Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEANA:2010:BL2962

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Datum uitspraak
22-01-2010
Datum publicatie
08-02-2010
Zaaknummer
KG 202/2009
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Werknemer vordert herstel arbeidsovereenkomst en hem weder te werk te stellen. Gerecht oordeelt dat voor herstel van arbeidsovereenkomst geen plaats is bij een voorlopige voorziening. Wel kan bij wijze van voorlopige voorziening tewerkstelling worden bevolen. Het Gerecht oordeelt dat er ten tijde van de opzegging geen redelijke ontslaggrond was en tevens dat de opzegging op grond van het gevolgencriterium kennelijk onredelijk was. Het Gerecht vermeldt dat de veroordeling tot herstel van dienstverband in de bodemprocedure kan vervallen door betaling van een afkoopsom, en veroordeelt werkgever om werknemer weder te werk te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0157
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis van 22 januari 2010

Zaaknummer: KG 202/2009

Vonnisnr.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN

zittingsplaats Sint Maarten

VONNIS in kort geding

in de zaak van

[werknemer],

wonende op Sint Maarten,

eiser,

gemachtigde: mr. J.G. Bloem,

tegen

de naamloze vennootschap DIAMOND RESORTS FLAMINGO MANAGEMENT N.V.,

gevestigd op Sint Maarten,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.J. Rogers.

Partijen worden hierna aangeduid als [werknemer] en Diamond.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 7 december 2009 ingediende verzoekschrift;

- de pleitnota van [werknemer];

- de pleitnota van Diamond;

- de behandeling ter zitting van 8 januari 2010.

Het vonnis werd bepaald op vandaag.

2. De feiten

2.1 [werknemer] is op 8 april 1991 in dienst getreden bij Diamond als monteur voor de airconditioninginstallatie van het resort.

2.2 Hij is in januari 2009 aangehouden, in verzekering gesteld en in voorlopige hechtenis genomen op verdenking van poging doodslag c.q. zware mishandeling. Na ongeveer twee weken is [werknemer] in vrijheid gesteld en heeft hij de werkzaamheden hervat.

2.3 Bij vonnis van 26 mei 2009 van het Gerecht in Eerste Aanleg is [werknemer] veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, waarvan een voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren wegens poging doodslag. Hij heeft hoger beroep ingesteld.

2.4 Diamond heeft [werknemer] naar aanleiding van deze veroordeling op 29 mei 2009 geschorst met behoud van salaris. Zij heeft vervolgens bij verzoekschrift van 3 juni 2009 de Directeur van het Ministerie van Arbeidszaken op deze grond verzocht om toestemming de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

2.5 Na verkregen toestemming heeft Diamond bij brief van 27 juli 2009 de arbeidsovereenkomst met [werknemer] opgezegd tegen 13 augustus 2009.

2.6 Bij vonnis van 29 oktober 2009 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba is [werknemer] ontslagen van alle rechtsvervolging. Het Hof heeft daartoe overwogen dat [werknemer]’s beroep op noodweer slaagt.

3. Het geschil

3.1 [werknemer] vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Diamond veroordeelt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te herstellen en hem weder te werk te stellen.

3.2 Aan zijn vorderingen legt [werknemer] ten grondslag dat het hem gegeven ontslag kennelijk onredelijk is in de zin van artikel 7A:1615s BWNA. Volgens [werknemer] was geen redelijke grond voor het ontslag aanwezig nu uit het hoger beroep in de strafzaak tegen hem is gebleken dat zijn veroordeling in eerste aanleg ten onrechte was. Bovendien zijn de gevolgen van het ontslag te ernstig voor hem, in aanmerking genomen de duur van het dienstverband, zijn vlekkeloze staat van dienst, zijn leeftijd en zijn positie op de arbeidsmarkt.

3.3 Diamond voert verweer dat, voor zover van belang voor de beslissing, hierna zal worden besproken.

4. De beoordeling

4.1 Voldoende aannemelijk is dat [werknemer] een spoedeisend belang heeft bij het gevorderde. [werknemer] moet voorzien in het levensonderhoud van zichzelf en van zijn kinderen uit arbeidsinkomsten. Ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat zijn parttime baan bij Mr Cool Airconditioning daarvoor niet toereikend is.

4.2 Voor het treffen van een voorlopige voorziening is slechts plaats indien naar voorlopig oordeel te verwachten valt dat in de bodemprocedure de opzegging van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk wordt geoordeeld en Diamond op grond van artikel 7A:1615t lid 1 BWNA zal worden veroordeeld tot herstel van de dienstbetrekking.

4.3 Een veroordeling tot herstel van de dienstbetrekking verplicht de werkgever om op dezelfde voorwaarden en met dezelfde inhoud als de vorige opnieuw een arbeidsovereenkomst te sluiten. Voor een dergelijke bij voorlopige voorziening te geven beslissing oordeelt het Gerecht geen plaats. Het constitutieve karakter van een zodanige beslissing verzet zich daartegen. Voor zover daarop gericht dienen de vorderingen van [werknemer] dan ook te worden afgewezen.

4.4 Het voorgaande staat er niet aan in de weg dat bij wijze van voorlopige voorziening te werk stelling kan worden bevolen. Derhalve moet worden beoordeeld of aan de in 4.2 vermelde maatstaf is voldaan.

4.5 Op grond van het bepaalde in artikel 7A:1615s lid 2 sub 1 en 2 BWNA kan een opzegging kennelijk onredelijk zijn wanneer deze zonder opgave van redenen of onder opgave van een voorgewende reden geschiedt, ofwel wanneer de gevolgen van de opzegging voor de werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij de beëindiging. Het Gerecht tekent aan dat in de rechtspraak wordt aanvaard dat er een redelijke grond voor het ontslag aanwezig moet zijn.

