Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEANA:2009:BK5198

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Datum uitspraak
25-11-2009
Datum publicatie
03-12-2009
Zaaknummer
AR5/2008
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schade aan kade in de haven van Bonaire doordat tijdens het lossen van een schip de kraan te water is geraakt. Na bewijslevering schadevergoeding afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: AR5/2008

Datum uitspraak: 25 november 2009

Vonnisnummer:

VONNIS

inzake

de naamloze vennootschap Botera N.V.

te Bonaire

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

hierna te noemen: Botera

gemachtigde mr. L.M. Virginia

tegen

de naamloze vennootschap Quimar N.V.

te Bonaire

gedaagde partij in conventie

eisende partij in reconventie

hierna te noemen: Quimar

gemachtigde mr. Ch.A. Peterson en mr. K.A.M. Lasten

<b>In conventie en in reconventie

De procedure</b>

Voor de loop van het geding verwijst het Gerecht naar de volgende stukken:

- het door het Gerecht tussen partijen gewezen en op 19 november 2008 uitgesproken tussenvonnis,

- de processen-verbaal van de op 29 januari 2009, 26 februari 2009 en 27 mei 2009 gehouden getuigenverhoren,

- de conclusie na enquête van Botera,

- de conclusie na enquête van Quimar.

<b>De beoordeling van het geschil

In conventie en in reconventie</b>

1. Bij het vonnis van 19 november 2008 was Botera toegelaten te bewijzen dat de boot “Sol de Caribe” op 2 november 2007 tijdens het lossen van de bundels betonijzer tegen de kademuur te Boniare is blijven liggen en dat de trossen niet zijn losgemaakt.

2. Ter voldoening aan die bewijsopdracht heeft Botera op 29 januari 2009 drie getuigen doen horen.

3. In de contra-enquête heeft Quimar op 26 februari 2009 één getuige en daarna op 27 mei 2009 nog één getuige doen horen.

4. De op verzoek van Botera gehoorde getuigen hebben -voor zover hier van belang- het volgende verklaard:

<u>getuige [A.R.]:</u>

<i>“Ik werk zelfstandig als electriciën. Op de dag van het ongeluk met de hijskraan was ik ter plaatse aanwezig om foto’s te maken van een ander schip. De door mr Virginia overlegde foto’s zijn van mijn hand. Ik heb het ongeluk vanaf een paar meter afstand zien gebeuren. Tijdens het hijsen van ijzer sloeg de motor van de kraan af en kantelde de kraan zijlings het water in. Bij zijn val duwde de kraan de boot van de kade af, waarbij 2 touwen waarmee de boot aan de kade lag, braken. (…)

De motor van de boot was niet aan en het is ook niet zo dat de boot voor of ten tijde van het ongeluk werd losgegooid. De boot lag tegen de kade aan toen het ongeluk gebeurde. De kade loopt schuin af naar het water.

(…)”</i>

<u>getuige [E.J.M.]:</u>

<i>“Ik ben in dienst van Botera als Zeeman en was dat ook ten tijde van het ongeluk met de kraan. Toen het ongeluk gebeurde stond ik op de kade dicht bij de kraan naar het werk te kijken. Ik stond ongeveer daar waar de fotograaf van de overige foto’s stond. Tijdens het hijsen begon de kraan door het gewicht van de lading naar voren te hellen. De lading was heel lang en het hijsen ging steeds beetje bij beetje waarbij de schuifarm werd uitgeschoven. Tijdens dat hijsen sloeg de motor van de kraan af. De kraan zakte toen opzij tegen de boot aan waardoor 2 touwen van de boot braken. De kraan zakte toen in het water. (…)

De boot lag tegen de kade aangemeerd en niemand heeft de touwen losgemaakt. De motor van ons boot was niet aan.

