Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEANA:2010:BM2860

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Datum uitspraak
16-04-2010
Datum publicatie
29-04-2010
Zaaknummer
KG 30/2010
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geschil betreft financiële afhandeling van verkoop van aandelen in Marusil N.V., deze exploiteert een vakantiebungalowresort op Curaçao. Vordering strekt tot opheffing van beslag dat gedaagden hebben gelegd ten laste van eisers onder notaris Burgers en diens derdengeldrekening. Migrefoma N.V. bestaat niet meer als zodanig, mitsdien kan van een ten laste van deze vennootschap gelegd beslag geen sprake zijn, ten laste van Migrefoma Ltd. is geen beslag gelegd, daarom wordt Migrefoma Ltd. in haar vordering tot opheffing niet-ontvankelijk verklaard. [Eiser 2] betwist dat er sprake is van een overeenstemming over een schikking. Het gerecht is van oordeel dat van een overeenstemming inderdaad niet is gebleken, evenmin van een verwijtbaar afbreken van de onderhandelingen. Het gerecht oordeelt dat in voldoende mate is gebleken van de ondeugdelijkheid van de vorderingen en beveelt gedaagden de gelegde beslagen op te heffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

KG 30/2010

16 april 2010

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN zittingsplaats Curaçao

Vonnis in kort geding van 16 april 2010

in de zaak van

1. de vennootschap naar vreemd recht MIGREFOMA LTD.,

gevestigd te Anguilla,

2. [eiser 2]

wonende op Curaçao,

eisers,

gemachtigden mrs. R.E. Blaauw en M.G. Woudstra,

tegen

de naamloze vennootschappen naar Nederlands recht,

1. LIF CURACAO REAL ESTATE DEVELOPMENT N.V.,

2. MARUSIL N.V.

beide gevestigd op Curacao,

en,

de besloten vennootschappen naar Nederlands recht,

3. FLOTYE HOLDING B.V.,

4. BARACADA HOLDING B.V.,

5. THERESE E. VAN DER VELDEN HOLDING B.V.,

6. TASTE OF HONEY B.V.,

7. H.J. DE GEUS HOLDING B.V.,

alle domicilie gekozen hebbende op het kantoor van mr. G.L. van Giffen op Curaçao,

gemachtigden mrs. G.L. van Giffen en J.M.C. Billet.

Partijen zullen hierna ook Migrefoma, [eiser 2], Lif Curaçao, Marusil en, gedaagden 3 tot en met 7 gezamenlijk de Landsmeerse investeerders genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Eisers hebben op 2 februari 2010 een verzoekschrift in kort geding, voorzien van producties, ingediend. De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de terechtzitting van 23 maart 2010. Ter zitting zijn partijen vertegenwoordigd en/of bijgestaan door hun voornoemde advocaten. Partijen hebben hun standpunten aan de hand van pleitnotities uiteengezet en toegelicht. Zijdens gedaagden zijn ter zitting producties overgelegd.

2. De feiten

2.1. Op 21 december 2010 hebben gedaagden ten laste van eisers beslag gelegd onder notaris Burgers en diens derdengeldrekening. De vorderingen in de onderhavige procedure strekt onder meer tot opheffing van dit beslag. Voor de beoordeling van de vordering zijn de volgende feiten van belang.

2.2. Op 14 februari 2007 hebben [eiser 2] en Migrefoma N.V. hun aandelen in Marusil N.V. verkocht en geleverd aan Lif Curaçao. Marusil N.V. exploiteert een vakantiebungalowresort op Curaçao, plaatselijk bekend als het Bon Bini Sea Side Resort. De overeengekomen koopprijs voor de aandelen Marusil is USD 2,4 miljoen waarvan USD 1,9 miljoen op de overnamedatum diende te worden betaald – en uiteindelijk ook is betaald – en USD 500.000,00 in twintig kwartaaltermijnen van USD 25.0000,00, vermeerderd met een overeengekomen rente. Ter zekerheid van de laatste betalingsverplichting is ten behoeve van [eiser 2] en Migrefoma N.V. een hypotheekrecht gevestigd op een recht van erfpacht op vier percelen grond.

