Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEANA:2010:BN4379

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
18-08-2010
Zaaknummer
KG16/2010
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Werkneemster wordt op staande voet ontslagen, omdat zij voor een onbekende persoon US$1.500,00 uit een door de werkgever voor Stinapa beheerde kas heeft omgewisseld in guldens tegen een voor de werkgever ongunstige koers. De werkgever moet nu de US$ weer inkopen tegen een hogere koers. Werkneemster heeft in strijd met de gebruikelijke gang van zaken gehandeld, zonder dat daar een relevante verklaring voor was. Naar het voorlopige oordeel van het Gerecht is het ontslag rechtsgeldig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0665
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN zittingsplaats Bonaire

Burgerlijke zaken over 2010

Registratienummer: KG16/2010

Datum uitspraak: 21 juli 2010

Vonnisnummer:

VONNIS IN KORT GEDING

inzake

[werkneemster]

te Bonaire

eisende partij

hierna te noemen [werkneemster]

gemachtigde mr. drs. E. Bokkes

tegen

de naamloze vennootschap Bonaire Eco Experience N.V.

te Bonaire

gedaagde partij

hierna te noemen Bonaire Eco

gemachtigde mr. R.E. Offringa

<b>De procedure</b>

[werkneemster] heeft op 25 mei 2010 een verzoekschrift ingediend. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 juni 2010, waarbij de gemachtigden zich hebben bediend van pleitnotities. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht.

<b>De feiten</b>

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast:

a. Bonaire Eco exploiteert een duikschool. Zij beheert -onder meer- de gelden die ten behoeve van Stinapa in US$ worden ontvangen. Deze gelden worden in een afzonderlijke kas bewaard en moeten in US$ aan Stinapa worden afgedragen.

b. [werkneemster] is op 4 november 2002 voor onbepaalde tijd in dienst getreden van Bonaire Eco als administratie/retail medewerkster tegen een salaris van laatstelijk NAƒ8,95 bruto per uur.

c. De interne instructies van Bonaire Eco met betrekking tot het beheer van de gelden die voor Stinapa zijn bestemd, luiden als volgt:

<i>“<b>Marine Park:</b> pa divers ta $25, pa snorkelers ta $10, esakinan ta valido pa un kalender year. Tambe tin day tag pa divers ta $10 y pa snorkelers ta $2. Esaki tin di wordu paga cash serka bo ora ku e diver/snorkeler registra. E sennan aki tambe ta bay den un cashbox apart. E sen aki ta pa Stinapa. Tur diabierna mainta nan ta pasa pa recohe sen y bende tags.”</i>

d. Op 18 april 2010 heeft [werkneemster] ten behoeve van een bezoeker van de duikschool die geen duiker/snorkelaar was en geen enkele relatie met de duikschool had, een bedrag van US$1.500,00 uit de kas van Stinapa omgewisseld in Nederlands Antilliaanse guldens tegen de koers van NAƒ1,75 per US$1.

e. Op 18 april 2010 heeft Bonaire Eco [werkneemster] op staande voet ontslagen en haar bij brief van die datum het volgende medegedeeld:

<i>“Hierbij bevestig ik, [eigenaar], eigenaar van Bonaire Eco Experience, uw ontslag op staande voet op zondag 18 april 2010, wegens ongeoorloofd verhandelen van valuta (het wisselen van nafs naar US$) aan uw kennis, hierbij gebruik makend van gelden van Bonaire Dive & adventure.

Hierbij werd door u een voordelige koers (naf.1.75 per US$1) aan uw kennis berekend, terwijl de gangbare koers bij aankoop van naf 1.82 per US$1 is, dus bij deze transactie is Bonaire Dive & Adventure benadeeeld, terwijl in het verleden meermaals uitdrukkelijk is gemeld dat dit soort praktijken absoluut ontoelaatbaar zijn en gestraft worden met ontslag op staande voet.

Ook heeft u Bonaire Dive & Adventure en het aanwezige personeel in gevaar gebracht door zomaar, zonder enig overleg met of toestemming van het management een groot bedrag open en bloot om te wisselen, in het bijzijn van iemand die hier niets mee van doen heeft (uw kennis).”</i>

f. Bij brief van 7 mei 2010 heeft de gemachtigde van [werkneemster] namens haar de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen en medegedeeld dat [werkneemster] zich beschikbaar hield voor het verrichten van haar werkzaamheden.

<b>De vordering</b>

[werkneemster] verzoekt het Gerecht haar verlof te verlenen om kosteloos te procederen en vordert dat het Gerecht bij wijze van voorlopige voorziening Bonaire Eco zal veroordelen bij wijze van voorschot aan [werkneemster] te betalen het salaris met alle emolumenten vanaf 18 april 2010, vermeerderd met de vertragingsrente conform artikel 7A:1614q BWNA, totdat het dienstverband met [werkneemster] rechtsgeldig zal zijn opgezegd en beëindigd, met kosten rechtens.

[werkneemster] stelt daartoe het volgende:

[werkneemster] werd ontslagen zonder inachtneming van enige opzegtermijn, zonder dat er een dringende reden was en zonder dat Bonaire Eco (onverwijld) een dringende reden aan [werkneemster] heeft medegedeeld. Niet eerder dan op 20 april 2010, dus niet onverwijld, overhandigde Bonaire Eco aan [werkneemster] een ontslagbrief.

Er is geen sprake van een subjectief dringende reden noch van een objectief dringende reden.

