Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEANA:2010:BL1997

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Datum uitspraak
25-01-2010
Datum publicatie
04-02-2010
Zaaknummer
KG01/2010
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet niet terecht gegeven. Werkneemster zou haar leidinggevende (de echtgenote van de directeur van werkgeefster) hebben beledigd. Het Gerecht oordeelt dat, ook al zou die belediging vaststaan, dat dan nog, gelet op het lange onberispelijke dienstverband, geen grond voor ontslag op staande voet aanwezig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0133

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: KG01/2010

Datum uitspraak: 25 januari 2010

Vonnisnummer:

VONNIS IN KORT GEDING

inzake

[Eiser]

te Bonaire

eisende partij

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde mr. S.A. Carmelia

tegen

de naamloze vennootschap Obersi Electronics Bon. N.V.

te Bonaire

gedaagde partij

hierna te noemen Obersi Electronics

gemachtigde mr. H.W. Braam

<b>De procedure</b>

[eiser] heeft op 5 januari 2010 een verzoekschrift ingediend. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op18 januari 2010, waarbij de gemachtigden zich hebben bediend van pleitnotities. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht.

<b>De feiten</b>

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast:

a. [eiser] is op 1 augustus 1989 in dienst van Obersi Electronics, laatstelijk in de functie van administratief medewerkster tegen een salaris van NAƒ3.250,00 bruto per maand.

b. Bij brief van 26 november 2009 heeft Obersi Electronics [eiser] opstaande voet ontslagen. In die brief heeft Obersi Electronics het volgende geschreven over de redenen voor het ontslag op staande voet:

<i>“Pa medio di es karta aki mi ta retirabo instantemente debi na falta di respet i akto bajo ku bo a komete pa ku bo hefe Sra. [O.] riba e fecha November 24, 2009 kaminda bo a hisa bo vos, kana baj lage ku palabra na boka i pa despues saka lenga, bira bo lomba buk janga bo atras pa ku Sra. [O.].”</i>

c. [eiser] heeft bij brief van 10 december 2009 de nietigheid van dat ontslag ingeroepen.

<b>De vordering</b>

[eiser] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van Obersi Electronics om tegen bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen haar overeengekomen loon, vermeerderd met de wettelijke rente en vertragingsrente (artikel 1614q BW) en emolumenten en te blijven uitbetalen totdat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op rechtsgeldige wijze zal zijn beëindigd, met veroordeling van Obersi Electronics in de proceskosten.

[eiser] stelt daartoe het volgende:

Obersi Electronics heeft op 26 november 2009 in strijd met de wettelijke regels de arbeidsovereenkomst beëindigd. Obersi Electronics stelt ten onrechte dat [eiser] haar leidinggevende op 24 november 2009 zou hebben beledigd en haar weinig respectvol zou hebben bejegend. [eiser] ontkent en betwist dat zij haar leidinggevende aldus zou hebben bejegend. [eiser] ontkent voorts dat sprake zou zijn van eigenschappen of gedragingen van [eiser], die ten gevolge hebben dat van Obersi Electronics redelijkerwijze niet gevergd kan worden de dienstbetrekking te laten voortduren. Er is geen sprake van een dringende reden in de zin der wet.

[eiser] heeft zich steeds beschikbaar gehouden de overeengekomen werkzaamheden te verrichten.

[eiser] heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening, nu zij geen salaris ontvangt en daardoor in ernstige financiële moeilijkheden is geraakt, althans dreigt te geraken, aangezien zij haar maandelijkse verplichtingen niet meer kan nakomen.

<b>Het verweer</b>

Obersi Electronics heeft de vordering gemotiveerd betwist. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

<b>De beoordeling van het geschil</b>

1. Vooropgesteld wordt dat een voorlopige voorziening zoals gevraagd alleen kan worden toegewezen als in dit geding aan de hand van de thans bekende feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een eventueel tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van [eiser] tot een toewijzing daarvan zal leiden. Het Gerecht is voorshands, op grond van de thans voorliggende gegevens, van oordeel dat dit wel het geval is en overweegt daartoe het volgende.

2. Partijen hebben verschillende versies gegeven over de woordenwisseling tussen [eiser] en haar leidinggevende mevrouw [O.] en over de aan [eiser] verweten gedragingen, die volgens de stelling van Obersi Electronics door [O] beledigend zijn ervaren.

3. Het Gerecht laat in het midden welke de juiste versie van de gebeurtenissen is.

4. Immers, ook indien ervan moet worden uitgegaan dat Obersi Electronics haar leidinggevende zonder respect heeft behandeld en/of zoals Obersi Electronics heeft gesteld, zwaar heeft beledigd, dan nog is één en ander onvoldoende grondslag voor een ontslag op staande voet.

5. Gelet op het langdurige en onberispelijke dienstverband van [eiser] had het op de weg van Obersi Electronics gelegen om te trachten in gesprek te blijven met [eiser] en in onderling overleg tot een oplossing te komen. Dat dit voldoende is gebeurd, is niet gebleken.

6. Dit geldt te meer nu voldoende gebleken is dat [eiser] in het verleden telkens tijdig haar verlofaanvragen heeft ingediend voor de begeleiding van haar zieke zoon en dat zij voor de begeleiding van haar zoon op 25 november 2009 geheel onverwacht zelf moest gaan, terwijl oorspronkelijk haar echtgenoot haar zoon zou begeleiden. Het kan om die reden [eiser] niet kwalijk worden genomen dat zij op korte termijn verlof heeft aangevraagd voor deze begeleiding van haar zoon.

7. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft Obersi Electronics zich beroepen op het mogelijk ontbreken van loyaliteit aan de zijde van [eiser]. De feiten en/of omstandigheden die Obersi Electronics daarvoor naar voren heeft doen brengen, zijn niet (mede) ten grondslag gelegd aan het ontslag op staande voet en kunnen daarom thans niet bij de beoordeling worden betrokken. Het Gerecht gaat er daarom verder niet op in.

8. Op grond van het vorenstaande is de verwachting gewettigd dat in de bodemprocedure de rechter tot de conclusie komt dat het ontslag op staande voet geen stand houdt. De vordering van [eiser] zal daarom worden toegewezen.

9. Voor toewijzing van de gevorderde wettelijke verhoging ex artikel 1614q BWNA is onvoldoende spoedeisend belang gebleken. Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.

10. De proceskosten komen voor rekening van Obersi Electronics, omdat deze grotendeels in het ongelijk wordt gesteld.

<b>Beslissing</b>

Het Gerecht:

Veroordeelt Obersi Electronics om tegen bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen haar overeengekomen loon, vermeerderd met de wettelijke rente en emolumenten en te blijven uitbetalen totdat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op rechtsgeldige wijze zal zijn beëindigd.

Veroordeelt Obersi Electronics in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op NAƒ601,00 aan verschotten en NAƒ1.000,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in tegenwoordigheid van de griffier.