2.3. In de koopovereenkomst is, voor zoveel hiervan belang, het volgende opgenomen.

Artikel 1 Verkoop en levering aandelen

(…)

1.4. Tot de leveringsdatum zal de (onderneming van de) Vennootschap voor rekening en risico van Verkopers worden gedreven en zullen Verkopers en Bestuurder ervoor instaan dat de Vennootschap op consistente en economisch aanvaardbare wijze zal worden bestuurd. Verkopers en Bestuurder zullen het ertoe leiden dat de Vennootschap alleen na schriftelijke goedkeuring van Koper verplichtingen zal aangaan die de normale bedrijfsactiviteiten te boven gaan, daaronder in ieder geval te verstaan verplichtingen die een bedrag van NAF 20.000,00 of een duur van zes maanden zullen overschrijden.

Artikel 3 Overname, Overnamebalans, rekening courant

3.1. (…)

3.2. De overnamebalans per 31 december 2006 zal door de accountant van “Vennootschap” , Ernst & Young, opgesteld worden. Deze overnamebalans zal deel uitmaken van de definitieve koopakte. Deze overnamebalans zal zo spoedig mogelijk, in ieder geval niet later dan 2 maanden na “De leveringsdatum” gereed zijn.

3.3. Per “De leveringsdatum” van de aandelen zal de rekening-courantverhouding van “De Vennootschap” met “Verkopers” volledig zijn of worden afgewikkeld.

Artikel 4 Due Diligence

De due diligence heeft plaats gevonden en leidt niet tot een correctie van de koopsom en koopvoorwaarden.

Artikel 5 Opschortende Voorwaarden

5.1. De koop en levering van de Aandelen vindt plaats onder de navolgende opschortende voorwaarden (de “Opschortende Voorwaarden”)

(i) De afwikkeling van alle rekening-courant verhoudingen of andere vorderingen tussen enerzijds de Vennootschap en anderzijds Verkopers en de Bestuurder tegen finale kwijting dienen afgerond te zijn;

(ii) (…)

5.2. (…)

5.3 Indien een of meer van de Opschortende Voorwaarden op de Leveringsdatum niet voor 10.00 uur ’s ochtends zijn vervuld, kan de partij die een beroep doet op de niet-vervulling van die Opschortende Voorwaarden(n)

(i) de levering aanhouden met maximaal twee (2) weken;

(ii) indien dan niet aan de Opschortende Voorwaarde(n) is voldaan, deze overeenkomst ontbinden zonder dat partijen aanspraak kunnen maken op schadevergoeding; of

(iii) de niet vervulling van de Opschortende Voorwaarde(n) accepteren onder voorbehoud van zijn overige rechten onder deze overeenkomst.

2.4. In de eveneens op 14 februari 2007 verleden akte van levering van de aandelen Marusil, is opgenomen:

Artikel 3

Onverminderd de garanties opgenomen in de Overeenkomst (koopovereenkomst, toevoeging gerecht) staat Verkoper I er met betrekking tot het Aandeel I, en Verkoper II er met betrekking tot de Aandelen II jegens Koper voor in dat:

(…)

g. Verkopers en de directeuren van de Vennootschap te weten: [eiser 2], [M.F.E.] en [G.E.E.], niets meer van de Vennootschap te vorderen hebben.

2.5. Lif Curaçao werd op de overnamedatum vertegenwoordigd door haar toenmalig bestuurder [voormalige bestuurder van Lif] (hierna: [voormalige bestuurder Lif]). Aandeelhouders van Lif Curaçao waren op de overnamedatum naast [voormalige bestuurder Lif] middels zijn vennootschap Leisure voor 25 %, de Landsmeerse investeerders ieder voor 15%.