Bonaire Eco heeft naast haar eigen kassa, een aparte kassa voor Stinapa in beheer. In die kassa zat US$1.500,00. [werkneemster] heeft dit bedrag op verzoek van een klant gewisseld tegen NAƒ2.625,00, derhalve tegen de gangbare wisselkoers van US$1 = NAƒ1,75.

[werkneemster] ontkent dat zij deze klant heeft willen bevoordelen of dat zij bevriend zou zijn met deze persoon. Het betrof hier een uitzondering. Het wisselen van geld is niet gebruikelijk. [werkneemster] heeft het uit welwillendheid jegens de betrokken persoon gedaan.

Bonaire Eco beweert dat [werkneemster] een wisselkoers van US$1 = NAƒ1,82 had moeten hanteren. Dat zou slechts een verschil van NAƒ105,00 hebben opgeleverd.

[werkneemster] is voorafgaande aan het ontslag niet gehoord en heeft niet de kans gekregen te reageren en heeft zich dus niet kunnen verweren.

Bonaire Eco had een minder vergaande disciplinaire maatregel kunnen toepassen, nu het slechts om een klein verschil van NAƒ105,00 gaat.

[werkneemster] heeft voorafgaande aan het ontslag nooit problemen gehad met Bonaire Eco. Ook heeft zij nimmer een waarschuwing gekregen. [werkneemster] is voor 20 april 2010 niet gemeld dat het wisselen van geld ongeoorloofd zou zijn.

<b>Het verweer</b>

Bonaire Eco heeft de vordering gemotiveerd betwist. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

<b>De beoordeling van het geschil</b>

1. Vooropgesteld wordt dat een voorlopige voorziening zoals gevraagd alleen kan worden toegewezen als in dit geding aan de hand van de thans bekende feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een eventueel tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van [werkneemster] tot een toewijzing daarvan zal leiden. Het Gerecht is voorshands, op grond van de thans voorliggende gegevens, van oordeel dat dit niet het geval is.

2. Het Gerecht is van oordeel dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven. Gebleken is namelijk dat het ontslag op 18 april 2010 aan [werkneemster] mondeling is aangezegd nadat Bonaire Eco op de hoogte kwam van het omwisselen van het geld. In dat verband komt het verweer van [werkneemster] dat zij niet zou zijn gehoord niet overtuigend over. Het feit dat de brief van 18 april 2001 eerst op 20 april 2010 aan [werkneemster] kon worden afgegeven, vindt zijn oorzaak in de afwezigheid op het werk van [werkneemster] op 19 april 2010. De brief is voorts slechts een bevestiging van het eerder mondeling aangezegde ontslag.

3. Uit de interne instructies van Bonaire Eco blijkt dat het geld voor Stinapa afzonderlijk wordt beheerd. Dit is ook niet in geschil tussen partijen. [werkneemster] was daar, blijkens haar eigen stellingen ook mee bekend.

4. Het Gerecht acht het daarom onbegrijpelijk dat [werkneemster] niettemin tot omwisseling van de dollars is overgegaan voor iemand, waarvan [werkneemster] zelf stelt dat het geen bekende van haar was, die geen enkele relatie had met Bonaire Eco.

5. Hoewel [werkneemster] zelf stelt dat het omwisselen een uitzondering was en niet gebruikelijk is, heeft zij geen afdoende verklaring gegeven waarom zij het dan in dit geval wel heeft gedaan.

6. Het Gerecht is voorshands van oordeel dat in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat [werkneemster] in strijd heeft gehandeld met de gebruikelijke gang van zaken binnen Bonaire Eco zonder dat daar enige relevante verklaring voor was.

7. Deze handelwijze van [werkneemster] rechtvaardigt naar het voorlopige oordeel van het Gerecht een ontslag op staande voet. Dit geldt temeer nu [werkneemster] door deze handelwijze, namelijk het in aanwezigheid van een vreemde bekend laten worden welke hoeveelheid geld bij Bonaire Eco in de kas van Stinapa aanwezig was, de belangen van Bonaire Eco heeft benadeeld.

8. Aan het vorenstaande doet niet af dat het geld betrof van Stinapa en niet van Bonaire Eco, omdat Bonaire Eco dit geld in beheer had en rechtstreeks werd benadeeld. Bonaire Eco moet immers voor de afdracht aan Stinapa weer dollars tegen een hogere koers inkopen.

9. Het enkele feit dat het om een gering verschil van NAƒ105,00 zou gaan, brengt evenmin verandering in het vorenstaande oordeel. [werkneemster] heeft immers door haar handelwijze inbreuk gemaakt op de gebruikelijke gang van zaken bij Bonaire Eco. Het belang van Bonaire Eco moet in dit geval zwaarder wegen dan het belang van [werkneemster] bij behoud van haar dienstverband.

10. Op grond van het vorenstaande zullen de gevraagde voorlopige voorzieningen worden geweigerd.

11. Van het onvermogen van [werkneemster] is genoegzaam gebleken. Haar zal daarom verlof worden verleend om kosteloos te procederen.

12. De proceskosten komen voor rekening van [werkneemster] omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.

<b>Beslissing</b>

Het Gerecht:

Verleent [werkneemster] verlof om kosteloos te procederen.

Weigert de gevorderde voorlopige voorziening.

Veroordeelt [werkneemster] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Bonaire Eco tot en met vandaag worden begroot op NAƒ1.000,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in tegenwoordigheid van de griffier.