Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEANA:2010:BL7603

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Datum uitspraak
24-02-2010
Datum publicatie
16-03-2010
Zaaknummer
AR82/2009
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zie ook LJN BL7601. Twee zaken betreffen de afwikkeling van dezelfde nalatenschap (AR 44/2009 en AR 82/2009). In totaal zijn er zes erfgenamen. Het eerste verzoekschrift (LJN BL7601) heeft betrekking op vier erfgenamen en dit verzoekschrift betreft de resterende twee erfgenamen. Beroep op nietigheid van de oproeping wordt verworpen. Voeging van beide zaken wordt afgewezen. Wel wordt de gelijktijdige behandeling van de zaken bevolen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: AR82/2009

Datum uitspraak: 24 februari 2010

Vonnisnummer:

VONNIS

inzake

[A.V.]

wonende in Nederland

eisende partij in de hoofdzaak

verwerende partij incident I

eisende partij in incident II

hierna te noemen: [A.V.]

gemachtigde mr. M.F. Bonapart en mr. D.M. Suares

tegen

de erfgenamen van [erflater]:

[S.E.]

te Aruba

[A.C.]

wonende in Nederland

gedaagden in de hoofdzaak

eiserende partij in incident I

verwerende partij in incident II

hierna gezamenlijk te noemen: de erfgenamen

gemachtigde mr. E.Th. Wesselius

<b>De procedure</b>

<u>In de hoofdzaak</u>

Voor de loop van het geding verwijst het Gerecht naar de volgende stukken:

- het verzoekschrift van 2 september 2009, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties.

<u>In incident I</u>

- het verzoek van 16 december 2009 strekkende tot nietigverklaring van het exploot van oproeping in de hoofdzaak,

- de conclusie van antwoord, met producties.

<u>In incident II</u>

- de akte houdende verzoek tot voeging,

- de conclusie van antwoord.

<b>De vordering</b>

<u>In de hoofdzaak</u>

[A.V.] vordert dat het Gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- de erfgenamen zal veroordelen om over te gaan tot de levering van de drie (3) percelen, waarbij wat betreft kavel 81 (1205) als schadevergoeding de levering van een gelijkwaardige kavel aan kavel 81 (1205);

- indien levering van een gelijkwaardige kavel niet mogelijk is, de erfgenamen zal veroordelen tot de levering van de twee (2) percelen, kavels 37 en 42 (thans 759) en een geldelijke schadevergoeding ter grootte van de koopsom van kavel 81 (1205);

- ter versterking van het bevel daaraan een dwangsom zal verbinden van NAƒ100,00 per dag, althans dagdeel, voor iedere dagdeel dat een gedaagde het bevel niet nakomt, de dwangsom ten faveure van [A.V.] en ten detrimente van iedere gedaagde die het bevel niet nakomt;

- de erfgenamen hoofdelijk zal veroordelen in de proceskosten, met dien verstande dat indien een gedaagde aan de kostenveroordeling voldoet de andere gedaagden daarvan zullen zijn bevrijd.

<u>In incident I</u>

De erfgenamen verzoeken het exploot van oproeping op grond van artikel 93 Rv nietig te verklaren.

De erfgenamen hebben het volgende aan hun verzoek ten grondslag gelegd:

Conform artikel 5 lid 6 Rv kan men ofwel de gezamenlijk erfgenamen oproepen dan wel ieder van de erfgenamen.

In deze zaak combineert [A.V.] ten onrechte twee van door de wet gegeven mogelijkheden.

[A.V.] dagvaardt de gezamenlijke erfgenamen, maar noemt en betekent de oproeping aan vier van de zes erfgenamen.

De oproeping is daarom op grond van artikel 92 Rv nietig

Ten tweede geldt dat de erfgenamen de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard. Dat is een reden temeer om niet anders dan als de gezamenlijke erfgenamen te worden gedagvaard.

<u>In incident II</u>

[A.V.] verzoekt de gezamenlijke behandeling van deze zaak met de eveneens bij het Gerecht onder zaaknummer AR44/2009 aanhangige zaak.

[A.V.] heeft het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd:

De procedure onder nummer AR44/2009 heeft [A.V.] tegen vier van de zes erfgenamen aanhangig gemaakt.

Vervolgens heeft [A.V.] de onderhavige procedure tegen de resterende twee erfgenamen aanhangig gemaakt. [A.V.] kon dat niet eerder doen, omdat zij in afwachting was van informatie over de woonplaats en overige adresgegevens van deze twee erfgenamen en [A.V.] een mogelijke verjaring wenste te stuiten.