2.6. Ter voldoening aan zijn stortingsverplichting op zijn aandelen diende [voormalige bestuurder Lif] USD 258.000,00 te betalen. Betaling heeft plaatsgevonden middels een overboeking van de rekening van Marusil naar de notarisrekening op 14 februari 2007, zijnde de overnamedatum. Daarna heeft Lif Curaçao het bedrag op 22 februari 2007 terugbetaald aan Marusil. Bij vonnis van het GHvJ van 27 oktober 2009 is overwogen dat deze volstorting vennootschapsrechtelijk niet door de beugel kan en heeft het GHvJ de emissie van de aandelen aan [voormalige bestuurder Lif] vernietigd.

2.7. Het vorenstaande heeft ertoe geleid dat [voormalige bestuurder Lif] als bestuurder van Lif Curaçao is ontslagen.

2.8. Op 28 februari 2007 heeft Marusil een openstaande rekening-courant vordering van Migrefoma en/of [eiser 2] van USD 600.000,00 afgelost door overmaking van dit bedrag op de rekening van Migrefoma. Deze overmaking is feitelijk door [eiser 2] uitgevoerd, daartoe in staat omdat hij na de overnamedatum nog een tijdje als bestuurder was aangebleven voor het afwikkelen van lopende zaken.

2.9. Van begin januari 2008 tot en met augustus 2008 hebben [eiser 2] en de Landsmeerse investeerders c.q. Lif Curaçao, onderhandeld over een schikking. Inzet van de onderhandelingen waren de problemen die waren ontstaan naar aanleiding van de vernietigde volstortingsconstructie (zie 2.6.) en de aflossing van het rekening-courant (zie 2.8), alsmede het feit dat Lif Curaçao het restant van de koopsom (zie 2.2.) niet had afgelost. Voor het laatste hadden [eiser 2] en Migrefoma de executieveiling van het onder 2.2. vermelde hypotheekrecht aangezegd. In het kader van de onderhandelingen zijn door achtereenvolgend mr. Billet en mr. Van Giffen twee concepten opgesteld. Partijen hebben geen van de concepten ondertekend.

2.10. [eiser 2] en Migrefoma hebben meermalen aangezegd hun vordering voor de restant-koopsom van USD 500.000,00 te executeren door een veiling van de aan hen verhypothekeerde zaken, laatstelijk bij exploit van 23 december 2009 met veilingdatum 26 januari 2010.

2.11 Op 17 december 2009 hebben gedaagden verlof gekregen voor het leggen van conservatoir derdenbeslag op – samengevat – alle gelden die notaris Burgers en/of zijn stichting derdengelden voor [eiser 2] of Migrefoma onder zich hebben of zullen verkrijgen, voor een door gedaagden gestelde vordering van USD 4 miljoen. Zoals in het beslagverlofschrift toegelicht, betreft de beslagvordering, met inbegrip van rente en kosten de door gedaagden als onterecht aangemerkte afrekening van het rekening-courant (met rente begroot op USD 738.967,00), de schade in verband met een door gedaagden gestelde vertraging in de opzet en de realisatie van door gedaagden geplande nieuwbouw (begroot op USD 1 miljoen), alsmede een voor de Landsmeerse investeerders als gevolg van de openbare verkoop te verliezen investering van USD 2 miljoen.

