Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEANA:2009:BK5200

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Datum uitspraak
25-11-2009
Datum publicatie
03-12-2009
Zaaknummer
EJ75/2009
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verhuurder verzoekt toestemming om de huurovereenkomst met betrekking tot bedrijfsruimte per 31 december 2013 te beëindigen. Vordering afgewezen. De einddatum vloeit namelijk al voort uit de huurovereenkomst, terwijl het nog te vroeg is om daar nu al uitspraak over te doen, omdat huurder dan tekort wordt gedaan in zijn rechten uit hoofde van de Huurcommissieregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: EJ75/2009

Datum uitspraak: 25 november 2009

Beschikkingnummer:

BESCHIKKING

inzake

Bonaire Harborside N.V.

te Bonaire

verzoekende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

hierna te noemen BHS

verschenen bij T. Manoth

tegen

de naamloze vennootschap Verboom’s Ice Paradise N.V.

te Bonaire

verwerende partij in conventie

verzoekende partij in reconventie

hierna te noemen Verboom’s Ice Paradise

verschenen bij A.J.M. van der List-Maas en J.M. van der List

<b>De procedure

In conventie en in reconventie</b>

Voor de loop van het geding verwijst het Gerecht naar de volgende stukken:

- het verzoekschrift van 5 augustus 2009, met producties,

- het verweerschrift,

- de aantekeningen van de griffier van de op 3 november 2009 gehouden mondelinge behandeling en de bij die gelegenheid door BHS overgelegde pleitnotitie met producties.

<b>De feiten</b>

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast:

a. Verboom’s Ice Paradise als huurster heeft met BHS als verhuurster een huurcontract ondertekend voor de periode van 5 jaar ingaande 1 januari 2004 met betrekking tot <i>“certain premises, now existing or hereafter to be erected in Harborside Bonaire (…) known as Store(s) # 8 (…).” </i>

b. Omtrent de duur van de huurperiode vermeldt de overeenkomst het volgende:

<i>“2.0 The initial term of the lease shall be for 5 Years commencing on January, 1, 2004 and terminating on December, 31, 2008. If tenant wishes to terminate this lease, a written notice shall be given to the landlord at least six (6) months before the date of termination. Without such a written notice from tenant this lease shall be extended on the conditions as stipulated in article 2.1 and further.

2.1 Tenant has the option to extend this lease with an other 5 years.” </i>

c. Bij beschikking van 4 februari 2009 heeft dit Gerecht het verzoek van BHS om toestemming om de huurovereenkomst met Verboom’s Ice Paradise per 31 december 2008 te mogen beëindigen, afgewezen.

d. De duur van de huurperiode is met vijf jaar verlengd.

<b>Het verzoek</b>

BHS verzoekt dat het Gerecht BHS toestemming zal verlenen de huurovereenkomst met Verboom’s Ice Paradise per 31 december 2013 te mogen beëindigen, met veroordeling van Verboom’s Ice Paradise in de kosten van de procedure.

BHS heeft het volgende -zakelijk weergegeven- aan haar verzoek ten grondslag gelegd:

BHS wil onder geen enkel beding de zakelijke relatie met Verboom’s Ice Paradise na 31 december 2013 contineren. Evident is dat BHS reeds inkomstenderving ondervindt, gezien een onverhuurbare ruimte achter de unit van Verboom’s Ice Paradise.

BHS doet een beroep op artikel 7A:1587 BW.

Verboom’s Ice Paradise wordt door de opzegging van de huurovereenkomst met BHS niet verstoken van inkomsten. Verboom’s Ice Paradise drijft immers elders op Bonaire een grote ijssalon. Bovendien heeft Verboom’s Ice Paradise vier jaren de tijd gehad zijn bedrijfsvoering elders in Playa onder te brengen.

BHS wil niet achter de feiten aanlopen en heeft derhalve reeds nu besloten de eindigheid gerechtelijk te laten bekrachtigen. BHS kan dan de implementatie van haar voorgenomen uitbreiding in alle rust en zekerheid voorbereiden.

<b>Het verweer</b>

Verboom’s Ice Paradise heeft het verzoek gemotiveerd bestreden. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd:

Indien Verboom’s Ice Paradise ervoor moet kiezen om het gehuurde op 31 december 2013 niet te verlaten, ontstaat er een situatie waaraan mogelijk juridische consequenties kunnen worden verbonden. Daarop kan niet worden geanticipeerd.

Vooralsnog zal moeten worden aangenomen dat Verboom’s Ice Paradise zich zal houden aan hetgeen schriftelijk in de huurovereenkomstig afgesproken.

Door vrij vroeg aan het begin van een huurperiode een procedure te beginnen om alvast toestemming te verkrijgen voor de opzegging van de huurovereenkomst, maakt BHS zich schuldig aan misbruik van recht.