Bij het Gerecht zijn dus twee procedures aanhangig omtrent hetzelfde onderwerp en met dezelfde vordering, waardoor de procedures zodanig met elkaar verknocht zijn dat een gezamenlijke behandeling gerechtvaardigd en billijk is.

<b>Het verweer</b>

<u>In incident I</u>

[A.V.] heeft het volgende -voor zover relevant- tegen het verzoek aangevoerd:

[A.V.] heeft op geen enkel moment gebruik gemaakt en willen maken van twee oproepingsmogelijkheden, althans alle zes erfgenamen willen oproepen door alleen vier erfgenamen te doen oproepen. Dit blijkt uit het feit dat de erfgenamen met naam en woonplaats in het verzoekschrift worden genoemd en uit het feit dat op 3 september 2009 een gelijkluidende verzoekschrift tegen de overige twee erfgenamen is ingediend.

De aanduiding, erven in het verzoekschrift, is alleen bedoeld om aan te geven dat de personen die in het verzoekschrift worden vermeld, erfgenamen zijn van de overledene en niet dat daarmee bedoeld is om de gezamenlijke erfgenamen zonder naam en woonplaats te laten oproepen of alle zes erfgenamen op te roepen door te volstaan met de oproeping van vier erfgenamen.

<u>In incident II</u>

[A.V.] kan in deze zaak niets anders vragen dan rolvoeging. Immers, de eigenlijke voeging houdt in dat een partij in de zaak wordt betrokken die tussen andere partijen wordt gevoerd. De voegende partij sluit zich aan bij een der partijen. In deze zaak is dat onmogelijk. Het zijn twee aparte zaken, waarin dus twee aparte vonnissen zullen worden gewezen. Het enige wat mogelijk is, is dat de twee afzonderlijke zaken gezamenlijk op de rol worden behandeld.

De erfgenamen hebben geen bezwaar tegen de gezamenlijke rolbehandeling.

<b>De beoordeling van het geschil</b>

<u>In incident I</u>

1. Het Gerecht verwerpt het beroep op de nietigheid van de oproeping en overweegt daartoe het volgende.

2. Uit het feit dat de erfgenamen met hun namen en woonplaatsen in het verzoekschrift worden genoemd, blijkt dat [A.V.] geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van artikel 5 aanhef en onder 6 aanhef en onder a. Rv. Immers, als zij dat wel had willen doen, dan had zij de namen en woonplaatsen achterwege moeten laten. Dat het verzoekschrift ook vermeldt dat een rechtsvordering wordt ingesteld tegen “de erfgenamen van [erflater]” doet aan dat oordeel niet af. Nu de erfgenamen met hun namen en woonplaatsen worden genoemd, kan deze vermelding immers slechts worden gezien als een aanduiding van hun hoedanigheid van erfgenamen.

3. Gelet op de familierechtelijke betrekking tussen partijen zullen de kosten van het incident tussen hen worden gecompenseerd.

<u>In incident II</u>

4. Artikel 214 Rv bepaalt dat een ieder die belang heeft bij een rechtsgeding, hangende tussen andere partijen, is bevoegd te vorderen zich daarin te mogen voegen of tussen te komen.

5. Blijkens de bewoordingen van het verzoek, wordt door [A.V.] echter kennelijk niet de voeging van artikel 214 Rv bedoeld, doch slechts de voeging ter gezamenlijke behandeling. De erfgenamen verzoeken immers niet om zich in de andere procedure te mogen voegen.

6. Nu daartegen door de erfgenamen geen bezwaar wordt gemaakt, zal de gezamenlijke behandeling worden bevolen.

7. Gelet op de familierechtelijke betrekking tussen partijen zullen de kosten van het incident tussen hen worden gecompenseerd.

<u>In de hoofdzaak</u>

8. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor conclusie van repliek.

9. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

<b>Beslissing</b>

Het Gerecht:

<u>In incident I</u>

Wijst het verzoek af.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van het incident draagt.

<u>In incident II</u>

Bepaalt dat deze zaak gezamenlijk zal worden behandeld met de zaak die bij dit Gerecht aanhangig is onder registratienummer AR44/2009.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van het incident draagt.

<u>In de hoofdzaak</u>

Verwijst de zaak naar de rolzitting van:

WOENSDAG 24 MAART 2010

voor conclusie van repliek.

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in tegenwoordigheid van de griffier.