3. Het geschil

3.1. Eisers verzoeken bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad

a) De op 21 december 2009 onder notaris mr H.Th.M. Burgers, danwel diens Stichting Derdengelden Notariskantoor Burgers en Fung-A-Loi gelegde beslagen op te heffen, althans voor zover deze beslagen een door het gerecht in goede justitie te bepalen bedrag te boven gaat, althans gedaagden te bevelen binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis zorg te dragen voor opheffing van alle beslagen die gedaagden, waar ook ter wereld, ten laste van [eiser 2] danwel Migrefoma hebben gelegd, zulks op straffe van verbeurte door gedaagden aan eisers van een dwangsom van NAF 100.000,00 per dag, een gedeelte van een dag tot een gehele dag gerekend, dat gedaagden dit bevel niet mocht naleven, tot een maximum van NAF 10.000.000,00.

b) Gedaagden te verbieden waar ook ter wereld beslag te leggen ten laste van eisers of een hunner voor de door gedaagden in deze gepretendeerde vordering, totdat bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van een bevoegde rechter deze vordering is vastgesteld, zulks op straffe van verbeurte door gedaagden aan eisers van een dwangsom van NAF 10.000.000,00 per keer dat gedaagden dit verbod mocht overtreden, en,

c) Gedaagden te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. Gedaagden voeren verweer. Op de stellingen van partijen zal, voor zover van belang, hierna verder worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Eisers leggen aan hun vordering ten grondslag – samengevat en voor zover hier van belang – dat Migrefoma N.V. als zodanig niet meer bestaat, maar “omgezet” is in een Migrefoma Ltd., zijnde eiseres sub 1. Mitsdien kan van een beslag ten laste van Migrefoma N.V. geen sprake zijn.

4.2. Meer inhoudelijk stellen eisers wat betreft de onder 2.6. vermelde betaling van USD 258.000,00, dat zij er niet mee bekend waren dat [voormalige bestuurder Lif] deze betaling wilde aanmerken als een storting op zijn aandelen. Wat eisers betreft ging het om een kortlopende lening om tegemoet te komen aan een tijdelijk gebrek van Lif Curaçao aan liquiditeiten in afwachting van een door de Girobank te verstrekken lening. Eisers stellen dat Marusil hierdoor niet is benadeeld omdat het geld op 22 februari 2007 – 8 dagen later – aan Marusil is terugbetaald. Ook stellen zij dat de Landsmeerse investeerders hierdoor niet zijn benadeeld. Weliswaar heeft Lif Curaçao de USD 258.000,00 niet kunnen incasseren maar heeft het Hof overwogen dat de wijze van volstorting niet door de beugel kan en heeft het de emissie vernietigd (zie GHvJ, 27 oktober 2009, AR 548/07 H 543/2008). Dit heeft tot een vermeerdering van het aandeel van de Landsmeerse investeerders (thans 100%) geleid.

4.3. Met betrekking tot de aflossing van het rekening-courant met Migrefoma wijzen zij op een daartoe in artikel 3.3. van de koopovereenkomst bestaande aanspraak waaraan het bepaalde in artikel 3g van de leveringsakte niet afdoet. Weliswaar garanderen eisers in artikel 3g van de leveringsakte dat zij na de overnamedatum niets meer van Marusil te vorderen hebben, maar is in de aanhef van artikel 3 vermeld dat deze garantie onverminderd het bepaalde in de koopovereenkomst van toepassing is.

4.4. Tot slot betwisten eisers dat tussen partijen een schikkingsovereenkomst tot stand is gekomen. De advocaten van de Landsmeerse investeerders hebben twee concepten opgesteld, maar eisers stellen dat hierover geen overeenstemming bereikt.

4.5. Het weerwoord van gedaagden is dat [eiser 2] ervan op de hoogte was dat [voormalige bestuurder Lif] de betaling op de notarisrekening van USD 258.000,00 wilde aanmerken als een storting op zijn aandelen in Lif Curaçao. Het bedrag komt namelijk precies overeen met de met [voormalige bestuurder Lif] afgesproken stortingsverplichting. Bovendien was [eiser 2] bij alle besprekingen met de notaris aanwezig en moet hij aldus over de wijze waarop Lif Curaçao de aankoop financierde en de hoogte van de stortingsverplichtingen van de individuele aandeelhouders, op de hoogte zijn geweest. Bovendien had [eiser 2], aldus gedaagden, ingevolge artikel 1.4. tweede volzin van de koopovereenkomst (zie 2.3.) voor de betaling op de notarisrekening de schriftelijke toestemming van Lif Curaçao als koper van de aandelen moeten hebben en is deze toestemming niet gevraagd, laat staan verkregen.

