Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BP9116

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
08-02-2011
Datum publicatie
25-03-2011
Zaaknummer
Adv. 31/10
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Betreft afwijzing van verzoek tot inschrijving als advocaat. Verzoekster heeft volgens Hof blijk gegeven van een vergaande mate van naïviteit. Het Hof is van oordeel dat bij de huidige stand van zaken de professionele onafhankelijkheid van verzoekster als advocaat onvoldoende verzekerd is en dat de vrees gerechtvaardigd is dat haar inschrijving de eer van de advocatuur zal schaden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: Adv. 31/10

Uitspraak: 8 februari 2011

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

BESCHIKKING

op het verzoek tot inschrijving als advocaat van:

[verzoeker],

wonend in Sint Maarten,

verzoekster.

1. Het verloop van de procedure

Bij op 8 september 2010 ter griffie ingekomen verzoekschrift heeft verzoekster inschrij-ving als advocaat verzocht.

De procureur-generaal van Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft bij brief van 16 november 2010 bericht geen bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek.

De Raad van Toezicht heeft bij schrijven van 6 december 2010 geadviseerd het verzoek in te willigen.

Ter zitting van 17 december 2010 heeft het Hof verzoekster gehoord. Van die zitting is proces-verbaal opgemaakt.

Bij schrijven van 18 januari 2011 heeft de procureur-generaal, daartoe uitgenodigd door het Hof, nader advies uitgebracht. Dit advies strekt tot afwijzing van het verzoek.

Ter zitting van 27 januari 2011 heeft het Hof verzoekster andermaal gehoord en heeft de waarnemend procureur-generaal volhardt bij de conclusie tot weigering van het verzoek. Tevens gehoord is mr. Bloem, beoogd patroon van verzoekster. Van de zitting is proces-verbaal opgemaakt.

2. De beoordeling

2.1 Verzoekster voldoet blijkens de bijlagen bij het verzoekschrift aan de in artikel 1 van de Advocatenlandsverordening neergelegde vereisten voor inschrijving als advocaat. De vermelding door de Raad van Toezicht in zijn (positief) advies dat verzoekster een lief-desrelatie heeft met een man die strafrechtelijk is veroordeeld en in de strafgevangenis te Sint Maarten zijn straf uitzit, heeft het Hof echter aanleiding gegeven nader te onderzoe-ken of wellicht sprake is van een grond voor weigering als bedoeld in artikel 2 van de Advocatenlandsverordening.

2.2 Bij de verdere behandeling van het verzoek is, onder meer uit de nader van het open-baar ministerie verkregen gegevens, het volgende gebleken. Verzoekster heeft haar part-ner in 2007 in Nederland ontmoet. In 2008 is haar partner op Sint Maarten gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij in 2005 op Sint Maarten gepleegde overvallen met geweld, waarvoor hij uiteindelijk bij onherroepelijk geworden uitspraak is veroordeeld tot 10 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Verzoekster is haar partner in 2008, na diens arrestatie, naar Sint Maarten gevolgd. Op 10 april 2008 viel het arrestatieteam de woning binnen van een kennis van verzoeksters partner teneinde die kennis aan te houden op verdenking van moord, waarvoor hij uiteindelijk is veroordeeld tot een gevangenis-straf van 30 jaar. Verzoekster logeerde bij bedoelde kennis en werd bij de inval in de wo-ning aangetroffen terwijl zij marihuana zat te roken. In de woning werd een vuurwapen gevonden en stond een hennepplant.

2.3 Ingevolge artikel 2 lid 3 aanhef en sub 3 van de Advocatenlandsverordening is het Hof verplicht de inschrijving als advocaat te weigeren indien gegronde vrees bestaat, dat de verzoeker als advocaat inbreuk zal maken op voor de advocaten geldende algemene verordeningen en besluiten of dat zijn inschrijving uit anderen hoofde de eer van de stand der advocaten schaden zal.

2.4 Het Hof is met de procureur-generaal van oordeel dat het laatste zich hier voordoet. De onder 2.2 geschetste gang van zaken en hetgeen daarover verder is gebleken doet ge-rede twijfel rijzen of verzoekster, eenmaal beëdigd als advocaat, wèl voldoende afstand zal weten te houden tot, kort gezegd, het crimineel milieu. Bovendien heeft het Hof bij de behandeling van het verzoek niet de overtuiging gekregen dat verzoekster, die heeft ge-steld zeker ook strafzaken te willen gaan doen, terdege heeft stilgestaan bij de mogelijke risico’s van belangenverstrengeling, loyaliteitsproblemen en beïnvloeding en bij de vraag hoe in haar situatie om te gaan met de belangrijke voorrechten en verplichtingen van een advocaat als “geheimhouder”. Verzoekster heeft in dit opzicht volgens het Hof blijk ge-geven van een vergaande mate van naïviteit. Het Hof is daarom van oordeel dat bij de huidige stand van zaken de professionele onafhankelijkheid van verzoekster als advocaat onvoldoende verzekerd is en dat de vrees gerechtvaardigd is dat haar inschrijving de eer van de advocatuur zal schaden.

2.5 Gelet op het voorgaande dient het verzoek geweigerd te worden.

BESLISSING

Het Hof:

weigert het verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mrs. F.J.P. Lock, P.E. de Kort en H.J. van Kooten, le-den van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 8 februari 2011.