.6 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd. Gelet op de aard van het geschil en de verhouding tussen partijen zullen de kosten van deze hoofdzaak, alsook die van het incident, worden gecompenseerd.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt de bestreden beschikking, en opnieuw recht doende:

wijst het verzoek af;

compenseert de kosten van deze hoofdzaak, alsook die van het incident, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.P. de Haan, J.R. Sijmonsma en P.E. de Kort, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 28 januari 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.