4.6. Gedaagden stellen dat [eiser 2] geen aanspraak heeft op de rekening-courant vordering. Op grond van het bepaalde in de overeenkomsten mochten de Landsmeerse investeerders ervan uitgaan dat partijen per de overnamedatum uitgezonderd de restantkoopsom van USD 500.000,00 volledig met elkaar hadden afgerekend.

4.7. Tot slot stellen gedaagden dat partijen medio juli 2008 overeenstemming hebben bereikt over de tussen hen gerezen geschillen. Lif Curaçao zou aan [eiser 2] en Migrefoma USD 275.000,00 betalen tegen finale kwijting over en weer. Alle geschilpunten tussen partijen zouden daarmee afgewikkeld zijn. Naar aanleiding van een eerste concept, heeft mr Van Giffen aan de hand van het commentaar van [eiser 2] en Migrefoma een tweede concept opgesteld. Omdat al het commentaar van [eiser 2] en Migrefoma in het tweede concept is verwerkt, kan het concept als de tussen partijen bereikte overeenstemming worden aangemerkt.

4.7. Het gerecht overweegt als volgt. Tussen partijen staat als onbestreden vast dat Migrefoma N.V. als zodanig niet meer bestaat. Mitsdien kan van een ten laste van deze vennootschap gelegd beslag geen sprake zijn, maar van een opheffing daarvan evenmin. Ten laste van Migrefoma Ltd. is geen beslag gelegd. Migrefoma zal daarom in haar vordering tot opheffing niet-ontvankelijk worden verklaard.

4.8. Aan de beslagvordering is (onder meer) een door eisers aangezegde executieveiling op 5 januari 2009 ten grondslag gelegd. De Landsmeerse investeerders stellen dat zij door een openbare verkoop voor de som van hun investering van USD 2.000.000,00 worden benadeeld. De veiling heeft echter geen doorgang gevonden, reden waarom dit niet tot schade kan hebben geleid. Dat leidt tot de vaststelling dat de beslagvordering in ieder geval voor het door de Landsmeerse investeerders daarvoor aangegeven gedeelte van USD 2.000.000,00 ondeugdelijk is.

4.9. De stelling van gedaagden dat [eiser 2] bekend was met het feit dat [voormalige bestuurder Lif] de betaling op de notarisrekening op 14 februari 2009 wilde aanmerken als een storting op zijn aandelen, wordt door [eiser 2] betwist. [eiser 2] stelt op dat moment niet te hebben geweten wie de aandeelhouders waren en welke bedragen deze moesten storten. Zijn bemoeienissen betroffen uitsluitend Marusil. [voormalige bestuurder Lif] zou [eiser 2] hebben gevraagd aan Lif Curaçao een kortlopende lening te verstrekken ter delging van een liquiditeitstekort, hiermee vooruitlopend op een van Girobank te verkrijgen krediet van USD 6 miljoen. Tussen partijen staat vast dat voor een dergelijk bedrag een financiering bij Girobank was aangevraagd. Tussen partijen staat ook wel vast dat [voormalige bestuurder Lif] de Landsmeerse investeerders heeft misleid wat betreft de storting op zijn aandelen. Niet aannemelijk is echter geworden dat [eiser 2] hieraan als medeplichtige heeft bijgedragen. Gedaagden hebben geen, althans onvoldoende, feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan moet worden aangenomen dat [eiser 2] heeft geweten dat de overmaking van de rekening van Marusil op de notarisrekening op 14 februari 2007 geen kortlopende financiering aan Lif Curaçao betrof maar in feite een volstorting op de aandelen van [voormalige bestuurder Lif].