BHS dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar verzoek.

Verboom’s Ice Paradise verzoekt in reconventie het Gerecht aan Verboom’s Ice Paradise vergoeding van de juridische kosten toe te kennen ten bedrage van NAƒ840,00 ter zake advieskosten van mr. G. Soliana.

<b>De beoordeling van het geschil

In conventie en in reconventie</b>

1. Het verzoek is ingediend als een beroepschrift ex artikel 5 lid 2 Huurcommissieregeling, nu de Huurcommissie Bonaire niet voltallig is, althans sinds geruime tijd niet functioneert.

2. Verboom heeft aangevoerd dat te verwachten valt dat de Huurcommissie tussen nu en eind 2013 weer zal gaan functioneren. Om die reden acht Verboom’s Ice Paradise BHS niet-ontvankelijk in het verzoek.

3. Het Gerecht verwerpt dit beroep op de niet-ontvankelijkheid, zoals het Gerecht dit ook heeft gedaan in zijn uitspraak van 4 februari 2009. Het is het Gerecht immers ook ambtshalve bekend dat de Huurcommissie op Bonaire al enige tijd niet in staat is haar wettelijke taak uit hoofde van de Huurcommissieregeling uit te oefenen. Nu op grond van het bepaalde bij artikel 6 EVRM elk geschil over “civil rights and obligations” aan de rechter behoort te kunnen worden voorgelegd, acht het Gerecht zich in dit geval als civiele rechter bevoegd op het onderhavige verzoek te beslissen en acht zij daarom BHS ontvankelijk in het verzoek.

4. Nu partijen er niet expliciet voor hebben gekozen een instantie over te slaan, zal het Gerecht in eerste aanleg uitspraak doen, tegen welke uitspraak hoger beroep mogelijk is.

5. Het Gerecht is van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen en overweegt daartoe het volgende.

6. Tussen partijen staat vast dat de verlengde huur contractueel eindigt per 31 december 2013.

7. Op grond van het bepaalde bij artikel 10 Huurcommissieregeling is niettemin voor die beëindiging de toestemming van de Huurcommissie indien Verboom’s Ice Paradise de huur voor bepaalde of onbepaalde tijd wenst voort te zetten.

8. Hoewel Verboom’s Ice Paradise heeft aangevoerd dat zij thans niet kan inzien waarom de huur niet per 31 december 2013 zal eindigen, heeft zij zich erop beroepen dat het thans nog te vroeg is om een uitspraak van het Gerecht te verzoeken. Zij wenst haar rechten te behouden om afhankelijk van de toekomstige omstandigheden de beoordeling van de beëindiging of voortzetting door de Huurcommissie en/of het Gerecht te laten beoordelen.

9. Dat standpunt van Verboom’s Ice Paradise is juist. Indien het verzoek nu zou worden toegewezen, zou Verboom’s Ice Paradise tekort worden gedaan in haar rechten op grond van de Huurcommissieregeling. De door partijen in acht te nemen eisen van redelijkheid en billijkheid brengen naar het oordeel van het Gerecht echter wel met zich dat Verboom’s Ice Paradise uiterlijk op 31 december 2012 aan BHS moet berichten of zij verlenging wenst, opdat BHS voldoende tijd heeft om een uitspraak van de Huurcommissie en/of het Gerecht te verkrijgen.

10. Verboom’s Ice Paradise heeft vergoeding verzocht van NAƒ840,00 wegens de door haar betaalde kosten van juridisch advies. Het Gerecht begrijpt dit verzoek als een verzoek om vergoeding van schade bestaande uit de kosten van juridische bijstand. Dit verzoek van Verboom’s Ice Paradise is door BHS niet weersproken. Nu het redelijk is te achten dat Verboom’s Ice Paradise juridisch advies heeft ingewonnen en voorts het verzochte bedrag het Gerecht niet bovenmatig voorkomt, zal dit bedrag als schadevergoeding worden toegewezen.

11. BHS dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld. Verboom’s Ice Paradise heeft zich niet door een professionele gemachtigde laten bijstaan. Ook is niet gebleken van de in artikel 60 Rv genoemde kosten die in het kader van een proceskostenveroordeling kunnen worden toegewezen. Daarom zullen de proceskosten aan de zijde van Verboom’s Ice Paradise in conventie en in reconventie worden begroot op nihil.

<b>Beslissing</b>

Het Gerecht:

<b>In conventie</b>

Wijst het verzoek af.

<b>In reconventie</b>

Veroordeelt BHS om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Verboom’s Ice Paradise te betalen NAƒ840,00 wegens de gemaakte kosten voor juridische bijstand.

<b>In conventie en in reconventie</b>

Veroordeelt BHS in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Verboom’s Ice Paradise begroot op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof, rechter in voormeld Gerecht en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in tegenwoordigheid van de griffier.