Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGEANA:2009:BK1511

Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Datum uitspraak
28-10-2009
Datum publicatie
29-10-2009
Zaaknummer
EJ96/2009
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Faillissementsverzoek afgewezen. Verzoekers hebben met verweerster een geschil over schadeplichtigheid. Verweerster beroept zich op haar daaruit voortvloeiende tegenvordering op verzoekers. Geen steunvorderingen aanwezig. Verzoek om op de zitting steunvorderingen te noemen en stukken daarover in het geding te brengen is door het Gerecht afgewezen, evenals een daartoe strekkend verzoek om aanhouding van de behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: EJ96/2009

Datum uitspraak: 28 oktober 2009

Vonnisnummer:

VONNIS

inzake

[Verzoeker C. en V.]

[Verzoeker R.]

[Verzoeker J. en A.]

[Verzoeker P. en W.]

[Verzoeker R.R. en M.]

en

[Verzoeker T]

allen domicilie kiezende te Bonaire

verzoekers

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers

gemachtigde mr. A.F. van Toll

tegen

de besloten vennootschap Port Bonaire B.V.

te Bonaire

verweerster

hierna te noemen: Port Bonaire

gemachtigde mr. M.G. van Dijk

<b>De procedure</b>

Voor de loop van het geding verwijst het Gerecht naar de volgende stukken:

- het verzoekschrift van 29 september 2009, met producties,

- de aantekeningen mondelinge behandeling van de gemachtigde van Port Bonaire, met producties,

- het proces-verbaal van de op 9 oktober 2009 gehouden mondelinge behandeling.

<b>Het verzoek</b>

Verzoekers verzoeken het Gerecht Port Bonaire bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, in staat van faillissement te verklaren.

Verzoekers hebben het volgende aan hun verzoek ten grondslag gelegd:

Tussen verzoekers en Port Bonaire waren verhuurovereenkomsten gesloten ter zake de aan hen toebehorende appartementen, waarbij Port Bonaire het beheer en de verhuur van de appartementen op zich had genomen. Deze overeenkomsten zijn inmiddels beëindigd.

In de overeenkomst was vastgesteld dat Port Bonaire binnen dertig dagen na een kwartaal de huuropbrengsten diende te storten op de daartoe aangewezen bankrekening. Er heeft geen betaling aan verzoekers plaatsgevonden, zulks terwijl Port Bonaire verschillende keren op haar verplichtingen te dier zake is gewezen.

De enige reactie die is ontvangen is die van mevrouw I. Dingjan, die aangeeft niet langer directeur te zijn. Bij de Kamer van Koophandel staat thans vermeld dat de vennootschap directieloos is.

Het bedrag der vorderingen verschilt per appartementseigenaar. Het totaal van alle vorderingen inclusief utiliteitenheffing bedraagt US$62.676,00, zijnde NAƒ111.563,28.

Gezien de pluraliteit van schuldeisers volgt genoegzaam dat Port Bonaire verkeert in de toestand dat zij is opgehouden te betalen.

<b>Het verweer</b>

De gemachtigde van Port Bonaire heeft het verzoek in de door hem overgelegde “aantekeningen mondelinge behandeling” gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het verzoek nader worden ingegaan.

<b>De beoordeling van het geschil</b>

1. Verzoekers hebben bij gelegenheid van de mondelinge behandeling doen benadrukken dat de vennootschap thans directieloos is en dat om die reden mr. Van Dijk niet bevoegd is namens de vennootschap op te treden.

2. mr. Van Dijk heeft daarop naar voren gebracht dat hij door de aandeelhouders is gemachtigd om in deze procedure als vertegenwoordiger van de vennootschap op te treden.

3. Nu geen bestuurder van de vennootschap in functie is en gesteld noch gebleken is dat er een Raad van Commissarissen is, komen de bevoegdheden van het bestuur toe aan de algemene vergadering van aandeelhouders. mr. Van Dijk heeft onweersproken gesteld dat hij door de aandeelhouders is gemachtigd de vennootschap te vertegenwoordigen. Het Gerecht begrijpt deze stelling aldus dat mr. Van Dijk door de algemene vergadering van aandeelhouders is gemachtigd. Gelet op het vorenstaande dient mr. Van Dijk als bevoegde vertegenwoordiger van de vennootschap te worden beschouwd.

4. Uit de wederzijdse standpunten blijkt dat er tussen partijen een geschil bestaat over de vraag of de onderhavige overeenkomsten konden worden opgezegd. Port Bonaire is van oordeel dat dit niet mogelijks was en dat -onder andere- verzoekers daardoor schadeplichtig zijn geworden. Port Bonaire heeft aangevoerd dat zij met een beroep op haar tegenvordering niet is overgegaan tot betaling van de vermeende huuropbrengsten.

5. Niet gezegd kan worden dat de door Port Bonaire gestelde tegenvordering iedere grondslag ontbeert. Port Bonaire heeft in het kader van dit verzoek haar tegenvordering voldoende aannemelijk gemaakt. Toewijzing van het verzoek zou tot gevolg kunnen hebben dat verzoekers als schuldeisers geconfronteerd worden met een tegenvordering van Port Bonaire die volgens het faillissementsrecht compensabel is. Daarbij hebben verzoekers geen belang.

6. Bij hun verzoekschrift hebben verzoekers geen melding gemaakt van andere schuldeisers dan verzoekers zelf.

7. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van verzoekers verzocht stukken met betrekking tot andere (beweerdelijk onbetaald gelaten) schulden van Port Bonaire in het geding te brengen. Het Gerecht heeft dat verzoek evenwel afgewezen wegens strijd met een goede procesorde. Verzoekers hadden immers reeds in het verzoekschrift die andere schuldeisers moeten vermelden. Wanneer dat zou zijn gebeurd, dan had Port Bonaire zich erop kunnen voorbereiden en zouden onderliggende stukken alsnog bij gelegenheid van de mondelinge behandeling ingebracht kunnen worden. Het is in strijd met een goede procesorde om voor het eerst bij de mondelinge behandeling namen en gegevens van mogelijk andere schuldeisers te verstrekken.

8. Voorts heeft het Gerecht om dezelfde reden een verzoek om aanhouding van de behandeling teneinde die nadere stukken alsnog in het geding te brengen eveneens afgewezen.

9. Het Gerecht is op grond van het vorenstaande van oordeel dat Port Bonaire, door het niet afdragen van de huuropbrengsten aan verzoekers, gelet op de aard van het tussen partijen bestaande geschil, niet in de toestand is komen te verkeren dat zij is opgehouden te betalen.

10. Nu voorts van andere onbetaald gelaten schulden niet is gebleken, zal het verzoek moeten worden afgewezen.

11. Verzoekers zullen, als de in het ongelijk partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

<b>Beslissing</b>

Het Gerecht:

Wijst het verzoek af.

Veroordeelt verzoekers in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Port Bonaire begroot op NAƒ900,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in tegenwoordigheid van de griffier.