4.10. Gedaagden hebben erop gewezen dat met voornoemde betaling c.q. lening [eiser 2] in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in artikel 1.4. tweede volzin van de koopovereenkomst (zie 2.3.). Anders dan voorgeschreven, ontbreekt de vereiste schriftelijke toestemming van Lif Curaçao hiervoor. Het gerecht overweegt te dien aanzien dat het artikel strekt ter bescherming van het vermogen van Marusil en dat van een aantasting van dit vermogen niet is gebleken omdat het geld immers binnen 8 dagen is terugbetaald. Lif Curaçao werd bovendien in die tijd vertegenwoordigd door haar bestuurder [voormalige bestuurder Lif], de persoon die nu juist om de betaling c.q. lening had gevraagd. Het gerecht tilt dan ook niet zwaar aan het gegeven dat de ingevolge artikel 1.4. vereiste <i>schriftelijke</i> goedkeuring niet is gegeven, nog afgezien van de vraag dat niet duidelijk is – en gedaagden daarover ook geen standpunt innemen – welke consequenties aan het ontbreken van de schriftelijke toestemming verbonden moeten worden.

4.11. Wat betreft de aflossing van de rekening-courant vordering volgt het gerecht [eiser 2] in zijn stelling dat hij daartoe op grond van de koopovereenkomst was gerechtigd, waaraan het bepaalde in artikel 3g van de leveringsakte – zoals hiervoor onder 2.4. vermeld – niet afdoet. Voor gedaagden was duidelijk – of had duidelijk moeten zijn – dat [eiser 2] en Migrefoma N.V. nog een rekening-courant vordering hadden. In de koopovereenkomst is opgenomen dat deze uiterlijk op de overnamedatum moest worden afgerekend. Dat de afrekening niet op de overnamedatum heeft plaatsgevonden, laat onverlet de uit de koopovereenkomst volgende verplichting tot afrekening ervan. De hoogte van de rekening-courant vordering had gedaagden duidelijk moeten zijn, immers bleek deze uit de balans per 31 december 2005 en is deze ongetwijfeld in het aan de koopovereenkomst voorafgegane due diligence onderzoek betrokken.

4.12. Gedaagden stellen dat sprake is van een tussen partijen tot stand gekomen schikkingsovereenkomst, dan wel sprake is van afgebroken onderhandelingen. Het gaat om een betaling door Lif Curaçao van USD 275.000,00 aan Migrefoma dan wel [eiser 2] tegen finale kwijting over en weer. De stelling van gedaagden is opmerkelijk in die zin dat de onverkorte nakoming van de door hen gestelde overeenkomst zou betekenen dat gedaagden geen vordering hebben, althans niet in zoverre het de hiervoor besproken lening en aflossing op de rekening-courant vordering betreft. De betaling aan Migrefoma dan wel [eiser 2] zou immers onder finale kwijting hebben moeten plaatsvinden. Het beslag zou, uitgaande van de door gedaagden gestelde schikking, reeds daarom niet op deze vorderingen kunnen worden gegrond.

4.13. Overigens betwist [eiser 2] dat er sprake is van de door gedaagden gestelde overeenstemming over een schikking. Hij erkent dat partijen hebben gesproken over een schikking, maar stelt dat partijen het niet eens konden worden over de door hem gestelde voorwaarde dat indien [voormalige bestuurder Lif] alsnog zijn aandelenstorting zou doen, [eiser 2] geen genoegen zou nemen met USD 275.000,00. Hij zou dan onverminderd aanspraak willen maken op de openstaande (restant)koopsom van USD 500.000,00. [eiser 2] stelt dat de twee concepten die gedaagden hebben overgelegd, eenzijdig door hen zijn opgesteld en hij daarmee niet akkoord is gegaan.