(…)”</i>

<u>getuige [A.M.]:</u>

<i>“Ik ben in dienst van Botera als Zeeman en was dat ook toen het ongeluk gebeurde met de kraan. Ik was toen op de boot, ergens in het midden, om toezicht te houden op het lossen. Ik zag dat de kraan tijdens het lossen door het gewicht van de lading voorover begon te hellen. Toen sloeg de motor van de kraan af. Ik hoorde dat die motor ermee stopte. De arm kwam omlaag en de hijskraan zakte schuin naar voren het water in, de arm als eerste. Die arm kwam daarbij tussen de boot en de kade terecht. Vervolgens schoof de kraan met zijkant tegen de boot aan en duwde de boot met zijn gewicht opzij. Daarbij braken 2 touwen. De motor van de boot was tijdens deze loswerkzaamheden niet aan en het is ook niet zo dat ik of iemand anders de trossen heeft losgemaakt. (…)”</i>

5. De op verzoek van Quimar gehoorde getuigen hebben -voor zover hier van belang- het volgende verklaard:

<u>getuige [F.C.F.]:</u>

<i>“Ook op 2 november 2007 was ik bij Quimar in dienst. (…) Ik ben met de kraan naar de pier gereden. (…) Vervolgens hebben wij 2 bundels betonijzer van 12 m gelost. Toen ik de derde bundel wilde lossen bleek deze vast te zitten in het ruim. Ik vroeg aan de kapitein wat we gingen doen. De kapitein zei dat hij de tros waarmee de boot aan de voorzijde was verbonden met de wal op de boot zou losmaken zodat de kop van de boot van de kade / pier los kwam. Hierop heeft de kapitein die tros losgemaakt. De hijshaak was nog verbonden met de bundel betonijzer die in het ruim zat. Toen de kapitein de tros losmaakte aan de voorzijde schoot deze uit zijn handen. Ik denk dat dat het gevolg was van de spanning die daarop stond doordat de bundel gehesen was. Hierop brak de middelste tros (de spring).

De boot dreef hierop verder van de kade terwijl de hijshaak nog aan de bundel ijzer zat. De rechter poot van de kraan stond op de schuinaflopende kade (op de foto’s niet te zien), maar schoot van de kade af doordat de boot van de kade dreef. De kraan werd dus verplaatst doordat de boot van de kade dreef met als gevolg dat de poot van de kade schoot. Vervolgens kwam de bundel ijzer los en rolde van de boot. De bundel viel in zee en de kracht waarmee dat gepaard ging trok de kraan van de kade.

(…)”</i>

<u>Getuige [R.J.]:</u>

<i>“Ik ben Loods en waarnemend Havenmeester in dienst van Eilandgebied Bonaire. Dat was ook al zo op 2 november 2007. (…) Ik heb niet in de nabijheid van de (…) boot en kraan gestaan toen de boot werd gelost. Ik stond op de zuidpier ongeveer 100 m verder op. De boot lag aan de middenpier. Ik stond op het punt aan boord van het cruiseschip te stappen toen ik lawaai hoorde. Ik zag dat de voorzijde van de boeg van de boot van de kade afdraaide en dat vervolgens ook het achterschip los van de kade kwam. Verder zag ik dat de kraan tussen wal en schip viel. Ik heb niet gezien waardoor het schip van de kade dreef en de kraan tussen wal en schip viel. Ik heb dus ook niet gezien of er trossen braken. (…)

Ik heb tegen de kapitein gezegd (waar anderen bij waren) dat er voor gezorgd moest worden dat de kraan uit het water werd gehaald. De voorzieningen van de haven moeten worden achtergelaten zoals ze bij aankomst zijn aangetroffen. Ik ben niet bij het hijsen van de kraan uit het water geweest. Ik ben later teruggekeerd. De kraan stond toen op de pier. Uit de kraan was dieselolie gelekt. Er lag een plek op het asfalt.

(…)

Het havenreglement biedt in het geval van schade de mogelijkheid om het agentschap die de boot vertegenwoordigt te verplichten een garantiebedrag/boete te betalen aan het Eilangebied van maximaal Naf. 5.000,--. Het daartoe strekkende schriftelijke stuk heb ik uitgereikt aan ene Luis. Daarbij werd het agentschap aansprakelijk gesteld voor de schade. Dat bedrag van Naf. 5.000,-- moet worden betaald aan de Ontvanger van het Eilandgebied. Zonder betaling wordt geen vertrekpas verstrekt. Ik neem aan dat het garantiebedrag van Naf. 5.000,-- betaald is want de boot is later vertrokken.

Voor de kosten van het reinigen van de kade heb ik een offerte gevraagd. De kosten waren hoger dan Naf. 5.000,--. Voor het meerdere is de agent eveneens aansprakelijk. Uiteindelijk zijn de werkzaamheden om de kade te reinigen niet uitgevoerd omdat de kade door een storm was beschadigd waardoor deze moest worden hersteld. Het is bij een bedrag van Naf. 5.000,-- gebleven.