4.6 Het Gerecht stelt voorop dat bij de beoordeling van de ontslagreden in beginsel de situatie op het tijdstip van de opzegging doorslaggevend is. Ten tijde van de opzegging had [werknemer] hoger beroep ingesteld tegen het veroordelend vonnis in eerste aanleg. Voor zover Diamond van dit appel niet op de hoogte was, had zij daarnaar bij hem navraag kunnen doen. Van [werknemer]’s veroordeling was Diamond immers op de hoogte.

4.7 De vraag moet worden beantwoord of het enkele feit dat [werknemer] in eerste aanleg was veroordeeld voor een ernstig delict, in aanmerking genomen dat hij daartegen had geappelleerd, een redelijke grond voor ontslag oplevert. Gelet moet worden op alle omstandigheden van het geval. Ter zitting heeft [werknemer] onweersproken gesteld dat hij na zijn aanhouding en inverzekeringstelling op het politiebureau contact heeft gehad met zijn leidinggevende over de ontstane situatie en dat zij zijn overeengekomen dat hij gedurende zijn detentie vakantiedagen zou opnemen. Na zijn in vrijheidstelling heeft hij de werkzaamheden hervat. Diamond wist derhalve reeds vanaf januari 2009 dat [werknemer] verdachte was. Verder is van belang dat [werknemer] ten tijde van de opzegging reeds 18 jaar in dienst was. Gesteld noch gebleken is dat er iets op zijn functioneren aan te merken is geweest. Ten slotte neemt het Gerecht in aanmerking dat de aard van de werkzaamheden – monteur in een resort – er niet aan in de weg staat dat hij als niet onherroepelijk veroordeelde wegens een geweldsdelict zijn functie blijft uit oefenen. Indien Diamond daarover anders dacht, zou zij de schorsing van 29 mei 2009 tot de uitspraak in hoger beroep hebben kunnen handhaven.

4.8 Naar het voorlopige oordeel van het Gerecht was er ten tijde van de opzegging geen redelijke ontslaggrond aanwezig. Het feit dat de Directeur Arbeidszaken toestemming voor de opzegging heeft gegeven ontheft de rechter niet van de plicht de redelijkheid van de ontslaggrond zelfstandig te onderzoeken. Naar het oordeel van het Gerecht is voorshands aannemelijk dat de opzegging kennelijk onredelijk wordt geoordeeld.

4.9 Indien over het voorgaande anders zou moeten worden geoordeeld, overweegt het Gerecht dat de opzegging tevens kennelijk onredelijk is op grond van het ‘gevolgencriterium’ in de zin van artikel 7A:1615s lid 2 sub 2 BWNA. Als gezegd heeft het dienstverband 18 jaar geduurd en heeft Diamond niets op het functioneren van [werknemer] aangemerkt. Onweersproken is voorts dat [werknemer] in het levensonderhoud van zichzelf en van zijn kinderen moet voorzien en dat zijn baan bij Mr Cool Airconditioning beperkt van omvang is. Daartegenover heeft Diamond niet gesteld en is overigens evenmin gebleken dat enige afvloeiingsregeling voor [werknemer] is getroffen, ook niet nadat hij in hoger beroep was ontslagen van alle rechtsvervolging.

4.10 Het Gerecht oordeelt dat de opzegging ook op grond van het ‘gevolgencriterium’ kennelijk onredelijk is. Het is aannemelijk dat de bodemrechter Diamond zal veroordelen tot herstel van de dienstbetrekking. De vordering tot wedertewerkstelling zal worden toegewezen als na te melden. Het argument dat Diamond reeds een andere monteur voor de airconditioning in dienst heeft genomen staat daaraan niet in de weg, nu Diamond – die kon weten dat [werknemer] had geappelleerd van zijn veroordeling – daarmee een voorschot op de toekomst heeft genomen hetgeen voor haar risico komt.

4.11 Het Gerecht vermeldt volledigheidshalve dat de rechter in de bodemprocedure in het vonnis, houdende veroordeling tot herstel van het dienstverband, kan bepalen dat de verplichting tot herstel vervalt door betaling van een in het vonnis vastgestelde afkoopsom (zie artikel 7A:1615t lid 3 BWNA). De rechter stelt de hoogte van de afkoopsom met het oog op de omstandigheden van het geval naar billijkheid vast (zie artikel 7A:1615t lid 5 BWNA). Indien partijen dit aangewezen achten zouden zij reeds op voorhand kunnen bezien of zij tot overeenstemming over een afkoopsom kunnen komen, rekening houdend met onder meer de duur van het dienstverband, de leeftijd van [werknemer], de wijze waarop hij zijn werkzaamheden heeft uitgeoefend, en de omvang van zijn huidige werkzaamheden bij Mr Cool Airconditioning. Onverkorte toepassing van de in Nederland bij ontbindingszaken vaak gehanteerde ‘Kantonrechtersformule’, lijkt voorshands niet opportuun.

4.12 Als de in het ongelijk gestelde partij zal Diamond worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

5. De beslissing

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

5.1 verleent [werknemer] gratis admissie;

5.2 veroordeelt Diamond om [werknemer] weder te werk te stellen met ingang van 1 februari 2010;

5.3 veroordeelt Diamond in de kosten van de procedure tot op heden aan de zijde van [werknemer] begroot op NAfl. 202,50 aan verschotten en NAfl. 1.000 aan salaris gemachtigde;

5.4 verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5 wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M. Thierry, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2010 in aanwezigheid van de griffier.