4.14. Het gerecht is van oordeel dat van een overeenstemming over een schikking tussen partijen inderdaad niet is gebleken. Uit de tussen partijen overgelegde e-mail correspondentie volgt dat er overeenstemming was over een betaling aan [eiser 2] of Migrefoma van USD 275.000,00, maar tevens dat nog niet alle voorwaarden waren uitgewerkt. De accountant van [eiser 2] schrijft in dat verband op 19 juni 2008 aan een vertegenwoordiger van gedaagden ([N.P.]) dat de overeenkomst door gedaagden zou moeten worden opgesteld “zodat het zeker alles aspecten (i.e. vereisten) bevat die jullie erin willen zien”. Dat [eiser 2] daarna commentaar heeft gegeven op een eerste concept – zoals gedaagden stellen en [eiser 2] heeft bestreden – en naar aanleiding daarvan een tweede versie is opgesteld waarin, zoals gedaagden stellen, alle commentaarpunten van [eiser 2] zijn opgenomen, dwingt niet tot de conclusie dat daarover (over het tweede concept) overeenstemming bestaat. Het gebeurt vaker dat concepten worden gewisseld en partijen in de loop daarvan met niet eerder gestelde voorwaarden komen, waarbij hier nog in aanmerking wordt genomen dat de door [eiser 2] gestelde voorwaarde in het licht van de belangen van partijen over en weer ook niet als zeer onredelijk of onverwacht is aan te merken.

4.15. Ook het beroep van gedaagden op het afbreken van onderhandelingen wordt afgewezen, omdat van het afbreken van onderhandelingen als zodanig niet is gebleken. Partijen hebben hun onderhandelingen beëindigd, maar niet duidelijk is geworden of een van de partijen, laat staan [eiser 2], daarvan een bijzonder verwijt kan worden gemaakt c.q. een van de partijen de onderhandelingen heeft afgebroken terwijl hij deze had moeten voortzetten dan wel deze heeft beëindigd en de kosten daarvan zou moeten vergoeden. Enige gespecificeerde stelling van gedaagden in dat kader ontbreekt.

4.16. De slotsom van het voorgaande is dat in voldoende mate is gebleken van de ondeugdelijkheid van de vorderingen van gedaagden. Het beslag zal daarom als na te noemen moeten worden opgeheven. Het gerecht ziet aanleiding de verzochte dwangsom te modereren tot NAF 10.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat gedaagden met de opheffing in gebreke blijven tot een maximum van NAF 1.000.000,00. Het gerecht ziet voorts aanleiding de opheffing te beperken tot het beslag zoals het op 21 december 2009 is gelegd. Het gerecht zal geen oordeel geven over niet nader gespecificeerde andere beslagen “waar ook ter wereld” gelegd. Het zal ook geen verbod opleggen voor toekomstige beslagen, immers dient de rechtmatigheid van een toekomstig beslag zelfstandig te worden beoordeeld aan de hand van de dan ter zake aangevoerde feiten en omstandigheden. Het gerecht kan en zal op die beoordeling niet vooruitlopen.

4.17. Gedaagden worden als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser 2] worden begroot op NAF 926,53 voor de kosten deurwaarder, NAF 450,00 voor het griffiegeld en NAF 1.500,00 in verband met het gemachtigdensalaris.

5. De beslissing

Het Gerecht, bij wijze van voorlopige voorziening:

5.1. verklaart Migrofema in haar vorderingen niet-ontvankelijk,

5.2. beveelt gedaagden de op 21 december 2009 onder notaris mr H.Th.M. Burgers, danwel diens Stichting Derdengelden Notariskantoor Burgers en Fung-SA-Loi gelegde beslagen op te heffen binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom jegens [eiser 2] van NAF 10.000,00 per dag, een gedeelte van een dag tot een gehele dag gerekend, dat gedaagden dit bevel niet mochten naleven, tot een maximum van NAF 1.000.000,00,

5.3. veroordeelt gedaagden in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiser 2] begroot op NAF 2.876,53,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 16 april 2010.