Op een vraag van mr Lasten antwoord ik dat ik noch de motor van de boot, noch de motor van de kraan heb gehoord.”</i>

6. In het vonnis van 19 november 2008 is onder meer het volgende overwogen:

<i>“Aangezien de hijskraan niet op de boot is gevallen, terwijl de boot tegen de kademuur was afgemeerd ligt het in de rede dat de boot van de kademuur is weggevaren of weggedreven waartoe de trossen zijn gelost.” </i>

7. Quimar heeft in de procedure gesteld dat het personeel van de boot van Botera beslist om de trossen, waarmede deze boot vast lag gemeerd aan de kade, los te gooien en weg te varen.

8. De onder 6. geciteerde overweging betekent in het licht van deze stelling van Quimar dat het Gerecht die stelling op voorhand als juist heeft aangenomen en dat Botera tegenbewijs mocht leveren.

9. Het Gerecht acht Botera geslaagd in dat tegenbewijs. Uit de verklaringen van de op verzoek van Botera gehoorde getuigen blijkt dat de trossen niet waren losgegooid. De trossen zijn eerst losgeraakt door de val van de kraan. Voorts blijkt uit die verklaringen dat de motor van de boot uit was. Dit laatste wordt bevestigd door de op verzoek van Quimar gehoorde havenmeester Sint Jago.

10. Wat de op verzoek van Quimar gehoorde getuigen hebben verklaard, is onvoldoende om de verklaringen van de andere getuigen te ontzenuwen.

11. Quimar heeft aanvullend bewijs aangeboden in de vorm van technisch onderzoek. Het Gerecht zal daar niet op ingaan. Dat aanvullende bewijs laat immers onverlet dat door de verklaringen van de op verzoek van Botera gehoorde getuigen de stelling van Quimar dat het personeel van de boot fouten zou hebben gemaakt, ontzenuwen. Gestel noch gebleken is dat het door Quimar gewenste aanvullende bewijs daar een ander licht op zou kunnen werpen.

12. Nu het Gerecht tot het oordeel komt dat Botera is geslaagd in de bewijslevering, staat niet vast dat het personeel van de boot van Botera beslist om de trossen, waarmede deze boot vast lag gemeerd aan de kade, los te gooien en weg te varen.

13. Aangezien die stelling de grondslag was voor het verweer van Quimar dat Botera aansprakelijk is voor de gevolgen van dit ongeval en haar daarop gebaseerde vordering in reconventie, verwerpt het Gerecht dit verweer en moet de reconventionele vordering van Quimar worden afgewezen.

14. In conventie betekent het vorenstaande dat de gevorderde hoofdsom wegens de openstaande facturen voor toewijzing gereed ligt, nu deze overigens is erkend.

15. Met betrekking tot het gevorderde bedrag van NAƒ5.000,00 wegens de schade ten gevolge van het lekken van de olie uit de kraan op de kade geldt het volgende.

16. Nu de oorzaak van het ongeval niet aan Botera kan worden verweten, moet het ervoor worden gehouden dat de fout bij Quimar ligt. Het lekken van de olie is het directe gevolg van het te water raken van de kraan en het vervolgens weer ophalen en op de kade plaatsen van de kraan. De kosten van het schoonmaken moeten daarom voor rekening van Quimar komen. Daar staat niet aan in de weg dat de schoonmaak uiteindelijk niet is doorgegaan. Niet bestreden is immers dat Botera het bedrag aan de Eilandsontvanger heeft voldaan

17. De vordering in conventie zal op grond van het vorenstaande worden toegewezen.

18. De gevorderde wettelijke rente is als steunend op de wet eveneens toewijsbaar.

19. Quimar zal als de in conventie en in reconventie in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

<b>Beslissing</b>

Het Gerecht:

<b>In conventie:</b>

Veroordeelt Quimar om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Botera te betalen NAƒ30.539,15, te vermeerderen met de wettelijke rente over NAƒ25.539,15 berekend vanaf 8 december 2007 tot aan de dag der algehele voldoening en tevens te vermeerderen met de wettelijke rente over NAƒ5.000,00 berekend vanaf 28 december 2007 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt Quimar in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Botera begroot op NAƒ891,00 aan verschotten en NAƒ2.700,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

<b>In reconventie:</b>

Wijst de vordering af.

Veroordeelt Quimar in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Botera begroot op NAƒ5.100,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof, rechter in voormeld Gerecht en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in tegenwoordigheid van de griffier.