Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2010:BP1159

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
16-11-2010
Datum publicatie
18-01-2011
Zaaknummer
KG 30/09 - H 54/10
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De stelling door Moria dat de eis in de hoofdzaak niet is overbetekend aan de derde-beslagene is niet betwist zodat Hof van de juistheid uitgaat. Het Hof oordeelt dat het beslag onder MCB-bank niet is. De overige beslagen betreffen beslagen op appartementsrechten, Moira stelt bij pleidooi dat Megabouw geen belang meer heeft. Megabouw mag antwoordakte nemen. Hof houdt beslissing aan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: KG 30/09 - H 54/10

Uitspraak: 16 november 2010

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Vonnis in kort geding

in de zaak van:

de naamloze vennootschap MEGABOUW N.V.,

gevestigd op Bonaire,

oorspronkelijk gedaagde, thans appellante,

gemachtigde: mr. A.C.A. Gonzales,

- tegen -

de naamloze vennootschap MORIA VASTGOED BONAIRE N.V.,

gevestigd op Bonaire,

oorspronkelijk eiseres, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. M.G. van Dijk.

Partijen worden hierna Megabouw en Moria genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Op 18 december 2009 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire, (hierna te noemen “GEA”) tussen partijen in kort geding vonnis gewezen. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA wordt verwezen naar dat vonnis.

1.2 Megabouw is van het vonnis in hoger beroep gekomen door op 4 januari 2010 een akte van appel in te dienen. Bij afzonderlijke memorie van grieven heeft Megabouw drie grieven geformuleerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en de vorderingen van Moria alsnog zal afwijzen, met herstel van de op 17 november 2009 gelegde conservatoire beslagen ten laste van Moria en met veroordeling van Moria in de kosten van beide instanties.

1.3 Moria heeft bij memorie van antwoord de grieven bestreden en geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep, met veroordeling van Megabouw in de proceskosten.

1.4 Op de nader voor pleidooi bepaalde dag heeft Moria pleitaantekeningen overgelegd. Megabouw heeft daarvan afgezien.

1.5 Vonnis is bepaald op heden.

2. De beoordeling

2.1 De bij memorie van antwoord door Moria ingenomen stelling dat de eis in de hoofdzaak niet is overbetekend aan de derde-beslagene, is door Megabouw, hoewel zij daartoe bij pleidooi wel in de gelegenheid was, niet betwist zodat van de juistheid van die stelling moet worden uitgegaan. Dit betekent dat het beslag onder de MCB-bank nietig is.

2.2 De overige in geding zijnde beslagen betreffen alle beslagen op appartementsrechten. Ten aanzien daarvan heeft Moria zich bij pleidooi in hoger beroep op het standpunt gesteld dat met een op 21 mei 2010 verleend verlof door Megabouw (opnieuw) beslag is gelegd op dezelfde appartementsrechten. Dit zou betekenen dat Megabouw ten aanzien van de beslagen op deze appartementsrechten geen belang meer heeft bij een beoordeling van haar hoger beroep. Megabouw heeft zich daarover evenwel nog niet kunnen uitlaten. Zij zal daartoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld. Nu de door Megabouw te nemen akte een antwoord betreft op hetgeen Moria bij pleidooi naar voren heeft gebracht, zal Moria geen gelegenheid meer worden geboden voor een reactie op deze akte en zal de door Megabouw te nemen akte voor de duidelijkheid als antwoordakte worden aangeduid. Nu deze procedure een kort geding betreft, ziet het Hof aanleiding Megabouw onmiddellijk peremptoir te stellen.

2.3 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden

BESLISSING

Het Hof:

verwijst de zaak naar de rol van 7 december 2010 voor antwoordakte (P1) aan de zijde van Megabouw zoals bedoeld in r.o. 2.2;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, J.R. Sijmonsma en F.J.P. Lock, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 16 november 2010.